Lekker Anoniem Webcammen!
Donkere Modus
Door: Keith
Datum: 30-04-2026 | Cijfer: 9.7 | Gelezen: 676
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 50 minuten | Lezers Online: 2
Vervolg op: Mini - 404
Donderdag ging ik naar het ziekenhuis in Dordrecht, bij Frits op bezoek. Toen ik dat tegen hem zei, grinnikte hij en vroeg: “Dan mis ik iets, Kees.” Ik keek vragend hij vervolgde: “Dan had je een bos bloemen en een grote doos bonbons mee moeten nemen. Oh ja, en een ansichtkaart met een opbeurende tekst.” Ik mopperde: “Ik kan je wel een dreun op je neus verkopen als je dat zo graag wil, hoor Frits. Dan lig jij hier op een verpleegafdeling. Ik weet alleen niet of de pijn op je snuit voldoende wordt gecompenseerd door die bos bloemen.”
We liepen, samen met Nolan, Frits z’n aanspreekpunt, een aantal afdelingen door en ze wezen me zaken die verbetering behoefden. Alleen miste ik prioriteit en dat vroeg ik aan Nolan. Die keek wat mistroostig. “Kees, men is er op de vierde verdieping nog niet over uit wat men als eerste aan wil pakken. Heeft ook met budget te maken, begreep ik.”

Frits zag mijn gezichtsuitdrukking en begon te lachen. “Let op Nolan. Nu komt er een preek over ‘boekhouders’. Kees wordt nogal narrig als hij in de wielen dreigt te worden gereden door lui die over de centen gaan. En weet je wat daar zo leuk aan is? Zijn eigen echtgenote is econome…” Ik gromde wat en zei tegen Nolan: “Deels is het waar wat meneer van Hengel beweert; als men mij over je jank wil hebben moet men tijdens een technische presentatie gaan roepen dat het allemaal veel te duur is en dat er in China componenten gemaakt worden die hetzelfde kunnen, maar vele malen goedkoper zijn. Ja, dat word ik wat minder prettig in de omgang, zeker als die tekst wordt gebezigd door een vent of vrouw die nog nooit van z’n lang zal z’n leven zelfs maar de olie van z’n eigen auto heeft gepeild. En over mijn echtgenote: daar heb ik een hele goeie afspraak mee. Zij laat mij m’n gang gaan met de techniek, ik laat haar d’r gang gaan met het huishoudboekje. Werkt al meer dan een jaar prima. En áls dat een keer uitmond in een woordenwisseling, hebben we weer een reden om over te gaan tot knallende goedmaakseks.”
Nolan keek me gedurende twee seconden met open mond aan en schoot toen in de lach. “Die ga ik eens overnemen, denk ik! Dank voor de tip!” Tijdens de lunch kwam ik er even op terug. “Nolan, zorg dat je weet waar de prio’s liggen bij de diverse afdelingen. Waar is het risico op ellende het grootst? Praat daarover met, en dat klinkt misschien onwaarschijnlijk, maar doe het tóch maar zo, éérst met de verpleegkundigen van de betrokken afdelingen. Zij staan elke dag aan het bed van hun patiënten. Pas daarna met de doktoren. Ondanks dat het ongetwijfeld vaklui zijn: die staan nét iets verder van de patiënten af.”
Hij keek twijfelend, maar Frits viel me bij. “Nolan, de artsen zijn gefocust op ziektebeelden en het genezen van mensen. De verpleegkundigen zijn veel meer allround; ja, ze doen bijna alles om hun patiënten gezond de deur uit te sturen, maar zij weten de ins en de outs van de apparatuur beter. Als een vacuümpomp bij een patiënt met een klaplong ermee stopt: wat te doen om die pomp weer aan de slag te krijgen? Ja, uiteindelijk komt dat ding bij jou, bij de TD terecht, maar als die pomp op zich goed is, maar het ding stopte ermee doordat de voeding uitviel? Wat zijn de gevolgen voor de patiënt? Of de patiënten, als een complete verpleegkamer met 4 mensen plotseling geen stroom meer krijgt? Of de SEH? Of, zoals in Nijmegen al is gebeurd: de complete operatie-afdeling? Kortom: ga eens een bak koffie leuten en kletsen op de diverse afdelingen. Kees staat niet uit z’n nek te kletsen, maar heeft deze ervaring in Nijmegen opgedaan.”
Nolan knikte. “Oké. En dan?” “Dan zet je één en ander netjes op papier, met een prioriteits-score er achter. En natuurlijk, als je dat gaat presenteren in een stafvergadering, gaan er lui wat van vinden. Het hoofd van de afdeling KNO gaat in de clinch met het hoofd van Interne Geneeskunde, de chef van de SEH wil prio op alles… En die boekhouder roept dat het allemaal te duur is… Jij geeft een advies, ondersteund door Frits hier. De directie bepaalt uiteindelijk. Daar zijn ze directie voor. En ik hoop dat je er tegen kunt als sommige van je adviezen niet worden opgevolgd." Ik keek hem strak aan.

"Op één terrein moet je echter geen millimeter toegeven: de techniek. In een ander ziekenhuis heb ik zo’n boekhouder op de man af gevraagd of hij een doctorale graad in de techniek had; de man moest ontkennend antwoorden. En toen heb ik met hem de afspraak gemaakt dat hij zich met de cijfertjes bezig mocht houden, maar als ik in een bestek zet dat een bepaalde afsluiter van 21 karaats goud moet zijn, dat hij die gewoon besteld. Hij mag komen vragen waarom dat ding van goud moet zijn, en dat zal ik ‘m met liefde en plezier uitleggen, maar het ding wordt besteld. Punt. En voor de tekeningen van Frits geldt hetzelfde. En voor jullie huis-installateur: die kunnen verduidelijkingen vragen, verbeteringen suggereren en daar luistert Frits heel goed naar, maar als het bestek eenmaal vast staat, en daar staan vier 21-karaats afsluiters in, worden dié aangekocht en geplaatst. De eerste de beste oetlul die er 18-karaats afsluiters voor in de plaats zet, mag zich bij Frits gaan verantwoorden.”
Ik keek hem doordringend aan. “Ik heb wat ervaring met dat soort types. De werkvoorbereider van een installatiebedrijf in Eindhoven had Chinese warmtewisselaars besteld in plaats van Duitse. De Duitse stonden op mijn tekening. En rara, politiepet? Die tekening komt terug en ik zie wijzigingen. Een paar bochten extra. Omdat die Chinese krengen hun in- en uitlaten nét op een andere plaats hadden zitten. Maar de Duitse warmtewisselaars stonden wél op de lijst van aan te kopen apparatuur. Scheelde per stuk een paar duizend euro. En die zou het bedrijf waar de installatie geplaatst moest worden, moeten ophoesten. Laat ik het verhaal maar kort samenvatten: de betreffende werkvoorbereider werkt daar niet meer.”
Frits gniffelde. “Kees moest zich een aantal keren opdrukken; hij had nogal wat militaire krachttermen laten vallen.” “Ja, die opdrukhobby van jullie ken ik ondertussen wel”, zei Nolan droog. “Ik ga eens wat koffie leuten op de diverse afdelingen. Doe je mee, Frits?” Die knikte. “Lijkt me een goed plan, Nolan.”

