Door: Laura.xxx
Datum: 10-02-2026 | Cijfer: 9.7 | Gelezen: 415
Lengte: Lang | Leestijd: 16 minuten | Lezers Online: 1
Trefwoord(en): Lesbo, Trio,
Lengte: Lang | Leestijd: 16 minuten | Lezers Online: 1
Trefwoord(en): Lesbo, Trio,
Vervolg op: Magisch Doolhof - 7

Ik ben 18 jaar en in mijn vorige avonturen kun je lezen hoe wij ( ik en lieke) aan een duistere kasteelheer zijn ontsnapt.
Ik wens je veel leesplezier en een prettig tijd tussen de lakens met mijn fantasieën.
We vliegen door de besneeuwde bergen, de koude wind bijt in mijn huid als scherpe naalden, en mijn vleugels voelen zwaar als lood. De sneeuwvlokken dansen om ons heen, dik en wit, en plakken aan mijn naakte lichaam, mijn blonde haar verstijft tot ijspegels. Ik ben uitgeput, mijn spieren branden van de inspanning. Lieke heeft haar armen stevig om mijn nek geslagen en drukt haar lichaam tegen mij aan. "Hou vol, Laura," hijgt ze in mijn oor, haar adem voelt warm tegen mijn bevroren huid. Maar ik kan het niet meer. Mijn vleugels falen en klapperen onregelmatig, en we tuimelen uit de lucht. We vallen neer en rollen door een dikke laag zachte sneeuw, die ons opvangt als een kussen, maar de impact stuurt een schok door mijn botten. Ik lig op mijn rug en staar naar de grijze lucht terwijl de wereld om mij heen spint. Lieke krabbelt overeind, haar donkere haar bedekt met sneeuw.
"Lieve hemel, Laura, gaat het?" vraagt ze, haar stem trillend van de kou. Ze helpt me opstaan, slaat een arm om mijn middel, en samen strompelen we verder. In de verte, door de sneeuwstorm heen, ziet ze een blokhut, groot en stevig, met rook kringelend uit de schoorsteen als een belofte van warmte. "Daar," wijst Lieke, haar tanden klapperend. "We moeten daarheen." Maar het is nog ver, en de kou dringt door tot in mijn kern, mijn kleine borsten tintelen pijnlijk, mijn tepels zijn hard als ijs, en tussen mijn benen voelt alles bevroren. We ploegen door de sneeuw, stap voor stap, leunend op elkaar.
Eindelijk bereiken we de deur. maar die is enorm, twee keer zo hoog als normaal, met een handvat dat ik nauwelijks kan bereiken. Alles aan de blokhut is uitvergroot: de ramen, de muren, zelfs de houtblokken lijken gemaakt voor reuzen. Lieke en ik kijken elkaar aan, maar we hebben geen keuze. Ik klop aan, mijn knokkels rood en pijnlijk, en de deur zwaait open met een krakend geluid. Daar staat hij: een reus, minstens drie meter lang, met een brede, gespierde borst bedekt met een dikke laag zacht haar, zijn huid is ruw, en zijn baard golft als een waterval. Zijn ogen zijn groot maar vriendelijk, blauw als de hemel, en hij draagt een simpele tuniek die nauwelijks zijn enorme gestalte bedekt. "Ach, kleine wezentjes," buldert hij met een stem als donder, maar zacht en warm. "Kom binnen, voor jullie bevriezen!"
Hij tilt ons op als poppen, een in elke enorme hand, en draagt ons naar de openhaard, waar een vuurtje knettert en danst. De warmte slaat ons tegemoet als een omhelzing die de sneeuw van onze huid laat smelten. hij zet ons neer op een dikke vacht voor het vuur. Ik sidder nog, mijn lichaam rilt oncontroleerbaar, maar de hitte begint door te dringen en mijn vleugels vouwen zich uit om te ontdooien. De reus (hij noemt zichzelf Grom ) geeft ons dekens, zo groot als tenten, en we wikkelen ons erin. "Jullie zien eruit als verdwaalde elfjes," grinnikt hij, en bij het woord 'elfje' voel ik een tinteling door me heen gaan, warm en opwindend, diep in mijn buik. 'Kleine elf,' herhaalt hij, kijkend naar mij, en ik bloos, mijn clitje pulseert zachtjes en de magie van het doolhof mengt zich met zijn woorden.
