Door: Leen
Datum: 02-04-2025 | Cijfer: 9.4 | Gelezen: 1162
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 39 minuten | Lezers Online: 2
Trefwoord(en): Betrapt, Exhibitionisme, Gluren, Voyeurisme, Winkel,
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 39 minuten | Lezers Online: 2
Trefwoord(en): Betrapt, Exhibitionisme, Gluren, Voyeurisme, Winkel,
Vervolg op: Exposed - 8: De Badkamer
Opnieuw Naar Het Winkelcentrum
Mijn telefoon begint te zoemen, een laag, insisterend geluid dat de relatieve stilte doorbreekt. Ik kijk op van het boek waar ik me net in probeerde te verdiepen. Op het scherm staat in heldere letters: Kristof. Een warme golf verspreidt zich in mijn lichaam. Het is een mengeling van anticipatie en die vertrouwde, heerlijke spanning die alleen zijn naam oproept. Ik glimlach en laat de telefoon nog één keer extra zoemen, puur voor het plezier van het uitstel, voordat ik hem oppak en met een lichte beweging naar mijn oor breng. "Kristof," zeg ik. Ik rek zijn naam bewust een beetje uit. Mijn stem klinkt luchtig, maar eronder ligt een onmiskenbaar speelse, uitdagende ondertoon. "Vertel eens, waaraan heb ik aan deze plotselinge verstoring van mijn uiterst productieve namiddag te danken?"
"Hmm," zijn stem klinkt diep en warm. Er zit dat lichte, bijna onhoorbare lachje onder dat ik zo goed ken, dat me altijd een beetje doet wiebelen op mijn stoel. "Misschien," begint hij langzaam, "had ik gewoon zin om je stem te horen. Hij pauzeert even. "Of misschien… misschien wil ik je wel schaamteloos verleiden tot een avondje op een zonovergoten terras, met een goed glas wijn."
Ik grinnik en leun achterover in mijn stoel. Mijn vrije hand vindt een lange lok van mijn blonde haar en begint die gedachteloos, maar met een zekere sensualiteit, rond mijn wijsvinger te draaien. "Oh ja?" vraag ik, terwijl ik mijn hoofd een beetje schuin houd. "En wat maakt jou zo arrogant zeker dat ik daar plotseling zin in zou hebben? Misschien heb ik wel heel andere, veel fascinerendere plannen."
“Omdat het veel te mooi weer is om thuis te zitten niksen.” antwoordt hij onmiddellijk, zijn stem vol van die zelfverzekerde charme die me tegelijkertijd irriteert en aantrekt. En," voegt hij eraan toe, "omdat je weet dat je hopeloos verloren bent zodra ik die fles Vernaccia bestel die je zo lekker vindt, zeker in combinatie met mijn onweerstaanbaar charmante gezelschap, uiteraard."
Ik bijt speels op mijn onderlip, mijn ogen dwalen naar het raam waar inderdaad de middagzon gouden stralen naar binnen werpt. "Goeie punten, ik geef het toe," zeg ik met gespeelde tegenzin. "Maar er mist nog iets essentieels aan je overtuigingskracht. Het is allemaal nogal… voorspelbaar, Kristof."
"Oh? En wat zou dat dan zijn, mevrouw de criticus?" vraagt hij. Ik hoor de geamuseerde uitdaging in zijn stem. Ik laat een korte, geladen stilte vallen, net lang genoeg om hem nieuwsgierig te maken.
"Wat als ik vanavond al iets veel beters te doen had?" vraag ik dan, mijn stem een octaaf lager, suggestief. "Iets... veel spannenders dan een terrasje?"
"Dan zou ik zeggen dat mijn plan B nog veel spannender is dan wat jij ook maar in gedachten had," kaatst hij onmiddellijk terug, zonder een spoortje twijfel. Zijn zelfvertrouwen is soms om gek van te worden, maar stiekem vind ik het onweerstaanbaar. "Een gezellig diner. Een plek met precies de juiste sfeer, goede muziek. En ik trakteer, natuurlijk." Hij pauzeert weer, en deze keer voelt de stilte anders, beladen met een specifieke verwachting. "Maar…" Mijn vingers stoppen met het draaien van mijn haar. Een tinteling trekt door mijn lichaam, als een warme stroom lava. Ik voel de kleur in mijn wangen stijgen. Ik weet wat er komt. "Je moet wel iets gepasts aantrekken," zegt hij, zijn stem nu zacht maar dwingend. "Iets waar ik heel, heel blij van word."
"Blij van wordt?" herhaal ik zachtjes, bijna fluisterend. Ik kijk naar het plafond alsof ik diep moet nadenken. "En wat definieert 'gepast' dan precies in de fascinerende wereld van Kristof?"
Ik hoor hem kort en hees lachen. Het geluid stuurt rillingen langs mijn ruggengraat. "Alsof je dat niet weet," zegt hij plagend. "Dat zwarte leren shortje van je. Ja, die. Die je benen eindeloos laat lijken. En dat losvallende, witte topje. Je weet dat die me compleet gek maakt."
Daar is het. De herinnering aan de laatste keer dat ik die outfit droeg flitst door mijn hoofd – de manier waarop zijn ogen oplichtten, de nauwelijks verholen bewondering, de manier waarop zijn hand 'per ongeluk' mijn rug aanraakte. Ja, ik weet precies wat hij bedoelt. De warmte in mijn lichaam intensiveert, een gloed die zich vanuit mijn kern verspreidt. "Is dat een bevel, meneer?" vraag ik, mijn stem nu fluweelzacht, maar met een uitdagend, scherp randje eronder. Ik geniet van dit spel, van de machtsverschuivingen, van de onderliggende stroom van verlangen die tussen ons knettert.
"Laten we het een… zeer, zeer sterke suggestie noemen," zegt hij, zijn stem weer dieper, intiemer. "En eentje waarvan je donders goed weet dat je me er een onmetelijk groot plezier mee doet. En andere mannen uiteindelijk ook, denk ik."
Ik bijt weer op mijn lip, proef de lichte, zoete smaak van mijn lippenbalsem, en geniet met volle teugen van dit moment, van de elektrische spanning die bijna hoorbaar door de telefoonlijn knettert. Het voelt alsof hij hier naast me staat. "Oké, stel," zeg ik langzaam, elk woord wegend, "stel dat ik me laat overhalen door jouw dwingende suggesties... Wat krijg ík dan precies terug voor deze ongelooflijk genereuze daad van mij?"
Kristof laat een lage, plagende lach horen, een geluid dat beloftes inhoudt en mijn nieuwsgierigheid tot het uiterste prikkelt. "Geduld, liefste. Dat ontdek je vanavond wel. En ik garandeer je, het zal het waard zijn."
Mijn hart maakt een onverwacht sprongetje in mijn borstkas. Zijn beloftes zijn zelden leeg. De gedachte aan wat hij zou kunnen bedoelen stuurt een nieuwe golf van warmte door me heen. "Hmm. Je maakt het wel heel, héél verleidelijk," murmel ik, mijn stem een beetje hees nu. "Goed dan. Ik zal erover nadenken."
"Niet te lang denken," waarschuwt hij meteen, de speelsheid is even weg, zijn stem klinkt nu serieuzer, vol verwachting. "Ik verwacht je om klokslag zes uur op het marktplein. Geen minuut later. En ik verwacht," zijn stem wordt weer laag en intiem, bijna een fluistering die rechtstreeks mijn oor in lijkt te glijden, "dat je eruitziet om… op te eten."
Een brede, onstuitbare glimlach spreidt zich over mijn gezicht. Ik voel de hoekjes van mijn mond omhoog krullen. Ik laat die glimlach duidelijk doorklinken in mijn stem als ik antwoord. "Dat ben ik toch altijd, Kristof?"
Ik hoor hem zuchten aan de andere kant, een geluid van gespeelde, liefdevolle overgave die mijn hart nog sneller doet slaan. "Daar heb je een verdomd goed punt," geeft hij toe, zijn stem nu weer vol van die onmiskenbare warmte die alleen voor mij bedoeld lijkt. "Tot straks, schoonheid."
"Tot straks," fluister ik terug, en verbreek dan met een zachte klik de verbinding.
Ik leg mijn telefoon neer op tafel. Een brede grijns speelt om mijn lippen. Een zoete nagalm van Kristofs stem en de beloftevolle spanning in zijn woorden trilt nog na in de lucht om me heen. Ik blijf nog enkele seconden zitten, laat het moment bezinken. De opwinding borrelend als champagne in mijn borst. Dan duw ik mijn stoel naar achteren en sta op. Ik loop naar de slaapkamer. Mijn hart bonkt een ritme van pure, onvervalste opwinding tegen mijn ribben. Elke stap voelt licht, doelgericht. Ik duw de slaapkamerdeur achter me dicht. Mijn blik glijdt onmiddellijk naar de open kleerkast aan de andere kant van de kamer, maar eerst moet de comfortabele 'thuis'-kledij uit. Mijn vingers haken onder de zachte zoom van mijn oversized grijze hoodie. Met een soepele beweging trek ik hem over mijn hoofd. Mijn haar raakt even verward, de zachte stof strijkt langs mijn gezicht en laat een laatste, vage zweem van mijn huisparfum achter. Ik gooi de trui achteloos op het bed. Dan volgt mijn joggingbroek. Met een moeiteloze, bijna sensuele beweging schuif ik de zachte, vertrouwde stof over mijn heupen. De broek glijdt zonder weerstand langs mijn benen, tot ze in een vormeloos hoopje stof rond mijn enkels ligt. Ik stap eruit. Ik sta daar even, alleen in mijn comfortabele zwarte ondergoed. Het contrast tussen de net afgeworpen, vormeloze comfortkleding en de duidelijke, spannende intentie van dit moment is bijna tastbaar in de stille kamer.
Mijn voeten brengen me als vanzelf naar de grote passpiegel die tegen de muur naast de kast leunt. Ik blijf ervoor staan, mijn ademhaling iets dieper nu, bewuster. Mijn reflectie kijkt me aan, onverbloemd. Ik zie mijn eigen lichaam, de lijnen, de rondingen – de lichte welving van mijn heupen, de inkeping van mijn taille, de zachte vorm van mijn schouders. Ik zie de kleine details die alleen ik ken, een bijna onzichtbaar littekentje op mijn knie, een spikkel van een moedervlek net boven mijn heupbeen. Maar vandaag kijk ik anders. Kritisch, ja, maar ook met een soort… waardering. Ik probeer mezelf een moment door Kristofs ogen te zien. De manier waarop zijn blik soms blijft hangen, de warmte die dan in zijn ogen komt. Zou hij mij mooi vinden? De gedachte alleen al stuurt een nieuwe, diepere golf van warmte door me heen, een gloed die van binnenuit lijkt te komen. Ik draai me een beetje, bekijk mijn profiel, de curve van mijn rug, de vorm van mijn billen. Mijn hand strijkt langzaam, bijna aarzelend, over de huid van mijn buik, dan zelfverzekerder langs mijn zij. Er stroomt een vreemde mix van kwetsbaarheid en een ontluikende kracht door me heen. De wetenschap dat ik dit lichaam zo meteen ga hullen in kleding die speciaal voor hem is uitgekozen, om zijn reactie uit te lokken, voelt opwindend, bijna machtig.
Dan draai ik me om en loop ik naar de kleerkast en pak het zwarte lederen broekje. Het leer voelt koeler aan dan ik had verwacht, maar tegelijkertijd ongelooflijk soepel. Met een diepe, bijna ceremoniële ademhaling stap ik in het broekje. Het leer glijdt stroef maar onmiskenbaar sensueel omhoog langs mijn benen. Het sluit zich als een tweede huid nauw om mijn heupen, mijn billen, en vormt zich direct naar mijn lichaam alsof het ervoor gemaakt is. Ik voel de gladde, koele voering tegen mijn huid. Ik trek de zilverkleurige rits omhoog – een klein, bevredigend metalig geluid – en sluit de knoop erboven. Het zit strak, omhelst mijn vormen, maar belemmert me niet. Het voelt als een pantser, ja, maar dan een ongelooflijk sexy, onthullend pantser. Ik laat mijn handen over mijn dijen glijden, voel de lichte spanning van de stof rond mijn bovenbenen, de manier waarop het zich strak tegen mijn huid drukt. Dit broekje is niet zomaar kleding, het is een statement. Een uitnodiging. Een uitdaging. Mijn hartslag versnelt licht bij de gedachte aan de blikken die ik zal vangen zodra ik over straat loop. Mannen die hun ogen niet kunnen afhouden van de manier waarop het leer mijn heupen en benen omsluit. Hoe hun blikken afdwalen, hoe ze proberen niet te staren maar het toch doen. Het idee alleen al laat een warme gloed door mijn onderbuik trekken.
Dan de witte tanktop. Ik trek hem voorzichtig over mijn hoofd. De zachte, lichte stof valt losjes om mijn bovenlichaam, drapeert zich op een manier die meer suggereert dan expliciet laat zien. De smalle bandjes liggen comfortabel op mijn blote schouders. De halslijn is inderdaad laag, precies zoals hij het graag ziet, en onthult het zachte begin van mijn decolleté en een glimp van het kant van mijn bh eronder. Ik draai me weer om, met een lichte, bijna nerveuze beweging, naar de spiegel. De transformatie is compleet. De vrouw die me aankijkt is anders dan degene van vijf minuten geleden. Het diepe, intense zwart van het leer contrasteert scherp met het heldere, bijna onschuldige wit van de top en de lichtbruine kleur van mijn huid. Mijn benen lijken langer, mijn taille meer geaccentueerd door de hoge pasvorm van het broekje. De losse top balanceert het geheel, voegt een element van nonchalance toe aan het uitgesproken sexy leer. Een golf van zelfvertrouwen spoelt over me heen. Dit voelt goed. Krachtig, sexy, uitdagend. Ik denk aan Kristofs woorden – 'eruitzien om op te eten'. Een ondeugende glimlach verschijnt weer op mijn gezicht in de spiegel. Ja, ik denk dat ik ruimschoots aan zijn zeer sterke suggestie heb voldaan.
Maar wacht. Mijn ogen vernauwen zich een fractie, mijn blik wordt kritischer terwijl ik bestudeer hoe de witte stof van de tanktop precies over mijn borsten valt. Het dunne kant van mijn zwarte bh schemert er subtiel doorheen bij de armsgaten en de halslijn. Het is niet storend, het is zelfs best mooi, maar het is niet precies de look die ik nu voor ogen heb. Niet voor vanavond. Niet met deze outfit, die draait om contrasten en een zekere durf. Niet voor hem. "Nee," mompel ik zachtjes tegen mijn spiegelbeeld, meer een besluit voor mezelf dan een gesproken woord. "Eén ding nog." Met een vastberaden beweging glijden mijn handen onder de losse stof van de tanktop aan mijn rugzijde. Mijn vingers zoeken blindelings, puur op de tast, naar de kleine, vertrouwde sluiting van mijn bh. Ik voel de kleine metalen haakjes en de zachte lusjes van de oogjes onder mijn vingertoppen. Het is een handeling die ik duizenden keren heb verricht, bijna zonder nadenken, maar nu, in deze context, voelt het anders. Bewuster. Beladen met een nieuwe betekenis, een laatste, definitieve stap in de transformatie naar de vrouw die ik vanavond wil zijn. Met een geoefende, snelle beweging – een lichte druk en een kleine draai – duw ik het ene deel van de sluiting iets omhoog en trek het andere los. De spanning over mijn rug en rond mijn ribbenkast valt onmiddellijk, merkbaar weg. Een kleine zucht van verlichting ontsnapt aan mijn lippen. Dan breng ik mijn handen naar voren en schuif ik voorzichtig de smalle, elastische bandjes van mijn schouders. Eerst het rechterbandje, dan het linker. Ze glijden zacht en soepel over mijn huid, laten een kortstondig koel spoor achter voordat de warmte weer terugkeert. Ik houd mijn adem even in terwijl ik de bh voorzichtig onder de losse tanktop vandaan manoeuvreer, de zachte cups en de dunne beugels even zichtbaar in mijn handen voordat ik het kledingstuk met een achteloos gebaar op het bed laat vallen, naast de trui.
De verandering is onmiddellijk en intens voelbaar. De dunne, zachte stof van de tanktop rust nu direct op mijn blote huid, volgt de natuurlijke vorm en het gewicht van mijn borsten zonder enige ondersteuning. Het voelt lichter, luchtiger, en tegelijkertijd oneindig veel kwetsbaarder, oneindig veel meer blootgesteld. Ik voel hoe mijn tepels onmiddellijk reageren, opnieuw verharden onder de stof, nu duidelijker zichtbaar als kleine reliëfs tegen het witte katoen. Het is een directe reactie op de lichte wrijving van de stof, maar zeker ook op de pure, onversneden opwinding die als een elektrische stroom weer door me heen golft. Ik kijk opnieuw in de spiegel. De manier waarop de top nu over mijn bovenlichaam valt is onmiskenbaar anders. Losser, ja, nonchalanter misschien, maar tegelijkertijd oneindig veel gedurfder. De suggestie is sterker, de lijn van mijn lichaam onder de stof ononderbroken en natuurlijk. Een kleine, zelfverzekerde, bijna triomfantelijke glimlach krult mijn lippen. Ja, denk ik, terwijl ik mijn spiegelbeeld een laatste, lange blik gun. Dít is het. Perfect.
Ik haal een hand door mijn haar, kantel mijn hoofd een beetje en bekijk mezelf nog eens in de spiegel. De combinatie van het strakke, glanzende leer van mijn broekje en het losse, bijna achteloze topje voelt… gevaarlijk. Speels. Spannend. Mijn hartslag is net iets sneller dan normaal, mijn ademhaling iets dieper. Ik voel me sexy. Krachtig. Verleidelijk. Een onmiskenbare golf van zelfvertrouwen spoelt over me heen, veel krachtiger dan de aarzelende waardering van daarnet. Dit voelt goed. Meer dan goed. Het voelt krachtig, uitdagend, en onmiskenbaar sexy. Ik voel me volledig mezelf, maar dan een versie die klaar is om te spelen, om te verleiden, om de controle te nemen en los te laten tegelijk. Ik denk aan Kristofs woorden – 'eruitzien om op te eten'. Een ondeugende glimlach verschijnt weer op mijn gezicht in de spiegel. Ja, denk ik bij mezelf, terwijl ik mijn reflectie een laatste goedkeurende knik geef. Ja, ik denk dat ik ruimschoots aan zijn 'zeer sterke suggestie' heb voldaan. Ik ben er meer dan klaar voor.
Of...
Een vreemde, onverwachte gedachte flikkert plotseling door mijn hoofd. Ik kijk opnieuw naar mijn reflectie. Het is goed. Het is krachtig. Het is onmiskenbaar sexy. Kristof zal het fantastisch vinden, zijn ogen zullen oplichten, precies zoals ik het me voorstel. Maar... "Maar misschien… misschien is dit nog niet genoeg," fluister ik tegen de spiegel, mijn stem klinkt verrassend zacht, bijna samenzweerderig in de stille kamer. "Misschien," vervolg ik, terwijl het idee vorm krijgt, onweerstaanbaar en gevaarlijk, "moet ik de lat hoger leggen. Voor mezelf. Voor het spel." Mijn ogen krijgen een dromerige, lichtelijk koortsachtige blik terwijl een nieuwe fantasie zich vormt in mijn geest, scherp, helder en elektrisch geladen. "Iets compleet anders," denk ik hardop, mijn hartslag begint te versnellen. "Iets dat ik nog niet heb. Iets dat nog gedurfder is dan dit leer, nog onthullender dan deze top." Mijn fantasie schildert een beeld: "Een jurkje. Heel kort. Flinterdun." Ik zie het voor me, een jurkje dat valt als een tweede huid langs mijn lichaam. Dat elke contour volgt en omhoog kruipt bij elke stap die ik zet. "Nauwelijks verhullend," gaat de gedachte verder, "iets dat net teveel huid toont bij een onverwachte beweging... genoeg om fantasieën genadeloos los te maken, om vragen op te roepen."
De gedachte alleen al stuurt een plotselinge, intense schok van pure, ondeugende, bijna verboden opwinding door me heen. Mijn adem stokt even in mijn keel. Mijn lippen krullen zich onwillekeurig tot een kleine, geheimzinnige glimlach, een glimlach die alleen ik begrijp. Dit gaat niet meer alleen om Kristof, besef ik. Dit gaat om mij. Om het verleggen van mijn eigen grenzen. Om die kick.
"Ja," besluit ik met een plotselinge, onwrikbare zekerheid die alle twijfel wegvaagt. "Ik moet terug. Nu meteen. Terug naar het shoppingcentrum." De herinnering aan de vorige keer flitst door mijn hoofd, zo levendig en prikkelend dat ik het bijna fysiek voelt. Die overweldigende kakofonie van geluiden – pratende mensen, winkelmuziek, piepende kassa's. Het felle, onpersoonlijke, bijna chirurgische licht van de TL-buizen. En te midden van dat alles... de blikken. Het onmiskenbare gevoel van ogen die me volgden, die bleven hangen, soms openlijk, soms discreet. Het bijna hoorbare geroezemoes van gesprekken dat even stilviel of van toon veranderde wanneer ik passeerde. Ik herinner me de brandende hitte in mijn lijf, vermengd met die pure, onversneden, bijna angstaanjagende thrill die door me heen gierde. Een gevoel van hyperbewustzijn, met mijn eigen lichaam als middelpunt van ongevraagde, maar heimelijk verlangde aandacht. Dat gevoel is niet vervaagd. Integendeel, de herinnering voedt een diepe, bijna fysieke hunkering. Ik hunker naar die sensatie. Naar die scherpe, intense gewaarwording van mijn eigen aanwezigheid, van de stille of juist hoorbare reactie die ik teweegbreng door simpelweg te zijn, door te durven.
De gedachte alleen al om daar nu heen te gaan, gekleed zoals ik nu ben, laat een nieuwe golf van intense, bijna pijnlijke spanning door mijn lichaam trekken. Mijn hartslag versnelt nog verder, een snelle, opgewonden drumsolo in mijn borst. Mijn handpalmen voelen plotseling klam aan. Ik weet het zeker, het is onvermijdelijk: ik zal blikken vangen. Ik zie het al helemaal voor me: mannen die abrupt hun gesprek onderbreken, hun ogen die me scannen van top tot teen, een mengeling van verrassing en begeerte. Vrouwen die opzij kijken, misschien met afkeuring, misschien met heimelijke nieuwsgierigheid. De heerlijke onzekerheid in hun blikken – zag ik dat goed? Droeg ze daar iets onder? – is een cruciaal onderdeel van de opwinding. Hen laten gissen, laten fantaseren, vragen achterlaten in hun hoofd.
Met diezelfde geheimzinnige, nu bijna roofdierachtige glimlach nog steeds op mijn lippen, draai ik me resoluut om van de spiegel. De vrouw in het lederen broekje is verleden tijd, een tussenfase. Mijn hand grijpt mijn tas van de stoel waar ik hem had neergelegd. De tas die me al op zoveel van dit soort clandestiene avonturen en uitdagende expedities heeft vergezeld. Het voelt als een bondgenoot. Tijd om te gaan. Tijd om naar het pulserende hart van het shoppingcentrum te gaan. Tijd om te zien hoeveel hoofden er zullen draaien, hoeveel gesprekken zullen stokken. Tijd om te spelen met de grenzen. Tijd om mezelf echt uit te dagen, verder dan ik misschien eerder durfde. De middag heeft plotseling een heel andere wending genomen. En ik kan niet wachten.
Zodra ik het shoppingcentrum binnen stap, voel ik het. Het begint als een lichte prikkeling achter in mijn nek, een bijna onderbewust signaal, een hyperbewustzijn van mijn omgeving. Maar het zwelt razendsnel aan, wordt een onmiskenbare realiteit. Blikken. Als onzichtbare, soms aarzelende, soms brutale vingers die over mijn huid strijken. Ze tasten af, blijven even haken op een bepaald punt – mijn benen, mijn heupen, de lage halslijn van mijn top – glijden dan verder, of blijven juist hangen. Mijn hartslag, die al verhoogd was door de pure anticipatie tijdens de rit hierheen, versnelt nog een fractie, bonkt nu voelbaar in mijn keel.
Ik vertraag mijn pas bewust, wandel door de brede, drukke gang alsof ik alle tijd van de wereld heb, alsof ik me volkomen onbewust ben van de aandacht. Mijn heupen wiegen net iets nadrukkelijker dan normaal met elke stap. Het is een subtiele, bijna onbewuste provocatie die voortkomt uit de spanning die door mijn lijf giert. Ik voel de gladde, bijna vloeibare stof van mijn zwarte leren broekje strak om mijn billen en bovenbenen spannen. Het materiaal vormt zich als een tweede huid perfect naar elke ronding, elke lijn van mijn lichaam. Bij elke stap voel ik het leer tegen mijn huid drukken, de lichte, constante wrijving tussen mijn dijen, een sensatie die tegelijkertijd beperkend en ongelooflijk opwindend is. Het laat nauwelijks ruimte voor verbeelding en is een voortdurende, tintelende herinnering aan hoe uitdagend deze outfit is. Hoe schaamteloos dit leer mijn lichaam accentueert en tentoonstelt in dit publieke domein.
Mijn witte tanktop danst losjes om mijn bovenlichaam, een luchtig, bijna onschuldig contrast met de dwingende, glanzende strakheid eronder. De dunne stof voelt nauwelijks aanwezig tegen mijn huid, beweegt mee met de luchtstroom als ik loop. Maar ik ben me hyperbewust van elke beweging, elke lichte plooi. Bij elke zwaai van mijn arm, elke lichte draai van mijn romp, voel ik de zachte stof langs mijn blote borsten strijken – het kietelt, het prikkelt, een constante sensatie. En ik weet, zonder in de spiegelende winkelruiten te hoeven kijken, dat de dunne stof weinig verhult als het felle licht er verkeerd op valt. Mijn tepels, hard door de brandende opwinding die door me heen trekt, tekenen zich af als kleine, donkere schaduwen onder het wit. Niet overdreven, niet vulgair, maar onmiskenbaar aanwezig. Net genoeg om de aandacht van oplettende blikken te vangen en vast te houden.
De eerste mannen die me in tegenovergestelde richting passeren, een duo in nette pakken, doen hun uiterste best om neutraal te blijven kijken, recht voor zich uit, alsof ze me niet zien. Maar het is een verloren strijd, een façade die ik met innerlijk genoegen zie barsten. Ik zie het in de fractie van een seconde dat hun ogen onwillekeurig, als door een magneet getrokken, naar beneden schieten. Eerst een snelle, bijna verontschuldigende taxatie van mijn gezicht, dan een onvermijdelijke, snelle duik naar het glanzende zwart van het broekje, de onbedekte huid van mijn benen die eronderuit komen. De ene – de jongste van de twee – wendt zijn blik onmiddellijk weer af, een verraderlijk vleugje rood kruipt omhoog vanuit de kraag van zijn overhemd, alsof hij betrapt is op een verboden gedachte. De ander, iets ouder, is minder subtiel, of misschien onverschilliger. Zijn blik blijft hangen, glijdt langzaam en waarderend omhoog, van mijn enkels naar mijn heupen, naar de lage uitsnijding van mijn top. Een lichte frons op zijn voorhoofd maakt plaats voor iets anders… een mengeling van verrassing en onverholen interesse. Zijn mondhoek trekt bijna onmerkbaar omhoog in een kleine, kennende glimlach. Ik vang zijn blik bewust op voordat we elkaar passeren. Ik kijk hem recht aan, mijn eigen ogen koel, misschien een tikje geamuseerd, uitdagend. Ik zie de verrassing in de zijne, de lichte schok van herkenning dat ik hem heb zien kijken. Ik zie hoe zijn adem even stokt in zijn keel, hoe hij zijn kaak licht aanspant. Dan laat ik mijn blik los, kijk weer recht voor me uit en wandel nonchalant door, alsof er niets is gebeurd, hem achterlatend met zijn gedachten.
De wetenschap dat ik deze stille, onuitgesproken reacties uitlok, dat ik mannen laat kijken, laat hunkeren, misschien zelfs even van hun stuk breng, zonder ook maar één woord te zeggen, puur door mijn aanwezigheid en mijn kledingkeuze, stuurt een krachtige, bijna bedwelmende golf van pure, onversneden opwinding door mijn lijf. Het is een gevoel van macht, van speelse controle in dit anonieme spel. Mijn huid tintelt overal, alsof ze ontwaakt onder de aandacht. Mijn stappen worden automatisch zelfverzekerder, mijn rug rechter, mijn kin iets hoger. Ik laat mijn hand terloops langs mijn heup glijden, mijn vingers strijken zachtjes, bijna liefkozend, over het koele, strakke leer. Ik ben me pijnlijk bewust van hoe perfect dit broekje zit, hoe het mijn vorm omhelst en benadrukt. De lage taille die net een verleidelijk stukje van mijn blote buik laat zien boven de rand, de uitdagend korte lengte die mijn bovenbenen lang en – ja, laten we eerlijk zijn – verleidelijk doet uitkomen. Ik weet exact hoe dit eruitziet. Ik weet wat voor effect het sorteert. En dat weten, die bewuste inzet van mijn vrouwelijkheid als een soort wapen in dit spel, is een integraal deel van de opwinding.
Bij de roltrap die naar de volgende, drukkere verdieping leidt, voel ik het opnieuw. Intens. Ogen in mijn rug. Brandend. Ik kijk niet bewust om, maar mijn perifere zicht en een soort zesde zintuig registeren de bron. Een groepje jonge mannen, misschien studenten, hangt wat verderop bij de reling, luidruchtig pratend en lachend. Maar hun gesprek is merkbaar verstomd. Hun aandacht is nu volledig op mij gericht. Ik vang een glimp van hun reflectie op in een grote glazen winkelpui tegenover me. Eén van hen, een blonde jongen met een scherpe kaaklijn en ogen die geen enkele moeite doen om subtiel te zijn, laat zijn blik onbeschaamd, bijna roofdierachtig, en tergend langzaam over me heen glijden. Van mijn blote schouders die onder de smalle bandjes van de top vandaan komen, langs de zijkant van mijn borst die net zichtbaar is door de lage uitsnijding van mijn topje, naar beneden, naar het diepzwarte, glanzende leer dat zich om mijn heupen en billen klemt. Zijn ogen blijven daar hangen. Ik voel die blik bijna fysiek op mijn huid, als een warme, intieme, ongevraagde aanraking tegen mijn nek, ook al staat hij meters bij me vandaan.
Mijn hart bonkt zwaar en krachtig tegen mijn ribben als een opgesloten vogel terwijl ik op de eerste bewegende trede van de roltrap stap. De metalen leuning voelt koud en glad onder mijn handpalm. De lichte, constante tocht die hier altijd hangt door de luchtcirculatie, strijkt langs mijn blote armen, mijn rug, de ontblote huid van mijn buik. Het laat me rillen – een onwillekeurige reactie. Of misschien is het niet de kou. Misschien is het de pure, rauwe, zinderende spanning die als elektriciteit door mijn zenuwen jaagt. Ik til mijn kin onbewust nog iets hoger op, kijk recht voor me uit naar de mensenmassa boven. Mijn vingers glijden langzaam, bijna demonstratief speels, over de huid van mijn andere, blote arm, een achteloos gebaar voor wie niet beter weet. Maar ik wéét dat het gezien wordt vanuit mijn ooghoek. Ik wéét wat het effect is van deze schijnbare nonchalance. Ik voel het in de geladen, plotselinge stilte die ik achterlaat als de roltrap me langzaam maar onverbiddelijk omhoog voert, weg van hun directe blikveld, maar niet uit hun gedachten.
Dit... dit gevoel. Het is intens. Het is verslavend. De adrenaline die door mijn aderen pompt. De precaire balans tussen controle en overgave. De heimelijke blikken, de onuitgesproken reacties, de wetenschap dat ik een rimpeling veroorzaak in de alledaagse stroom. Het balanceren op het scherpe randje van wat 'gepast' is, en er stiekem van genieten om er net overheen te stappen. Dit spel dat ik speel, met mezelf en met hen, met hun verwachtingen en mijn lef. Het is een roes, een drug bijna. En terwijl ik boven aankom, mijn ogen al scannend op zoek naar de boetiekjes met de meest uitdagende collecties, klaar om mijn zoektocht naar die nóg gewaagdere outfit te beginnen, weet ik één ding met absolute zekerheid: ik wil méér.
En dan zie ik het. Hem.
Een man, ik schat hem halverwege de dertig, misschien iets ouder. Goed gekleed – een donkerblauw, gestreken overhemd met de bovenste knoopjes open, een nette beige chino, een glimmend, duur horloge om zijn pols. Een verschijning die normaal gesproken zou opgaan in de menigte. Maar dan zie ik de blik in zijn ogen. Die blik is… rauw. Hongerig. Een gefocuste intensiteit die dwars door de façade van casual elegantie heen brandt. Hij staat iets verderop, schijnbaar nonchalant leunend tegen een brede, marmeren pilaar naast de ingang van een kledingzaak, alsof hij op iemand wacht. Maar zijn houding is te bestudeerd, te onbeweeglijk. Zijn hand, zijn rechterhand, verraadt hem volledig. Zijn smartphone, een strak, nieuw model, rust half verborgen in zijn handpalm, maar net schuin genoeg gekanteld, de lens van de camera – dat kleine, donkere, allesziende oogje – onmiskenbaar mijn richting uit wijzend. Zijn duim zweeft gevaarlijk dicht bij de zijkant van het scherm, klaar om af te drukken. Hij is niet aan het bellen, niet aan het typen. Hij is aan het wachten, aan het observeren, aan het vastleggen.
Mijn hart slaat een slag over, lijkt het wel, struikelt even over zijn eigen ritme, en begint dan te bonzen, luid en zwaar in mijn borstkas. Ik voel het kloppen tot in mijn keel, het ritme voelbaar tot in mijn vingertoppen die nu lichtjes tintelen. Een intense, bijna elektrische schok trekt door mijn onderbuik, verspreidt zich als een lopend vuurtje naar mijn dijen, maakt mijn knieën week. Het is een vreemde, krachtige, bijna overweldigende cocktail van pure, zinderende spanning, een plotseling, scherp gevoel van een donkere, diepe opwinding die me de adem bijna beneemt.
Hij denkt dat ik het niet doorheb. De arrogantie! De heimelijkheid! Hij denkt dat hij ongezien, stiekem, een moment van mij kan stelen, een beeld kan vangen om later te bekijken, te consumeren, te bezitten in zijn digitale galerij. Maar ik zie hem wél. Ik zie alles. Zijn geforceerde nonchalance, de spanning in zijn schouders, de manier waarop zijn ogen – nu volledig op mij gericht – over me heen glijden. Ik voel zijn blik, zelfs zonder direct terug te kijken, als een fysieke aanwezigheid, een soort laserstraal die mijn lichaam scant. Ik voel hoe zijn ogen mijn blote benen volgen vanaf mijn enkels omhoog, hoe ze blijven hangen bij het strakke, glanzende leer dat mijn heupen en billen omspant. Alsof hij elk detail, elke curve, elke lijn, elke schaduw obsessief wil vastleggen, wil memoriseren voor later. Alsof hij mijn silhouet, mijn uitstraling, mijn essentie van dit moment wil bezitten, al is het maar in de koude, onpersoonlijke wereld van pixels op zijn scherm.
Een golf van intense hitte trekt door me heen, beginnend diep in mijn maag en zich snel verspreidend naar mijn wangen, mijn nek, mijn borst. Het is geen onaangename hitte van schaamte of vernedering, absoluut niet. Geen spoor van ongemak. Het is de pure, onversneden, bijna perverse prikkeling van het betrapt worden – nee, correctie: van het weten dat hij denkt mij ongemerkt te kunnen betrappen, terwijl ik de touwtjes in handen heb. Van het spelen met zijn verlangen, zijn clandestiene actie.
'Dus je wilt een foto?' denk ik bij mezelf, en een klein, ondeugend, uitdagend vonkje ontbrandt diep vanbinnen. Langzaam, alsof ik me van geen kwaad bewust ben en alleen maar even de pasvorm van mijn kleding check, laat ik mijn vingers van mijn rechterhand gedachteloos langs de bovenrand van mijn leren broekje glijden, net boven mijn heupbeen, daar waar het leer overgaat in mijn blote huid. Mijn nagels, rood gelakt, strijken zachtjes over het gladde leer, dan over het kleine stukje warme, blote vel daarboven. Een klein gebaar, bijna onzichtbaar voor de meeste voorbijgangers, maar ik weet dat hij het ziet. Het is doelbewust. Provocerend. Een cadeautje voor zijn lens. Ik stel me levendig voor hoe zijn ademhaling even stokt in zijn keel, hoe zijn ogen zich misschien een fractie verwijden achter die façade van zogenaamde onverschilligheid. Hoe zijn vingers zich onwillekeurig steviger om zijn telefoon klemmen, een plotselinge, bijna paniekerige angst om dit moment, deze onverwachte 'bonus', te missen. Hoorde ik daar de zachte klik van de camera?
Dan, heel even maar, een fractie van een seconde die eeuwig lijkt te duren, til ik mijn hoofd op en kijk hem recht aan. Onze blikken kruisen elkaar dwars door de mensenstroom heen. Zijn gezicht verstijft onmiddellijk. Betrapt. Schuldig. Zijn ogen worden even groot van schrik. Maar hij kijkt niet weg, tot mijn lichte verrassing en snel groeiende opwinding. De paniek in zijn ogen maakt na die eerste schok plaats voor iets anders, iets veel intrigerenders. Een glimp van pure, onverbloemde brutaliteit. Van onverhuld verlangen dat hij niet eens meer probeert te verbergen nu zijn masker abrupt is gevallen. Zijn mondhoek trekt nauwelijks merkbaar omhoog, de schaduw van een zelfverzekerde, bijna uitdagende grijns. Het is geen verontschuldiging; het is een bekentenis, een stilzwijgende erkenning van zijn daad en zijn begeerte.
Ik beantwoord zijn blik met een eigen glimlach. Klein, speels, een beetje raadselachtig, misschien zelfs medeplichtig. Een subtiele krul van mijn lippen die zonder woorden zegt: 'Ik weet wat je doet. Ik zie je.' Alsof ik zijn geheimpje deel, alsof ik hem met deze glimlach stilzwijgend toestemming geef voor zijn clandestiene voyeurisme. Het voelt pervers, gevaarlijk, en onweerstaanbaar opwindend. Dan, net zo plotseling als ik hem aankeek, wend ik mijn blik af, kijk weer recht voor me uit, en draai me langzaam om, mijn heupen misschien net iets nadrukkelijker wiegend in het strakke leer dan nodig. Ik loop verder, zonder nog om te kijken. Maar ik weet het. Met een diepe, intuïtieve zekerheid die tintelt op mijn huid, weet ik dat hij nog steeds kijkt. Dat zijn ogen mijn rug volgen, elke beweging registeren, het wiegen van mijn heupen, de manier waarop het licht speelt op het leer. Of misschien... misschien heeft hij zijn telefoon alweer geheven, nu nog brutaler, zijn actie gelegitimeerd door mijn glimlach, verslaafd aan de illusie van mijn onwetendheid, of misschien juist extra geprikkeld door mijn stilzwijgende, speelse medeplichtigheid.
