Door: Keith
Datum: 24-02-2026 | Cijfer: 9.6 | Gelezen: 1263
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 42 minuten | Lezers Online: 25
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 42 minuten | Lezers Online: 25
Vervolg op: Gonnie - 43: Overpeinzingen...
Paarden, Plannen En Techniek
Een uurtje later kleedden we ons uit en gingen naar bed. En tijdens het ‘nog even knuffelen’ zei Frank: “Ik vind het heerlijk wat je doet, Gon, maar zo dadelijk hoorde je een harde bonk en ben ik in slaap gevallen… Sorry alvast.” Ik gaf hem nog een zoen. “Dat mag. Jij hebt je portie vandaag ook wel gehad met al die ambtenaren. En ‘even’ op en neer naar Den Haag.” “Nogal”, klonk het naast me. “Dan liever naar Groningen. Welterusten, Gon.” “Lekker slapen, Frank…”
Ik draaide op mijn rug en lag nog een tijdje te peinzen. Over Joziassen: hoe kon iemand zich zo vervreemden van de wereld dat hij z’n eigen buurvrouw niet meer sprak? Geen vrienden of kennissen had en ronduit gehaat werd op z’n werk? Dan ben je toch… Nou ja. Ik schakelde over op Mariëlle. En zwemtrainer Roel. Morgen maar weer in Voorthuizen zwemmen en hem eens goed observeren.
Hé! Je bent niet Mariëlle d’r moeder, Gon Peters! Nee, dat niet, maar wel een beetje… ja wát? Oudere, ervaren zus? Zoiets… ten slotte liep Mariëlle tot ruim een maand geleden nog in de klederdracht van de Weever Junior rond. Niet gehinderd door enige kennis over de ‘echte’ wereld. Hoewel… Nee, dat was niet waar. Ze wist best wel hoe een aantal zaken werkten, haar ouders goed bij de tijd. Maar op andere gebieden was ze naïef. Te lief. Te onschuldig. Ik giebelde. En maagd. Waarschijnlijk. Maar wie weet, had ook zij wat speeltjes. De blonde boerendochter met haar grote Tarzan…Hihihi...
Donderdag! Samen met Frank naar Ede; wel weer lekker. Dat vond hij ook; zijn hand lag tijdens het autorijden ten minste vaak op mijn been. Toen ik daar wat van zei, antwoordde hij: “Schat, in mijn vorige auto moest ik schakelen. Had ik die hand in feite altijd op de pook. Nu heb ik iets veel mooiers om mijn hand op te laten rusten: jouw prachtige benen in mooie nylons. Veel interessanter dan de pook van een zes-versnellingsbak, hoe soepel die ook schakelde.” En terwijl hij dat zei, gleed zijn hand langzaam onder mijn rok.
“Hé! Het is niet de bedoeling dat jij tijdens het rijden in mijn versnellingsbak gaat roeren, meneertje! Weg met dat handje daar; op mijn benen: vooruit dat mag, onder mijn rokje richting mijn poes: Nee. Veel te gevaarlijk, hier op de Ginkelse Hei.” Gelukkig kwamen we zonder ongelukken in Ede aan. Mariëlle zat al achter haar desk. “Goedemorgen samen!” “Hé, goeiemorgen Mar. Jij bent vroeg…” “Ja, ik had er weer zin in.” De werkdag begon goed. Gerben kwam even later ook binnen en we zaten, tot acht uur nog even te geinen. Toen hard aan het werk, want ik merkte dat door het werk in Terschuur mijn eigen werk achter begon te lopen.
Ik zei dat tegen Frank en die mopperde: “Dan delegeer je wat van jouw werk toch aan Mar? Die zit anders achter die balie alleen maar mooi te zijn en haar lippen te stiften…” Gerben schoot in de lach. “Volgens mij heeft ze ook wat werk van Yvon overgenomen, hoor Frank! Die zit zich écht niet te vervelen. Als jij je vriendin nou eens wat meer met rust laat, kan zij zich op haar werk concentreren. Wat dacht je daarvan?” Frank gromde. “Het is meer een kwestie dat zij mij met rust moet laten. Met mijn uiterlijk…” “Zouden de heren deze discussie willen beëindigen?” onderbrak ik hen. “Ik weet wel weer waar dat op uit gaat draaien: vrouwonvriendelijke grappen. En laat ik daar vandaag nou net geen behoefte aan hebben? Dank voor de aandacht. Gerben: jij naar je klanten, Frank: jij in je computer, wat je daar ook aan het doen bent.” “Freecell, schat…” Ik keek boos langs mijn beeldscherm. “Laat ik ’t niet merken, Veenstra!”
“Oh, Frank… Vanavond weer klapjes van die strenge mevrouw in die leren outfit?” Gerben z’n stem klonk plagend. “Nee, dat is haar zus”, klonk het droog en ik stuurde een héle waarschuwende blik richting Frank. Het werd stil op het bureau, op Gerben na die met z’n klanten praatte. Maar het meeste ging verloren achter zijn beeldschermen. Om twaalf gingen we er even uit voor een wandelingetje. Lekker met z’n vieren lopen en ontspannen kletsen. En weer terug bij de zaak zei Mariëlle tegen me: “Kan ik je zo nog even spreken, Gon?” Ik knikte. “We blijven wel even buiten. Laat die kerels maar gaan werken.”
We liepen een klein stukje terug, buiten beeld van het bedrijf. “Ik heb je raad opgevolgd, Gon. Vanochtend naar het zwembad gebeld en ik kreeg Roel aan de lijn. En me afgemeld voor zijn training.” Ze keek me aan. “En nu? Vanavond? We zouden weer samen zwemmen in Voorthuizen, schat. En dan staat hij op de kant. Reken maar dat hij je het vuur aan de schenen gaat leggen. ‘Waarom stop je ermee, Mariëlle? Het ging nét zo lekker… En nu ben ik mijn Jetski kwijt…”
Ze keek me recht aan. “Dan zal ik hem vertellen dat, nu ik geen pupil van hem meer ben, ik vrij ben om hem eens mee uit te vragen.” Ze keek vastbesloten. “En als hij nee zegt, Mar? Heb je daarover nagedacht?” Een kleine aarzeling. “Daar wíl ik niet over denken, Gonnie.” “Doe het toch maar”, zei ik nuchter. “Wie weet heeft hij thuis een schat van een vriendin zitten. Of is hij overtuigd homo. Of… Enfin, er kunnen duizend redenen zijn waarom hij niet met jou in zee wil. Bereid je daar ook op voor. Dat je niet uit pure wanhoop door zijn afwijzing van een brug springt of zo…”
Ik pakte haar hand. “Mar, je staat op het punt om je héél kwetsbaar op te stellen en dat is doodeng, ik weet het uit ervaring. Maar weet één ding zeker: als je het niet doet, weet je helemaal niets. Badmeester Roel lijkt me een aardige vent én hij heeft principes, met z’n ‘vier-ogen-beleid’. Probeer het gewoon. Nee heb je alvast, ja kun je krijgen. En nu aan ’t werk! Volgens Frank zit je achter die balie alleen maar je lippen te stiften; vertel hem maar eens dat dat niet zo is!” “En dat is jouw vent?” Ze snoof.
We liepen naar binnen en ze liep meteen door naar Frank. “Ik hoor dat jij beweert dat ik achter mijn balie alleen maar met m’n make-up bezig ben. Ik wil je even melden dat dat a: niet het geval is en b: als ik het nóg een keer hoor dat ik jouw lippen eens even ga stiften. Met schoenpoets!” Met opgeheven hoofd liep ze terug naar de hal, Frank verbluft achterlatend. Gerben lachte breeduit achter zijn beeldschermen, ik stak een duim op. “Zo. Die had je even verdiend, meneer Veenstra!”
Hij keek zielig. “En ze was zo lief… toen ze nog een bescheiden meisje uit Terschuur was…” “Vergeet dat bescheiden meisje nou maar; die is een beetje opgevoed door die kenau uit Renkum. Aan ’t werk jij!” Zonder veel verdere ‘incidenten’ ging de dag verder. En om half vijf sloten we de zaak af; Frank en ik gingen in een restaurant in Barneveld een hapje eten; Mariëlle ging naar huis en we hadden om half acht in het zwembad in Voorthuizen afgesproken.