Hij schept enorme kommen stoofpot voor ons op met grote stukken vlees en groenten, sappig en geurig, gekruid met kruiden die me doen watertanden. De kommen zijn zo groot dat we erin zouden kunnen zitten, maar we eten gulzig en de warmte vult ons van binnenuit. Grom kijkt toe, zijn grote handen rusten op zijn knieën, en hij vertelt verhalen over de bergen, zijn stem is een geruststellend gerommel. Na het eten voelen we ons beter, maar de kou zit nog diep in onze botten. "Naar de sauna," besluit Grom, en hij leidt ons naar een aanbouw naast de blokhut: een houten ruimte met een warm kruiden stoombad en een sauna, dampend en geurig naar eucalyptus en lavendel.
We stappen erin, de stoom omhult ons als een wolk, en eindelijk stoppen we met rillen. Ik leun tegen de houten bank, mijn naakte lichaam ontspant, zweet parelt op mijn huid en druppelt over mijn kleine borsten naar. Lieke zucht naast me, haar borsten rijzen en dalend, haar donkere haar plakt tegen haar schouders. Grom zit tegenover ons, zijn enorme lichaam vult de ruimte, en dan zien we het: zijn penis half hard en groeiend, enorm als een boomstam, dik en lang. Hij dringt zich niet op, zit gewoon daar, zijn ogen gesloten in ontspanning, maar Lieke en ik staren, nieuwsgierig en opgewonden. "Zou hij passen?" fluister ik tegen Lieke, en ze giechelt, haar hand glijd over mijn dij. "Ik weet het niet, misschien... maar wat een monster," mompelt ze, haar worden hard van het idee.
De hitte maakt ons rozig, stout en aan, avontuurlijk, de magie van het doolhof versterkt het. Ik sta op, loop naar Grom, mijn kleine voeten op de hete planken, en klim op zijn schoot. "Kleine elf," gromt hij verrast, maar glimlachend, zijn enorme handen omsluiten mijn middel zachtjes. Hij tilt me op als een veertje. Ik voel zijn stijve tegen mijn buik drukken, warm en hard, en een rilling van opwinding gaat door me heen. Lieke sluit zich aan, klimt op zijn andere been, haar handen strelend over zijn borsthaar. We verkennen hem, onze vingers glijden over zijn penis, die te groot is voor één hand. hij pulseert onder onze aanraking, en Grom kreunt diep. "Voorzichtig, kleintjes ," waarschuwt hij, maar zijn ogen glinsteren van plezier.
We proberen het, nieuwsgierig en stout. Ik wrijf mijn schaamlippen tegen de top van zijn eikel, nat en glad van de stoom, en het voelt elektrisch, de druk enorm maar verleidelijk. Lieke doet hetzelfde, wrijvend tegen de schacht, haar clitje tintelend. Grom's handen strelen ons zacht, zijn vinger cirkelend voorzichtig om onze clitjes. Het past niet, maar de wrijving is lekker en geeft een golf van plezier. We komen schokkend klaar met onze lipjes zijn erectie aan gedrukt, onze kreunen vermengend met zijn gegrom, en hij spuit, warme stralen over ons heen, plakkerig en overvloedig.
Uitgeput en voldaan leid hij ons naar zijn bed. Het is enorm, als een veld van vachten en kussens. We slapen bij hem, genesteld tegen zijn warme lichaam, ik als 'kleine elf' in zijn arm.