De hitte in mijn lichaam blijft. De opwinding zindert na als de naschok van een kleine aardbeving. Dit geheime spel, deze intense, stille interactie, het voedt iets in mij, iets hongerigs. Dit moment, deze onverwachte, intense bevestiging van mijn aantrekkingskracht en mijn vermogen om reacties uit te lokken, is precies waar ik voor kwam. Dit is de brandstof die ik zocht.
(Het vervolg volgt morgen)
"Hmm," zijn stem klinkt diep en warm. Er zit dat lichte, bijna onhoorbare lachje onder dat ik zo goed ken, dat me altijd een beetje doet wiebelen op mijn stoel. "Misschien," begint hij langzaam, "had ik gewoon zin om je stem te horen. Hij pauzeert even. "Of misschien… misschien wil ik je wel schaamteloos verleiden tot een avondje op een zonovergoten terras, met een goed glas wijn."
Ik grinnik en leun achterover in mijn stoel. Mijn vrije hand vindt een lange lok van mijn blonde haar en begint die gedachteloos, maar met een zekere sensualiteit, rond mijn wijsvinger te draaien. "Oh ja?" vraag ik, terwijl ik mijn hoofd een beetje schuin houd. "En wat maakt jou zo arrogant zeker dat ik daar plotseling zin in zou hebben? Misschien heb ik wel heel andere, veel fascinerendere plannen."
“Omdat het veel te mooi weer is om thuis te zitten niksen.” antwoordt hij onmiddellijk, zijn stem vol van die zelfverzekerde charme die me tegelijkertijd irriteert en aantrekt. En," voegt hij eraan toe, "omdat je weet dat je hopeloos verloren bent zodra ik die fles Vernaccia bestel die je zo lekker vindt, zeker in combinatie met mijn onweerstaanbaar charmante gezelschap, uiteraard."
Ik bijt speels op mijn onderlip, mijn ogen dwalen naar het raam waar inderdaad de middagzon gouden stralen naar binnen werpt. "Goeie punten, ik geef het toe," zeg ik met gespeelde tegenzin. "Maar er mist nog iets essentieels aan je overtuigingskracht. Het is allemaal nogal… voorspelbaar, Kristof."
"Oh? En wat zou dat dan zijn, mevrouw de criticus?" vraagt hij. Ik hoor de geamuseerde uitdaging in zijn stem. Ik laat een korte, geladen stilte vallen, net lang genoeg om hem nieuwsgierig te maken.
"Wat als ik vanavond al iets veel beters te doen had?" vraag ik dan, mijn stem een octaaf lager, suggestief. "Iets... veel spannenders dan een terrasje?"
"Dan zou ik zeggen dat mijn plan B nog veel spannender is dan wat jij ook maar in gedachten had," kaatst hij onmiddellijk terug, zonder een spoortje twijfel. Zijn zelfvertrouwen is soms om gek van te worden, maar stiekem vind ik het onweerstaanbaar. "Een gezellig diner. Een plek met precies de juiste sfeer, goede muziek. En ik trakteer, natuurlijk." Hij pauzeert weer, en deze keer voelt de stilte anders, beladen met een specifieke verwachting. "Maar…" Mijn vingers stoppen met het draaien van mijn haar. Een tinteling trekt door mijn lichaam, als een warme stroom lava. Ik voel de kleur in mijn wangen stijgen. Ik weet wat er komt. "Je moet wel iets gepasts aantrekken," zegt hij, zijn stem nu zacht maar dwingend. "Iets waar ik heel, heel blij van word."
"Blij van wordt?" herhaal ik zachtjes, bijna fluisterend. Ik kijk naar het plafond alsof ik diep moet nadenken. "En wat definieert 'gepast' dan precies in de fascinerende wereld van Kristof?"
Ik hoor hem kort en hees lachen. Het geluid stuurt rillingen langs mijn ruggengraat. "Alsof je dat niet weet," zegt hij plagend. "Dat zwarte leren shortje van je. Ja, die. Die je benen eindeloos laat lijken. En dat losvallende, witte topje. Je weet dat die me compleet gek maakt."
Daar is het. De herinnering aan de laatste keer dat ik die outfit droeg flitst door mijn hoofd – de manier waarop zijn ogen oplichtten, de nauwelijks verholen bewondering, de manier waarop zijn hand 'per ongeluk' mijn rug aanraakte. Ja, ik weet precies wat hij bedoelt. De warmte in mijn lichaam intensiveert, een gloed die zich vanuit mijn kern verspreidt. "Is dat een bevel, meneer?" vraag ik, mijn stem nu fluweelzacht, maar met een uitdagend, scherp randje eronder. Ik geniet van dit spel, van de machtsverschuivingen, van de onderliggende stroom van verlangen die tussen ons knettert.
"Laten we het een… zeer, zeer sterke suggestie noemen," zegt hij, zijn stem weer dieper, intiemer. "En eentje waarvan je donders goed weet dat je me er een onmetelijk groot plezier mee doet. En andere mannen uiteindelijk ook, denk ik."
Ik bijt weer op mijn lip, proef de lichte, zoete smaak van mijn lippenbalsem, en geniet met volle teugen van dit moment, van de elektrische spanning die bijna hoorbaar door de telefoonlijn knettert. Het voelt alsof hij hier naast me staat. "Oké, stel," zeg ik langzaam, elk woord wegend, "stel dat ik me laat overhalen door jouw dwingende suggesties... Wat krijg ík dan precies terug voor deze ongelooflijk genereuze daad van mij?"
Kristof laat een lage, plagende lach horen, een geluid dat beloftes inhoudt en mijn nieuwsgierigheid tot het uiterste prikkelt. "Geduld, liefste. Dat ontdek je vanavond wel. En ik garandeer je, het zal het waard zijn."
Mijn hart maakt een onverwacht sprongetje in mijn borstkas. Zijn beloftes zijn zelden leeg. De gedachte aan wat hij zou kunnen bedoelen stuurt een nieuwe golf van warmte door me heen. "Hmm. Je maakt het wel heel, héél verleidelijk," murmel ik, mijn stem een beetje hees nu. "Goed dan. Ik zal erover nadenken."
"Niet te lang denken," waarschuwt hij meteen, de speelsheid is even weg, zijn stem klinkt nu serieuzer, vol verwachting. "Ik verwacht je om klokslag zes uur op het marktplein. Geen minuut later. En ik verwacht," zijn stem wordt weer laag en intiem, bijna een fluistering die rechtstreeks mijn oor in lijkt te glijden, "dat je eruitziet om… op te eten."
Een brede, onstuitbare glimlach spreidt zich over mijn gezicht. Ik voel de hoekjes van mijn mond omhoog krullen. Ik laat die glimlach duidelijk doorklinken in mijn stem als ik antwoord. "Dat ben ik toch altijd, Kristof?"
Ik hoor hem zuchten aan de andere kant, een geluid van gespeelde, liefdevolle overgave die mijn hart nog sneller doet slaan. "Daar heb je een verdomd goed punt," geeft hij toe, zijn stem nu weer vol van die onmiskenbare warmte die alleen voor mij bedoeld lijkt. "Tot straks, schoonheid."
"Tot straks," fluister ik terug, en verbreek dan met een zachte klik de verbinding.
Ik leg mijn telefoon neer op tafel. Een brede grijns speelt om mijn lippen. Een zoete nagalm van Kristofs stem en de beloftevolle spanning in zijn woorden trilt nog na in de lucht om me heen. Ik blijf nog enkele seconden zitten, laat het moment bezinken. De opwinding borrelend als champagne in mijn borst. Dan duw ik mijn stoel naar achteren en sta op. Ik loop naar de slaapkamer. Mijn hart bonkt een ritme van pure, onvervalste opwinding tegen mijn ribben. Elke stap voelt licht, doelgericht. Ik duw de slaapkamerdeur achter me dicht. Mijn blik glijdt onmiddellijk naar de open kleerkast aan de andere kant van de kamer, maar eerst moet de comfortabele 'thuis'-kledij uit. Mijn vingers haken onder de zachte zoom van mijn oversized grijze hoodie. Met een soepele beweging trek ik hem over mijn hoofd. Mijn haar raakt even verward, de zachte stof strijkt langs mijn gezicht en laat een laatste, vage zweem van mijn huisparfum achter. Ik gooi de trui achteloos op het bed. Dan volgt mijn joggingbroek. Met een moeiteloze, bijna sensuele beweging schuif ik de zachte, vertrouwde stof over mijn heupen. De broek glijdt zonder weerstand langs mijn benen, tot ze in een vormeloos hoopje stof rond mijn enkels ligt. Ik stap eruit. Ik sta daar even, alleen in mijn comfortabele zwarte ondergoed. Het contrast tussen de net afgeworpen, vormeloze comfortkleding en de duidelijke, spannende intentie van dit moment is bijna tastbaar in de stille kamer.
Mijn voeten brengen me als vanzelf naar de grote passpiegel die tegen de muur naast de kast leunt. Ik blijf ervoor staan, mijn ademhaling iets dieper nu, bewuster. Mijn reflectie kijkt me aan, onverbloemd. Ik zie mijn eigen lichaam, de lijnen, de rondingen – de lichte welving van mijn heupen, de inkeping van mijn taille, de zachte vorm van mijn schouders. Ik zie de kleine details die alleen ik ken, een bijna onzichtbaar littekentje op mijn knie, een spikkel van een moedervlek net boven mijn heupbeen. Maar vandaag kijk ik anders. Kritisch, ja, maar ook met een soort… waardering. Ik probeer mezelf een moment door Kristofs ogen te zien. De manier waarop zijn blik soms blijft hangen, de warmte die dan in zijn ogen komt. Zou hij mij mooi vinden? De gedachte alleen al stuurt een nieuwe, diepere golf van warmte door me heen, een gloed die van binnenuit lijkt te komen. Ik draai me een beetje, bekijk mijn profiel, de curve van mijn rug, de vorm van mijn billen. Mijn hand strijkt langzaam, bijna aarzelend, over de huid van mijn buik, dan zelfverzekerder langs mijn zij. Er stroomt een vreemde mix van kwetsbaarheid en een ontluikende kracht door me heen. De wetenschap dat ik dit lichaam zo meteen ga hullen in kleding die speciaal voor hem is uitgekozen, om zijn reactie uit te lokken, voelt opwindend, bijna machtig.
Dan draai ik me om en loop ik naar de kleerkast en pak het zwarte lederen broekje. Het leer voelt koeler aan dan ik had verwacht, maar tegelijkertijd ongelooflijk soepel. Met een diepe, bijna ceremoniële ademhaling stap ik in het broekje. Het leer glijdt stroef maar onmiskenbaar sensueel omhoog langs mijn benen. Het sluit zich als een tweede huid nauw om mijn heupen, mijn billen, en vormt zich direct naar mijn lichaam alsof het ervoor gemaakt is. Ik voel de gladde, koele voering tegen mijn huid. Ik trek de zilverkleurige rits omhoog – een klein, bevredigend metalig geluid – en sluit de knoop erboven. Het zit strak, omhelst mijn vormen, maar belemmert me niet. Het voelt als een pantser, ja, maar dan een ongelooflijk sexy, onthullend pantser. Ik laat mijn handen over mijn dijen glijden, voel de lichte spanning van de stof rond mijn bovenbenen, de manier waarop het zich strak tegen mijn huid drukt. Dit broekje is niet zomaar kleding, het is een statement. Een uitnodiging. Een uitdaging. Mijn hartslag versnelt licht bij de gedachte aan de blikken die ik zal vangen zodra ik over straat loop. Mannen die hun ogen niet kunnen afhouden van de manier waarop het leer mijn heupen en benen omsluit. Hoe hun blikken afdwalen, hoe ze proberen niet te staren maar het toch doen. Het idee alleen al laat een warme gloed door mijn onderbuik trekken.
Dan de witte tanktop. Ik trek hem voorzichtig over mijn hoofd. De zachte, lichte stof valt losjes om mijn bovenlichaam, drapeert zich op een manier die meer suggereert dan expliciet laat zien. De smalle bandjes liggen comfortabel op mijn blote schouders. De halslijn is inderdaad laag, precies zoals hij het graag ziet, en onthult het zachte begin van mijn decolleté en een glimp van het kant van mijn bh eronder. Ik draai me weer om, met een lichte, bijna nerveuze beweging, naar de spiegel. De transformatie is compleet. De vrouw die me aankijkt is anders dan degene van vijf minuten geleden. Het diepe, intense zwart van het leer contrasteert scherp met het heldere, bijna onschuldige wit van de top en de lichtbruine kleur van mijn huid. Mijn benen lijken langer, mijn taille meer geaccentueerd door de hoge pasvorm van het broekje. De losse top balanceert het geheel, voegt een element van nonchalance toe aan het uitgesproken sexy leer. Een golf van zelfvertrouwen spoelt over me heen. Dit voelt goed. Krachtig, sexy, uitdagend. Ik denk aan Kristofs woorden – 'eruitzien om op te eten'. Een ondeugende glimlach verschijnt weer op mijn gezicht in de spiegel. Ja, ik denk dat ik ruimschoots aan zijn zeer sterke suggestie heb voldaan.
Maar wacht. Mijn ogen vernauwen zich een fractie, mijn blik wordt kritischer terwijl ik bestudeer hoe de witte stof van de tanktop precies over mijn borsten valt. Het dunne kant van mijn zwarte bh schemert er subtiel doorheen bij de armsgaten en de halslijn. Het is niet storend, het is zelfs best mooi, maar het is niet precies de look die ik nu voor ogen heb. Niet voor vanavond. Niet met deze outfit, die draait om contrasten en een zekere durf. Niet voor hem. "Nee," mompel ik zachtjes tegen mijn spiegelbeeld, meer een besluit voor mezelf dan een gesproken woord. "Eén ding nog." Met een vastberaden beweging glijden mijn handen onder de losse stof van de tanktop aan mijn rugzijde. Mijn vingers zoeken blindelings, puur op de tast, naar de kleine, vertrouwde sluiting van mijn bh. Ik voel de kleine metalen haakjes en de zachte lusjes van de oogjes onder mijn vingertoppen. Het is een handeling die ik duizenden keren heb verricht, bijna zonder nadenken, maar nu, in deze context, voelt het anders. Bewuster. Beladen met een nieuwe betekenis, een laatste, definitieve stap in de transformatie naar de vrouw die ik vanavond wil zijn. Met een geoefende, snelle beweging – een lichte druk en een kleine draai – duw ik het ene deel van de sluiting iets omhoog en trek het andere los. De spanning over mijn rug en rond mijn ribbenkast valt onmiddellijk, merkbaar weg. Een kleine zucht van verlichting ontsnapt aan mijn lippen. Dan breng ik mijn handen naar voren en schuif ik voorzichtig de smalle, elastische bandjes van mijn schouders. Eerst het rechterbandje, dan het linker. Ze glijden zacht en soepel over mijn huid, laten een kortstondig koel spoor achter voordat de warmte weer terugkeert. Ik houd mijn adem even in terwijl ik de bh voorzichtig onder de losse tanktop vandaan manoeuvreer, de zachte cups en de dunne beugels even zichtbaar in mijn handen voordat ik het kledingstuk met een achteloos gebaar op het bed laat vallen, naast de trui.
De verandering is onmiddellijk en intens voelbaar. De dunne, zachte stof van de tanktop rust nu direct op mijn blote huid, volgt de natuurlijke vorm en het gewicht van mijn borsten zonder enige ondersteuning. Het voelt lichter, luchtiger, en tegelijkertijd oneindig veel kwetsbaarder, oneindig veel meer blootgesteld. Ik voel hoe mijn tepels onmiddellijk reageren, opnieuw verharden onder de stof, nu duidelijker zichtbaar als kleine reliëfs tegen het witte katoen. Het is een directe reactie op de lichte wrijving van de stof, maar zeker ook op de pure, onversneden opwinding die als een elektrische stroom weer door me heen golft. Ik kijk opnieuw in de spiegel. De manier waarop de top nu over mijn bovenlichaam valt is onmiskenbaar anders. Losser, ja, nonchalanter misschien, maar tegelijkertijd oneindig veel gedurfder. De suggestie is sterker, de lijn van mijn lichaam onder de stof ononderbroken en natuurlijk. Een kleine, zelfverzekerde, bijna triomfantelijke glimlach krult mijn lippen. Ja, denk ik, terwijl ik mijn spiegelbeeld een laatste, lange blik gun. Dít is het. Perfect.
Ik haal een hand door mijn haar, kantel mijn hoofd een beetje en bekijk mezelf nog eens in de spiegel. De combinatie van het strakke, glanzende leer van mijn broekje en het losse, bijna achteloze topje voelt… gevaarlijk. Speels. Spannend. Mijn hartslag is net iets sneller dan normaal, mijn ademhaling iets dieper. Ik voel me sexy. Krachtig. Verleidelijk. Een onmiskenbare golf van zelfvertrouwen spoelt over me heen, veel krachtiger dan de aarzelende waardering van daarnet. Dit voelt goed. Meer dan goed. Het voelt krachtig, uitdagend, en onmiskenbaar sexy. Ik voel me volledig mezelf, maar dan een versie die klaar is om te spelen, om te verleiden, om de controle te nemen en los te laten tegelijk. Ik denk aan Kristofs woorden – 'eruitzien om op te eten'. Een ondeugende glimlach verschijnt weer op mijn gezicht in de spiegel. Ja, denk ik bij mezelf, terwijl ik mijn reflectie een laatste goedkeurende knik geef. Ja, ik denk dat ik ruimschoots aan zijn 'zeer sterke suggestie' heb voldaan. Ik ben er meer dan klaar voor.
Of...
Een vreemde, onverwachte gedachte flikkert plotseling door mijn hoofd. Ik kijk opnieuw naar mijn reflectie. Het is goed. Het is krachtig. Het is onmiskenbaar sexy. Kristof zal het fantastisch vinden, zijn ogen zullen oplichten, precies zoals ik het me voorstel. Maar... "Maar misschien… misschien is dit nog niet genoeg," fluister ik tegen de spiegel, mijn stem klinkt verrassend zacht, bijna samenzweerderig in de stille kamer. "Misschien," vervolg ik, terwijl het idee vorm krijgt, onweerstaanbaar en gevaarlijk, "moet ik de lat hoger leggen. Voor mezelf. Voor het spel." Mijn ogen krijgen een dromerige, lichtelijk koortsachtige blik terwijl een nieuwe fantasie zich vormt in mijn geest, scherp, helder en elektrisch geladen. "Iets compleet anders," denk ik hardop, mijn hartslag begint te versnellen. "Iets dat ik nog niet heb. Iets dat nog gedurfder is dan dit leer, nog onthullender dan deze top." Mijn fantasie schildert een beeld: "Een jurkje. Heel kort. Flinterdun." Ik zie het voor me, een jurkje dat valt als een tweede huid langs mijn lichaam. Dat elke contour volgt en omhoog kruipt bij elke stap die ik zet. "Nauwelijks verhullend," gaat de gedachte verder, "iets dat net teveel huid toont bij een onverwachte beweging... genoeg om fantasieën genadeloos los te maken, om vragen op te roepen."
De gedachte alleen al stuurt een plotselinge, intense schok van pure, ondeugende, bijna verboden opwinding door me heen. Mijn adem stokt even in mijn keel. Mijn lippen krullen zich onwillekeurig tot een kleine, geheimzinnige glimlach, een glimlach die alleen ik begrijp. Dit gaat niet meer alleen om Kristof, besef ik. Dit gaat om mij. Om het verleggen van mijn eigen grenzen. Om die kick.
"Ja," besluit ik met een plotselinge, onwrikbare zekerheid die alle twijfel wegvaagt. "Ik moet terug. Nu meteen. Terug naar het shoppingcentrum." De herinnering aan de vorige keer flitst door mijn hoofd, zo levendig en prikkelend dat ik het bijna fysiek voelt. Die overweldigende kakofonie van geluiden – pratende mensen, winkelmuziek, piepende kassa's. Het felle, onpersoonlijke, bijna chirurgische licht van de TL-buizen. En te midden van dat alles... de blikken. Het onmiskenbare gevoel van ogen die me volgden, die bleven hangen, soms openlijk, soms discreet. Het bijna hoorbare geroezemoes van gesprekken dat even stilviel of van toon veranderde wanneer ik passeerde. Ik herinner me de brandende hitte in mijn lijf, vermengd met die pure, onversneden, bijna angstaanjagende thrill die door me heen gierde. Een gevoel van hyperbewustzijn, met mijn eigen lichaam als middelpunt van ongevraagde, maar heimelijk verlangde aandacht. Dat gevoel is niet vervaagd. Integendeel, de herinnering voedt een diepe, bijna fysieke hunkering. Ik hunker naar die sensatie. Naar die scherpe, intense gewaarwording van mijn eigen aanwezigheid, van de stille of juist hoorbare reactie die ik teweegbreng door simpelweg te zijn, door te durven.
De gedachte alleen al om daar nu heen te gaan, gekleed zoals ik nu ben, laat een nieuwe golf van intense, bijna pijnlijke spanning door mijn lichaam trekken. Mijn hartslag versnelt nog verder, een snelle, opgewonden drumsolo in mijn borst. Mijn handpalmen voelen plotseling klam aan. Ik weet het zeker, het is onvermijdelijk: ik zal blikken vangen. Ik zie het al helemaal voor me: mannen die abrupt hun gesprek onderbreken, hun ogen die me scannen van top tot teen, een mengeling van verrassing en begeerte. Vrouwen die opzij kijken, misschien met afkeuring, misschien met heimelijke nieuwsgierigheid. De heerlijke onzekerheid in hun blikken – zag ik dat goed? Droeg ze daar iets onder? – is een cruciaal onderdeel van de opwinding. Hen laten gissen, laten fantaseren, vragen achterlaten in hun hoofd.
Met diezelfde geheimzinnige, nu bijna roofdierachtige glimlach nog steeds op mijn lippen, draai ik me resoluut om van de spiegel. De vrouw in het lederen broekje is verleden tijd, een tussenfase. Mijn hand grijpt mijn tas van de stoel waar ik hem had neergelegd. De tas die me al op zoveel van dit soort clandestiene avonturen en uitdagende expedities heeft vergezeld. Het voelt als een bondgenoot. Tijd om te gaan. Tijd om naar het pulserende hart van het shoppingcentrum te gaan. Tijd om te zien hoeveel hoofden er zullen draaien, hoeveel gesprekken zullen stokken. Tijd om te spelen met de grenzen. Tijd om mezelf echt uit te dagen, verder dan ik misschien eerder durfde. De middag heeft plotseling een heel andere wending genomen. En ik kan niet wachten.
Zodra ik het shoppingcentrum binnen stap, voel ik het. Het begint als een lichte prikkeling achter in mijn nek, een bijna onderbewust signaal, een hyperbewustzijn van mijn omgeving. Maar het zwelt razendsnel aan, wordt een onmiskenbare realiteit. Blikken. Als onzichtbare, soms aarzelende, soms brutale vingers die over mijn huid strijken. Ze tasten af, blijven even haken op een bepaald punt – mijn benen, mijn heupen, de lage halslijn van mijn top – glijden dan verder, of blijven juist hangen. Mijn hartslag, die al verhoogd was door de pure anticipatie tijdens de rit hierheen, versnelt nog een fractie, bonkt nu voelbaar in mijn keel.
Ik vertraag mijn pas bewust, wandel door de brede, drukke gang alsof ik alle tijd van de wereld heb, alsof ik me volkomen onbewust ben van de aandacht. Mijn heupen wiegen net iets nadrukkelijker dan normaal met elke stap. Het is een subtiele, bijna onbewuste provocatie die voortkomt uit de spanning die door mijn lijf giert. Ik voel de gladde, bijna vloeibare stof van mijn zwarte leren broekje strak om mijn billen en bovenbenen spannen. Het materiaal vormt zich als een tweede huid perfect naar elke ronding, elke lijn van mijn lichaam. Bij elke stap voel ik het leer tegen mijn huid drukken, de lichte, constante wrijving tussen mijn dijen, een sensatie die tegelijkertijd beperkend en ongelooflijk opwindend is. Het laat nauwelijks ruimte voor verbeelding en is een voortdurende, tintelende herinnering aan hoe uitdagend deze outfit is. Hoe schaamteloos dit leer mijn lichaam accentueert en tentoonstelt in dit publieke domein.
Mijn witte tanktop danst losjes om mijn bovenlichaam, een luchtig, bijna onschuldig contrast met de dwingende, glanzende strakheid eronder. De dunne stof voelt nauwelijks aanwezig tegen mijn huid, beweegt mee met de luchtstroom als ik loop. Maar ik ben me hyperbewust van elke beweging, elke lichte plooi. Bij elke zwaai van mijn arm, elke lichte draai van mijn romp, voel ik de zachte stof langs mijn blote borsten strijken – het kietelt, het prikkelt, een constante sensatie. En ik weet, zonder in de spiegelende winkelruiten te hoeven kijken, dat de dunne stof weinig verhult als het felle licht er verkeerd op valt. Mijn tepels, hard door de brandende opwinding die door me heen trekt, tekenen zich af als kleine, donkere schaduwen onder het wit. Niet overdreven, niet vulgair, maar onmiskenbaar aanwezig. Net genoeg om de aandacht van oplettende blikken te vangen en vast te houden.
De eerste mannen die me in tegenovergestelde richting passeren, een duo in nette pakken, doen hun uiterste best om neutraal te blijven kijken, recht voor zich uit, alsof ze me niet zien. Maar het is een verloren strijd, een façade die ik met innerlijk genoegen zie barsten. Ik zie het in de fractie van een seconde dat hun ogen onwillekeurig, als door een magneet getrokken, naar beneden schieten. Eerst een snelle, bijna verontschuldigende taxatie van mijn gezicht, dan een onvermijdelijke, snelle duik naar het glanzende zwart van het broekje, de onbedekte huid van mijn benen die eronderuit komen. De ene – de jongste van de twee – wendt zijn blik onmiddellijk weer af, een verraderlijk vleugje rood kruipt omhoog vanuit de kraag van zijn overhemd, alsof hij betrapt is op een verboden gedachte. De ander, iets ouder, is minder subtiel, of misschien onverschilliger. Zijn blik blijft hangen, glijdt langzaam en waarderend omhoog, van mijn enkels naar mijn heupen, naar de lage uitsnijding van mijn top. Een lichte frons op zijn voorhoofd maakt plaats voor iets anders… een mengeling van verrassing en onverholen interesse. Zijn mondhoek trekt bijna onmerkbaar omhoog in een kleine, kennende glimlach. Ik vang zijn blik bewust op voordat we elkaar passeren. Ik kijk hem recht aan, mijn eigen ogen koel, misschien een tikje geamuseerd, uitdagend. Ik zie de verrassing in de zijne, de lichte schok van herkenning dat ik hem heb zien kijken. Ik zie hoe zijn adem even stokt in zijn keel, hoe hij zijn kaak licht aanspant. Dan laat ik mijn blik los, kijk weer recht voor me uit en wandel nonchalant door, alsof er niets is gebeurd, hem achterlatend met zijn gedachten.
De wetenschap dat ik deze stille, onuitgesproken reacties uitlok, dat ik mannen laat kijken, laat hunkeren, misschien zelfs even van hun stuk breng, zonder ook maar één woord te zeggen, puur door mijn aanwezigheid en mijn kledingkeuze, stuurt een krachtige, bijna bedwelmende golf van pure, onversneden opwinding door mijn lijf. Het is een gevoel van macht, van speelse controle in dit anonieme spel. Mijn huid tintelt overal, alsof ze ontwaakt onder de aandacht. Mijn stappen worden automatisch zelfverzekerder, mijn rug rechter, mijn kin iets hoger. Ik laat mijn hand terloops langs mijn heup glijden, mijn vingers strijken zachtjes, bijna liefkozend, over het koele, strakke leer. Ik ben me pijnlijk bewust van hoe perfect dit broekje zit, hoe het mijn vorm omhelst en benadrukt. De lage taille die net een verleidelijk stukje van mijn blote buik laat zien boven de rand, de uitdagend korte lengte die mijn bovenbenen lang en – ja, laten we eerlijk zijn – verleidelijk doet uitkomen. Ik weet exact hoe dit eruitziet. Ik weet wat voor effect het sorteert. En dat weten, die bewuste inzet van mijn vrouwelijkheid als een soort wapen in dit spel, is een integraal deel van de opwinding.
Bij de roltrap die naar de volgende, drukkere verdieping leidt, voel ik het opnieuw. Intens. Ogen in mijn rug. Brandend. Ik kijk niet bewust om, maar mijn perifere zicht en een soort zesde zintuig registeren de bron. Een groepje jonge mannen, misschien studenten, hangt wat verderop bij de reling, luidruchtig pratend en lachend. Maar hun gesprek is merkbaar verstomd. Hun aandacht is nu volledig op mij gericht. Ik vang een glimp van hun reflectie op in een grote glazen winkelpui tegenover me. Eén van hen, een blonde jongen met een scherpe kaaklijn en ogen die geen enkele moeite doen om subtiel te zijn, laat zijn blik onbeschaamd, bijna roofdierachtig, en tergend langzaam over me heen glijden. Van mijn blote schouders die onder de smalle bandjes van de top vandaan komen, langs de zijkant van mijn borst die net zichtbaar is door de lage uitsnijding van mijn topje, naar beneden, naar het diepzwarte, glanzende leer dat zich om mijn heupen en billen klemt. Zijn ogen blijven daar hangen. Ik voel die blik bijna fysiek op mijn huid, als een warme, intieme, ongevraagde aanraking tegen mijn nek, ook al staat hij meters bij me vandaan.
Mijn hart bonkt zwaar en krachtig tegen mijn ribben als een opgesloten vogel terwijl ik op de eerste bewegende trede van de roltrap stap. De metalen leuning voelt koud en glad onder mijn handpalm. De lichte, constante tocht die hier altijd hangt door de luchtcirculatie, strijkt langs mijn blote armen, mijn rug, de ontblote huid van mijn buik. Het laat me rillen – een onwillekeurige reactie. Of misschien is het niet de kou. Misschien is het de pure, rauwe, zinderende spanning die als elektriciteit door mijn zenuwen jaagt. Ik til mijn kin onbewust nog iets hoger op, kijk recht voor me uit naar de mensenmassa boven. Mijn vingers glijden langzaam, bijna demonstratief speels, over de huid van mijn andere, blote arm, een achteloos gebaar voor wie niet beter weet. Maar ik wéét dat het gezien wordt vanuit mijn ooghoek. Ik wéét wat het effect is van deze schijnbare nonchalance. Ik voel het in de geladen, plotselinge stilte die ik achterlaat als de roltrap me langzaam maar onverbiddelijk omhoog voert, weg van hun directe blikveld, maar niet uit hun gedachten.
Dit... dit gevoel. Het is intens. Het is verslavend. De adrenaline die door mijn aderen pompt. De precaire balans tussen controle en overgave. De heimelijke blikken, de onuitgesproken reacties, de wetenschap dat ik een rimpeling veroorzaak in de alledaagse stroom. Het balanceren op het scherpe randje van wat 'gepast' is, en er stiekem van genieten om er net overheen te stappen. Dit spel dat ik speel, met mezelf en met hen, met hun verwachtingen en mijn lef. Het is een roes, een drug bijna. En terwijl ik boven aankom, mijn ogen al scannend op zoek naar de boetiekjes met de meest uitdagende collecties, klaar om mijn zoektocht naar die nóg gewaagdere outfit te beginnen, weet ik één ding met absolute zekerheid: ik wil méér.
En dan zie ik het. Hem.
Een man, ik schat hem halverwege de dertig, misschien iets ouder. Goed gekleed – een donkerblauw, gestreken overhemd met de bovenste knoopjes open, een nette beige chino, een glimmend, duur horloge om zijn pols. Een verschijning die normaal gesproken zou opgaan in de menigte. Maar dan zie ik de blik in zijn ogen. Die blik is… rauw. Hongerig. Een gefocuste intensiteit die dwars door de façade van casual elegantie heen brandt. Hij staat iets verderop, schijnbaar nonchalant leunend tegen een brede, marmeren pilaar naast de ingang van een kledingzaak, alsof hij op iemand wacht. Maar zijn houding is te bestudeerd, te onbeweeglijk. Zijn hand, zijn rechterhand, verraadt hem volledig. Zijn smartphone, een strak, nieuw model, rust half verborgen in zijn handpalm, maar net schuin genoeg gekanteld, de lens van de camera – dat kleine, donkere, allesziende oogje – onmiskenbaar mijn richting uit wijzend. Zijn duim zweeft gevaarlijk dicht bij de zijkant van het scherm, klaar om af te drukken. Hij is niet aan het bellen, niet aan het typen. Hij is aan het wachten, aan het observeren, aan het vastleggen.
Mijn hart slaat een slag over, lijkt het wel, struikelt even over zijn eigen ritme, en begint dan te bonzen, luid en zwaar in mijn borstkas. Ik voel het kloppen tot in mijn keel, het ritme voelbaar tot in mijn vingertoppen die nu lichtjes tintelen. Een intense, bijna elektrische schok trekt door mijn onderbuik, verspreidt zich als een lopend vuurtje naar mijn dijen, maakt mijn knieën week. Het is een vreemde, krachtige, bijna overweldigende cocktail van pure, zinderende spanning, een plotseling, scherp gevoel van een donkere, diepe opwinding die me de adem bijna beneemt.
Hij denkt dat ik het niet doorheb. De arrogantie! De heimelijkheid! Hij denkt dat hij ongezien, stiekem, een moment van mij kan stelen, een beeld kan vangen om later te bekijken, te consumeren, te bezitten in zijn digitale galerij. Maar ik zie hem wél. Ik zie alles. Zijn geforceerde nonchalance, de spanning in zijn schouders, de manier waarop zijn ogen – nu volledig op mij gericht – over me heen glijden. Ik voel zijn blik, zelfs zonder direct terug te kijken, als een fysieke aanwezigheid, een soort laserstraal die mijn lichaam scant. Ik voel hoe zijn ogen mijn blote benen volgen vanaf mijn enkels omhoog, hoe ze blijven hangen bij het strakke, glanzende leer dat mijn heupen en billen omspant. Alsof hij elk detail, elke curve, elke lijn, elke schaduw obsessief wil vastleggen, wil memoriseren voor later. Alsof hij mijn silhouet, mijn uitstraling, mijn essentie van dit moment wil bezitten, al is het maar in de koude, onpersoonlijke wereld van pixels op zijn scherm.
Een golf van intense hitte trekt door me heen, beginnend diep in mijn maag en zich snel verspreidend naar mijn wangen, mijn nek, mijn borst. Het is geen onaangename hitte van schaamte of vernedering, absoluut niet. Geen spoor van ongemak. Het is de pure, onversneden, bijna perverse prikkeling van het betrapt worden – nee, correctie: van het weten dat hij denkt mij ongemerkt te kunnen betrappen, terwijl ik de touwtjes in handen heb. Van het spelen met zijn verlangen, zijn clandestiene actie.
'Dus je wilt een foto?' denk ik bij mezelf, en een klein, ondeugend, uitdagend vonkje ontbrandt diep vanbinnen. Langzaam, alsof ik me van geen kwaad bewust ben en alleen maar even de pasvorm van mijn kleding check, laat ik mijn vingers van mijn rechterhand gedachteloos langs de bovenrand van mijn leren broekje glijden, net boven mijn heupbeen, daar waar het leer overgaat in mijn blote huid. Mijn nagels, rood gelakt, strijken zachtjes over het gladde leer, dan over het kleine stukje warme, blote vel daarboven. Een klein gebaar, bijna onzichtbaar voor de meeste voorbijgangers, maar ik weet dat hij het ziet. Het is doelbewust. Provocerend. Een cadeautje voor zijn lens. Ik stel me levendig voor hoe zijn ademhaling even stokt in zijn keel, hoe zijn ogen zich misschien een fractie verwijden achter die façade van zogenaamde onverschilligheid. Hoe zijn vingers zich onwillekeurig steviger om zijn telefoon klemmen, een plotselinge, bijna paniekerige angst om dit moment, deze onverwachte 'bonus', te missen. Hoorde ik daar de zachte klik van de camera?
Dan, heel even maar, een fractie van een seconde die eeuwig lijkt te duren, til ik mijn hoofd op en kijk hem recht aan. Onze blikken kruisen elkaar dwars door de mensenstroom heen. Zijn gezicht verstijft onmiddellijk. Betrapt. Schuldig. Zijn ogen worden even groot van schrik. Maar hij kijkt niet weg, tot mijn lichte verrassing en snel groeiende opwinding. De paniek in zijn ogen maakt na die eerste schok plaats voor iets anders, iets veel intrigerenders. Een glimp van pure, onverbloemde brutaliteit. Van onverhuld verlangen dat hij niet eens meer probeert te verbergen nu zijn masker abrupt is gevallen. Zijn mondhoek trekt nauwelijks merkbaar omhoog, de schaduw van een zelfverzekerde, bijna uitdagende grijns. Het is geen verontschuldiging; het is een bekentenis, een stilzwijgende erkenning van zijn daad en zijn begeerte.
Ik beantwoord zijn blik met een eigen glimlach. Klein, speels, een beetje raadselachtig, misschien zelfs medeplichtig. Een subtiele krul van mijn lippen die zonder woorden zegt: 'Ik weet wat je doet. Ik zie je.' Alsof ik zijn geheimpje deel, alsof ik hem met deze glimlach stilzwijgend toestemming geef voor zijn clandestiene voyeurisme. Het voelt pervers, gevaarlijk, en onweerstaanbaar opwindend. Dan, net zo plotseling als ik hem aankeek, wend ik mijn blik af, kijk weer recht voor me uit, en draai me langzaam om, mijn heupen misschien net iets nadrukkelijker wiegend in het strakke leer dan nodig. Ik loop verder, zonder nog om te kijken. Maar ik weet het. Met een diepe, intuïtieve zekerheid die tintelt op mijn huid, weet ik dat hij nog steeds kijkt. Dat zijn ogen mijn rug volgen, elke beweging registeren, het wiegen van mijn heupen, de manier waarop het licht speelt op het leer. Of misschien... misschien heeft hij zijn telefoon alweer geheven, nu nog brutaler, zijn actie gelegitimeerd door mijn glimlach, verslaafd aan de illusie van mijn onwetendheid, of misschien juist extra geprikkeld door mijn stilzwijgende, speelse medeplichtigheid.
De hitte in mijn lichaam blijft. De opwinding zindert na als de naschok van een kleine aardbeving. Dit geheime spel, deze intense, stille interactie, het voedt iets in mij, iets hongerigs. Dit moment, deze onverwachte, intense bevestiging van mijn aantrekkingskracht en mijn vermogen om reacties uit te lokken, is precies waar ik voor kwam. Dit is de brandstof die ik zocht.
(Het vervolg volgt morgen)
Lees verder: Exposed - 10: De Verkoper
Geef dit verhaal een cijfer:
5
6
7
8
9
10