En daar was het druk. Blijkbaar was de donderdag populairder dan de dinsdag om baantjes te trekken. Van een ‘wedstrijdje’ kon geen sprake zijn; we moesten ons aanpassen aan de rest. Veel senioren bij wie het tempo duidelijk lager lag dan bij ons. Nou ja… Zoals Frank zei: “Een goede training voor als we 60-plussers zijn.” Uiteindelijk was er één baantje vrij waarop we even los konden gaan, maar met drie mensen op één baantje was dat niet comfortabel. Na een half uur gingen we er dan ook uit. “Voortaan op de dinsdag, Frank”, zei ik en hij knikte. “Of in Renkum. Daar hebben we wat meer ruimte.” Badmeester Roel had zich niet laten zien. Met een “Tot morgen!” namen we afscheid van haar en reden naar Schaarsbergen. Daar aangekomen dronken we nog even wat en om tien uur gingen we de kelder in om te gaan slapen.
“We lijken nu al bejaard, Gon”, zei Frank toen we lekker naast elkaar lagen. “Eerst in een slakkengang zwemmen, dan een kopje slappe koffie en vervolgens braaf met de handjes boven het dekbed in bed gaan liggen.” “Bóven het dekbed? Ik geloof er niks van, Frank Veenstra. Ik voel duidelijk een handje op mijn linker bovenbeen. Een handje wat de afgelopen minuut héél langzaam naar boven gleed. Nog even en je zit in de gevarenzone, Frankieboy.”
“Oh? En wat houdt dat in, mooie vrouw?” “Dat ik een pets geef op dat grijpgrage handje als je niet als de gesmeerde bliksem naar beneden gaat!” Hij zuchtte. “Toen jij je slipje uitdeed zag ik een leuk pijltje van mooie rode haren wat richting je poesje wees. Dat leek me een duidelijke uitnodiging, schat.” Ik rolde naar hem toe. “Dat is het ook, mooie vent. Voor als ik zin het om met je te vrijen. Maar nu is Gonnie een beetje moe. Eerst keihard werken in Ede, toen mezelf keihard inhouden om niet als een speedboat te keer te gaan in het zwembad. En nu ben ik lekker rozig en wil maar één ding: slapen. En nee, dat is geen smoes, Frank. Ik ben best moe. En morgen weer zo’n dag in Ede; ik hoop dat ik morgen weer een beetje op schema ben met m’n eigen werk. Terschuur kost veel tijd.” Ik voelde hem knikken. “Oké schat, ik begrijp het wel. Lekker slapen dus. Morgen weer lekker samen naar Ede en zaterdag vliegen. Met captain Rick aan de knuppel.”
Ik humde. “Als hij dan maar de goeie knuppel in z’n handen heeft. Anders geef ik geen stuiver voor dat vliegbrevet van ‘m.” “Ach…”, klonk er naast me, “wie weet houdt Cora zijn knuppel wel vast tijdens de vlucht. Maar dan zou het wel eens ‘a bumpy ride’ kunnen gaan worden…” Ik giebelde. “Ja. Kotszakjes meenemen. En nu lekker slapen, Frank.” Een lange zoen volgde, toen draaide ik me lekker tegen zijn rug aan en viel vrij snel in slaap.
De vrijdag vlóóg om. Hard werken; ik wilde persé mijn eigen werk af hebben. Dus: alle locaties voor de cursussen van volgende maand reserveren, docenten inplannen, catering voor sommige locaties bestellen (niet alle cursuslocaties beschikten over eigen catering), cursusboeken bestellen en uitnodigingen versturen aan de diverse bedrijven. Ik bleef ’s middags met één cursus zitten. Die aanvraag was in de ochtend binnengekomen. Twaalf man van de Meyer-Werft uit Papenburg, Duitsland.
Toen ik Frank die aanvraag liet zien, lachte hij. “Dat is stap één, Gon. Ze willen eens kijken wat wij in petto hebben. Mag ik de deelnemerslijst eens zien? Kijken of er bekenden tussen zitten…” Even later werd zijn grijns nog breder. “Hoofd IT, de manager ‘Safety’ en twee lui van calculatie. De rest ken ik niet. Ze willen duidelijk aan ons systeem snuffelen.” “Ja, leuk, maar wie kan ik daarvoor inzetten, Frank? Zowel Ben, Mike, Gerben én Alex zitten die week vol…” Hij keek me aan. “En wat dacht je van de meest briljante docent binnen deze toko? Ene Herr Diplomingenieur Veenstra, Frank van voren? Die in het Duits net zoveel onzin kan uitkramen als in het Nederlands?”
“Wil jij dat gaan doen?” "Het zal wel moeten, schat. De enige die het ook zou kunnen is Mike, maar die heeft z’n vaste klantjes. En die laat hij niet in de steek, zo ken ik ‘m wel. Dus blijft over?” Hij trommelde op zijn borst en ik mopperde: “Nog even en ik hoor Johnny Weismuller. De ‘echte’ filmtarzan. Laat maar. Ehhh… cursuslocatie en catering?” Ze hebben op de werf een prima lesgebouw, schat. En een meer dan prima bedrijfsrestaurant…”
Hij keek nadenkend. “Je moet aan hen vragen of ze een of twee tafels reserveren in hun bedrijfsrestaurant. Liefst tussen half één en half twee. Dan kan de klas bij elkaar zitten. Beter voor het groepsgevoel en zo.” Ik maakte aantekeningen. “Nog meer?” “Ja, de cursusboeken in het Duits, maar dat is een kwestie van laten uitprinten en inbinden bij onze huisdrukkerij…” Hij begon te grinniken. “Laat ze er maar 14 printen.” “14? Er zijn twaalf curisten… Hoezo 14?”
Zijn grijns bleef. “Ik werk altijd vanuit hetzelfde boek als de cursisten. Sommige, wat oudere versies verschillen qua bladzijnummer en soms ook qua inhoud, als de laatste softwareversie nog niet in het boek is verwerkt. En… Ik wil een extra cursist introduceren. Hoe goed ben jij met Duits, schatje?” Ik zuchtte. “Ik zag die grijns van je al, rotzak. Jij wilt mij in het Duits de beginnerscursus geven? Op een scheepswerf notabene? Waar allerlei lassers en timmerlui met hun grijpgrage klauwen Gonnie Peters onder haar rokje willen betasten als ze de kans krijgen? Een fijne lover ben jij, Frank Veenstra. ‘Diplomingenieur’ of niet, verdorie. Maar goed, om antwoord te geven op je vraag: mijn eindexamencijfer Duits op het VWO was een 9,3. Eén-tiende punt hoger dan mijn lieve zus. En for the record: op de Hogeschool Utrecht hebben we ook een aantal colleges in het Duits gehad, omdat er wat Duitse studenten die colleges wilden volgen. Kein Problem, Herr Veenstra.”
“Mooi. Dan mag je ook nog het volgende regelen: Een overnachtingsadres voor ons beiden. Vanaf zaterdagmiddag tot de volgende week zondagochtend. Maken wij er ook een leuke week van, schat.” Ik keek verwonderd. “Vanaf zaterdag tot…”
Frank knikte. “Dan hebben we zaterdagmiddag en zondag om even te acclimatiseren. Maandag 08:00 start de cursus tot vrijdag een uur of drie. De Duitsers kennende zal er daarna wel een etentje georganiseerd zijn; daar zijn Duitsers heel erg goed in. Desnoord in Lederhosen en hoempa-muziek. Dan kunnen we de zaterdag en de zondagochtend nog even door de stad flaneren en iedereen laten genieten van jou korte rokjes en mooie benen, en rond een uur of twee rijden we terug naar Schaarsbergen. Deal?” “Op die korte rokjes na: prima. Ehhh… Hoe lang wil je rijden vanaf onze overnachtingslocatie tot de werf?”