Na de lunch nam ik afscheid en reed naar Gorinchem. Daar nog even met Fred kletsen over die schietwegstrijd. “Lijkt me leuk, Kees. Weer eens ouderwets
achter de Mag liggen… Heb ik een jaar of vijf geleden voor het laatst gedaan.” Ik bromde: “Je zorgt maar dat je je theoriekennis over dat ding maar een beetje afstoft, koekenbakker. Een theorie- en praktijktoets maakt ook deel uit van de wedstrijd.” Hij keek beledigd. “Hé, ik heb met dat ding geslapen hoor! Ken ‘m van binnen en buiten, ben jij gek…”
Ingrid keek geamuseerd. “Nou, als jij zó intiem bent met een mitrailleur… Is een mitrailleur mannelijk of vrouwelijk? Wat vindt Wilma daarvan?” Ik gniffelde bij voorbaat, maar Fred liet zich niet zo snel vangen. “Juffie… Een mitrailleur heet in het Duits ‘Das Machinengewehr’. Is dus onzijdig. Ik had een uiterst platonische relatie met mijn mitrailleur. En voor de duidelijkheid: een platonische relatie is een relatie waarin er geen romantische of seksuele aantrekkingskracht tussen de betrokken personen is. Je hebt gewoon een diepe emotionele verbinding met de ander, maar het gaat niet om romantische liefde. Ben ik duidelijk?” “Hohoho, vriend… Ik heb jou in Oirschot redelijk vaak en hartgrondig horen vloeken als je jouw schatje bij je in de slaapzak moest wurmen. Dus…”
Fred onderbrak me. “Dat zeg ik toch, lulhannes? ‘Een diepe emotionele verbinding met de ander’. En ja, dat kan zich soms uiten in wat krachttermen.” Ik keek Ingrid aan. “Als Mariëtte naast ons tentje had gestaan op het moment dat soldaat eerste klasse van Laar zich in zijn slaapzak moest wurmen én z’n mitrailleur er bij moest frotten, had dezelfde soldaat eerste klasse van Laar zich nu nog steeds op moeten drukken, zó ging hij dan tekeer. En ondertussen is het een jaar of tien geleden…”
Ingrid giebelde. “Met een mitrailleur in één slaapzak en dan het ding ‘van binnen en van buiten kennen’? Is dat letterlijk of overdrachtelijk bedoeld?”
Fred zuchtte. “Je bent een oversekst, wantrouwig kwaliteitsmormeltje. Ik ga eens praten met je vriendje, denk ik.” “Ehh, Fred: neem het jong dan mee tussen een paar Rhodondendrons. Kan hij meteen leren hoe hij zich daar ongemerkt kan ophouden.” Ingrid keek me boos aan. “Rotzak. Blijf je daar over bezig?” Ik boog me over haar heen. “Ja. Tot op je trouwdag. Dan vraag ik of Zelda daar een mooi A.I.-filmpje van maakt. Dat zal tegen die tijd wel kunnen, denk ik en zal ik de aanwezige gasten exact laten zien waar en hoe Adri en jij jullie eerste zoentjes wisselen. Achter die Rhodondendrons en achter de feesttent in Malden. En of ze onschuldig waren… Dat weet ik niet, maar dat laat ik graag aan de ongetwijfeld smerige fantasie van de gasten over. Of misschien weet Zelda wel een paar suggestieve dingetjes in haar filmpje te verwerken…”
Ingrid wees. “Opduvelen jij! Ga maar naar je techneutenvriendjes, en hou een hardwerkende KAM-coördinatrice niet van haar werk af!” “Ik ga wel even praten met je cheffin. Altijd bijzonder interessant.” Fred bromde: “Als ik jullie zo dadelijk in één slaapzak aantref, zwaait er wat, vriend Jonkman!” Ik wuifde met mijn hand. “Zo. Gezwaaid. Klaar. Doeiii…”

Terug naar m’n eigen hok en aan het werk. Van een ziekenhuis naar het lasbedrijf… Nou ja, beter dan omgekeerd. Even dacht ik terug aan de man van ‘Tante Truus’. Op weg naar zijn lasbedrijf en het ziekenhuis niet eens gehaald… Ik zuchtte en ging toen aan het werk. Morgen nog even met Gerben de zaak finetunen, en dan de presentatie klaarmaken. Dan kon ik daar een afspraak voor maken. Het laatste uurtje besteedde ik aan het kostenplaatje. Daar kon ik Marion nu niet voor gebruiken, die zat nog in Nijmegen. Nou ja, dan… Wacht eens! Zelda met haar A.I.-kennis… Zou die dat voor elkaar kunnen boksen? Meteen vragen.
Ik liep naar Zelda toe en legde haar het probleem voor. Ze lachte me uit. “Heb je de stukslijst digitaal? Ja? Stuur die maar even naar me toe. En wanneer heb je het nodig, Kees?” “Nou, ehh… Ergens volgende week? Zeg… Dinsdag?” Ze knipoogde. “Kom voor elkaar.” Een geheimzinnig lachje volgde. Die was iets van plan! Nou ja, als ze er een puinhoop van maakte… Vijf voor half vijf, ik wilde nét de computer uitzetten: mail. Afzender: Zelda. Onderwerp: prijslijst. Inhoud: een Excelbestand met de prijs per onderdeel. Van de Metaalunie, van Conrad en van een Duitse leverancier. In groen de goedkoopste prijs, in rood de duurste. Ik keek op m’n horloge: binnen 35 minuten. Als iemand dat handmatig had moeten doen was hij of zij er een halve dag mee bezig geweest!

Ik sloot de computer af en sloop het Backoffice binnen. Ingrid en Fred zagen me komen, maar ik legde een vinger op mijn lippen. Ze bogen zich over hun papieren. Ik besloop Zelda van achteren en kneep plotseling in haar nek. Ze schrok zich wezenloos en gaf een harde gil. “Wie…” Toen ze zich omdraaide keek ik in twee boze ogen. “Rotzak! Is dat je dank van mijn harde geploeter? Ik ga nog eens iets voor je doen, verdorie… Jajaja…” Ze dook naar de grond en deed haar boete. “Ik feite zou Kees zich nu ook moeten opdrukken! Hij was de oorzaak van mijn uitschieter!” “Je beheerst je maar eens een keertje met je kunstmatige intelligentie, juffie”, baste Fred. “We vertellen morgen wel aan Mariëtte wat Kees met je flikte. Wedden dat hij ook…” Ik hees Zelda overeind. “Kom troela. Ruim je spullen op, bedank je kunstmatige vriendjes voor hun noeste arbeid; we gaan naar Veldhoven. Te laat is lopen.”

We liepen naar Joline en Mocca; die waren al bezig om zich klaar te maken voor de terugreis. Joline trok nét haar jas aan en Mocca zat duidelijk in de startblokken: oren iets van zijn kop af, alert op zijn kleedje. “Mocca, let’s go!” De hond sprong op en liep naast Joline de gang door. Tineke zat achter de receptiedesk en zei: “Arme Mocca… Moet je straks wéér met die gekken lopen? Als het je allemaal teveel wordt, kun je bij mij thuis uithijgen, hoor!” “Jaja”, bromde Joline, “en dan helemaal doodgeknuffeld worden door jouw kinderen? Ik weet niet wat inspannender is. Tot morgen, Tineke!”
Onderweg bedankte ik Zelda voor haar haar snelle service. “Geen punt, Kees. Dat protocol had ik toch al geschreven. Het was een kwestie van jouw stukslijst onder de scanner doorhalen, op wat knopjes drukken en de techniek deed de rest.” Ik zag Joline denken. “Een dubbeltje voor je gedachten, schat…” Ze knikte afwezig en draaide zich naar Zelda om. “Zel… Als jij in augustus volgend jaar gaat studeren: Wie neemt dit werk dan over? Fred is druk met z’n eigen beveiligingswerk op het netwerk, die kan dit er niet ‘even’ bij doen. Denk daar eens over na, alsjeblieft.” Zelde knikte. “Dat héb ik al gedaan, Jolien. De andere meiden kunnen dit straks ook. Ik kan ze opleiden om het systeem te bedienen. Het protocol is er, staat op het netwerk. Natuurlijk zal ik ze één en ander moeten leren, maar de tijd die we daaraan kwijt zijn betaalt zich vanzelf terug. Als een van het handmatig had moeten doen wat A.I. nu in een half uurtje heeft gedaan… Die was daar een halve dag mee bezig geweest.”
Ik stemde in. “Denk maar even terug aan vorige week, toen Marion die kostenberekening handmatig deed: die is er uren mee bezig geweest, samen met de Piraten. A.I. deed hetzelfde in nog geen uurtje. De tijdsinvestering is écht de moeite waard, Jolien. Geeft jouw meiden ook iets meer ruimte, want volgens mij zijn Gonnie, Denise en Erika best wel druk met calculeren.”
Joline knikte nadenkend. “Ik ga het voorstellen aan Theo. Zelda, wat denk jij? Hoe gaan we dat in elkaar steken? Een week lang les?” Zelda schudde haar hoofd. “Geen goed plan, Jolien, sorry. Dit moet je gedoseerd doen. En het andere werk kun je geen week laten liggen? Ik stel een halve dag per week voor. Ergens midden in de week, bijvoorbeeld op woensdagmiddag.” Joline schudde haar hoofd. “Nee, dat doen we niét op woensdagmiddag. Dan zit iedereen uit te hijgen van zo’n prettig loopje van de heren Jonkman of van Laar. Dinsdag of donderdag, als we gewoon lekker rustig gewandeld hebben, lijkt me beter…”
Even was het stil, toen vervolgde ze: “En ik wil dat van ieder veldteam één man dit ook kan. Soms krijgen we van vier projecten tegelijk de gegevens en moeten de meiden als een gek calculeren. Als elk veldteam dat ook kan, zijn wij van die spitsuren verlost.” Ik dacht er even over na en schudde toen mijn hoofd. “Ik vind dat minder briljant, Joline. Waarom hebben wij een Backoffice? Zodat die dure ingenieurs hun uren niet hoeven te verbranden aan de cijfertjes. Vrijwel de letterlijke tekst van Theo vorig jaar, toen hij z’n plannen om het Backoffice uit te breiden presenteerde.” Even wachtte ik commentaar, maar dat kwam niet. “Na een klein voorzetje van mevrouw toen nog Boogers…”
Zelda grinnikte. “Dat zal wel een subtiel voorzetje zijn geweest.” Joline snoof. “Daar was jij helemaal niet bij, Zelda. Toen haalde jij nog de pakker havermout onder de scanner door. ‘Blieb – blieb – blieb… Dat is dan zeven euro vijf en veertig, mevrouw. Wilt u het bonnetje?’ Ik ga hier over nadenken, mevrouw en meneer. Hoe wij dit in het vat gaan gieten. Want ja, het scheelt enorm veel uren voor die drie meiden, maar aan de andere kant: ze vinden het ook leuk, dat gepuzzel in prijzen. En Gonnie is vreselijk gehaaid om met leveranciers te onderhandelen om wat kortingen te bedingen… Dát wil ik niet onder hun handen vandaan halen, want dan is voor hen een deel van het werkplezier vervangen door A.I.” Ze keek nadenkend.
“Hoe dan ook: Laat het calculatiewerk bij Backoffice liggen, schat. Niet bij de veldteams. Of Theo zou moeten overwegen om één van de dames bij elk veldteam in te delen, zodat die puur en alleen de calculatie voor dat team doet. Zoals Marion vorige week bij de Piraten.” Nu schudden zowel Joline als Zelda hun hoofd.
“Nee. Dat gaat niét gebeuren, Kees. Dan versnipperen we kennis en kunde. Net als bij jullie: de één is iets meer bedreven in sommige zaken dan de ander; als een van mijn meiden even ergens niet uitkomt, doet ze een paar stappen naar het bureau van een collega en binnen vijf minuten is het probleempje opgelost. Ook bij ons: het geheel is meer dan de som der delen. Bovendien…” Ze keek ondeugend, “zou ik dan bij de Piraten ingedeeld willen worden. ten slotte bén ik officieel Piraat…”
“Ja, dan komt er van productie helemaal niks terecht, Jolien”, onderbrak Zelda haar. “Dan zit Kees alleen maar ademloos en met het kwijl in zijn mondhoeken naar jou te kijken. Dat doet hij thuis waarschijnlijk al genoeg, maar dan komt er nog een acht uur bij. Bovendien moet er dan constant een nieuwe dweil onder Kees z’n bureau liggen. Ga je niet willen…” Joline keek smerig. “En Henriëtte elke vrijdag mopperen waarom de vloer onder Kees z’n bureau zo klef is… No thank you. Maar ik ga hier dit weekend wel even over nadenken!” Na nog wat gesprekjes zitten we Zelda thuis af; haar moeder zwaaide van achter het raam. “Tot Dinsdag, Zelda! Goed weekend alvast.”

We reden naar huis en daar stuurde Joline mij met de bugel naar de studeerkamer. “Ik kook; jij moet blazen.” Drie kwartier later zaten we aan tafel en na nóg even studeren vertrok ik richting kerk. Alleen; Joline wilde verder gaan met haar scriptie. In de kerk hoorde ik Brecht en Greet al bezig en ik klom naar boven.
“Goede avond dames! Is het geoorloofd dat een arme sloeber zich bij u aansluit?” Greet keek donker. “Alleen als hij z’n best heeft gedaan! Anders kan betrokkene rechtsomkeert maken en die trap weer af stuiteren. En wellicht help ik een handje. Of een voetje.” “Nounou, Opper… Heeft Anita slecht gekookt vanavond of ben je met beide verkeerde benen uit je bed gelazerd?” Brecht knipoogde. “Misschien is ze een beetje zenuwachtig, zo vlak voor haar bruiloft, Kees. Men zegt dat jonge bruidjes zich best wel nerveus maken als de ‘mooiste dag van hun leven’ dichterbij komt.”
Greet draaide zich om. “Denk er aan dat jij je nu op héél gevaarlijk terrein begeeft, juffrouw Solinge? Ik maak me zo af en toe best zenuwachtig, maar niét voor mijn bruiloft! En even voor de duidelijkheid: ook niet voor de nacht erna!” Een drievoudig lachsalvo schoot door de kerk. “Nou, da’s wel duidelijk, Greet”, zei ik, nog na-hikkend.

Ze wees op de muziek. “Aan het werk jij. Nu sta je alleen te fantaseren hoe Anita en ik…” Ik onderbrak haar. “Dat zou ik nooit durven. Een degelijke Opperwachtmeester van het Wapen der Cavalerie samen met de rots in de anatomische branding van een degelijk ziekenhuis in Veldhoven?” Ze gromde en wees weer.
Het volgende uur namen Brecht en ik de liederen voor de komende zondag door. Greet was redelijk mild met haar commentaar, behalve dat ze zei dat we meer op de teksten moesten letten. “Dat heb ik bij de jongelui van onze houseband ingevoerd: een kwartiertje de tijd nemen om de teksten van de liederen te lezen en te bepalen hoe ze het spelen. Dat wérkt, komt de muziek en dus ook de eredienst ten goede. Graag wil ik dat ook bij jullie invoeren, ook als jullie samen oefenen, ook zonder het toezicht van Greet Zwart.”
Na een uurtje dronken we een bak thee, toen stuurde ik Greet naar huis. “Brecht en ik willen graag nog even samen wat dingen doornemen waar we jouw moederlijk toezicht niet bij nodig hebben, Greet.” Ze keek me donker aan. “En dit schandalige voorstel doe je uitgerekend op een avond dat Joline er niet is? Denk jij een beetje aan de reputatie van deugdelijkheid van mijn beste orgel-leerlinge, majóór?” En ze wendde zich tot Brecht: “En jij: pas jij een beetje op de onschuld van deze majoor der Infanterie?”
Brecht giebelde. “Ik ken zijn vrouw, Greet. Daar wil je geen ruzie mee krijgen. Dus die onschuld… Volgens mij is hij die al lang kwijt. En nu: wieberen jij! En niet stiekem buiten staan luisteren; Kees en ik regelen het wel. Bovendien: Gerard is er ook nog; die waakt wel over Kees z’n maagdelijkheid.” Vrijwel automatisch schoot er bij mij uit: “Te laat!” wat weer een lachbui opleverde. Vijf minuten daarna liepen Brecht en ik naar boven. “Nu hebben we wel de orde van dienst voor hun trouwdienst, Kees, maar… Wat spelen we voordat het jonge paar de kerk in komt? En wat als ze kerk uitgaan? Want die bruiloftsmars… Zó afgezaagd.”
Ik knikte en dacht lang na. “Voor de dienst en als ze de kerk inkomen: dat weet ik nog niet, Brecht. Na de dienst, als Greet en Anita de kerk uitlopen: ik weet dat de Regimentsfanfare Bereden Wapens buiten de kerk staat. Ik weet ook niet of zij dan iets willen spelen, maar dat is zó gepiept… Moment.” Ik pakte mijn telefoon en belde Klaas Spoel, de dirigent van de Fanfare.

“Hoi Klaas, met Kees Jonkman. Bel ik gelegen?”
“Ja hoor. Ik zit in de auto, op weg naar huis, dus…”
“Mooi, mits je handsfree belt, maar dat zal wel. Klaas, jullie staan met de fanfare buiten de kerk als Greet en Anita hun huwelijk kerkelijk hebben laten inzegenen hé?”
“Klopt, Kees. Een erecouloir.”
“Mooi man… En spelen jullie dan?”
“Nee. We laten onze instrumenten thuis. Behalve ons jazz-kwintet; die verzorgen tijdens de receptie de achtergrondmuziek. Hoezo?”
“Nou… twee uiterst getalenteerd organisten, een trompettist van het regiment van Heutsz, twee bijzonder goeie zangeressen én een nogal eigenwijze majoor van het regiment Limburgse Jagers verzorgen de begeleiding van de liederen in de dienst. En het zou leuk geweest zijn als het jonge koppel de muziek van in de kerk naadloos hoorde overgaan in de muziek buiten de kerk.”
“Nee Kees, dat gaan we niet doen. Dat klinkt voor geen kwartje. De instrumenten blazen dan tegen elkaar in, dat geeft akoestisch een rommeltje. Bovendien blazen we dan rechtstreeks in de oren van het jonge paar en kunnen die vervolgens meteen door naar de KNO-arts wegens ernstige Tinnitus. Nee. Wij vormen een erehaag als ze uit de kerk komen. In ceremonieel tenue, dus met Kolbak, Attila en sabel. En die sabels geheven; ze moeten er onderdoor lopen.”
“Oké… Geen gecombineerde muziek dus.”
“Dit op uitdrukkelijk verzoek van het bruidspaar, Kees. Greet zei: Bij ons kerkelijk huwelijk geen marsmuziek. Dat schuurt.’ Tja, en als de opper dat zegt…” “Ik snap het Klaas. Dan moet het jonge stel zich maar behelpen met de muziek van orgel, bugel, trompet en die zangeressen. Het is niet anders.”
“Dat ‘behelpen’ zal wel meevallen, Kees. Maar: ik ben bijna thuis, ik ga ophangen.”
“Prima! Dank voor de info, Klaas. We zien elkaar in ieder geval op de bruiloft.”

De verbinding werd verbroken en ik keek Brecht aan. “Oké, tot zover de hulp van de Fanfare der Bereden Wapens. Niet dus. Schiet niet op, potdorie…” Ik zat zwaar na te denken, tot Brecht plotseling op de orgelbank schoof en begon te spelen. En tijdens het spelen zei ze: “Greet heeft me een opname van jullie bruiloft laten zien, Kees. ‘You lift me up’. En ze vertelde dat ze, samen met Anita op de bank zat te janken toen ze dat thuis liet zien…”
En terwijl ze kletste, fantaseerde ze rustig richting het refrein van het lied. En vervolgens zette ze, héél zachtjes het couplet in en zei: “Speel mee tijdens het refrein!” Ik blies de bugel even schoon en zette even later in: eerst zachtjes, langzaam maar zeker iets meer volume.
Dat klonk prima! Brecht transponeerde na het refrein naar een noot hoger en met iets meer volume klonk het tweede couplet. En ze trok bliksemsnel twee registers er bij voor het tweede refrein, dus moest ik ook meer volume geven. De laatste noot galmde lang door de kerk en we keken elkaar aan. Ik stak een duim op.
“Prima idee, Brecht. Nu moeten we alleen Joline, Derk en Wendy informeren dat zij dit moeten zingen en spelen. Maar dat gaat hen wel lukken. En ik stel voor dat we dit spelen als Greet en Anita de kerk uitlopen. Dan hebben ze in de hal even de gelegenheid om hun zakdoekjes te pakken, tranen te drogen en elkaars make-up weer te fatsoeneren voordat ze onder die sabels van de fanfare doorlopen.” Brecht schudde haar hoofd. “Jij bent soms helemaal gestoord…”

Ik keek haar aan. “Terwijl ik dit op onze bruiloft speelde, had ik heel veel moeite om óók niet te janken, Brecht. Joline en Wendy die dit zongen, Greet op de achtergrond op het keyboard… Daarna had ik héél rap een glas water nodig. En een zakdoek.” Ze keek me aan. “Jij een zakdoek? Hou een ander voor de gek, Kees.” Ik schudde mijn hoofd. “Nee. Zoals ik in mijn toespraakje na dit lied al memoreerde: normaal ben ik het type ‘keep a stiff upper lip’ en zo, maar soms… En ik schaam me er niet meer voor, Brecht. Soms heeft een mens, ook die oh zo stoere Kees Jonkman, het nodig om zijn emoties de vrije loop te laten. Eerlijkheid gebied me echter wél te zeggen dat ik dat alleen in een gezelschap doe van mensen die vertrouw. In ander gezelschap ben ik óf een ijsberg óf maak ik me onzichtbaar.”
Ze knikte langzaam. “Dat laatste was me al opgevallen. De eerste keer dat wij samen speelden kwamen we beneden en ik werd aangeschoten door mensen die vonden dat we mooi gespeeld hadden en jij was nergens meer te zien.” Ik knikte. “Nou, dát dus. Het compleet tegenovergestelde van mijn zussen. Ken je die?”
Ze schudde haar hoofd. “Ze zitten hier ook wel eens in de kerk…” Ik pakte mijn telefoon en liet een foto zien van Claar en Mel. Brecht keek belangstellend. “Die heb ik wel eens gezien, ja… Volgens mij met Kerst vorig jaar, kan dat?” Ik knikte. “En dat zijn jouw zussen? Wauw… Wát een prachtige dames…” “Ja. En dat weten ze veel te goed, de krengetjes. In de eerste klas van de middelbare school wisten de jongens, tot en met de eindexamenkandidaten, in no time wie ‘the red twins’ waren. Mateloos populair, altijd een hele vriendenclub om hen heen. En Kees, die toen een aantal klassen hoger op dezelfde school zat, had als bijnaam ‘de klassenerd’. Altijd met de neus in de boeken en deed niet mee aan allerlei sociale activiteiten. En een prutser in balsporten. Kortom: eenzaam. En toen heb ik goed geleerd me onzichtbaar te maken, Brecht.”
Ze keek me lang aan. “Dat heb je nu wel bijzonder goed gecompenseerd, Kees. Jullie hebben nu een grote vriendengroep, hoorde ik van Greet. En zij en Anita zijn dolblij dat ze daar deel van uit mogen maken. En wat ik begreep zijn Joline en jij ermee begonnen.” Ik schudde mijn hoofd. “Nee. Mijn schoonmoeder, Tony. Joline en ik kregen een relatie en een paar weken later kregen Joline d’r broers een relatie met mijn zussen, die rooie draken. Ton met Clara, Rob met Melissa. En toen we op een gegeven moment in de tuin rond een vuurtje zaten, kwam Tony de tuin inlopen en zei: “Kijk nou… Een sextet!”
Dat werd een half jaar later een octet met zussen Boogman, Mar en Lot. En toen die een relatie kregen met Gerben en Rogier werd het een tiental. Toen kwamen Fred, mijn bud uit Afghanistan en zijn vrouw Wilma erbij, toen onze vrienden Angelique en Henry en uiteindelijk ook Greet en Anita. En samen besloten we dat mijn ouders en die van Joline óók tot onze vriendengroep behoorden. Twintig mensen in totaal, die altijd voor elkaar klaar staan, Brecht. Uiterst kostbaar.”
Ze knikte langzaam. “Dat geloof ik… Zuinig op zijn.” “Zeker weten, dame. Maar ondanks dit gefilosofeer weten we nog steeds niet wat we spelen als het jonge paar de kerk binnenschrijdt, dame.” Ze pakte een beduimeld schrift uit haar tas. “Eens kijken of hier wat toepasselijks in staat…” Ik trok een wenkbrauw op en Brecht verklaarde: “In dit schrift noteer ik alle stukken die ik in de loop van de tijd geleerd heb. Hetzij tijdens de lessen van Greet, hetzij dat ik ze mezelf geleerd heb… Maar hier put ik soms uit als m’n inspiratie me in de steek laat; dan speel ik zo’n stuk nog een paar keer en verbeter het…” Ze was druk aan het bladeren en humde toen: “Dát zou kunnen… 2 minuten, 45 seconden. Prima qua tijd…”

Ze keek me aan. “Wat denk jij van ‘The arrival of the queen of Sheba’ van Händel?” Ik keek donker. “Dat lijkt me best wel pittig op het orgel, dame… Ga je dat halen in… twee weken?” Ze gniffelde, pakte een klapper uit haar tas, bladerde even en zette de klapper op de lessenaar boven de klavieren. Ze duwde bepaalde registers in, trok andere uit… Oei, dat werd nogal pittig qua volume, dat zag ik wel. “Hou je rekening met de buren en met Gerard, Brecht? Het is al bijna half tien.” Ze mopperde wat en duwde de mixtuur terug. “Jammer, maar helaas. Kees begint te piepen over geluidsoverlast, jongens…” Drie seconden later zette ze in en het geluid was behoorlijk indrukwekkend! Haar vingers vlógen over de toetsen, haar voeten over de pedalen…
Händel zou dit wel hebben kunnen waarderen, dacht ik. Na bijna drie minuten klonk het slotakkoord en keek ze me aan. “Er moet alleen iemand zijn die me een seintje geeft als beide dames klaar staan om naar binnen te komen… Voor die tijd fantaseer ik wel wat.” Ik haalde m’n schouders op. “Dat lukt wel, denk ik. Maar… Wanneer heb jij dit voor het laatst gespeeld?” “Zo’n vier maanden geleden, geloof ik. Toen heeft Greet er nog wat aan geschaafd.”
“Alle moppen…” zei ik. “Als ik een stuk wat ik vier maanden terug voor het laatst gespeeld heb nú moet spelen, moet ik écht even de partituur doorkijken. Waar zitten de gemene loopjes, de trillers, waar moet ik versnellen of vertragen, hoe klonk dat stuk ook alweer… En dan heb maar één partij te spelen. Jij vijf of zes tegelijk. En ik ken ‘The arrival’ ‘echt wel, maar ik heb slechts één foutje gehoord, Brecht.
Als jij ooit nog eens een aanval van woede krijgt en jouw talent door de plee wil trekken… Ik kom je hoogstpersoonlijk thuis ophalen, plant je achter dit orgel en sla je net zolang voor je kop tot je begint te spelen. Goed begrepen?” Ik keek dreigend en Brecht lachte me uit. “Ongeveer een soortgelijke preek kreeg ik van Greet toen ik, na die onderbreking van vier weken vroeg of ik weer verder kon gaan met haar lessen, Kees. Nou ja, behalve die fysieke bedreiging dan.” “De Opperwachtmeester en ik hebben wat gezamenlijke roots”, bromde ik en daarna vroeg ik: “En wat spelen we nadat het huwelijk van Greet en Anita is ingezegend? In de orde van dienst staat ‘meditatief orgelspel’…”
Even was het stil, toen kwam ik op een ideetje. “Brecht, ken jij ‘Come ye sons of art’ van Purchell?” Ze neuriede de melodie en ik knikte. “Precies. Wat dacht je ervan om dát te laten horen? Niet ‘Sound the trumpet’, maar juist het ‘Come ye sons of art’. Die bugel en die trompet houden zich dan maar even stil en die twee zangeressen en de organiste kunnen zich uitleven.” Ze grniffelde. “Dan zouden we de tekst moeten omkatten naar ‘daughters of art’, Kees. En volgens mij lukt dat op die melodie niet zo goed. Maar ik vind het een prima idee! Lekker vlot, een passende tekst en mooie melodie.” Ze keek ondeugend. “En niet te lang… Mediteren mag niet overgaan in dommelen. Maar ik weet niet of ik de muziek op papier heb…” Ik pakte mijn telefoon en zocht.
Na drie minuten had ik de partituur en stuurde de link naar Brecht. En naar Joline en Wendy, samen met de tekst ‘Dit mogen jullie zingen na de inzegening van het huwelijk. Wendy de sopraan, Joline de altpartij. Dat hebben Brecht en ik zonet democratisch besloten; je doet het er maar mee. Gr, Kees en Brecht.’
“Je bent weer lekker subtiel bezig, Kees. Sjongejonge…” “Joline is daar ondertussen wel aan gewend en Wendy mag uithuilen bij Hendrik… Over Hendrik gesproken! Die wilde ook nog iets spelen! Anders zit dat arme jong als bijzettafeltje hier op de galerij! Kunnen we niet maken; ten slotte is hij een volbloed neef van Greet. Ik ga hem nú bellen. Even later had ik Hendrik aan de lijn.

“Hendrik, wij, Brecht en ik zaten over de trouwdienst van jouw lieve tante te filosoferen… Het grootste deel van de dienst is ingevuld, maar… Wil jij nog wat spelen?”
Zijn antwoord was vermakelijk. “Spelen in haar trouwdienst? Waar half orgelminnend Nederland in de kerk zit, waaronder Ton Koopman? Ik ga liever gewoon dood, Kees. Ik heb je mailtje aan Wendy net gezien; Als ik iets ga spelen kan dat alleen maar tegen vallen. Nee, ik wil Wendy kunnen supporten en wie weet Joline ook nog een beetje, maar zelf spelen… Nee, dank je wel. Ik heb wel een tip voor jullie.”
Ik vroeg behoedzaam: “Een tip? Nou, laat horen, koekenbakker.”
“Vraag Ton Koopman maar. Daar doe je Greet een heel groot plezier mee. En ik weet dat hij komt; Ik hou het gastenboek bij voor het jonge paar.”
“Dát is een prima idee van jou, Hendrik! Maar ik begrijp dat jij nu bij Wendy zit? Of zit zij bij jou?”
“Ik zit óp hem, Kees. Op z’n schoot, en ik moet eerlijk zeggen: ik ken minder comfortabele plekjes.” De stem van Wendy klonk plagend.
“Nou, dan zal jullie conversatie niet over muziek zijn gegaan, schat ik zo.”
“Daar weet jij niks van, lomperd. En zeg maar tegen Joline dat ik er naar uitkijk om weer eens samen met haar te zingen!” Ze verbrak de verbinding.

Ik keek Brecht aan. “Samengevat dus: Als het bruidspaar de kerk binnen schrijdt: ‘The arrival of the queen of Sheba’, na de inzegening ‘You raise me up’ en als het paar de kerk verlaat mag Ton Koopman los gaan. En die ga ik morgen bellen; nu vind ik dat aan de late kant. Ik ken zijn slaapritme niet.” Brecht knikte. “En als hij wil of kan dan improviseer ik wel weer wat.” Ik keek haar aan. “Ondanks dat ik weet hoé jij improviseert… Lijkt me geen goed plan, Brecht. Als Ton niet kan, dan spelen we iets wat op papier staat. Een trumpet tune of zoiets.” Ze knikte. “Misschien wel zo verstandig. Als half orgelminnend Nederland in de kerk zit… Geen zin in blunders.”
“Goed zo. Gehoorzamen. Dat zien wij militairen graag.” Het was als grap bedoeld, maar kwam niet zo over. Brecht sloeg dicht, dat zag ik; ze ontweek mijn ogen en begon haar spullen in te pakken. “Hé! Heb ik iets verkeerd gezegd, Brecht?” “Ja. En daar wil ik het niét over hebben.” Het kwam er bot uit en ondanks dat ze zich van me afdraaide, zag ik haar ogen rood worden. Ik hield m’n mond even, maar zei toen alsnog: “Op deze manier ga je niet naar huis, Brecht. Waarmee heb ik op je ziel getrapt?”
Ze keek me nu wél aan. “Met die opmerking ‘gehoorzamen’. Dat zei mijn ex-vriendje ook toen hij met me wilde vrijen. En hij dreef z’n zin door. Dacht dat ik zó verkikkerd op hem was dat ik hem in alles wel ter wille zou zijn. En ja, we zijn toen met elkaar naar bed gegaan, maar na nog geen vijf minuten was hij klaar. Kleedde zich aan en verdween. En ik de hele nacht janken… En de volgende dag heb ik ‘m gelukkig, ten overstaan van de hele klas, de bons gegeven. Luid en duidelijk verteld dat een meisje behoefte heeft aan méér dan een wip van 4 minuten en 20 seconden. Sindsdien ligt zijn reputatie op school nogal in scherven; geen enkel meisje wil met hem samen gezien worden. Dat is de enige voldoening die ik daaraan heb beleefd.”

Ik hield een paar seconden mijn grote mond, legde toen een hand op haar schouder en zei zachtjes: “Sorry, Brecht…” Ze schokschouderde. “Dit verhaal kon jij niet weten, Kees. Het kwam bij mij rot binnen, dat is alles.” Ze viste een zakdoek uit haar tasje, veegde haar ogen uit en snoot haar neus. Toen keek ze op en zei: “Greet zou nu zeggen: ‘Liever jij dan iemand met z’n volle verstand.’ En ze had dan gelijk. En nu ruimen we op, nemen bij Gerard nog een bak thee en gaan naar huis. Zaterdagmiddag nog even oefenen voor zondag?” Ik schudde mijn hoofd. “Niet nodig. Wat we zondag zingen is redelijk simpel. En na de dienst hoef ik alleen maar Stanley te blazen; nou, die Trumpet tune van hem ken ik uit m’n hoofd.”
Ze knikte, pakte haar tasje en muziektas en legde toen een hand op mijn arm. “Dank je wel, Kees. Voor je luisterend oor.” Ik maakte er me met een geintje van af. “Da’s best handig als je samen mooie muziek maakt, Brecht.” Ze zuchtte. “Je begrijpt best wat ik bedoel. Majóór!” Ik grinnikte en we liepen naar de hal. Ik tapte twee bekers heet water en we zochten een theezakje uit.
“Ik heb er vreselijk zin in, Kees. Niet alleen de bruiloft van Greet en Anita, maar ook om hier vaste organiste te zijn. Een prachtig orgel waar ik heel veel op kan, een gemeente die goed zingt met een prima predikant, een heerlijke docente en een lompe Infanterist om af en toe samen mee te spelen.” “Ik ben het grotendeels met je eens, Brecht. Met name over dat deeltje ‘gemeente, predikant en docente’. Ik heb nu iets meer dan een jaar les van Greet en zij heeft me op een niveau gebracht wat 200 procent hoger ligt dan mijn niveau van anderhalf jaar terug. Oké, dat ligt ook een klein beetje aan mijn bugel; mijn ouwe bugeltje is vergeleken hiermee een rioolpijp met ventielen, maar wat ik nu zonder moeite kan spelen, daar kon ik anderhalf jaar geleden niet van dromen. Greet d’r verdienste. En daarom…”

Ik keek even om me heen of ik Gerard niet ergens zag; Nee dus. “En daarom hebben Joline en ik een heel mooi cadeau voor Greet en Anita op de kop kunnen tikken.” Brecht keek nieuwsgierig. “Wát, Kees?” “Een kistorgeltje. Werkend. Stond in een antiquairzaak in Gorinchem. We hebben er een stofzuiger op aangesloten en verhip: er kwam redelijk geluid uit. Ik moet het ding alleen nog stemmen, maar hoe dat zit…”
“Greet heeft een eigen windvoorziening op haar ‘orgelkamer’, Kees. Daar stonden een jaar geleden zo’n acht orgeltjes; misschien ondertussen wel meer, maar ze heeft daar een mooie windvoorziening voor. Geruisloos. Dáár hoef je niet in te investeren. En dat stemmen: ook geen moeite in steken, dat hangt namelijk af van de winddruk. Moet je het ding nog schoonmaken?” Ik knikte. “Ja. En ik weet niet wat ik allemaal kan demonteren zonder iets te mollen…” Ze veerde op. “Daar kan ik wel bij helpen! Wanneer wil je dat gaan doen?” Ik dacht even na. “Kun jij aanstaande maandagavond?” Ze knikte. “Mooi. Dan kom jij aanstaande maandag rond een uur of zes naar huize Jonkman, eet met ons mee en duiken we samen de berging in en gaan we dat orgeltje eens demonteren, schoonmaken en weer in elkaar zetten. En meteen goed inpakken.”
Ze glunderde. “Leuk! Kan ik meteen Joline wat beter leren kennen… Lijkt me een hele toffe meid.” Ik knikte. “Ik gebruik meestal wat andere titulatuur, maar de insteek is hetzelfde, laten we het daar maar op houden.” Even later namen we afscheid; Brecht fietste naar rechts, ik reed naar links. In de auto zuchtte ik maar eens. Wát een enorme eikel om zo’n meid verdriet te doen… Enfin, ze had in ieder geval nogal stevig van zich afgebeten.

Thuis werd ik verrast; Ik liep vanuit de garagebox de hal in en meteen vloog Mocca naar me toe. Joline wilde hem net uitlaten. Dus ik liep gelijk maar mee en onderweg bespraken we wat er rond de kerkdienst zou gebeuren. Joline had de muziek van ‘Come ye sons of art’ al geprint. “En ik heb een paar keer meegezongen, Kees. Met dat Portugese meisjeskoor. Ging best lekker.” “Die dirigent zou jou er maar wat graag bij willen hebben, schat. Zo’n knappe Hollandse schoonheid tussen al die donkerharige pubers…” Ze keek me nadenkend aan. “Jaja… En jij in dat orkest zitten, met je toeter? Dan kwam er geen fatsoenlijke noot uit, Kees!”
Mocca had ondertussen geplast en gepoept en we gingen weer op huis aan. “Ik heb een afspraak met Mar en Lot gemaakt, Kees: Zaterdag zien wij elkaar om elf uur ’s morgens in Staphorst.” Ik keek opzij. “Dus uitslapen met de mooiste vrouw van Veldhoven zit er even niet in, begrijp ik? Jammer. Had me zo leuk geleken…” “Je zet de wekker maar een uurtje vroeger, slaapkop. Dan kun je nog een uurtje van me genieten.” “Oh, dát is lekker! Je hebt een deal, mevrouw Jonkman!”
Narrig antwoordde ze: “Ja. Om kwart over zeven mag jij wakker worden, mij een halfuurtje bekijken terwijl ik nog heerlijk slaap, dan sta je zachtjes op om mij niet te storen en maakt een heerlijk ontbijtje voor dat mooiste meisje van Veldhoven. En als je aardig doet, mag je dat samen met haar op bed nuttigen.” Ik gniffelde. “Dat heb ik al eens eerder geprobeerd. En toen ik met dat ontbijtje binnenkwam, zag het meisje in kwestie mijn ‘lekkere kontje’ en kon zich niet beheersen. Het ontbijt aten we een uurtje later aan de bar op.”
Ik kreeg een klap op mijn billen. “Soms ben je een enorm over het paard getilde, arrogante, zelf-ingenomen kwast, Kees Jonkman!” “Ik beken, schat. Maar ik heb héle goeie herinneringen aan de ochtend van mijn ontmaagding.” Ik sloeg een arm om haar heen en kuste haar. Daarna bromde Joline: “Je bent een rotzak… Maar wel eentje die lekker kan zoenen.”
Grinnikend liepen we terug naar huis; Mocca had het ook wel gezien op het losloopveld. “Oh, Jolien: maandagavond krijgen we bezoek: Brecht. Samen gaan we dat orgeltje te lijf. Zij weet hoe je zo’n ding verantwoord kan demonteren en ze kijkt ‘m meteen na op gebreken. Stemmen is overbodig; dat hangt af van winddruk en temperatuur, zei ze. En Greet heeft een windvoorziening op de kamer waar haar orgeltjes staan, dus daar hoeven we ons ook geen zorgen over te maken.”
“Een windvoorziening?” klonk het na een paar seconden, gevolgd door: “Eten zij en Anita elke avond hachee dan?” Even stond ik perplex, toen schoot ik in de lach. “Ik zal Ton vragen om zijn diensten aan te bieden, nou goed?” Lachend kwamen we boven. Ik sloot af en samen pakten we sportkleren in voor morgen.

Eenmaal in bed kroop ik tegen Joline aan en trok haar in mijn armen. “Hé mooie meid van me… Gaan we na de dansles nog leuke dingen met elkaar doen?” Ze giebelde. “Waarom denk jij dat ik me altijd zo optut voor de dansles, Kees? Niet om indruk te maken op Carlos, hoor. Maar om m’n eigen vent helemaal gek te maken. Zó gek dat hij maar één ding wil: met mij het bed induiken.”
Ze kuste me, langzaam en sensueel en vervolgde toen: “Want mijn eigen vent mag dat. Altijd. Daarom ben ik met ‘m getrouwd. Dus: morgen goed je best doen; op het werk, bij Mariëtte én tijdens dansles. Dan ben ik weer trots op je. en nu lekker slapen: morgen een inspannende dag. En nacht.” Ik kuste haar. “Je bent lief voor je techneut. En ik ga morgen van je genieten, schatje.” “En ik van jou, Kees. Maar nu: slapen. Hebben we nodig.” Na nog een zoen draaide ze zich om en ik deed het nachtlampje uit.
“Eens kijken of we die zelfde verkoper in Staphorst tegenkomen, Kees. Die heeft dan weer iets te vertellen thuis…” “Dat zou dan de eerste keer zijn, Joline. Binnenshuis hebben de kerels daar niks te vertellen.” Er klonk een langgerekt: “Hmmm… Dat hebben die dames daar dan goed geregeld. Toch eens vragen hoe ze dat doen.”
” Misschien wel met pikante lingerie onder hun degelijke lange rokken schat. Als de man des huizes braaf is geweest, mag hij…” Een hand kwam op mijn mond. “Slapen jij. Anders lig je weer allerlei onzin te verkopen, ik ga dat visualiseren en dan slaap ik de halve nacht weer niet.”
Ik haalde haar hand weg. “Dan doe je toch andere dingen, schatje? Of zijn de batterijen op? Geeft niet, hoor; ik kan best wel een goeie stand-in zijn voor een dildo. En anders heb je je haarborstel nog…”
“Kop dicht, Kees Jonkman! Idioot…”
Ik gehoorzaamde maar. Wie weet zou er anders niks van leuke spelletjes komen, morgenavond.
Geef dit verhaal een cijfer:  
5   6   7   8   9   10  
Klik hier voor meer...
Durf jij met oma te flirten?