Klik hier voor meer...
Donkere Modus
Door: Keith
Datum: 15-05-2026 | Cijfer: 9.7 | Gelezen: 693
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 52 minuten | Lezers Online: 8
Vervolg op: Mini - 406
De wekker ging om acht uur en Joline gaapte hartgrondig. “Waarom in vredesnaam staan wij op een decemberzaterdag zo vroeg op, Kees?” “Omdat we wat beloofd hebben aan vrienden, blonde mopperkont. En bovendien kun jij je dan weer lekker uitleven richting die verkoper. Met uitspraken als ‘Hier staat géén domme blonde Bimbo, meneer!’ En wie weet zeggen Mar en Lot ook wel zoiets, mocht die verkoper weer eens uit de bocht vliegen. Lijkt me wel lachen, trouwens. En voor nu: er uit, even douchen en lekker zittende bovenkleding aantrekken. Wat er onder zit mag wél opwindend zijn, dat inspecteer ik vanavond wel.”
Een laatdunkende blik ging mijn kant uit. “Weet je dat strakke sexy slipjes best pijn in je liezen kunnen doen als je knielt, Kees? En sexy behaatjes niet altijd even comfortabel zijn? En dat ik, nadat jij ons weer eens hebt afgebeuld, me hier thuis lekker uit ga kleden en dan ga douchen? En je dus weinig lol hebt van die sexy onderkleding, omdat die dan in de wasmand ligt?” “Dan plunder ik die wasmand vannacht toch even, schat? Als jij slaapt…” Weer een boze blik. “Dat laat je maar mooi uit je hersens, Kees. Ik wens geen vreemde vlekken in mijn slipjes te vinden waar ik de afkomst niet van weet!” Ze kwam overeind. “En nu ga ik snel douchen. En daarna lekker soepele lingerie aandoen. En een lange broek, schoenen met een bescheiden hakje, een simpele blouse met een trui er overheen. Punt.”
Ik knuffelde haar even. “Ook dan zie je er nog steeds oogverblindend uit, mooie meid.” Ze kuste mijn neus. “Da’s dan weer lief. Net als die koffie, die je voor me gaat maken.” Ze glipte onder mijn handen vandaan richting badkamer. Ik kleedde me, na het wassen en scheren, ook ‘casual’ aan: spijkerbroek, witte coltrui en een Noors ruitjesoverhemd er overheen. Zat lekker en ik wist dat Joline dit kon waarderen. Daarna smeerde ik brood en zette koffie. Mocca drentelde om me heen, en kreeg zijn brokken toen de tafel gedekt was. De snuffelmat deed goede diensten: Mocca deed er zeker drie minuten over om al zijn brokjes te vinden. De koffie liep nét door toen Joline de kamer binnenkwam. “Hé, wat een stoere man hier in mijn huiskamer… Die wil ik eens uitgebreid zoenen!” Ze sloeg haar armen om me heen.
“Kees… Heb ik jou gisteravond niet teleurgesteld?” Ik schudde mijn hoofd. “Jolien, ik heb gisteravond hevig van je genoten. Het feit dat jij heerlijk onbeschaamd kan klaarkomen door mij… Een prachtig gezicht. En vergeet niet: jij verwent mij ook wel eens zonder dat jij klaar komt. Zolang we daar geen van beiden door gefrustreerd raken: prima, toch?” Ze keek me van vlakbij aan. “Als je het maar zegt als jij óók…” Ik knikte. “Zeker weten. Geen geheimpjes voor elkaar en geen toneelspel. Dat is part of the deal, schat.” Ze kuste me vluchtig. “Goed zo. Ik hou van je. En nu ontbijten.” Na het ontbijt liepen we een rondje met Mocca; die deed wat hij moest doen, zodat hij ontspannen in de auto kon. “Mag ik rijden, Kees? Ik wil weer eens met deze bak sturen. Op de terugweg mag jij; dan ben ik waarschijnlijk moe en stijf.” “Moe ben ik dan ook wel, maar stijf? Misschien plaatselijk, maar dat is op een parkeerplaats wel op te lossen, denk ik.”
Ik gooide haar de sleuteltransponder toe, die ze met een blik van verachting opving. “Denk maar niet dat ik jou op een of andere parkeerplaats rond Harderwijk even van die stijfheid verlos, vriendje van me!” “Nee, dat geloof ik graag. Je zou wat vragen kunnen krijgen van Gerben en Rogier, als ze door de raampjes naar binnen gluren, schat.” Met een zo mogelijk nóg smeriger gezicht stapte ze in. En in de auto, met de deuren dicht, zei Joline: “Soms heb jij ideeën die ik meteen visualiseer. En daar word ik niet vrolijk van, Kees!” Ik knipoogde. “Daarom mag jij nu rijden, schat. Dan hebben jouw hersencellen ten minste een beetje afleiding; anders zat je de hele weg richting Staphorst over mijn opmerking na te denken. En op de weg van Staphorst richting Arkel zou je in de buurt van Harderwijk plotseling 180 gereden hebben. En aan wie is dan de boete gericht? Jawel… de heer C. Jonkman, omdat de auto op zijn naam staat. Dus…”

Ze startte de auto zuchtend en reed rustig weg. De onzin lieten we tijdens de rit richting Staphorst achterwege. Joline reed het liefst geconcentreerd. Een beetje prietpraat: prima, maar geen al te diepe gesprekken of schunnige grapjes. Ik hing mijn telefoon aan het infotainmentsysteem en zette mijn playlist van Spotify op met muziek die we beiden konden waarderen. Licht klassiek, afgewisseld met een paar populaire nummers en wat marsen. Het was rustig op de weg; bij Herpen passeerden we het gebouw van Hulphond Nederland en ik zag nog nét een paar medewerkers in hun blauwe jasjes buiten dollen met honden. Oh ja… Ik moest Adria nog bellen voor een afspraak!
“Help me er aan te herinneren, Jolien, dat ik Adria moet bellen. Ik wil haar oordeel hoe het met Mocca gaat.” “Die zal dik tevreden zijn, Kees. Mocca doet ’t prima, dat weet jij net zo goed als ik.” Ik bromde: “Ja, dat vind ik ook, maar toch… Zij heeft er meer kijk op dan wij, schat. En weet waar een hond aan moet voldoen voor hij naar Herpen gaat.” Een brommetje was haar antwoord. “Bel haar maandag maar. Nu niet; ook gastgezinbegeleidsters hebben recht op een rustig weekend zonder dat gastgezinnen aan hun kop lopen te miepen.” Ik grinnikte. “Zeker mevrouw. Ik zal de CAO van de Stichting er even op naslaan.” We passeerden de Maas, de Waal en vervolgens de Rijn. Even later met een slinger naar rechts de A12 op, om bij Waterberg met een slinger naar links weer op de A50 verder te gaan. Iets ten zuiden van Zwolle passeerden we de IJsselbrug.
“Nu hebben we de grote rivieren allemaal gehad, Kees. Wát een roteind rijden voor een stel buksen. Ik snap niet dat ze die in Brabant niet verkopen.” “Tja… In Staphorst zit nu eenmaal die grote wapenwinkel. Helaas is die winkel in Arnhem gesloten; had aardig wat kilometers gescheeld inderdaad.” Joline humde. “Nou en of. En de verkoper daar was een stuk sympathieker. Enfin, die zit nu de pensionado uit te hangen in… wat was het? Frankrijk?” “Ik geloof het wel. Ik hoop dat hij het er naar z’n zin heeft.” Niet veel later kwam de afslag Staphorst in beeld. Afslag af, scherp rechts en het industrieterrein op. Bijna tot het eind doorrijden en daar was de winkel. Nog geen bekende auto te zien; nou ja, het was kwart voor elf.
Joline ging even ‘rekken en strekken’. “Ik ben blij met de cruisecontrol, Kees. En met die Volvo-stoelen. In de Mini was ik helemaal zo stijf als een plank geweest na zo’n stuk rijden.” “Ik ook schat. Nu ben ik het alleen plaatselijk, omdat ik naar je kijk als jij je ochtendgymnastiek doet. Hou je het een beetje netjes? ten slotte zijn we hier in Staphorst.” Ze keek vernietigend. Gelukkig reed op dat moment de auto van Gerben de parkeerplaats op; dat bespaarde mij een verwijtende opmerking.

Ook Lot, Rogier, Mar en Gerben rekten zich even uit en Mocca draaide zich in twintig bochten, blafjes en piepjes toen hij bekenden zag en rook. “Goeiemorgen allemaal! Welkom bij een van de grootste wapen- en outdoorwinkels van Nederland. Als jullie jezelf even uit de kreukels willen halen: prima. Daarna gaan we naar binnen. Eén waarschuwing: men heeft hier waarschijnlijk een meer dan uitstekend werkend anti-diefstal-systeem, dus even snel iets uit een schap gappen moet ik je ernstig afraden.” Lot keek naar me. “Waar zie je ons voor aan, Kees? Wij zijn nette meisjes!” Ik wees naar Joline. “Nee, die staat daar. Kom, naar binnen.” Joline lijnde Mocca aan en we gingen door een sluis de zaak binnen. De buitendeur ging open, we liepen de ‘sluis’ in, de deur ging achter ons dicht en toen pas ging de binnendeur naar de winkel open. Ik liep eerst naar de toonbanken waar personeel achter stond. En jonge knul keek mij aan, toen naar Mocca. "Meneer..." Ik hief mijn hand op. "Ik weet wat je wil gaan zeggen. Maar kijk even goed naar het hesje wat onze hond om heeft: daar staat op 'Hulphond'. En dat is Mocca nog niet, maar hij moet het wel leren. Mijn vrouw..." Ik wees naar Joline die haar liefste lachje liet zien. "...en ik zijn 'gastgezin' voor Hulphomd Nederland. Wij socialiseren Mocca, zo heet de hond. Hij moet overal mee kennismaken, nergens meer van opkijken. Dus vandaar dat we hem meenemen jullie winkel in. Zodat hij niet meer opkijkt als wij onze, hier gekochte, Hatsan Bullboss thuis uit het rek pakken. En wees gerust: Mocca heeft buiten al geplast en vanochtend gepoept. Hij gaat jullie mooie winkel niet bevuilen." Hij ging overstag. Misschien het door het lachje van Joline kwam, misschien door Mocca zelf, maar hij knikte. "Wat kan ik voor u doen?" Wij willen twee buksen kopen. Plus wat toebehoren. Maar we kijken eerst even rond; onze vrienden zijn hier nog nooit geweest en moeten even wennen." "Als een van mijn collega's vrij is, komt er wl iemand naar u toe, meneer." Ik knikte. "Dank je wel."

Ik liep naar rechts; daar hingen de luchtbuksen aan de muur. Het was vrij druk in de zaak, dus we konden even op ons gemak de uitgestalde buksen bekijken. Lot en Mar liepen bijna met open mond te gapen. “Wát een wapens…” Ook Gerben en Rogier keken nogal onder de indruk om zich heen. “En mag dit allemaal zomaar verkocht worden, Kees?” Ik wees iets naar achteren, waar de jachtgeweren hingen. “Het spul daar achter niet. Dat zijn vuurwapens; moet je een vergunning voor hebben, ik geloof minimaal een jaar lid zijn van een schietvereniging, een VOG kunnen tonen en zodra je zo’n wapen gekocht hebt in de gestrekte draf naar politiebureau gaan om het ding te registeren. En misschien nog wat andere regels, maar daar heb ik me nooit in verdiept. Luchtbuksen zijn veel simpeler: als je ouder dan 18 bent mag je een buks kopen en, op je eigen terrein, mee schieten. Lekker makkelijk. Hoewel er momenteel buksen zijn die meer mondingsenergie genereren dan een .22 Long Rifle patroon. Maar goed: we waren op zoek naar de AGN Vulcan III: daar hangen er twee, de lange en de korte versie.” Ik wees. “De korte moeten jullie hebben.”
Op dat moment kwam een vrij jonge verkoper naar ons toe. “Goedemorgen… Kan ik u helpen, of…?” Gerben wees. “Wij willen graag dit pand verlaten met twee maal een Vulcan III, korte versie, kaliber punt 25. Een twaalf liter luchtfles, twee goede Red Dots, twee lasers en pellets die u geschikt acht voor deze buksen.” De verkoper knipperde even met z’n ogen. “Oké…Da’s duidelijk.” Charlotte liet er rustig op volgen: “En vooruit, omdat wij u ook een fijne zondag zonder kopzorgen gunnen: we gaan het handeltje braaf betalen.” De man keek haar aan. “Dat wordt hier best wel op prijs gesteld, mevrouw.” Ik vulde aan: “Ik weet dat jullie hier een schietbaan hebben; ik wil dat de red dots en de lasers er op gemonteerd worden, zodat we de buksen kunnen inschieten.” “Als u nu meteen de lasers en red dots uit wilt zoeken… En met betrekking tot pellets kan ik u de JSB Exact King Heavy MKII aanbevelen.” Daar namen we alvast 4 blikjes van mee.
Qua red dots raadde ik een relatief simpel type van Hawke aan. “Die zijn stevig en de dot blijft goed op z’n plaats. En hij is niet hoog, belangrijk m.b.t. parallax.” De laser werd er ook eentje van Hawke: compact en licht. Een 7 liter stalen persluchtfles was het laatste, op de buksen na. “De buksen pak ik zo, de persluchtfles laat ik vullen, dat duurt een tijdje. In die tussentijd kan ik de optiek monteren.” We liepen naar een balie en de man legde de doosjes met de red dots en de lasers er op. “Momentje graag…” Ik deed een paar stappen en pakte nog een flesje wapenolie, doekjes, schoonmaakproppen en een wiskoord uit het rek met onderhoudsmiddelen. “Dit hebben jullie ook nodig, jongelui. Maar goed, dat leer ik jullie vanmiddag wel.” Ik grijnsde gemeen en Joline giebelde. “Is dat vóór of na de spierpijn, Kees?” “Daar komen ze vanzelf achter, schat… En als je naar links kijkt, zie je een kennis van je.” De verkoper die ons de vorige keer had geholpen, stond met een klant aan een van de andere balies te praten. Joline snoof en Rogier keek nieuwsgierig.

“Vertel eens, Jolien… Een kennis van jou? Hier in Staphorst?” Haar blik werd nog een graadje grimmiger. “Vertel ik vanavond wel. Na het eten, anders heb ik geen trek meer.” En met een blik op mij: “En jij houd nu je grote mond, meneer Jonkman!” De rest gniffelde. “Ik begrijp dat jij een nogal pittige terugreis hebt als je nu uit de school klapt, Kees? Sterkte joh…” Gerben knipoogde. Joline liet Mocca zitten. Het dier had tot nu toe uiterst rustig met ons mee getrippeld. Hier een snuffel, daar ook eentje... Prima. Een paar brokjes op z'n tijd en Mocca was tevreden. De verkoper kwam terug: in zijn handen twee grote dozen. “Zo. Twee Vulcans III met de 500mm loop.” Hij maakte de dozen open. Althans: bij een van de dozen moest hij inderdaad de verzegeling doorsnijden, de ander was al open. Hij wilde meteen beginnen met de optiek er op te zetten, maar Joline was hem voor. “Mag ik even kijken?” De verkoper gaf de buks zó over en ik fronste. Joline nam meteen, ondanks dat het een voor haar onbekende buks was, de veiligheidsmaatregelen. Spannen, safe, kamer controleren, onder geleide én in een veilige richting ontspannen. Op de vragende blik van de verkoper zei ze: “Sorry, maar ik hou er niet zo van als me zonder meer een wapen in handen gedrukt wordt.” Ik gaf haar een opgestoken duim.
De tweede buks werd uit de aangebroken verpakking gehaald en de verkoper nam nu wél de veiligheidsmaatregelen en liet mij de lege kamer zien. “Dank u wel.” Ik ontspande de buks en bekeek hem vervolgens nauwkeurig. En wat ik zag beviel me niet. Een aantal schroeven bij het spanmechanisme vertoonden slijtsporen, de kunststofkolf had krassen, op de rail onder de luchtfles zaten twee kale plekken… én een beschadiging aan de rail: een van de nokken op de rail had een duidelijke opdonder gehad en was verbogen. Oké, niet veel, maar toch...
Ik legde de buks terug in de doos. “Wilt u een niéuwe buks pakken, meneer? In een verzegelde verpakking? Er is aan deze buks gesleuteld. Ik ben niet achterlijk. En als u twijfelt aan mijn expertise: loop even naar die wat oudere collega twee balies verderop en vraag even aan hem wie en wat ik ben.”
Hij wilde protesteren, maar ik snoerde hem de mond. “Als je nu gaat beweren dat deze buks gloedjenieuw is, nooit gebruikt en dat hij alleen maar uit de doos is gekomen om hem aan een andere klant te laten zien dan ga ik je verder met Pinokkio aanspreken. Bij een auto heb je een kilometerteller om een indicatie te krijgen van de staat van het voertuig en het onderhoudsboekje; bij buksen helaas niet, maar: op de onderste rail is ooit iets gemonteerd geweest en dat heeft schade veroorzaakt; er zijn op de actie een aantal schroeven los geweest. Waarschijnlijk om de spangreep aan de andere kant te plaatsen en op de kolf zie ik krassen. En de doos was niet meer verzegeld. Wij betalen voor een niéuwe Vulcan; wilt u niet proberen ons een occasion aan te smeren voor de nieuwprijs? Of, als u dat wél wilt, ga ik onderhandelen… nadat ik geschoten heb.”
Hij werd rood. “Moment, meneer…” Hij liep naar ‘de kennis van Joline’ toe en fluisterde wat. De wat oudere man keek naar mij, zag Joline ook en zei wat terug. Wát hij zei bleef verborgen voor ons, maar het resultaat was dat de buks terug in de doos ging en de verkoper verdween. Om even later met een andere doos terug te komen. Daar zat de fabrieksverzegeling nog keurig op.

“Als ik die nu doorsnij meneer, eist de zaak dat u die buks koopt.” Ik schudde mijn hoofd. “Dat heb je ook niet gezegd toen je de verzegeling doorsneed bij de doos van die andere buks. Wie is je leidinggevende? Die wil ik spreken. En wel nú.” Hij liep naar de ‘kennis van Joline’ toe.
Die kwam even later bij ons staan. “Goedemorgen meneer. U had een issue?” Ik knikte. “Ja. U weet nog wie ik ben?” Hij knikte. “Ik zag uw vrouw al en ik herinnerde me ons eerste gesprek.” “Mooi, dan weet u waarschijnlijk nog wel wat ik ooit gedaan heb, nietwaar?” Hij knikte. “Schutter lange afstand in Bosnië, toch?” Ik knikte en vervolgde: “Zojuist probeerde uw collega ons een duidelijk gebruikte Vulcan III te verkopen voor de nieuwprijs. Verbroken zegel op de doos, slijtsporen en een beschadiging op de rail onder de luchtfles, schroeven met slijtsporen. Oftewel de buks is uit elkaar geweest en krassen in de kolf. Dat wilde er bij mij niet in, dus verzocht ik hem een écht nieuwe buks te halen. En toen hij de doos daarvan wilde openen, zei hij over de fabrieksverzegeling en ik citeer: ‘Als ik die nu doorsnij meneer, eist de zaak dat u die buks koopt.’ Einde citaat.
Ik begrijp best dat een buks van 1400 euro niet te vergelijken is met een bolkophamer van een tientje bij de bouwmarkt, maar als mijn vrienden betalen voor een nieuwe buks, wil ik zeker weten dat zij een nieuwe buks kopen. Dáárom ben ik met hen meegegaan en mijn echtgenote ook. En wij wensen niet verplicht te worden om een buks te kopen als de fabrieksverzegeling is verbroken, want dat is absolute nonsens en druist in tegen alle vormen van consumentenrecht, dat weet u net zo goed als ik. Mijn vrienden willen hier zo’n 4.000 euro uitgeven; die klandizie gunnen we deze winkel, maar op het moment dat we als onwetende nitwits behandeld worden én er een poging gedaan wordt om ons onder druk te zetten, wensen we u verder een prettig weekend en zijn we weg. Heb ik mezelf duidelijk gemaakt of had u nog vragen?” Ik keek hem recht in de ogen.

De man zuchtte. “U moest eens weten hoeveel mensen hier een nieuwe buks laten uitpakken en uiteindelijk tóch met een andere buks de deur uitgaan, meneer…” Ik knikte. “Dat begrijp ik, maar lomp gezegd: dat is úw probleem als ondernemer. Wij hebben duidelijk aangegeven wat we willen; u weet wie u voor u heeft.” Met een zijdelingse blik op Joline zei hij: "In ieder geval absoluut géén domme blonde bimbo, dat weet ik nog wel..."Hiermee haal hij de kou uit de lucht; Joline schoot in de lach en ik moest ook grinniken “Inderdaad." Hij keek Joline weer aan. "Sorry mevrouw, dat schoot er even uit. Mijn excuses.” Joline knikte. "Het waren mijn eigen woorden, dus: no hard feelings." Hij keek naar zijn jongere collega. “Ga jij maar kijken of die luchtfles al vol is. Nú.” De jonge knul verdween door een deur achter de balie. Waarschijnlijk om zijn boosheid jegens Kees Jonkman tegen een andere collega te uiten, maar dat was zijn probleem.
“Wat wilt u, meneer en mevrouw?” Joline keek liefjes. “De red dots en lasers er op plaatsen, daarna willen we een kaartje schieten.” Ze keek naar de anderen. “Als ik jullie was… Twee bipods erbij kopen. Altijd makkelijk als je op de wat langere afstanden gaat schieten.” Ik vulde aan: “En twee goeie kogelvangers, Joline. Dezelfde als wij hebben. En doelkaartjes! Rogier knikte en liep samen met Joline terug de winkel in. De verkoper keek mij aan. “Uw vriendin… Schiet die nog steeds zo goed?” Ik grinnikte. “Ondertussen is ze mijn echtgenote, maar: ja, die schiet nog steeds prima. Echter niet goed genoeg, volgens haar eigen eisen. Ze liet één puntje meer liggen dan ik: 198 van de 200. Maar ook bij mij was er ruimte voor verbetering… ik schoot 199. En zat ’s avonds met een sippe echtgenote opgescheept.” Hij floot. “Welke afstand?" "50 meter. Maar niet met een Bullboss; we hebben elk ook een Dreamline." "Dan nog... da’s niet verkeerd, meneer.”

Ondertussen zaten beide red dots op de buksen. Rogier en Joline kwamen terug met twee bipods, twee kogelvangers en een pakje met honderd doelkaartjes. Dezelfde als wij gebruikten: per kaartje 5 doeltjes. De bipods waren dezelfde als onder onze Dreamlines: stevig en no-nonsense. Die gingen onder de buksen, toen de lasers. Die pasten nét op de Picatinnyrail, voor de bipods. Toen alle toebehoren op de buksen zaten gingen we naar de schietbaan. 25 meter. Joline en ik vulden de magazijntjes, de verkoper vulde de buksen met lucht. We controleerden de pellets op onregelmatigheden; slechts ééntje kwam bij mij niet door de selectie en we legden uit waarom we dit deden. Rogier, Gerben, Mar en Lot keken geïnteresseerd toe en gingen, toen wij gingen liggen, tegen de achterwand staan, Mocca tussen hen in en kort aan de riem.

Het schieten met de red dot was nét iets anders dan met een kijker; je kon beide ogen open houden. Enfin, de doeltjes waren dichterbij dan op de vereniging. Na eerste vijf schoten haalde de verkoper de doeltjes terug en bekeken we de resultaten. Bij Joline zaten de treffers in de ring van de vijf, linksonder, bij mij in de ring van de één, linksboven. Maar ze zaten dicht bij elkaar en dat was prima. Na wat rekenwerk corrigeerden we de red dots en gingen weer liggen. De buks voelde voor mij goed aan: Bijna hetzelfde als de Hatsan, maar het mechanisme was duidelijk soepeler. Bij de volgende serie van vijf schoten lagen ze allemaal in de ring van de negen. Oké, niks meer aan doen. De buks waarmee Joline schoot had nog één extra correctie nodig; bij haar derde kaartje lagen ook haar schoten in de negen-ring en twee in de tien. “Oké lui, dit ziet er prima uit. Thuis, als jullie een beetje consistent kunnen schieten, stellen we ze wel goed op jullie af.” Rogier knikte en keek de verkoper aan. “Aan u de eer om de rekening op te maken, meneer.” Die lachte. “Dat zal ik met genoegen doen. Als u dan betaalt…” Rogier wees naar Lot en Mar. “Daar hebben we personeel voor. Dames: jullie beurt!” De zussen keken elkaar aan en liepen naar Rogier. “Als jij niet héél snel stopt met je macho-gedrag…”
Lot stond vlak voor hem en zette haar voet op de schoen van Rogier. Margot stond weliswaar iets verder van hem af, maar keek uiterst dreigend. “Oké, oké… ik geef me al over, hoor!” Margot snoof, Lot gaf hem een snelle zoen en Gerben zei droogjes: “Volgens mij heb jij vanavond wat goed te maken, vriend.” Lot stond nog steeds vlak bij Rogier, dus die zei laf: “Daar hebben we het later nog wel eens over…” Joline keek hem aan. “Jij bent in de maanden dat we je kennen best wel een slimme vent geworden, Rogier. Goed van je!” Hij trok een gezicht, de verkoper lachte. Even later stonden we weer aan de balie.
De luchtfles was ondertussen ook gevuld, de doosjes pellets kwamen erbij, de onderhoudsmiddelen ook, maar die laatsten kwamen niét op de rekening. “Vanwege het incident met de andere buks, dames en heren. Waarvoor alsnog mijn excuses.” Nou ja, uiteindelijk kwam de rekening redelijk in de buurt van de 3.800 euro… Die paar tientjes zouden de winkel niet de das omdoen. Maar oké, het gebaar kon ik wel waarderen. Even later werden buksen, in de dozen, in de auto van Gerben gelegd. De luchtfles ging in de Volvo, die kon prima voor de achterbank liggen. Dat zware ding tussen de buksen leggen leek me niet zo’n goed plan. We keken elkaar aan en Gerben zei: “Goed… het is ondertussen… tien voor half één. Wat dachten de dames en heren van een hapje eten? Dan rijden we iets naar het zuiden, pakken de afslag Hasselt-Dedemsvaart en pikken iets op bij ‘De Lichtmis’. En ja, da’s een truckersrestaurant, maar het is prima te eten daar. Dan betaal ik wel. Heb ik mijn bijdrage aan deze mooie dag ook weer voldaan en is de financiële balans tussen de dames en de heren in Arkel weer in evenwicht.” Joline keek hem aan. “Als de lunch daar even duur is als twee buksen met toebehoren… Dan mag je ook voor ons betalen, vriend. Ben jij gek met je balans…”
Margot zei: “Hij betaalt ook voor jullie, Jolien. Jullie offeren ten slotte ook een dag op.” “Nou, met die voorwaarde kan ik wel leven, schat”, merkte ik op en Joline snoof. “Vreetbaal. Je begint steeds meer op Fred te lijken.” Ik gniffelde. “Volgens me is er een nogal duidelijk verschil tussen mijn anatomie en die van mijn bud. Als je moeite hebt om dat verschil te zien: ga maar eens met Wilma praten.” Joline keek me héél even aan en schoot toen in een gierende lach. “Dat verschil heb ik een jaar terug gezien, toen het bijna echtpaar van Laar bij ons logeerde, en Fred in z’n onderbroek richting douche liep. Geen kans op verwarring. Ik zou uitscheuren, gek. En nu instappen! Bij jullie thuis leg ik het wel uit, dames. Niet hier, op een parkeerplaats in het brave Staphorst. Men zou er wat van kunnen vinden.” Gerben klom achter zijn stuur. “Mij volgen!” Het industrieterrein weer terug rijden, die rare rotonde onder het viaduct over en we reden weer op de A28.

En onderweg begon Joline over die buksen. “Wat dacht je, Kees… Zullen we die Hatsans inruilen voor zo’n Vulcan? Die dingen zijn wel heel zuiver…” Ik schudde mijn hoofd. “Waarom zouden we, schat? We hoeven geen wedstrijden met onze Hatsans te schieten. We hebben ze in huis voor wat andere doeleinden en daar zijn ze prima voor geschikt. Op afstanden binnenshuis missen wij helemaal niets; dat hebben we bewezen. Jij op de neuswortel, ik in de ballen van Floris. Zolang die Hatsans doen wat ze moeten doen… Onzin om ze in te ruilen. Dan krijg je er met een beetje mazzel 100 euro voor terug en een dag later staan ze voor 350 euro op hun website. Ik gun de middenstand in Staphorst best wel wat marge, maar ook dat kent zijn grenzen. Enfin, daar heb je vanochtend iets van meegekregen, geloof ik.” Joline bromde. “Nou en of. En ik denk dat die jonge knul een wat onprettig gesprekje gaat hebben met die andere verkoper… Heb je gezien hoe hij opzij werd geschoven nadat die wat oudere man erbij kwam? ‘Ga jij die luchtfles maar vullen…’ Hij kreeg nog nét geen trap onder z’n gat, maar veel scheelde het niet, geloof ik. Nee, die gaat even afzien vandaag.”

Even later nam Gerben de afslag naar ‘De Lichtmis’ en met een paar slingers kwamen we op een ruime parkeerplaats terecht. Eenmaal binnen, in een houten gebouwtje, bogen we ons over de spijskaart. Gerben merkte op: “Houd er rekening mee dat de porties hier nogal ruim uitvallen. Voor truckers is dat waarschijnlijk prima, voor mensen met een normale eetlust wellicht wat veel. En aangezien onze bedrijfsgorilla er niet bij is om de restjes op te eten…” Lot keek hem verwijtend aan. “Hé Gerben… Niet zó over de knuffelbeer van het Backoffice, of je krijgt met ons te maken!” Gerben gniffelde. “Dat heb ik toch al, lieve aanstaande tweelingschoonzus. En Joline neem ik wel op de koop toe.” “Jij ‘neemt’ Joline écht niet, meneertje”, klonk het vinnig naast me. “En al helemaal niet ‘op de koop toe’. Als je dat probeert: ik ken iemand die daar iets van gaat vinden en je kunt bij een aantal lui in Nederland navragen hoe dat voelt.” “En in het buitenland, maar toen kende ik Joline nog niet”, vulde ik aan.
“Hoe dan ook”, zuchtte Gerben, “Het is geen schande om hier een ‘broodje bal’ te bestellen en dat met z’n tweeën op te eten. Beide partijen hebben daar, tot het avondeten, ruim genoeg aan.” Joline keek nu sceptisch. “Tot zover de culinaire gulheid van de heer van Wiers. Sjongejonge, wat ben jij een krent, zeg.” Hij keek rustig terug. “Als jij persé de rest van de dag amechtig hijgend door wilt brengen: ga gerust je gang met zo’n portie ‘loaded fries’, Jolien. Ik denk dat je je tot morgenochtend nogal ‘overloaded’ voelt. En de rest van de reis mag Kees zo’n bord met ‘oversized load’ achterop die Volvo hangen. Als het ding ten minste van z’n plek komt met jou en je lunch aan boord…”
“Kijk uit Gerben. Je speelt nu met je edele delen door een connectie te leggen tussen Joline en de uitslag van de naald van de weegschaal. Mijn meissie is daar nogal gevoelig voor. De blauwe lasers beginnen al op te warmen, zag ik.” Joline haalde haar schouders op. “Enfin, ik weet wie het zegt, dat scheelt alweer. Ik ga voor de 2 kroketten met brood. Een kroket is een kroket.” Rogier ging aan de loaded fries, Gerben en ik sloten ons bij Joline aan, maar Lot en Mar besloten giebelend ook zo’n bord ‘loaded fries’ te bestellen. Wel samen één bord. “Tenslotte worden we vanmiddag afgemat door Kees…” Een half uur later bleek dat Rogier zich nogal verkeken had op zijn menukeuze. Met nog een behoorlijke portie op zijn bord leunde hij op een gegeven moment achterover. “Goeiemorgen zeg… Ik dacht dat ik aardig kon eten, maar dit gaat er bij mij niet meer in!” Joline schampte. “Watje. Denk er aan: bordje leegeten, anders kun je het toetje wel vergeten!” “Toetje? Ben jij gek, dame…” Lot schoof een beetje bij haar op het bord. “Kom maar kereltje. Lotje helpt je wel even. Mar, jij ook nog wat?” Die schudde haar hoofd. “Nee, dank je wel. Ik zit nét op een lekkere manier vol. Meer hoeft er niet bij, schat.” Joline, Gerben en ik prikten ook een vorkje mee, en zo kwam Rogier z’n bordje toch nog leeg. Maar daarna vond ik het ook welletjes. We rekenden af en voor het instappen zei ik tegen Gerben: “We hoeven niet persé braaf achter elkaar aan blijven rijden, Gerben. We weten de weg wel naar Arkel. Ik kan me voorstellen dat jouw auto nu wat moeite heeft met optrekken, dus als we eerder in Arkel zijn, drinken wij wel een bakje thee bij Theo.” Hij keek me donker aan. “Ik denk dat mijn auto iets sneller optrekt dan dat Zweedse rendier van jou, meneer Jonkman!” Margot trok aan zijn arm. “En dat ga jij niét proberen te bewijzen, meneer van Wiers! Anders trap ik je achter het stuur vandaan en rij ik! Goed begrepen?” Joline gniffelde. “Goed zo, Margot! Hou ‘m maar onder de duim! Of een ander lichaamsdeel naar keuze, natuurlijk…” Voor Margot een gevat antwoord kon geven, stapte Joline de Volvo in en ik ook.

De terugreis verliep zoals zo vaak: cruisecontrol aan, muziek zachtjes, af en toe onderbroken door een snurkje van Joline. We konden redelijk doorrijden, het was niet overmatig druk op de weg. Het was bijna drie uur toen we de oprit van het huis in Arkel opreden. Een kwartiertje ervoor had ik Joline al wakker gemaakt, dus ook die was weer bij de pinken. “Zo. En nu eens kijken naar de schietkunsten van beide dames en heren, Kees…” “Hoho mevrouw. Voordat ze ook maar één pellet verschieten, zullen ze eerst wat lesjes van Kees moeten krijgen. En voordat Kees met z’n lesjes begint, zal hij een bak koffie naar binnen willen werken. Even geduld a.u.b.” Dat geduld werd bij de rest nogal op de proef gesteld. Het eerste wat ik hoorde toen we uitstapten was: “Zo. En nu die twee kogelvangers neerzetten en dan wil ik wel eens gaan schieten!” Rogier keek verwachtingsvol, maar ik schudde mijn hoofd. “Niks ervan, Piraat. We gaan eerst even wat drinken en ondertussen wil ik even kijken waar we die kogelvangers kunnen neerzetten. Want ik wil wél dat er een fatsoenlijke ‘backstop’ achter komt.” “En wát?” Gerben keek vragend. “Een backstop. Een dik stuk hout wat achter de kogelvanger staat. Zodat, als jij de complete kogelvanger mist die pellet niet ongenuanceerd het weiland in vliegt en die niets vermoedende gans om het leven brengt. Want dát geeft ellende.” Rogier inventariseerde de drankwensen; die kwamen uit op drie koffie en drie thee.
Ik liep met Gerben de tuin in. “We zetten of hangen die kogelvangers naast de linker garagebox, Kees…” Ik schudde mijn hoofd. “Geen goed plan, makker. Hebben jullie nog afvalhout van die ouwe schuur? Dan wil ik dat even bekijken.” Hij nam me mee in de linker garagebox: daar lag nog een stapel hout wat uit de oude schuur was gekomen. Dikke balken, stukken van het frame wat het dak had ondersteund. “Dit is prima spul, Gerben. Mag ik even van jullie timmergereedschap gebruik maken?” Even later had ik een backstop gemaakt van drie lagen planken, die ik haaks op elkaar had geschroefd. In totaal zo’n 15 cm hout. Daar kwam geen luchtbukskogeltje doorheen! Een plank ervoor waar de kogelvangers op konden staan… Prima. Als laatste pakte ik een losse plank en zette die op de plaats waar de kogelvangers zouden komen te staan. “Ik plak hier zo dadelijk zo’n doelkaartje op en schiet er een magazijntje op leeg. Dan kunnen jullie zien wat zo’n pellet doet.” Gerben trok een wenkbrauw op. “Niet overdrijven, Kees. Het zijn maar luchtbuksen…” Ik knikte. “Ja. En laat dat nogal neerbuigende ‘maar’ gerust uit die zin weg, vriend. Ik heb gezien hoeveel power uit onze buksen komt; deze Vulcans zijn zo'n 30% krachtiger, daar haal je geen grappen mee uit. En dat wil ik even gedemonstreerd hebben. Kom, chef Rogier zal de koffie wel klaar hebben, hoop ik?”

Eenmaal aan de koffie vroeg ik: “Hebben jullie nog een ouwe spijkerbroek die in feite weg kan? Zo ja, wil ik die in twee stukken geknipt zien. Die proppen we in de kogelvangers, om te voorkomen dat een pellet terugketst en plotseling terugkomt.” Lot stond op. “Mogen ouwe panty’s ook, Kees? Hebben we er nog wel een paar van liggen…” Ik schudde mijn hoofd. “Daar kun je veel leukere dingen mee doen, Lotje. Of wellicht hebben jullie dat al gedaan, maar daar zal ik maar niet naar vragen. Nee, een ouwe spijkerbroek. Én een goeie schaar of een stanleymes.” Even later hadden we twee helften spijkerbroek. En toen de koffie op was, propte ik de stof in de kogelvangers, die ik daarna op de plank op de backstop zette. De losse plank zette ik tussen de kogelvangers even vast met een paar bakstenen.
“Zo, dames en heren… Ik had met Gerben net een dispuutje over de kracht die uit jullie buksen komt. Gerben zei toen: ‘Het zijn maar luchtbuksen, Kees.’ En ja, dat is feitelijk correct. Maar er zit 62 Joule achter die pellet. En dat is geen kracht om mee te dollen. Daarom, voordat ik met de lessen begin, wil ik laten zien wat 62 Joule doet. Ik heb een doeltje op een losse plank gehangen. Die plank is 3 centimeter dik en droog hout, met nog een stuk multiplex er achter. In totaal zo’n 4 centimeter dik. Ik schiet op elk doeltje één pellet. Dus even achter me gaan staan a.u.b.” Ik deed vijf pellets in een magazijntje, ging liggen en laadde een buks. Ik keek door de red dot; en zette het ding aan zodat de rode stip nét zichtbaar was. Prima…
Inademen, half uitblazen, adem vasthouden, trekke…Péng! Een duidelijk ‘Pók’ kwam achter uit de tuin. Spannen, richten…Péng – Pok. En zo nog drie keer. Ontladen: spangreep naar achteren houden, magazijn er uit, loop controleren, de buks onder geleide ontspannen en weer neer zetten. “Mooi. Komen jullie even mee?” Alle vijf de pellets waren door 4 cm hout gegaan en zaten stevig vast in de feitelijke backstop. Met mijn zakmes peuterde ik er eentje uit: helemaal vervormd. Ik keek Gerben vragend aan en hij knikte. “Ik neem dat ‘maar’ terug, Kees.” Ik knikte. “Prima, makker. Lui: zoals jullie zien: hier moet je geen geintjes mee uithalen. Dit is serieus geweld. In andere landen worden dit soort buksen gebruikt voor de jacht op klein wild: konijnen, vossen, vogels… Eén schot en het beest is dood.
Bij mensen is dat niet zo; onze lichamen zijn wat steviger, zeg maar. Behalve: als je hiermee iemand in zijn oog raakt, gaat de pellet door de oogbol en dan dwars door het wat dunnere bot achter het oog rechtstreeks je hersens in. En, afhankelijk van wat die pellet dan doet, ben je inderdaad even later óf dood, óf je bent een kasplantje óf je bent de rest van je leven zwaar verstandelijk gehandicapt. En blind aan één oog ben je sowieso. Laat dat goed tot je doordringen.
De Hatsans waarmee Joline en ik vriendje Floris hebben toegetakeld hebben ‘slechts’ een mondingsenergie van 45 Joule. En het resultaat was: een pellet door z’n broek in z’n ballen en eentje op z’n voorhoofd. Die op z’n voorhoofd heeft een litteken achter gelaten wat de rest van z’n leven zichtbaar blijft; wat de schade onderin is, weet ik niet, maar ik kan me zo voorstellen dat een en ander daar zwaar beschadigd is. Het weefsel daar is nogal zacht. De kans is aanwezig dat meneer zich niet meer kan voortplanten.”
“Iets waar ik overigens absoluut niet mee zit”, zei Joline bits en ik knikte. “Ik ook niet. Resumé: dit zijn wapens. Échte wapens. Krachtig genoeg om iemand zwaar mee toe te takelen. Hou dat altijd in je achterhoofd. Vragen?” Rogier zei: “Oké, da’s duidelijk. Maar… een denkbeeldig scenario: meneer Duyvestein of een paar van zijn maten komen binnen. Breken in. Ik moet er niet aan denken dat ik dan nog zo’n magazijntje moet zitten vullen. Dan ben ik vet te laat. Waarschijnlijk ook nog als ik het magazijn in die buks moet frotten. In het donker. Hoe…”
Joline onderbrak hem. “Onze Hatsans staan half geladen in een rek in een kast op de slaapkamer. Half geladen houdt in: het magazijn zit in de buks, de ‘probe’, de staaf die het kogeltje uit het magazijn de loop in duwt, zit door een lege kamer van het magazijn in de loop. De buks is niet gespannen. Op het moment dat je ‘m nodig hebt haal je de buks uit het rek en je spant. De probe gaat naar achteren, het magazijn draait één klik door, de probe gaat naar voren en neemt een pellet mee de loop in. De buks is dan geladen en met de laser aan ben je klaar voor actie. Kost je drie seconden.”
Lot keek aarzelend. “En hoe doen jullie dat als jullie kinderen hebben? Je leest wel eens in de krant dat kinderen gaan 'spelen' met de wapens van de ouders... Met name in Amerika.” Ik keek haar aan. “Tegen die tijd zullen we dus moeten zorgen dat die ettertjes niét met hun tengels aan die buksen kunnen komen. Los van het feit dat ze weten dat ze een enorme draai om de oren krijgen van hun normaal oh zo lieve blonde moedertje en vervolgens nog een trap onder hun hol van hun normaal zo sympathieke pa, gevolgd door drie weken leven op water en brood.”
Rogier bromde: “Tot aan het woord ‘sympathieke’ had ik er wel beeld bij, Kees. Daarna raakte ik de draad een beetje kwijt.” “Ik was die draad al kwijt bij dat lieve blonde moedertje, Rogier…” Gerben dook snel achter Margot weg toen Joline een stap zijn richting uit zette. Ik keek hen aan. “Tot zover even een stukje bewustwording, lui. Vergeet dat nooit. En nu: wapenles, gevolgd door schietleer, dames en heren.”