Hij dacht even na. “Maximaal een half uur. Liefst ergens aan de rand van Papenburg, maar niet bij een industrieterrein of zo. Een Bed & Breakfast, een zomerhuisje… Liefst geen hotel. Geen zin om de benedenburen lastig te vallen als ik je voor de vierde keer die nacht om half vijf ’s morgens bespring. Da’s nogal confronterend voor dat jonge gezinnetje met twee kindertjes van 2 en 4 jaar.” Ik keek nadenkend. “Die hebben 2 kindertjes en weten dus al lang wat dat ritmische geluid van hun bovenburen betekent, schat. Maar misschien brengen we ze wel op leuke ideetjes…”
“Jullie laten dat maar mooi uit je hersens! Een beetje op kosten van de baas ergens in een hotelletje in Duitsland liggen wippen? Daar ga ik dwars voor liggen, meneer Veenstra en mevrouw Peters!”
Yvon keek om de deur, haar gezicht dreigend, Mariëlle breed lachend achter haar. Frank draaide zich om. “Ik weet niet of die hotelkamer groot genoeg is, Yvon. Helemaal niet als Mariëlle ook nog meekomt. Gezellig kan het wél worden natuurlijk, als jij ‘daar dwars voor gaat liggen’. Ik weet niet wáár je exact voor wil gaan liggen, maar als je denkt de maagdelijkheid van mijn vriendinnetje daarmee te kunnen beschermen: uit betrouwbare bron kan ik je mededelen dat je daarvoor ruimschoot te laat bent. Los daarvan: het lijkt me wel boeiend…” Ik gierde van het lachen, met name om het verblufte gezicht van Yvon en het knalrode hoofd van Mar.
“Hoe lang stond jij al te luistervinken, Yvon?” Die lachte liefjes. “Vanaf jouw score Duits op het VWO, Gon. En mijn complimenten; ik heb het met Duits nooit verder geschopt dan een piepklein zeventje op mijn eindlijst op de HAVO. Rottaal. En Frank: hoe en in welke hoedanigheid ik waar voor ga liggen hou ik nog even in beraad. Misschien neem ik Simon wel mee. En de mededeling over Gon d’r maagdelijkheid: ik neem aan dat je dat persoonlijk hebt gecontroleerd?”
Nu was het Frank z’n beurt om even perplex te zijn. “Ga jij eens gauw weg, de HR-functionaris uithangen, mevrouw Makinga. En neem je receptioniste ook maar mee; ze zou eens op onzedelijke gedachten kunnen komen. Erg slecht voor een onschuldig meisje uit Terschuur…” Mariëlle keek Frank boos aan. “Tijd dat jij eens gaat dimmen, meneer Veenstra!”
“Ehh…” Ik keek Mar liefjes aan. “Heb je een specifieke mededeling op dat gebied? Qua onschuldigheid, bedoel ik? Met een zekere…” Frank onderbrak me. “Stop. Niet verder, Gon.” Ik keek hem aan en hij meende het. “Sorry, Mar. En Frank. En Yvon ook wel een beetje. Ik wilde er weer eens wat ondoordachts uitflappen.” “Ja, daar ben je best goed in, Gon…” Yvon keek me peinzend aan. “Jammer dat ze daar bij je sollicitatiegesprek niet achter zijn gekomen. Maar goed, dat zal wel iets te maken hebben gehad met een zekere mate van subjectiviteit van ene Veenstra…”
Ik wilde iets snijdends zeggen, maar Mariëlle was me voor. “En nu káppen met dit geplaag; nu is het nog leuk en zo, maar straks zegt iemand iets wat écht te ver gaat, en dan zijn de poppen aan het dansen. Heb ik geen zin in; ik wil met een goed gevoel het weekend ingaan om met een net zo goed gevoel hier maandag weer terug te komen. Bovendien is het bijna vier uur; tijd om af te sluiten én voor thee. En die ga ik nú pakken.” Ze liep richting automaat.
Yvon knikte. “Ze heeft gelijk, jongens. Dit was op het scherpst van de snede; tot nu toe leuk, maar we moeten niet veel verder gaan, oké?” We knikten braaf. “Mooi. Spul opruimen, thee. In de hal.” Die verliep in redelijke rust; We vertelden elkaar onze weekendplannen.
Yvonne en Simon zouden het dit weekend ‘lekker rustig aan gaan doen’. “Misschien morgen een stuk wandelen, daarna ergens uit eten of zo.”
Mariëlle zou zaterdag weer gaan paardrijden. “En dan neem ik Libby ook mee, die vindt dat heerlijk. Lekker rennen. En het is een stukje bescherming, zei mijn Pa.” Ik knikte. “Zeker weten. Met Libby naast je kijkt men wel uit om gekke dingen te doen. Bovendien: je zit op een paard. En die zijn ook niet gek.” Mariëlle keek ondeugend. “Ik neem Harvard morgen mee. Een grote, zwarte hengst. Tot nu toe ben ik de enige die hij op zijn rug accepteert. Daar wil je niet met foute bedoelingen bij in de buurt komen: hij draait meteen zijn achterwerk naar je toe en je kunt een trap krijgen.
Het enige nadeel aan Harvard is: zijn brede rug. Je zit bijna in spagaat. Als ik terugkom van een rit op hem heb ik behoorlijk spierpijn van het wijdbeens zitten. Verder is het een heerlijk dier om op te rijden. En hij is héél snel in galop; dan heb je echt een stofbril nodig. En als we terugkomen van zo’n rit zijn we allebei nogal bezweet. Hij vindt het heerlijk als ik ‘m afdroog en borstel, dan zie je hem genieten…”
Haar gezicht betrok. “…om daarna in de wei als een malle op zijn rug te gaan liggen rollen. Al je geborstel voor niets.” We lachten haar uit en Yvon zei: “Ik heb absoluut geen verstand van paarden of ruiterij, Mar, maar… waarom borstel je zo’n paard dan?” “Eerst afdrogen. Het paard zweet nogal, zeker als je een stuk gegaloppeerd hebt. Afdrogen vinden ze fijn, net als wij gaan douchen na het sporten. Het borstelen daarna: je wilt dat je paard er goed uitziet. Borstelen zorgt ervoor dat de haren weer gaan glimmen, dat eventuele teken en ander ongedierte van de huid verwijderd worden. Als ik Harvard geborsteld heb, is het één glanzende zwarte massa.” Ze pakte haar telefoon en liet ons een paar foto’s zien. Ook eentje waarop zij op het paard zat.
“Allemachtig…” zei Frank, “…dát is een grote jongen. En daar ga jij vrolijk opzitten?” Mariëlle lachte trots. “Ja. Maar dat heeft wel wat voeten in aarde gehad hoor. Letterlijk. Hij accepteerde niemand op zijn rug. Samen lopen, met een halster: Oké, dat accepteerde hij op een gegeven moment wel. Van mijn pa, van mijn broer Albert, van mij. Maar ja, dan kan hij hooguit rustig draven; in galop hou je Harvard écht niet bij.
Dus… Ik ben op een gegeven moment op een zaterdagavond bij hem in de box gegaan. Matje en slaapzak mee. Meneer vond dat eerst een slecht plan. Je zag ‘m denken. “Wat mot jij met die vodden in mijn mooie box?” Hij trapte er tegen aan, totdat ik er op ging zitten; toen hield het getrap op. Hij accepteerde mij toen al redelijk. Ik ben lekker gaan lezen, zittend op de slaapzak, rug tegen de zijkant van de box. En Harvard ging op een gegeven moment liggen. Teken dat hij zich op z’n gemak voelde. Hoofd naar mij toe, kijkend wat ik aan het doen was. Ik heb het boek weggelegd en ben naast zijn hoofd gaan zitten en heb hem een uur lang geaaid en tegen hem aan zitten kletsen. En Bix zitten voeren. Paardenbrokken. En hij vond het prima!
Geen getrap meer, af en toe een hinnik of een bries en hij kwam steeds dichter naar me toe, totdat ik zijn hoofd op mijn benen had…”Ze keek even moeilijk. “Best zwaar trouwens, maar ik wilde dat moment niet verstoren. Het was duidelijk een teken van vertrouwen: bij jou voel ik me wel prima. En ik vond het ook prima. Uiteindelijk ben ik onder zijn hoofd vandaan gekropen en ben in mijn slaapzak gaan liggen. En hij legde zijn hoofd naast het mijne: we lagen bijna neus aan neus. Heerlijk! En zo zijn we in slaap gevallen… Die nacht heerlijk geslapen. Met een groot zwart paard naast me…”
Ze keek dromerig.
“En de volgende ochtend dacht ik: “Als het nu niet lukt, dan weet ik het ook niet meer!” Dus: Harvard gezadeld. Daar had hij normaal een bloedhekel aan; bokken, oren naar achteren en pogingen tot bijten. Toen niet. Hij bleef gewoon rustig staan. En toen ik op hem ging zitten keek hij achterom met een blik van: ‘Zit je goed? Gaan we leuke dingen doen?’ En dat hebben we die dag gedaan. Eerst in de wei, bij de andere paarden: stappen, op een gegeven moment korte stukjes draven en toen zijn we naar buiten de wei gegaan. En tot mijn stomme verbazing was hij de rust zelf. Ook als er een auto voorbij kwam: niks aan de hand.
En uiteindelijk hebben we in een paar boscomplexen ten noorden van de Hoevelakense beek heerlijk gegaloppeerd. Sinds die dag zijn Harvard en ik de dikste maatjes.” Ik knikte. “Mooi zoals je dat vertelt… Maar Mar: waarom wil jij dan toch in zoiets saais als automatisering? Uit alles blijkt dat je hart hebt voor dieren… Waarom geen boerin?” Ze keek nietsziend voor zich uit. “Omdat ik zie hoeveel moeite mijn pa moet doen om het bedrijf overeind te houden. Alle regeltjes uit Den Haag, maar ook vanuit de provincie… Mestboekhouding, hoeveel vee mag je hebben op jouw grond, hoeveel uitstoot mag je maximaal produceren… Veeartskosten, melkquota… Terwijl we maar tien koeien hebben… Teveel om op te noemen, je wordt er letterlijk schijtziek van. En ik wil mijn jongste broer niet in de weg lopen. Dié neemt de boerderij over. En dat hebben we samen beslist: Pa, Ma, hij en ik.
En tot overmaat van ramp kwamen er twee jaar geleden nieuwe mensen achter ons wonen, in de boerderij van onze achterburen waar we, zo lang als ik leef, héél goed mee op konden schieten. Maar die verkochten hun boerderij en land. Er kwam een kleine camping voor in de plaats. Gelukkig aan de andere kant van de beek die de achterste grens is van ons land. Eigenaars: Een jong stel met geld, ergens uit Gouda, geloof ik. Sinds die tijd regent het klachten. Over de lucht van de mest, over geluidshinder van de koeien in de wei, het licht op ons erf is te fel, geluidshinder van Pa die ’s morgens om half zeven met de trekker het land op gaat om te melken… We hebben al twee keer iemand van de gemeente aan de deur gehad om alle vergunningen te laten zien; onze buren links en rechts ook. De laatste man van de gemeente zei, toen hij gezien had dat onze bedrijfsvoering prima in orde was: ‘Zet maar eens een net verhaaltje op zijn website over de consequenties van een camping in agrarisch gebied. En kijk dan eens hoe snel hij dat verwijdert. En als hij doorgaat met mekkeren: Aangifte doen.’ Ziedaar de reden waarom ik geen boerin wil worden, maar…” Ze keek ondeugend naar Frank. “…me wil onderdompelen in de geneugten van de automatisering.”
Frank keek onderzoekend terug. “” Ik weet niet wat jij bedoelt met ‘de geneugten van de automatisering’, jongedame, maar als jij mij wil betrekken in die plannen, loop je grote kans op wat scherpe nagels in je gezicht van Gon, en een enorme trap onder je charmante reet. Van mij. Eentje waar een trap van jouw zwarte liefje bij in het niet valt. Goed begrepen?” Ik knikte. “En ik sluit me geheel bij de vorige spreker aan.” Mariëlle hikte: “Zo. Heb ik jullie eens op de kast. Lekker púh.” Frank antwoordde met een nogal nadrukkelijk uitgesproken "Kréng."
Ze stak haar tong uit en vervolgde: “En wat zijn jullie van plan?” “Morgen leggen wij ons lot in de gecertificeerde handen van mijn kleine broertje. Om tien uur op Vliegveld Teuge zijn, dan propt hij ons in een ouwe dubbeldekker en doen we een ‘rondje Nederland’. Vanuit Teuge naar Born, via Duitsland richting Lelystad, daar een paar keer landen en weer opstijgen, en dan via-via weer terug richting Teuge. Of zoiets. Misschien kunnen we hem ook nog overhalen om over Renkum, Terschuur en Schaarsbergen te vliegen, Frank. Zou wel leuk zijn.” Hij knikte. “Een ouwe dubbeldekker?” vroeg Yvon nieuwsgierig. “En daar passen jullie met z’n drieën in?” “Nee, met z’n negenen. Mijn ouders, Rick en Cora, zijn vriendin, mijn zus Annet en Hans, haar vriend, de instructeur van Rick en wij tweeën. En die dubbeldekker is best groot.” Frank had ondertussen al een plaatje op Internet op z’n telefoon. “Kijk maar.” Mariëlle trok een gezicht. “Hoe oud is dat ding wel niet? Uit de Eerste Wereldoorlog of zo? Zo ziet hij hij er wel uit in ieder geval.”
Frank schudde zijn hoofd. “Nee, zó oud nou ook weer niet. Deze kist, een Antonov - 2, door de NATO 'Colt' genoemd, is ontworpen eind jaren ’40 in de Sovjetunie. En er vliegen nog een behoorlijk aantal van rond, zei Rick. In ieder geval ook in Afrika, bij de organisatie waar hij voor vliegt, die heeft er één of twee in dienst. En ondanks het wat krakkemikkige uiterlijk schijnt het een enorm betrouwbare kist te zijn. En: simpel te onderhouden, wat in Afrika een groot voordeel is.” “Nou, ik zal tijdens het paardrijden wel naar boven kijken”, zei Mariëlle lachend. “Neem je je telefoon mee, Mar? Dan bel ik je wel als we weten of we over Terschuur komen.” Ze stak een duim op.
Yvon stond op. “En nu gaan we weekend vieren, luitjes. Spullen pakken en wegwezen, dan sluit ik af. Simon is denk ik al thuis en onze programmeurs vonden het om drie uur al einde werktijd, de drukkers.” Even later reden we over de Ginkelse Hei. “Zo dadelijk nog even boodschappen doen, Gon. Weer wat voorraad inslaan; het schap van deze maand is bijna leeg en moet weer aangevuld worden.” “Dus… 20 blikken corned beef en ham? En vijftien blikken doperwten, bruine bonen en capucijners? Twee tubes tandpasta?” Ik plaagde hem, maar hij reageerde serieus. “Zoiets. Ik heb gisteravond al een lijstje gemaakt. Hier.”
Hij viste een lijst uit zijn borstzak en ik keek. “Oeps… Dat wordt een vol winkelwagentje, meneer…” Hij grinnikte. “Doe er maar twee. Jij een deel van het lijstje en ik een deel. En bij de kassa komen we elkaar wel tegen.” Ik keek. “En wie gaat dat betalen, meneer Veenstra?” “Ieder de helft, schat. Want ik vermoed dat jij binnen twee weken fulltime bij mij komt wonen. Tenminste: dan heb je toch de huur opgezegd?” Ik knikte. “Ja. En volgende week moet ik écht vrijdag vrij hebben, want dan kan ik de meubels die ik niet meer nodig heb, naar de kringloop brengen. En zaterdag wil ik de rest naar Schaarsbergen brengen. Dan is het huis leeg en kunnen we ’s avonds het huis schoonmaken, zodat wij het vrijdag netjes kunnen opleveren.”
Frank keek even opzij. “Ik hoor ‘we’ en ‘wij’ in combinatie met schoonmaken en poetsen. Dat stond niét in de kleine lettertjes, mevrouw.” “Klets niet. Frank. We willen allebei dat ik in Schaarsbergen kom wonen. Dan moet je ook even meehelpen, schat. In m’n eentje trek ik dat niet, of ik moet volgende week maandag al beginnen. En sowieso heb ik je hulp nodig bij het terugbrengen van de meubels naar de kringloop; sommige dingen zijn écht te zwaar voor een vrouw alleen.”
“Ik zal je met genoegen helpen, schat. Met name met de inhoud van je lingeriekast en pantylades.” “En die wilde ik juist aan Rick over laten, liefje. Die heeft er goeie herinneringen aan…”Ik grijnsde gemeen en Frank zuchtte. “Oh ja… Daar wilde ik het nog eens met hem over hebben. Kan morgen misschien wel tijdens het vliegen. Dan kletsen wij als kerels even samen in de cockpit.” “Jaja… En dan raakt Rick in verregaande staat van opwinding en moet jij z’n knuppel vasthouden? Dan is hij meteen z’n certificatie kwijt…” Frank schoot in de lach. “Nou ja, dan maar op een ander geschikt momentje. We gaan wel een dagje vissen of zo.” “Haha… Rick en jij vissen? Als Pasen en Pinksteren op één dag vallen…”
We stopten op de parkeerplaats van de supermarkt en Frank scheurde zijn lijstje vakkundig in tweeën. Ik kon de afdelingen ‘pasta’, ‘blikgroenten’ en ‘blikvlees’ bezoeken, hij moest langs de kaas, de verse groenten, zuivel, het brood, de koekjes en de frisdrank. En toen reden we met twee winkelwagentjes naar binnen.
Om er een kwartier later vol beladen uit te komen. En we hadden ieder de inhoud van ons ‘eigen’ wagentje betaald. Wel zo eerlijk. Maar daar moesten we voor in de toekomst nog een modus voor vinden… Thuisgekomen moest al dat spul natuurlijk ook nog naar beneden gezeuld worden en even later plofte Frank op een eetkamerstoel en ging ik op een stoel tegenover hem zitten. “Als je nog eens wat weet, Frank… Na vijf keer die trap op en neer heb ik het wel gehad, verdorie. Waarom maak je geen lift in die nooduitgang?” “Omdat het niet voor niets een ‘nooduitgang’ is, schatje. Je moet er uit kunnen als de trap versperd is. Die Duitsers waren niet gek…” “Nou, een aantal wél, in die tijd, maar dat ging meer over hun politieke voorkeur…”
Ik kreeg een brainwave. “Als je boven die nooduitgang zo’n overkappinkje bouwt, Frank. Zoiets als je boven een ouwe waterput ziet. Met een spil er in en een zwengel er aan. En in plaats van een emmer een soort gazen mand waarmee je spullen naar beneden kan laten zakken. Of ophijsen van mijn part. Dan is het een kwestie van: auto achteruit bij die ‘waterput’ neerzetten, mandje ophijsen, boodschappen er in, mandje laten zakken en degene die beneden staat mag uitladen. Mandje omhoog, volgende lading… Dat zou enorm schelen, schat.”
Hij keek me met open mond aan. “Wat heb jij gestudeerd? Economie? Ik geloof er geen biet van. Volgens mij heb jij bouwkunde of zo gedaan…” “Nee schat. Echt economie. Waarbij je leert om efficiënt met de ter beschikking staande middelen om te gaan. En in dit geval is het middel: ‘spierkracht’. Dus…” Ik glimlachte minzaam en Frank mopperde: “Dat ik verdomme daar niet eerder op ben gekomen. En mevrouw woont hier nog niet eens permanent en komt met dit soort ergonomische ideetjes… Wel hele goede ideetjes. Ik ga vanavond eens wat tekenen, denk ik. Dank je wel, schat.” “Eigenbelang, Frank. Niet meer vijf keer achter elkaar die rot-trap op en af met je handen vol.” Hij zat met zijn gedachten al duidelijk in de techniek en ik duwde in zijn zij. “Hé! Niet nu meteen in de ‘teken-modus’ gaan meneertje! We zitten op stoelen in jouw huiskamer, we rijden niet over de Ginkelse heide, ik heb hetzelfde rokje en dezelfde nylons aan als vanochtend, dus ga eens wat doen met die lekkere handjes van je! En anders… Oh wacht, ik weet wel iets, denk ik.” Ik wipte omhoog en klom op zijn schoot, mijn rug naar hem toe, mijn rokje wat omhoog. Ik hield me voorover aan de tafel vast. “Zo. Nu rijdt Gon ook eens op een hengst. Hij is weliswaar niet zwart, maar soms best hitsig. En dat wil merken!”
Frank gniffelde. “Je hebt je zwarte dildo toch?” Ik draaide me om en keek hem héél boos aan. “Ik heb ook een zwarte voorbind-dildo, meneer. Daar kon ik mijn lieve, sletterige zusje altijd helemaal gek mee maken. Die kan ik ook wel eens op jou uitproberen, als je daar opgewonden van wordt…” Frank keek angstig. “Niet helemaal mijn voorkeur, lieve schat.” “Je weet het pas als je het voelt, Frank. Zo, een kleine variatie op die reclame voor dat trainingsinstituut ‘De Baak’. Speciaal voor jou. En nu: aan ’t werk met die lekkere handen van je! Over mijn benen. Andere plekjes mogen ook. Even lekker van jou genieten, Frankieboy…” Ik lachte gemeen. “Ik voel wat onder mijn charmante billetjes groeien… Dat voelt ook wel lekker.” Hij bromde: “Ja, dat haal je de koekoek. Als jij met die ‘charmante billetjes’ van jou zo lekker heen en weer schuift, gaat er wel wat groeien. Bovendien zie ik een heel groot deel van je lekkere geile benen. En ik voel je borsten…”
Hij trok me, met zijn handen op mijn borsten, dichter tegen zich aan en speelde met mijn tepels. En zoog aan een oorlelletje. Ik kon me niet beheersen; werd met een rotgang bloedgeil toen zijn tong in mijn oor likte. “Frank! Lekker! ik word hier zó vreselijk… Ahhh!” Hij kneep in mijn tepels en ik voelde mijn poesje net worden. “Vuilak… Je weet dat ik…” Ik kwam overeind. “Broek omlaag jij! Ik wil genaaid worden. Jouw lekkere pik in m’n geile, natte…” Ik rukte mijn rokje omhoog en mijn slipje omlaag en schopte het uit. “En nou hier met die dikke staaf van je!” Frank gromde. “Goed plan schatje…” Ik leidde zin harde pik voor mijn poes en kwam omlaag. Ik voelde hoe hij langzaam in me gleed en genoot van elke millimeter.
Toen boog ik voorover, handen steunend op de tafel voor me, zodat hij helemaal in me zat en begon te wippen. “Geile Gon…” hoorde ik achter me. “Je maakt me helemaal gek met je lekkere spelletjes…” Zijn handen grepen mijn tieten weer en kneedde ze, door mijn blouse en BH heen. “Ik voel je tepels… Lekker stijf, schatje… En je kutje is zo lekker strak zo… En nat…” Ik hijgde: “Dat komt door jou, geile vent… Ik voelde je pik tegen me aan… En dat tongetje in mijn oor maakte me in één keer bloedgeil…” Ik voelde mijn poes samentrekken. “Fránk! Ik kóm! Jij ook… Lekker samen klaarkomen! Spuit in je geile sletje…” Hij versnelde en daardoor kwam ik hárd klaar; ik voelde mijn vocht tussen m’n eigen billen druipen. Frank gromde. “Ik ga je volspuiten, schatje… In je lekkere natte poes…” Zijn tong fladderde nu hevig in mijn oor en zijn handen knepen in mijn tepels en toen voelde ik het: zijn pik wipte op, verdikte zich en schokte: ik voelde zijn sperma in me spuiten! Héérlijk geil…
Ik boog zover mogelijk voorover en Frank drong nu diep in me door terwijl hij spoot; ik voelde zijn hele lengte in mijn kut en genóót. Ik kneep om hem nog beter te voelen, tot hij zuchtte: “Het is een beetje op, lieve, sexy schat… Sorry.” Ik kwam overeind, leunde tegen Frank aan. “Hou me nog even vast, schatje… Lekker met je handen over mijn borsten strelen. Zachtjes nu…”Hij likte weer in mijn oor en fluisterde: “Dit vind je wel lekker, geloof ik?” Ik fluisterde terug: “Jaaa… Geeft me kippevel en maakt me bloedgeil…” Toen giechelde ik even. “Maar dat had je wel gemerkt, geloof ik?”
Hij bromde: “Een volgende neuk ik je oren vol, als je daar zo geil van word.” Ik keek om, recht in zijn grijnzende toet. “Jaja… en ik twee dagen later naar de KNO-arts. ‘Ik zie allemaal vocht in uw gehoorgang, mevrouw Peters. En dat is geen water, geloof ik. Kunt u me uitleggen wat u de laatste dagen gedaan heeft?’ ‘Oh, niks bijzonders in feite, dokter. Ja, mijn vriendje heeft me een paar keer in mijn oren geneukt, verder niks…’ Geen zin in, Frank Veenstra! En nu ga ik van je af, anders kunnen we dit parket wel weggooien.” “Laminaat, schat. De vorige bewoners hadden dat speciaal gekocht voor dit soort gelegenheden.”
Ik stond op. “Ik geloof er geen hout van. Ik ga even douchen, want ik lek als een malle. Daarna mag jij, want ook jij bent niet al te fris meer. Breng maar een schoon slipje naar de douche en pak mijn weekendtas maar uit de gang. Daar zitten andere kleren in.” Ik ging staan en donderde bijna om. Frank ving me op. “Nog even zitten, schat. Volgens mij is je bloed ergens anders dan in je evenwichtsorgaan.” Ik mopperde: “Ja, daar heb jij het allemaal uitgelikt. Smeerlap.” Ik pakte mijn schoenen en slipje en knuffelde Frank. “Je hebt me heerlijk verwend, lieve lover. Dank je wel voor dit wel héél speciale nummertje.” Hij glimlachte lief. “Jij ook, mooie vrouw. Je was binnen tien seconden van een plaaggeest in een geile vamp veranderd. Heerlijk!”
“Ja. En nu weer in een hele nuchtere vrouw: ik ga douchen. Daarna mag jij.”
Ik draaide op mijn rug en lag nog een tijdje te peinzen. Over Joziassen: hoe kon iemand zich zo vervreemden van de wereld dat hij z’n eigen buurvrouw niet meer sprak? Geen vrienden of kennissen had en ronduit gehaat werd op z’n werk? Dan ben je toch… Nou ja. Ik schakelde over op Mariëlle. En zwemtrainer Roel. Morgen maar weer in Voorthuizen zwemmen en hem eens goed observeren.
Hé! Je bent niet Mariëlle d’r moeder, Gon Peters! Nee, dat niet, maar wel een beetje… ja wát? Oudere, ervaren zus? Zoiets… ten slotte liep Mariëlle tot ruim een maand geleden nog in de klederdracht van de Weever Junior rond. Niet gehinderd door enige kennis over de ‘echte’ wereld. Hoewel… Nee, dat was niet waar. Ze wist best wel hoe een aantal zaken werkten, haar ouders goed bij de tijd. Maar op andere gebieden was ze naïef. Te lief. Te onschuldig. Ik giebelde. En maagd. Waarschijnlijk. Maar wie weet, had ook zij wat speeltjes. De blonde boerendochter met haar grote Tarzan…Hihihi...
Donderdag! Samen met Frank naar Ede; wel weer lekker. Dat vond hij ook; zijn hand lag tijdens het autorijden ten minste vaak op mijn been. Toen ik daar wat van zei, antwoordde hij: “Schat, in mijn vorige auto moest ik schakelen. Had ik die hand in feite altijd op de pook. Nu heb ik iets veel mooiers om mijn hand op te laten rusten: jouw prachtige benen in mooie nylons. Veel interessanter dan de pook van een zes-versnellingsbak, hoe soepel die ook schakelde.” En terwijl hij dat zei, gleed zijn hand langzaam onder mijn rok.
“Hé! Het is niet de bedoeling dat jij tijdens het rijden in mijn versnellingsbak gaat roeren, meneertje! Weg met dat handje daar; op mijn benen: vooruit dat mag, onder mijn rokje richting mijn poes: Nee. Veel te gevaarlijk, hier op de Ginkelse Hei.” Gelukkig kwamen we zonder ongelukken in Ede aan. Mariëlle zat al achter haar desk. “Goedemorgen samen!” “Hé, goeiemorgen Mar. Jij bent vroeg…” “Ja, ik had er weer zin in.” De werkdag begon goed. Gerben kwam even later ook binnen en we zaten, tot acht uur nog even te geinen. Toen hard aan het werk, want ik merkte dat door het werk in Terschuur mijn eigen werk achter begon te lopen.
Ik zei dat tegen Frank en die mopperde: “Dan delegeer je wat van jouw werk toch aan Mar? Die zit anders achter die balie alleen maar mooi te zijn en haar lippen te stiften…” Gerben schoot in de lach. “Volgens mij heeft ze ook wat werk van Yvon overgenomen, hoor Frank! Die zit zich écht niet te vervelen. Als jij je vriendin nou eens wat meer met rust laat, kan zij zich op haar werk concentreren. Wat dacht je daarvan?” Frank gromde. “Het is meer een kwestie dat zij mij met rust moet laten. Met mijn uiterlijk…” “Zouden de heren deze discussie willen beëindigen?” onderbrak ik hen. “Ik weet wel weer waar dat op uit gaat draaien: vrouwonvriendelijke grappen. En laat ik daar vandaag nou net geen behoefte aan hebben? Dank voor de aandacht. Gerben: jij naar je klanten, Frank: jij in je computer, wat je daar ook aan het doen bent.” “Freecell, schat…” Ik keek boos langs mijn beeldscherm. “Laat ik ’t niet merken, Veenstra!”
“Oh, Frank… Vanavond weer klapjes van die strenge mevrouw in die leren outfit?” Gerben z’n stem klonk plagend. “Nee, dat is haar zus”, klonk het droog en ik stuurde een héle waarschuwende blik richting Frank. Het werd stil op het bureau, op Gerben na die met z’n klanten praatte. Maar het meeste ging verloren achter zijn beeldschermen. Om twaalf gingen we er even uit voor een wandelingetje. Lekker met z’n vieren lopen en ontspannen kletsen. En weer terug bij de zaak zei Mariëlle tegen me: “Kan ik je zo nog even spreken, Gon?” Ik knikte. “We blijven wel even buiten. Laat die kerels maar gaan werken.”
We liepen een klein stukje terug, buiten beeld van het bedrijf. “Ik heb je raad opgevolgd, Gon. Vanochtend naar het zwembad gebeld en ik kreeg Roel aan de lijn. En me afgemeld voor zijn training.” Ze keek me aan. “En nu? Vanavond? We zouden weer samen zwemmen in Voorthuizen, schat. En dan staat hij op de kant. Reken maar dat hij je het vuur aan de schenen gaat leggen. ‘Waarom stop je ermee, Mariëlle? Het ging nét zo lekker… En nu ben ik mijn Jetski kwijt…”
Ze keek me recht aan. “Dan zal ik hem vertellen dat, nu ik geen pupil van hem meer ben, ik vrij ben om hem eens mee uit te vragen.” Ze keek vastbesloten. “En als hij nee zegt, Mar? Heb je daarover nagedacht?” Een kleine aarzeling. “Daar wíl ik niet over denken, Gonnie.” “Doe het toch maar”, zei ik nuchter. “Wie weet heeft hij thuis een schat van een vriendin zitten. Of is hij overtuigd homo. Of… Enfin, er kunnen duizend redenen zijn waarom hij niet met jou in zee wil. Bereid je daar ook op voor. Dat je niet uit pure wanhoop door zijn afwijzing van een brug springt of zo…”
Ik pakte haar hand. “Mar, je staat op het punt om je héél kwetsbaar op te stellen en dat is doodeng, ik weet het uit ervaring. Maar weet één ding zeker: als je het niet doet, weet je helemaal niets. Badmeester Roel lijkt me een aardige vent én hij heeft principes, met z’n ‘vier-ogen-beleid’. Probeer het gewoon. Nee heb je alvast, ja kun je krijgen. En nu aan ’t werk! Volgens Frank zit je achter die balie alleen maar je lippen te stiften; vertel hem maar eens dat dat niet zo is!” “En dat is jouw vent?” Ze snoof.
We liepen naar binnen en ze liep meteen door naar Frank. “Ik hoor dat jij beweert dat ik achter mijn balie alleen maar met m’n make-up bezig ben. Ik wil je even melden dat dat a: niet het geval is en b: als ik het nóg een keer hoor dat ik jouw lippen eens even ga stiften. Met schoenpoets!” Met opgeheven hoofd liep ze terug naar de hal, Frank verbluft achterlatend. Gerben lachte breeduit achter zijn beeldschermen, ik stak een duim op. “Zo. Die had je even verdiend, meneer Veenstra!”
Hij keek zielig. “En ze was zo lief… toen ze nog een bescheiden meisje uit Terschuur was…” “Vergeet dat bescheiden meisje nou maar; die is een beetje opgevoed door die kenau uit Renkum. Aan ’t werk jij!” Zonder veel verdere ‘incidenten’ ging de dag verder. En om half vijf sloten we de zaak af; Frank en ik gingen in een restaurant in Barneveld een hapje eten; Mariëlle ging naar huis en we hadden om half acht in het zwembad in Voorthuizen afgesproken.
En daar was het druk. Blijkbaar was de donderdag populairder dan de dinsdag om baantjes te trekken. Van een ‘wedstrijdje’ kon geen sprake zijn; we moesten ons aanpassen aan de rest. Veel senioren bij wie het tempo duidelijk lager lag dan bij ons. Nou ja… Zoals Frank zei: “Een goede training voor als we 60-plussers zijn.” Uiteindelijk was er één baantje vrij waarop we even los konden gaan, maar met drie mensen op één baantje was dat niet comfortabel. Na een half uur gingen we er dan ook uit. “Voortaan op de dinsdag, Frank”, zei ik en hij knikte. “Of in Renkum. Daar hebben we wat meer ruimte.” Badmeester Roel had zich niet laten zien. Met een “Tot morgen!” namen we afscheid van haar en reden naar Schaarsbergen. Daar aangekomen dronken we nog even wat en om tien uur gingen we de kelder in om te gaan slapen.
“We lijken nu al bejaard, Gon”, zei Frank toen we lekker naast elkaar lagen. “Eerst in een slakkengang zwemmen, dan een kopje slappe koffie en vervolgens braaf met de handjes boven het dekbed in bed gaan liggen.” “Bóven het dekbed? Ik geloof er niks van, Frank Veenstra. Ik voel duidelijk een handje op mijn linker bovenbeen. Een handje wat de afgelopen minuut héél langzaam naar boven gleed. Nog even en je zit in de gevarenzone, Frankieboy.”
“Oh? En wat houdt dat in, mooie vrouw?” “Dat ik een pets geef op dat grijpgrage handje als je niet als de gesmeerde bliksem naar beneden gaat!” Hij zuchtte. “Toen jij je slipje uitdeed zag ik een leuk pijltje van mooie rode haren wat richting je poesje wees. Dat leek me een duidelijke uitnodiging, schat.” Ik rolde naar hem toe. “Dat is het ook, mooie vent. Voor als ik zin het om met je te vrijen. Maar nu is Gonnie een beetje moe. Eerst keihard werken in Ede, toen mezelf keihard inhouden om niet als een speedboat te keer te gaan in het zwembad. En nu ben ik lekker rozig en wil maar één ding: slapen. En nee, dat is geen smoes, Frank. Ik ben best moe. En morgen weer zo’n dag in Ede; ik hoop dat ik morgen weer een beetje op schema ben met m’n eigen werk. Terschuur kost veel tijd.” Ik voelde hem knikken. “Oké schat, ik begrijp het wel. Lekker slapen dus. Morgen weer lekker samen naar Ede en zaterdag vliegen. Met captain Rick aan de knuppel.”
Ik humde. “Als hij dan maar de goeie knuppel in z’n handen heeft. Anders geef ik geen stuiver voor dat vliegbrevet van ‘m.” “Ach…”, klonk er naast me, “wie weet houdt Cora zijn knuppel wel vast tijdens de vlucht. Maar dan zou het wel eens ‘a bumpy ride’ kunnen gaan worden…” Ik giebelde. “Ja. Kotszakjes meenemen. En nu lekker slapen, Frank.” Een lange zoen volgde, toen draaide ik me lekker tegen zijn rug aan en viel vrij snel in slaap.
De vrijdag vlóóg om. Hard werken; ik wilde persé mijn eigen werk af hebben. Dus: alle locaties voor de cursussen van volgende maand reserveren, docenten inplannen, catering voor sommige locaties bestellen (niet alle cursuslocaties beschikten over eigen catering), cursusboeken bestellen en uitnodigingen versturen aan de diverse bedrijven. Ik bleef ’s middags met één cursus zitten. Die aanvraag was in de ochtend binnengekomen. Twaalf man van de Meyer-Werft uit Papenburg, Duitsland.
Toen ik Frank die aanvraag liet zien, lachte hij. “Dat is stap één, Gon. Ze willen eens kijken wat wij in petto hebben. Mag ik de deelnemerslijst eens zien? Kijken of er bekenden tussen zitten…” Even later werd zijn grijns nog breder. “Hoofd IT, de manager ‘Safety’ en twee lui van calculatie. De rest ken ik niet. Ze willen duidelijk aan ons systeem snuffelen.” “Ja, leuk, maar wie kan ik daarvoor inzetten, Frank? Zowel Ben, Mike, Gerben én Alex zitten die week vol…” Hij keek me aan. “En wat dacht je van de meest briljante docent binnen deze toko? Ene Herr Diplomingenieur Veenstra, Frank van voren? Die in het Duits net zoveel onzin kan uitkramen als in het Nederlands?”
“Wil jij dat gaan doen?” "Het zal wel moeten, schat. De enige die het ook zou kunnen is Mike, maar die heeft z’n vaste klantjes. En die laat hij niet in de steek, zo ken ik ‘m wel. Dus blijft over?” Hij trommelde op zijn borst en ik mopperde: “Nog even en ik hoor Johnny Weismuller. De ‘echte’ filmtarzan. Laat maar. Ehhh… cursuslocatie en catering?” Ze hebben op de werf een prima lesgebouw, schat. En een meer dan prima bedrijfsrestaurant…”
Hij keek nadenkend. “Je moet aan hen vragen of ze een of twee tafels reserveren in hun bedrijfsrestaurant. Liefst tussen half één en half twee. Dan kan de klas bij elkaar zitten. Beter voor het groepsgevoel en zo.” Ik maakte aantekeningen. “Nog meer?” “Ja, de cursusboeken in het Duits, maar dat is een kwestie van laten uitprinten en inbinden bij onze huisdrukkerij…” Hij begon te grinniken. “Laat ze er maar 14 printen.” “14? Er zijn twaalf curisten… Hoezo 14?”
Zijn grijns bleef. “Ik werk altijd vanuit hetzelfde boek als de cursisten. Sommige, wat oudere versies verschillen qua bladzijnummer en soms ook qua inhoud, als de laatste softwareversie nog niet in het boek is verwerkt. En… Ik wil een extra cursist introduceren. Hoe goed ben jij met Duits, schatje?” Ik zuchtte. “Ik zag die grijns van je al, rotzak. Jij wilt mij in het Duits de beginnerscursus geven? Op een scheepswerf notabene? Waar allerlei lassers en timmerlui met hun grijpgrage klauwen Gonnie Peters onder haar rokje willen betasten als ze de kans krijgen? Een fijne lover ben jij, Frank Veenstra. ‘Diplomingenieur’ of niet, verdorie. Maar goed, om antwoord te geven op je vraag: mijn eindexamencijfer Duits op het VWO was een 9,3. Eén-tiende punt hoger dan mijn lieve zus. En for the record: op de Hogeschool Utrecht hebben we ook een aantal colleges in het Duits gehad, omdat er wat Duitse studenten die colleges wilden volgen. Kein Problem, Herr Veenstra.”
“Mooi. Dan mag je ook nog het volgende regelen: Een overnachtingsadres voor ons beiden. Vanaf zaterdagmiddag tot de volgende week zondagochtend. Maken wij er ook een leuke week van, schat.” Ik keek verwonderd. “Vanaf zaterdag tot…”
Frank knikte. “Dan hebben we zaterdagmiddag en zondag om even te acclimatiseren. Maandag 08:00 start de cursus tot vrijdag een uur of drie. De Duitsers kennende zal er daarna wel een etentje georganiseerd zijn; daar zijn Duitsers heel erg goed in. Desnoord in Lederhosen en hoempa-muziek. Dan kunnen we de zaterdag en de zondagochtend nog even door de stad flaneren en iedereen laten genieten van jou korte rokjes en mooie benen, en rond een uur of twee rijden we terug naar Schaarsbergen. Deal?” “Op die korte rokjes na: prima. Ehhh… Hoe lang wil je rijden vanaf onze overnachtingslocatie tot de werf?”
Hij dacht even na. “Maximaal een half uur. Liefst ergens aan de rand van Papenburg, maar niet bij een industrieterrein of zo. Een Bed & Breakfast, een zomerhuisje… Liefst geen hotel. Geen zin om de benedenburen lastig te vallen als ik je voor de vierde keer die nacht om half vijf ’s morgens bespring. Da’s nogal confronterend voor dat jonge gezinnetje met twee kindertjes van 2 en 4 jaar.” Ik keek nadenkend. “Die hebben 2 kindertjes en weten dus al lang wat dat ritmische geluid van hun bovenburen betekent, schat. Maar misschien brengen we ze wel op leuke ideetjes…”
“Jullie laten dat maar mooi uit je hersens! Een beetje op kosten van de baas ergens in een hotelletje in Duitsland liggen wippen? Daar ga ik dwars voor liggen, meneer Veenstra en mevrouw Peters!”
Yvon keek om de deur, haar gezicht dreigend, Mariëlle breed lachend achter haar. Frank draaide zich om. “Ik weet niet of die hotelkamer groot genoeg is, Yvon. Helemaal niet als Mariëlle ook nog meekomt. Gezellig kan het wél worden natuurlijk, als jij ‘daar dwars voor gaat liggen’. Ik weet niet wáár je exact voor wil gaan liggen, maar als je denkt de maagdelijkheid van mijn vriendinnetje daarmee te kunnen beschermen: uit betrouwbare bron kan ik je mededelen dat je daarvoor ruimschoot te laat bent. Los daarvan: het lijkt me wel boeiend…” Ik gierde van het lachen, met name om het verblufte gezicht van Yvon en het knalrode hoofd van Mar.
“Hoe lang stond jij al te luistervinken, Yvon?” Die lachte liefjes. “Vanaf jouw score Duits op het VWO, Gon. En mijn complimenten; ik heb het met Duits nooit verder geschopt dan een piepklein zeventje op mijn eindlijst op de HAVO. Rottaal. En Frank: hoe en in welke hoedanigheid ik waar voor ga liggen hou ik nog even in beraad. Misschien neem ik Simon wel mee. En de mededeling over Gon d’r maagdelijkheid: ik neem aan dat je dat persoonlijk hebt gecontroleerd?”
Nu was het Frank z’n beurt om even perplex te zijn. “Ga jij eens gauw weg, de HR-functionaris uithangen, mevrouw Makinga. En neem je receptioniste ook maar mee; ze zou eens op onzedelijke gedachten kunnen komen. Erg slecht voor een onschuldig meisje uit Terschuur…” Mariëlle keek Frank boos aan. “Tijd dat jij eens gaat dimmen, meneer Veenstra!”
“Ehh…” Ik keek Mar liefjes aan. “Heb je een specifieke mededeling op dat gebied? Qua onschuldigheid, bedoel ik? Met een zekere…” Frank onderbrak me. “Stop. Niet verder, Gon.” Ik keek hem aan en hij meende het. “Sorry, Mar. En Frank. En Yvon ook wel een beetje. Ik wilde er weer eens wat ondoordachts uitflappen.” “Ja, daar ben je best goed in, Gon…” Yvon keek me peinzend aan. “Jammer dat ze daar bij je sollicitatiegesprek niet achter zijn gekomen. Maar goed, dat zal wel iets te maken hebben gehad met een zekere mate van subjectiviteit van ene Veenstra…”
Ik wilde iets snijdends zeggen, maar Mariëlle was me voor. “En nu káppen met dit geplaag; nu is het nog leuk en zo, maar straks zegt iemand iets wat écht te ver gaat, en dan zijn de poppen aan het dansen. Heb ik geen zin in; ik wil met een goed gevoel het weekend ingaan om met een net zo goed gevoel hier maandag weer terug te komen. Bovendien is het bijna vier uur; tijd om af te sluiten én voor thee. En die ga ik nú pakken.” Ze liep richting automaat.
Yvon knikte. “Ze heeft gelijk, jongens. Dit was op het scherpst van de snede; tot nu toe leuk, maar we moeten niet veel verder gaan, oké?” We knikten braaf. “Mooi. Spul opruimen, thee. In de hal.” Die verliep in redelijke rust; We vertelden elkaar onze weekendplannen.
Yvonne en Simon zouden het dit weekend ‘lekker rustig aan gaan doen’. “Misschien morgen een stuk wandelen, daarna ergens uit eten of zo.”
Mariëlle zou zaterdag weer gaan paardrijden. “En dan neem ik Libby ook mee, die vindt dat heerlijk. Lekker rennen. En het is een stukje bescherming, zei mijn Pa.” Ik knikte. “Zeker weten. Met Libby naast je kijkt men wel uit om gekke dingen te doen. Bovendien: je zit op een paard. En die zijn ook niet gek.” Mariëlle keek ondeugend. “Ik neem Harvard morgen mee. Een grote, zwarte hengst. Tot nu toe ben ik de enige die hij op zijn rug accepteert. Daar wil je niet met foute bedoelingen bij in de buurt komen: hij draait meteen zijn achterwerk naar je toe en je kunt een trap krijgen.
Het enige nadeel aan Harvard is: zijn brede rug. Je zit bijna in spagaat. Als ik terugkom van een rit op hem heb ik behoorlijk spierpijn van het wijdbeens zitten. Verder is het een heerlijk dier om op te rijden. En hij is héél snel in galop; dan heb je echt een stofbril nodig. En als we terugkomen van zo’n rit zijn we allebei nogal bezweet. Hij vindt het heerlijk als ik ‘m afdroog en borstel, dan zie je hem genieten…”
Haar gezicht betrok. “…om daarna in de wei als een malle op zijn rug te gaan liggen rollen. Al je geborstel voor niets.” We lachten haar uit en Yvon zei: “Ik heb absoluut geen verstand van paarden of ruiterij, Mar, maar… waarom borstel je zo’n paard dan?” “Eerst afdrogen. Het paard zweet nogal, zeker als je een stuk gegaloppeerd hebt. Afdrogen vinden ze fijn, net als wij gaan douchen na het sporten. Het borstelen daarna: je wilt dat je paard er goed uitziet. Borstelen zorgt ervoor dat de haren weer gaan glimmen, dat eventuele teken en ander ongedierte van de huid verwijderd worden. Als ik Harvard geborsteld heb, is het één glanzende zwarte massa.” Ze pakte haar telefoon en liet ons een paar foto’s zien. Ook eentje waarop zij op het paard zat.
“Allemachtig…” zei Frank, “…dát is een grote jongen. En daar ga jij vrolijk opzitten?” Mariëlle lachte trots. “Ja. Maar dat heeft wel wat voeten in aarde gehad hoor. Letterlijk. Hij accepteerde niemand op zijn rug. Samen lopen, met een halster: Oké, dat accepteerde hij op een gegeven moment wel. Van mijn pa, van mijn broer Albert, van mij. Maar ja, dan kan hij hooguit rustig draven; in galop hou je Harvard écht niet bij.
Dus… Ik ben op een gegeven moment op een zaterdagavond bij hem in de box gegaan. Matje en slaapzak mee. Meneer vond dat eerst een slecht plan. Je zag ‘m denken. “Wat mot jij met die vodden in mijn mooie box?” Hij trapte er tegen aan, totdat ik er op ging zitten; toen hield het getrap op. Hij accepteerde mij toen al redelijk. Ik ben lekker gaan lezen, zittend op de slaapzak, rug tegen de zijkant van de box. En Harvard ging op een gegeven moment liggen. Teken dat hij zich op z’n gemak voelde. Hoofd naar mij toe, kijkend wat ik aan het doen was. