Lekker Anoniem Webcammen!
Donkere Modus
Door: Elite_12
Datum: 26-04-2026 | Cijfer: 9.1 | Gelezen: 2145
Lengte: Lang | Leestijd: 31 minuten | Lezers Online: 12
Trefwoord(en): Vreemdgaan,
Het eerste licht van de ochtend glijdt door de halfopen jaloezieën van de slaapkamer en tekenen gouden strepen over het lege bed naast Ronald Goovens. Hij ligt op zijn rug, één arm gekruld boven zijn hoofd, de andere rustend op zijn borstkas die ritmisch op en neer gaat met zijn ademhaling. Het goudblonde haar, nu iets in de war van de nacht, valt over zijn voorhoofd in plaats van de keurige golf die hij er normaal in pommade perst.

Zijn iPad ligt dichtgevouwen naast hem op het matras. Het apparaat voelt warm aan tegen zijn dij, een restant van de vijf minuten die hij er al mee heeft liggen spelen voordat hij besloot dat de ochtend te mooi was om meteen in de digitale stroom te duiken. Maar nu, met de slaap uit zijn ogen wrijvend en de stilte van het appartement om zich heen voelend, grijpt hij het toch.

Zijn vingertoppen, die constant met zijn horlogebandje spelen wanneer hij nerveus is, nu stil en doelgericht, glijden over het gladde oppervlak. Het apparaat ontwaakt onder zijn aanraking, het scherm explodeert in een felle witheid die hem doet knipperen. De mail-app opent automatisch, zoals hij het heeft ingesteld, een gewoonte die hij nooit heeft herzien sinds hij voor het eerst de arbeidsmarkt betrad.

De inbox toont acht nieuwe berichten. Acht. Hij scant de afzenders met de snelle, bijna cynische blik van iemand die dit al duizenden keren heeft gedaan. Amazon. Bol.com. Een nieuwsbrief van een vliegmaatschappij waar hij vijf jaar geleden één keer mee gevlogen heeft. Een restaurantketen die zijn verjaardag niet eens correct heeft staan. Twee berichten van LinkedIn over mensen die hij niet kent en nooit zal kennen, met updates over hun professionele prestaties die hem koud laten. En één bericht van zijn moeder, met als onderwerp 'Ben je er zondag?', de inhoud ongetwijfeld een samenvatting van familieverplichtingen waar hij geen zin in heeft.

Hij verwijdert ze allemaal, een voor een, met de duim die naar links veegt en dan op het rode prullenbakje tikt. Het is een ritueel geworden, deze ochtendelijke zuivering van digitale onzin. Hoe goed is hun AI om te vertellen wat ik wil, denkt hij, terwijl de laatste mail verdwijnt. Ze tonen dingen waar ik de afgelopen tijd naar heb gezocht, maar weten niet echt wat ik wil. Ze zien de klikken, de zoektermen, de tijd die ik op bepaalde pagina's doorbreng, maar ze zien niet de leegte die ik probeer te vullen, de verveling die me achtervolgt, het verlangen naar iets dat ik niet kan benoemen.

Hij legt de iPad neer op het nachtkastje, het scherm naar beneden gericht, alsof het apparaat hem kan horen denken. Zijn blik dwaalt naar het lege bed naast hem, de kussens nog opgeklopt in de vorm die zijn vrouw heeft achtergelaten toen ze gisteravond om half twaalf de deur uit liep. De vrouw is in de continudienst van het ziekenhuis en heeft een lange dienst en is pas rond 10 uur 's avonds thuis, had ze gezegd, meer een mededeling dan een afscheid. Ze had hem niet eens aangekeken, te gefocust op haar telefoon waarop waarschijnlijk werkberichten binnenstromen.

Hij heeft de hele dag vrij. Het idee hangt in de lucht van de slaapkamer, een zware, vochtige deken van mogelijkheden die hem meer benauwt dan bevrijdt. Wat moet hij met al die tijd? De vraag is absurd in haar eenvoud, maar hij weet het antwoord niet. Hij kan werken, natuurlijk, er is altijd werk, presentaties die bijgeschaafd kunnen worden, concurrentieanalyses die dieper kunnen graven. Maar de gedachte alleen al laat zijn maag samenknijpen, een fysieke reactie op de leegte die het werk niet kan vullen.

Hij staat op, het linnen dat van hem af glijdt, en loopt naar de woonkamer zonder zich aan te kleden. Het appartement is modern, smaakvol ingericht met Deense designmeubels waar hij niet op kan zitten zonder zich bewust te zijn van hun fragiele schoonheid. De grijze bank, de marmeren salontafel, de minimalistische lamp die meer sculptuur dan lichtbron lijkt. Het is een showroom van een leven, niet een thuis.

Hij pakt de afstandsbediening van de televisie, een zwaar, minimalistisch ding van geborsteld aluminium, en drukt zonder nadenken op de knop. Het scherm ontwaakt, een vrouwelijke presentator met perfect geëpileerde wenkbrauwen en een blazer die te strak zit begon al te praten voordat het beeld volledig was opgebouwd. "...en dus zegt de minister dat de maatregelen effectief blijken, ondanks de kritiek van de oppositie..." De stem klinkt opgewekt, routineus, alsof ze dit honderden keren heeft herhaald en het nu niet eens meer hoeft te lezen van de teleprompter.

Hij zapt verder. Een weerman die met zijn hele lichaam naar een kaart van Nederland gebaart, alsof hij het land fysiek kan verplaatsen met zijn handen. "...morgen wat meer bewolking in het westen, maar over het algemeen een droge dag..." Een reclameblok. Een man die enthousiast een auto aanprijst die niemand nodig heeft. Een vrouw die een wasmiddel belooft dat de wereld zal veranderen. Een nieuwsbulletin. Weer geen nieuws alleen maar gelul over politiek en weer een misdaad gepleegd in Rotterdam, denkt hij, terwijl de beelden van politieauto's en afzetlinten voorbijflitsen. Niets nieuws onder de zon, als die vandaag tevoorschijn komt.

Hij zet de televisie uit. De stilte die terugkeert is niet vredig, maar drukkend, een fysieke aanwezigheid die op zijn borstkas leunt. Hij loopt naar de keuken, het granieten aanrecht koel onder zijn handpalmen, en zet water op voor koffie. De geur van versgemalen koffie om zes uur 's ochtends staat op zijn lijst van dingen die hij leuk vindt, maar nu, nu proeft hij alleen de bitterheid van een routine die hem heeft opgeslokt.

Zijn telefoon trilt op het aanrecht. Het geluid is scherp, onverwacht, en hij schrikt ervan. Zijn hand gaat instinctief naar het apparaat, de vingers die nog steeds met het horlogebandje zouden spelen als hij het droeg, nu stijf om de rand van de telefoon geklemd.

WhatsApp. Een bericht van een nummer dat hij niet herkent, maar de profielfoto bekijkt hij wel. Een vrouw. Donker haar. Een glimlach die niet helemaal haar ogen bereikt, of misschien bereikt hij ze wel maar op een manier die hij niet kan lezen. De tekst staat eronder, witte letters op groene achtergrond: 'Wil je met me op date, zag je profiel en die vond ik wel opwindend'.

Hij staart naar het scherm. De waterkoker sist achter hem, vergeten. Er is geen aarzeling in hem, geen moreel kompas dat trilt. Er is alleen de leegte die hij al uren, al dagen, al weken heeft gevoeld, en hier, plotseling, iets wat die leegte zou kunnen vullen.

Hij typt met zijn duim, de autocorrect die hem te hulp schiet en die hij negeert. 'Natuurlijk, heb vandaag tijd.' Sturen. De twee grijze vinkjes verschijnen, dan worden ze blauw. Gelezen.

Haar antwoord komt sneller dan hij verwacht, alsof ze op zijn reactie zat te wachten met haar vingertoppen al op het scherm. 'Zullen we uit eten gaan bij Pappagallo, dat Italiaanse restaurant in de stad.'

Hij kent het. Een keer of twee, misschien drie, is hij er geweest. Met collega's, met een vrouw die hij niet meer ziet, met zijn vrouw in de begintijd van hun relatie toen alles nog nieuw was en de pasta nog smaakte naar mogelijkheden. Nu weet hij alleen nog de locatie, de vierkante tafels met hun witte tafelkleden.

Hij typt: 'Okay, dan zie ik je wel rond 7 uur.' Sturen. De grijze vinkjes, de blauwe vinkjes, en dan niets meer. Het gesprek is afgesloten, een afspraak gemaakt, en hij staat in zijn keuken met een telefoon in zijn hand en een waterkoker die fluitend zich bekendmaakt dat het water kookt.

De dag die volgt is een wachten verpakt in routine. Hij drinkt zijn koffie, nu koud geworden, en maakt daarna een nieuwe kop. Hij doucht, het water te heet, dan te koud, zijn lichaam dat niet weet wat het wil. Hij kleedt zich aan, de grijze coltrui die zijn vrouw ooit heeft gekocht en die hij draagt uit gewoonte, de maatwerkblazer die zijn schouders rechter doet lijken dan ze zijn. Zijn handen, zijn trots, hangen naast zijn lichaam, de vingers die willen spelen met zijn horlogebandje maar geen horloge vinden omdat hij het heeft afgedaan voor de douche en is vergeten opnieuw om te doen.

Hij loopt door het appartement, van de woonkamer naar de keuken, van de keuken naar de slaapkamer, van de slaapkamer terug naar de woonkamer. De stappen tellen niet, de richting doet er niet toe. Het is beweging om te bewegen, tijd die moet worden doorgekomen tot zeven uur.

Hij eet geen lunch. De gedachte aan eten doet zijn maag samenknijpen, niet van honger maar van iets anders, een opwinding die hij niet wil benoemen. Hij drinkt water, glas na glas, zijn blaas vol, zijn mond droog ondanks het vocht.

Om kwart voor zeven staat hij bij Pappagallo voor de deur. De avond is gevallen, de straatverlichting is aan, de lucht ruikt naar regen die niet valt en naar de uitlaatgassen van de auto's die voorbij rijden. Hij staat met zijn handen in zijn zakken, de blazer dichtgeknoopt ook al is het niet koud, zijn schouders recht, zijn kin iets omhoog, de houding van iemand die weet dat hij wordt bekeken ook al is er niemand die hem ziet.

Dan komt ze er aan.

Charmaine Tongstedt loopt uit de richting van de parkeergarage, haar donkere, golvende haar los over haar schouders, de straatlantaarns die een halo van amber om haar hoofd creëren. Ze draagt een getailleerde jurk in een kleur die tussen oudroze en terracotta inzit, de stof die zachtjes om haar lichaam golft met elke stap. De juiste rondingen op de juiste plaatsen, precies zoals haar profiel had beloofd, maar het is de manier waarop ze zich beweegt die hem treft—zelfverzekerd, gracieus, met een soepele elegantie die suggereert dat ze weet wat ze waard is en er geen excuses voor maakt.

"Ronald?" vraagt ze, hoewel het geen vraag is, haar stem diep en licht hees, met een ondertoon van amusement alsof ze een privégrap deelt met zichzelf.

"Charmaine," antwoordt hij, en hij hoort de formele toon in zijn eigen stem, de hand die hij uitsteekt om de hare te schudden terwijl hij zichzelf veracht voor de cliché. Maar zij lacht, een zachte, warme klank die tussen hen in hangt, en dan stapt ze dichterbij, haar hand die de zijne neemt niet voor een handdruk maar om zijn elleboog vast te pakken, haar lippen die zijn wang raken in een kus die net iets langer duurt dan hoffelijkheid voorschrijft.

"We gaan niet zo stijf doen, of wel?" fluistert ze tegen zijn oor, haar adem die de haartjes op zijn huid doen prikkelen. "We zijn hier om plezier te maken."

Ze laten elkaar los, een fractie van een seconde te lang, en dan stappen ze samen naar binnen, de warmte van het restaurant die hen omarmt als een deken. Pappagallo ademt Italiaans, de geur van knoflook en verse kruiden die de lucht vullen, de zachte klanken van een akoestische gitaar die uit onzichtbare speakers zweven.

Ze worden geleid naar een tafeltje bij het raam, met uitzicht op de bar. De tafel is vierkant, bedekt met een wit tafelkleed, het zilverwerk dat glanst in het gedempte licht. Ronald trekt haar stoel naar achteren, een gebaar dat automatisch gaat, en ziet haar glimlach verdiepen, de ondeugende trek rond haar mondhoeken die hem vertelt dat ze dit speeltje heeft herkend—de gentleman die zichzelf graag ziet.

"Wat een charmante locatie," zegt ze, haar vingertoppen die over het tafelkleed glijden, de nagels gelakt in een kleur die matcht met haar jurk. "Ik heb hier vaker willen komen, maar nooit iemand gevonden die de moeite waard was."

De woorden hangen tussen hen in, een uitnodiging verpakt als observatie. Ronald voelt de aandrang om iets gevats terug te zeggen, een spiegel van haar woordspeling, maar hij laat het gaan. In plaats daarvan leunt hij achterover, zijn blazer die openvalt om de grijze coltrui te onthullen, zijn handen die op zijn dijen rusten met de vingers licht gekromd alsof ze iets vast willen houden.

"De chef-kok hier is geweldig," zegt hij. "Het verrassingsmenu verandert elke week. Je krijgt nooit hetzelfde, elke keer een verrassing, elke keer wat anders en elke keer is het lekker.”

Haar ogen, donker en glinsterend in het licht van de kaars op tafel, ontmoeten de zijne. "Soms," zegt ze zacht, "is het niet weten precies wat de spanning maakt."

De serveerster komt naar hun tafel, en Ronald kijkt op naar een jonge vrouw met een zwarte paardestaart die soepel over haar rug valt als ze bukt om de menukaarten neer te leggen. Haar bloes is inderdaad een knoopje te ver open, de stof die spant over de ronde vormen van haar borsten, de zwarte kant van haar bh die zichtbaar is als ze voorover leunt. Ze lacht, een professionele, getrainde glimlach, maar er is iets in de manier waarop haar ogen over hem heen glijden, snel, bijna onmerkbaar, dat hem doet verstijven.

"We nemen het verrassingsmenu," zegt Charmaine, haar stem die de aandacht terugtrekt naar haar. "En een fles van de witte wijn die de chef aanbeveelt."

De serveerster knikt, haar paardestaart die zwaait als ze rechtop komt, en dan is ze weg, haar heupen die licht wiegen onder de strakke rok die net boven haar knie eindigt. Ronald volgt haar met zijn ogen tot ze achter de bar verdwijnt, en dan richt hij zijn aandacht weer op Charmaine, die hem gade slaat met die ondeugende glimlach die haar gezicht transformeert.

"Interessante bediening," merkt ze op, haar wijnglas draaiend tussen haar vingertoppen zonder het te drinken.

"Professioneel," antwoordt hij, en hij hoort de verdediging in zijn eigen stem.

Haar lach is zacht, amuseerend. "Natuurlijk. Professioneel."

De wijn komt, een fles met een label in een taal die hij niet spreekt, en de serveerster schenkt met een beweging die haar pols elegant draait, het gouden vocht dat in het glas van Charmaine stroomt. Weer die blik, snel, bijna onmerkbaar, maar nu is er iets anders—een uitdaging, misschien, of een uitnodiging die zo subtiel is dat hij niet zeker weet of hij het zich verbeeldt.

Ze proeven de wijn, Charmaine die haar neus in het glas steekt met gesloten ogen, een gebaar dat intiemer is dan het bedoeld is. "Heerlijk," zegt ze, en ze drinkt, haar keel die op en neer gaat als ze slikt. "Telt dit als onze eerste date, of was de app onze eerste date?"

Ronald lacht, een echt geluid dat hem zelf verrast. "Dat hangt ervan af of dit goed gaat."

"Oh," zegt ze, haar wenkbrauwen die omhoog schieten, "dan moet ik mijn best doen."

Het voorgerecht komt, kleine hapjes op een langwerpig bord, kleuren die contrasteren en complementeren—groene pesto, rode tomaat, witte mozzarella. Ze eten, het gesprek dat stroomt tussen hen heen en weer als de wijn die in hun glazen zakt. Ze vertelt over haar werk in marketing, de campagnes die ze heeft bedacht, de successen die ze heeft behaald. Hij hoort de ambitie in haar stem, dezelfde honger die hij herkent in zichzelf, dezelfde angst dat het nooit genoeg zal zijn.

Hij vertelt over zijn eigen werk, de presentaties die hij heeft gegeven, de klanten die hij heeft binnengehaald. Hij hoort zichzelf opscheppen, de verhalen die groter worden naarmate de wijn zakt, en hij kan niet stoppen. Het is als een spel, een dans waarin ze elkaar spiegelen, elkaar overtreffen, elkaar testen.

En dan, onder de tafel, voelt hij het. Haar been, de zachte stof van haar jurk die over zijn broek strijkt, de druk die niet toevallig is. Ze praat door, een verhaal over een collega die een fout heeft gemaakt tijdens een belangrijke pitch, haar stem onveranderd, haar gezicht de perfecte combinatie van geamuseerd en geïrriteerd. Maar haar been beweegt, langzaam, op en neer, de druk die varieert, de hitte die door de stof heen straalt.

Ronald voelt zijn ademhaling veranderen, ondieper, sneller. Hij kijkt naar haar, probeert iets te lezen in haar ogen, maar ze kijkt naar haar wijnglas, de vinger die over de rand glijdt, een gebaar dat intiemer is dan het bedoeld is. Haar been stopt met bewegen, maar blijft liggen, de warmte die door de stof heen straalt, een belofte van meer.

Hij excuseert zich, zijn stem die iets te scherp klinkt, zijn glas dat hij bijna omgooit als hij opstaat. "Ik moet even... het toilet," zegt hij, en hij hoort de domheid van de woorden, de onnodige verklaring. Maar Charmaine knikt alleen, haar glimlach die dieper wordt, alsof ze een geheim deelt met zichzelf.

Hij loopt naar de toiletten, de gang die donkerder is dan het restaurant, de verlichting die gedimd is om sfeer te creëren. Hij ziet haar staan voor de dames, de serveerster met de zwarte paardestaart, haar bloes die nu twee knoopjes open staat, de huid van haar borsten die glanst in het zachte licht. Ze draait zich om als ze hem hoort aankomen, en haar ogen—donker, uitdagend, precies wat hij dacht dat hij had gezien—ontmoeten de zijne.

"Geen vrije toilet," zegt ze, haar stem laag, bijna fluisterend, alsof ze een geheim deelt. "Dames is bezet."

Hij kijkt naar haar, naar de manier waarop ze staat, de heup die tegen de muur leunt, de armen die voor haar borsten zijn gekruist maar hen juist accentueren. Er is geen aarzeling in hem, geen moment van morele twijfel. Er is alleen de leegte die hij al uren heeft gevoeld, en hier, nu, iets wat die leegte zou kunnen vullen.

"Kom," zegt hij, en zijn stem is lager dan normaal, schor bijna, een klank die hemzelf verrast. Hij pakt haar bij de pols, zijn vingers die om haar dunne bot heen sluiten, en trekt haar mee naar het herentoilet, de deur die hij achter hen op slot draait met een klik die definitief klinkt.

De ruimte is klein, intiem, de roze gloeilamp die een zwoele sfeer creëert. De geur van jasmijn en sandelhout vult zijn longen als hij ademhaalt, diep, onregelmatig. Ze staat voor hem, de serveerster zonder naam, en dan beweegt ze, haar handen die naar zijn gezicht gaan, haar lippen die de zijne vinden.

De kus is heet, nat, haar tong die onmiddellijk zijn mond binnendringt, verkennend, eisend. Hij reageert, zijn handen die naar haar schouders gaan, de stof van haar bloes die onder zijn vingers leeft als hij twee knoopjes opentrekt, dan nog een. Haar borsten komen vrij, gehuld in een zwarte sport-bh die hen samenperst tot ronde, zachte vormen. Hij glijdt met zijn hand eronder, de vleeswarmte die zijn palm vult, de tepel die stijf wordt onder zijn duim.

Ze kreunt in zijn mond, een laag, grommend geluid dat zijn lichaam doet reageren, zijn pik die tegen zijn broek drukt, ongemakkelijk, eisend. Haar hand is er al, de rits die naar beneden gaat, de stof die opzij wordt geschoven, zijn boxershort die wordt omlaag getrokken. De koele lucht van de toilette die zijn bloot vlees raakt, dan de warmte van haar hand die hem omklemt.

"Wow, groot," fluistert ze, haar adem die zijn kaak raakt als ze naar zijn oor buigt. "Ik wil hem in me, je moet me vullen."

Haar woorden zijn een vonk die het laatste restant van zijn zelfbeheersing verbrandt. Hij draait haar om, haar handen die tegen de muur gaan, de tegels die koud zijn tegen haar palm. Hij trekt haar rok omhoog, de stof die om haar middel verzamelt, haar slipje dat hij opzij schuift. Ze is nat, doordrenkt, de geur van haar opwinding die zijn neusvleugels vult als hij zich tegen haar aan drukt.

De kop van zijn pik drukt tegen haar opening, zoekt, vindt. Ze kreunt als hij naar binnen glijdt, de warmte die hem omhult, strak, nat, perfect. Hij begint te bewegen, langzaam eerst, dan sneller, zijn heupen die tegen haar billen slaan, het natte, vlezige geluid van hun samenkomen dat de kleine ruimte vult.

"Ja, meer, dieper," hijgt ze, haar rug die kromt, haar vingertoppen die krassen op de tegels. "Wat lekker, harder."

Hij geeft haar wat ze vraagt, zijn stoten die krachtiger worden, dieper, zijn pik die tot aan de aanslag in haar glijdt, haar wanden die hem omklemmen alsof ze hem nooit meer willen laten gaan. Ze kreunt, een langgerekt, klankvol geluid dat hij in zijn lichaam voelt trillen, en dan voelt hij het—haar orgasme die door haar heen golft, haar spieren die samentrekken, haar natheid die toeneemt, en dan, heftig, onverwacht, spuit ze—een hete, natte stroom die langs zijn pik loopt, over zijn zak, de tegels beneden besproeiend.

Hij stopt niet. Hij kan niet stoppen, de druk in zijn ballen die ondraaglijk is, de behoefte om te komen die zijn hele lichaam overspoelt. Hij blijft neuken, haar natte, gespannen kut die hem nog steeds omklemt, en dan, met een diepe, harde stoot, komt hij—spuitend, heet sperma diep in haar, vullend, markerend, bezittend.

Ze hijgt, haar voorhoofd tegen de tegels, haar lichaam dat nog trilt. Hij blijft in haar staan, zijn pik die langzaam zachter wordt maar nog steeds in haar zit, hun lichaamsvloeistoffen die samenvloeien, de geur van seks die de kleine ruimte vult.

Dan beweegt hij, trekt zich terug, zijn pik die uit haar glijdt met een nat, vleselijk geluid. Ze draait zich om, haar gezicht gevlekt, haar haar in de war, haar bloes die nog steeds openhangt om haar borsten bloot te geven. Ze ziet eruit als iemand die net heeft geneukt in een toilette, en de gedachte doet hem weer hard worden, zijn pik die ondanks de recente explosie weer reageert op het beeld van haar—gebruikt, nat, zijn.

"Kom," fluistert hij, zijn stem ruw, bijna dierlijk. "Draai je om. Dan pak ik je andere gaatje."

Haar ogen worden groot, een flits van verrassing, dan iets anders—opwinding, uitdaging, de wil om te zien hoe ver hij durft te gaan. Ze draait zich om, langzaam, haar handen die weer tegen de muur gaan, haar rug die naar hem toe buigt, haar billen die zichtbaar worden als ze haar rok omhoogtrekt.

Ze is nat, niet alleen van haar eigen vocht maar ook van de sperma die uit haar kut loopt, witte draden die langs haar dijen sijpelen. Het is een obscene, prachtige aanblik, en hij voelt zijn pik pulseren, volledig hard nu, klaar voor meer.

Hij stapt dichterbij, de kop van zijn pik die tegen haar billen drukt, nat van hun vorige samenkomen. Hij laat hem naar beneden glijden, over haar perineum, naar haar anus die glanst van het vocht. Ze kreunt als hij er tegenaan drukt, niet naar binnen, alleen maar drukt, de spanning die opbouwt.

"Je wilt dit," zegt hij, geen vraag.

"Ja," hijgt ze. "Doe het. Neuk mijn kont."

Hij duwt naar voren, langzaam, de weerstand die hij voelt, de strakheid van haar anus die zich weigert te openen, dan toch geeft, centimeter voor centimeter, zijn pik die in haar glijdt, heet, strak, anders dan haar kut maar even heerlijk. Ze kreunt, een diep, dierlijk geluid, haar rug die kromt, haar vingertoppen die krassen op de tegels.

"Kom neuk mijn kont," hijgt ze, haar stem gebroken, wanhopig. "Doe me pijn met die grote pik van je."

Hij begint te bewegen, langzaam eerst, dan sneller, zijn heupen die tegen haar billen slaan, het natte, vlezige geluid van zijn pik die in en uit haar anus glijdt, de stank van seks die de ruimte vult. Ze beweegt mee, haar heupen die tegendraads bewegen, hem dieper in zich willen krijgen, haar anus die hem omklemt alsof ze hem nooit meer wil laten gaan.

Het duurt niet lang, de intense stimulatie, de taboe van waar ze mee bezig zijn, de wetenschap dat Charmaine buiten wacht terwijl hij hier staat, neukend in een toilette met een vreemde vrouw. Hij voelt het komen, de druk in zijn ballen die ondraaglijk wordt, de behoefte om te spuiten die zijn hele lichaam overspoelt.

"Ik kom," hijgt hij, zijn stem ruw, bijna dierlijk.

"Ja," kreunt ze. "Spuit in mijn kont. Vul me."

Met een diepe, harde stoot komt hij, zijn pik die pulseert in haar anus, heet sperma die haar darmen vult, golf na golf, meer dan hij dacht mogelijk was na zijn eerste orgasme. Ze kreunt, haar eigen orgasme die door haar heen golft, haar anus die rond zijn pik samentrekt, hem leegzuigend, alles nemend wat hij te geven heeft.

Ze hijgen samen, hun lichamen die tegen elkaar leunen, zijn pik die langzaam zachter wordt maar nog steeds in haar zit, hun lichaamsvloeistoffen die samenvloeien, de geur van seks die de kleine ruimte vult. Ze fluistert iets, haar stem zo zacht dat hij het bijna niet hoort: "Heerlijk, dit had ik nodig."

Hij trekt zich terug, zijn pik die uit haar glijdt met een nat, plop geluid, de sperma die uit haar open anus loopt, langs haar dijen sijpelend. Het is een prachtige aanblik, en hij voelt een vlaag van trots, van bezit, van de wetenschap dat hij dit heeft gedaan, hier, nu, in dit kleine toilette terwijl de wereld buiten doorgaat.

Hij veegt zijn pik schoon met een toiletpapiertje, het vocht van haar kut en haar kont die hij van zich af veegt. Zij doet hetzelfde, haar hand die tussen haar benen verdwijnt, dan naar achteren, het toiletpapier dat vochtig wordt van hun samenzijn. Ze trekt haar doorweekte slipje recht, de stof die klemt tegen haar huid, en begint haar bloes dicht te knopen—maar niet helemaal, nog steeds een knoopje lager dan toen ze binnenkwam, alsof ze zichzelf beloont met een beetje ademruimte.

Ze draait zich naar hem toe, haar make-up iets uitgelopen maar haar ogen helder, levend. Ze geeft hem een kus, kort, heet, haar tong die even zijn lippen raakt, en dan is ze weg, de deur die zachtjes open en dicht gaat, haar voetstappen die wegsterven in het geruis van het restaurant.

Ronald blijft alleen achter, zijn handen die over zijn gezicht gaan, door zijn haar, de pommade die hij vanochtend heeft aangebracht nu vervangen door het zweet van hun samenzijn. Hij glimlacht, een echt, onverwacht geluid dat de kleine ruimte vult. Dit was heerlijk, denkt hij, wat een lekkere meid was dat.

Hij doet zijn lul in zijn broek, de stof die strak trekt over zijn nog steeds gevoelige vlees, en ritst zijn broek dicht. De zilveren ketting van zijn grootvader kietelt tegen zijn borstkas als hij zich bukt om zijn schoenen te controleren—nog steeds goed, nog steeds de cropped broek die net boven zijn enkels valt, de enkels die bloot zijn ondanks het weer.

Hij controleert zichzelf in de spiegel boven de wastafel, het vergulde lijstje dat zijn gezicht terugkaatst. Zijn haar is in de war, maar op een manier die bijna goed staat, de nonchalante elegantie van iemand die net heeft geneukt. Zijn stoppelbaardje is intact, de drie dagen groei die hem altijd die bewust verzorgde uitstraling geeft. Zijn ogen zijn helder, levend, de leegte van vanochtend vervangen door iets anders, iets dat hij niet wil benoemen maar wel voelt.

Hij ademt diep in, de geur van jasmijn en sandelhout die zijn longen vult, en dan opent hij de deur en stapt de gang in. De muziek van het restaurant komt hem tegemoet, de akoestische gitaar die nu een melancholischer deuntje speelt, het gemurmel van stemmen die samenvloeien tot een geheel.

Hij loopt terug naar de tafel, zijn schouders recht, zijn pas licht vooroverhellend, alsof hij voortdurend onderweg is naar iets belangrijks. Charmaine zit nog steeds waar hij haar heeft achtergelaten, haar wijnglas halfvol, haar gezicht naar het raam gekeerd alsof ze de straat in de gaten houdt. Maar als hij dichterbij komt, draait ze haar hoofd, en haar glimlach is er weer, die ondeugende, wetende trek rond haar mondhoeken.

"Alles goed?" vraagt ze, en haar stem is licht, bijna luchtig, alsof er niets is gebeurd, alsof hij echt alleen naar het toilet is geweest.

"Prima," antwoordt hij, en hij hoort de verandering in zijn eigen stem, de ruigheid die er nog steeds in zit, het geheime weten dat tussen hen hangt als een onzichtbare draad. "Gewoon... een beetje uitgeblust."

Haar ogen fonkelen, de reflectie van de kaars op tafel die danst in haar pupillen. "Misschien moeten we dan maar langzaam aan doen met de rest van de avond."

Ze heffen hun glazen, het kristal dat tegen elkaar klinkt in een stil geluid dat verloren gaat in het geruis van het restaurant. Ronald drinkt, de wijn die koel en droog over zijn tong stroomt, en hij voelt de hitte in zijn buik, de wetenschap dat er meer is, dat deze avond nog lang niet voorbij is.

Buiten, ongezien door hen, valt de eerste druppel regen die de avond heeft beloofd.
Trefwoord(en): Vreemdgaan, Suggestie?
Geef dit verhaal een cijfer:  
5   6   7   8   9   10  
Klik hier voor meer...
Durf jij met oma te flirten?