Midden in de nacht schrikt Lieke wakker, haar lichaam schokt en ze geeft een luide gil die door de blokhut echoot, haar armen zwaaiend in de duisternis alsof ze onzichtbare monsters afweert. Nachtmerries over de kerker, de ruwe handen van de wachters, hun kleine maar meedogenloze erecties die haar steeds weer gebruikten, de frustratie van op het randje gehouden worden zonder ontlading – hebben haar gegrepen. Ik schrik door haar wakker ik en kruip meteen naar haar toe. Ik sla mijn armen om haar heen. "Sst, Lieke, het is oké, ik ben bij je, je bent veilig," fluister ik, mijn handen strelen over haar rug. Haar huid nog warm van de slaap maar klam van het zweet. Grom wordt ook wakker, zijn enorme gestalte beweegt loom onder de dekens, en hij legt zijn grote hand zachtjes op haar rug, zijn palm is zo breed dat hij bijna haar hele bovenlijf bedekt. "Het is goed, kleintje," gromt hij met zijn diepe, geruststellende stem, zijn vingers lichtjes cirkelend om haar te kalmeren, als een vaderlijke reus die een kind troost.
Samen praten we, onze stemmen zacht en trillend in de nacht, Lieke huilend terwijl ze vertelt over de nachtmerries, de schaamte en de angst die haar achtervolgen. Ik houd haar vast, onze tranen vermengen zich op onze wangen, en Grom luistert zwijgend met zijn stevige armen om ons heen. We vallen in elkaars armen weer in slaap, verstrengeld in een hoopje van lichamen. Lieke's hoofd ligt op mijn schouder, mijn vleugels half uitgevouwen als een beschermende sluier, en Grom's armen om ons heen, zijn warmte omsluitend ons als een cocon.
Ik word wakker als de zon al hoog staat, stralen van licht filterend door de enorme ramen van de blokhut, de sneeuw buiten glinsterend als diamanten. Lieke is al op, haar nieuwsgierige natuur heeft haar gedreven om het huis te verkennen. ik hoor haar zachte voetstappen op de houten vloer, haar giechels als ze in Grom's enorme kasten snuffelt en zijn grote kledingstukken als tenten over haar heen vallen. Ik lig languit boven op Grom, mijn slanke lichaam uitgestrekt over hem heen, zijn enorme penis ligt half hard tussen mijn kleine borsten, warm en pulserend tegen mijn huid, mijn hoofd rust op zijn buik. Heerlijk warm onder de dikke, zware dekens, die als een berg over ons heen liggen, ruikend naar hout en muskus. Grom is al even wakker, zijn grote handen rustend op mijn billen, genietend van een afstandje van de nieuwsgierige Lieke die door de kamer dartelt, en haar mooie kontje die over de rand van een kist bungelt terwijl zij er voorovergebogen doorheen snuffelt. En van het slapende kleine elfje dat schattig boven op hem ligt, mijn lange blonde haar uitgespreid over zijn borst.
Zijn ogen ontmoeten de mijne als ik opkijk met een ondeugende twinkeling in mij ogen. Ik beweeg mijn borstjes langzaam op en neer en voel zijn ennorme penis groeien en ertussenin glijden. Ik ga door en druk mijn liggaam stevig tegen hem aan, mijn clitje glijd over zijn been. Ik lik aan zijn eikel als die tussen mijn borsten vandaan komt. Grom kreunt en speelt met mijn vleugels. "Mijn kleine elf," gromt hij zacht, en die woorden sturen een golf van hitte door me heen, mijn clitje tintelend en ik beweeg mijn borsten en heupen steeds sneller, met mijn tong plaag ik zijn enorme eikel. We bewegen samen, steets sneller tot we samen klaarkomen. ik schokkend tegen zijn been terwijl hij tussen mijn borsten en tegen mijn kin aan spuit.
We ontbijten bij de openhaard, de vlammen knetteren gezellig. We eten grote plakken vers, warm brood, druipend van smeltende roomboter en honing, en bessen die barsten van zoet sap. Grom is nieuwsgierig naar mij, zijn grote ogen op me gericht terwijl hij eet. Ik vertel dat ik van buiten het doolhof kom, uit een wereld van steden en normale dagen, en over mijn avonturen hier: het glinsterende pad, de ontmoetingen met Lieke en Eline, de mannen in de mist, het ruwe wezen bij de beek, de vleugelmeisjes, de centauren, en de ontsnapping uit het kasteel. Grom's mond valt open, zijn baard trillend. "Van búiten? De laatste keer dat er iemand van buiten het doolhof binnenkwam is eeuwen geleden, een legende. Als het al waar is," buldert hij, zijn stem vol ongeloof en eerbied. "Je bent een wonder, kleine elf."
Grom vertelt over de kasteelheer: hoe hij de koning van het doolhof heeft vermoord in een coup van duistere magie. Dat hij het doolhof heeft overgenomen met zijn schaduwen en wreedheid. "Die duistere wezens waren ooit edele wezens, wijze raadgevers van de koning," gromt hij. "Nu zijn ze verwrongen. Nieuwe duistere wezens worden steeds gemeener, dit zijn de kinderen van de meisjes die zich vrijwillig aan hem overgeven en klaarkomen als hij in ze spuit. die vrijwilligheid is voor hem de sleutel om ze zwanger te krijgen en het duister in ze te laten groeien, het bindt hun zielen aan zijn duisternis." "Het is een wonder dat het wezen bij de beek jou niet gevangen heeft genomen" hij staart me met zijn donkere ogen aan. "Misschien herkende het iets in je, kleine elf, iets puurs."
Na het ontbijt gaan we wandelen door de sneeuw, Lieke giechelend om de verbaasde blik van grom, als haar sneeuwballen in zijn baard landen en daar blijven plakken. We vangen vissen in een bevroren meertje, Grom's grote handen breken door het ijs, en de vissen glinsterend en spartelend in het net. Terug bij de hut gaan we opwarmen in het warme kruidenbad, het water stoomt en bubbelt, geurig naar kruiden die onze huid laten tintelen. Lieke en ik strelen over elkaars natte borsten en de vingers van grom duiken onder water tussen onze benen, we kreunend in de damp. We zien Grom's enorme stijve pulseren in het water. Vandaag gaat het mij lukken, met een beetje hulp van de magie van het doolhof. Ik ga op Grom zitten, mijn schaamlippen spreiden zich rond zijn eikel, langzaam wiebel ik heen en weer en probeer ik me te laten zakken en hem in me te laten. Het is spannend en intens maar hij is echt te dik en ik geef het op. Lieke wil het ook proberen.
Met een frons, gesloten ogen en een diepe kreun zakt ze over de eikel van grom heen, grom kreunt als ze zich langzaam naar beneden laat glijden, de volheid is intens en hemels. Maar als grom lieke helemaal vult en tegen haar baarmoeder aan komt, komt hij grommend klaar. "Sorry kleintje, maar je bent zo strak, volgende keer langer? Als het lukt" hij tilt haar op en lecht haar op de bank, kruipt tussen haar benen en likt haar klitje in een ritme dat haar schreeuwend laat klaarkomen.
Na het avondeten (gegrilde vis, sappig en gekruid) komt Grom aan met een klein oud houten kistje, versleten en mysterieus. Er zit gedroogd magisch fruit in, glanzend paars met gouden vlekken. Lieke slaat haar handen voor haar ogen en duikt onder de tafel, gillend: "Wat doe je? Dat is... dat is... je weet heel goed wat dat is en welke straffen erop staan als je het erover hebt, laat staan dit!" Grom stelt Lieke gerust, zijn stem zacht: "Rustig, kleine meid, hier in de bergen zijn we veilig." Hij twijfelt even en geeft het kistje aan mij. "Het is van mijn vaders grootvader geweest, uit betere tijden." "Eet dit, kleine elf," zegt hij ernstig, "en als ik gelijk heb... ik hoop dat ik gelijk heb, kan alles hier veranderen."
Geef dit verhaal een cijfer:
5
6
7
8
9
10

Ontdek meer over mij op mijn profiel pagina, bekijk mijn verhalen, laat een berichtje achter of schrijf je in om een mail te ontvangen bij nieuwe verhalen!