Joline zuchtte. “Maak je borst cq. borsten maar nat, jongelui… Ik weet hoe het voelt.” Gerben keek haar aan. “Jullie zijn getrouwd, dus ik kan me voorstellen dat jij als geen ander weet hoe het voelt als Kees je borsten… Ach, laat ook maar. Wat ik wilde zeggen is: dat hoeft hij bij mij niet te proberen.” “Hier nog eentje”, gromde Rogier. Lot en Mar keken elkaar aan en schoten in een gierende lach, gevolgd door Joline en mij. “Bij ons heeft hij dat al een paar keer gedaan, Gerben”, bracht Margot er hikkend uit. Gerben en Rogier keken elkaar aan en zuchtten maar eens. “Krengetjes”, zei Rogier. Toen we uitgelachen waren gaf ik beide heren een dreun op hun schouder. “Goed dat we daar nu geintjes over kunnen maken. Meer zeg ik er niet over.” Ze knikten en ik kreeg van twee kanten een dreun terug. Joline gaf hen een knipoog.
Toen ging ik over op het serieuze werk. Gedurende het volgde uur behandelde ik de veiligheidsmaatregelen, de diverse instellingen van de buksen, het afstellen van de trekkerdruk, demonteren en weer monteren, wat wél en wat niét te doen qua onderhoud. Ondanks dat ik de Vulcans nauwelijks kende: veel van de principes waren hetzelfde als bij de Hatsan of de Dreamline. Joline was een ijverige en kritische hulp-instructeur; best prettig, want ik had geen twee paar ogen. Toen de handelingen er redelijk in zaten, dronken we een kop thee.
Charlotte stond er op dat we eerst onze handen wasten voordat de thee op tafel kwam. “Geen trek er in dat een van jullie aan de diarree gaat omdat hij of zij wapenolie binnen heeft gekregen!” “De wapenolie is het probleem niet, Lot. We hebben ook met onze tengels aan de pellets gezeten. Da’s puur lood. Op den duur nogal slecht voor je nieren als je dat binnen krijgt. Dus: handen wassen is prima. Lauw water, veel zeep.”
Na de thee: schietleer. De theorie over in- en uitwendige ballistiek, het afstellen van de Red Dot en de laser en uiteindelijk de schiethoudingen. En om vijf uur waren we daarmee klaar. Margot keek sip naar buiten. “Leuk hoor, al die lessen, maar nu hebben we nog geen schot gelost en het is donker, verdorie.” En ze kon meteen boete doen. Haar opdruksessie ging niet zo soepel als anders... Joline legde Mocca op zijn kleedje binnen.

Rogier liep naar een van de schuren en haalde er een bouwlamp uit en richtte die schuin op de plank voor de kogelvangers. “Zo hebben we een beetje licht in de tent…” We plaatsten de kogelvangers op de plank, staken een kaartje in elk exemplaar en ik keek. “Wie gaan er het spits afbijten?” Rogier haalde zijn schouders op. “Lot?” Ze gingen liggen, elk met een magazijn met vijf pellets er in. Joline pal achter Lot, ik pal achter Rogier. “Kalm aan dame en heer. Regel je ademhaling zoals ik het je geleerd heb en denk er aan: als je al naar de trekker kijkt, is het schot er al uit. En nee, de Russen komen nog niet, dus… Elk schot moet ‘nieuw’ zijn. Ga je gang.” Rogier laadde en zijn eerste schot ging er al na 5 seconden uit. ‘Pók’ We hoorde de kogel in de backstop inslaan. “Wel allemachtig…” gromde hij. Het tweede schot was beter: die ging in ieder geval in de kogelvanger. De volgende drie schoten ook. “Oké. Ontladen, Rogier.” Zijn handelingen waren, hoewel wat onzeker, wel correct.
Lot was nog bezig. Rogier wilde opstaan, maar ik hield hem tegen. “Liggen blijven tot Lot ook ontladen is.” Die moest nog twee schoten lossen, daarna ontlaadde zij ook. “Oké. Opstaan en naar voren.” Rogier had vier treffers: een 2, een 4, een 8 en nog een 4. Charlotte had het beter gedaan: vijf treffers. Drie keer een 5, een 7 en een 8. Maar de schoten van Rogier waren consistent in de rechter benedenhoek, de treffers van Lot waren ‘all over the place’. “Oké lui… Staar je nog even niet blind op de cijfertjes, dat doe je maandag bij DT maar weer. Het gaat nu om groeperen. Zorgen dat je schoten bij elkaar in de buurt liggen. Want pas dan kunnen we gaan corrigeren. Dus hierbij: niet goed is…?” “Opnieuw!” giebelde Margot. “Precies. En haal die plagende ondertoon uit je stem, Margot; jij moet eerst maar eens zorgen dat je beter schiet dan je zussie en haar vriendje.”

Ik markeerde de treffers in de kaartjes met een rode viltstift. “Zodoende weten we welke schoten nieuw zijn. Anders hebben jullie in één weekend al de helft van alle kaartjes gebruikt.” “Hoor nou… De zuinigheid van de Koninklijke Landmacht komt weer boven drijven”, spotte Joline. Rogier en Lot schoten nog drie series; toen lagen de schoten van beiden redelijk bij elkaar. “En nu wisselen, dame en heer. Dan doen Margot en Gerben net zo’n sessie; daarna gaan we ons eens tegen eten aan bemoeien.” Margot schoot goed: de schoten kwamen dicht bij elkaar en haar scores kwamen niet onder de vijf. Gerben deed het ook aardig, hoewel hij wat meer puntjes liet liggen dan Margot.
Een half uur later zei ik: “Oké, we zijn klaar voor vandaag jongens. Nu niet meer schieten, maar de handel opruimen. Kogelvangers in de schuur, buksen… Waar laten jullie die buksen?” “Op elke slaapkamer eentje, Kees. We maken er volgende week wel twee mooie rekken voor.” “Oké. En de buksen half-geladen en met het persluchtreservoir vol. Mocht het menens zijn, dan moeten ze er klaar voor zijn. Niet dat je perslucht nog maar op 100 Bar staat in plaats van op 250.”
“En onderhoud, Kees? Moeten die lopen niet worden doorgehaald?” Ik schudde mijn hoofd. “Nee. Je verschiet puur lood. Dat zorgt zelfs voor een beetje smering in de loop, omdat het heel zacht materiaal is. Eén keer schoonmaken na zo’n 200 schoten, dat hou ik ongeveer aan. Niet vaker.” Toen alles was opgeruimd werden Joline en ik naar de bank verbannen. “Jullie zijn steeds bezig geweest. Nu even ontspannen! Rogier en ik koken, Lot en Gerben wassen af en maken de koffie. En daarna smijten we jullie er uit; morgenochtend is het voor ons wat vroeger dag dan voor jullie.” Margot keek streng.
“Zeker, mevrouw Boogman…” Joline lachte. “Kom, knappe vent, ik hoorde net dat de bank voor ons is; daar gaan we eens even grofstoffelijk gebruik van maken!” Achter me hoorde ik gelach en gegiechel; ik trok me er niets van aan. Even later lag ik met mijn hoofd op Joline d’r schoot. “Doe je ogen maar even dicht, Kees. Jij hebt teruggereden en hebt de hele middag de drill-instructor uitgehangen.” “Dank je wel schat. Maar jij hebt prima geholpen. Dank je wel.” Ik kreeg een zoen.
“Ogen dicht en even ontspannen jij. Straks moet je ook nog terugrijden.”
Ik gaapte. “Da’s ook weer waar. En morgen weer blazen… Wát een leven… Puur afzien.”
Geef dit verhaal een cijfer:  
5   6   7   8   9   10  
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...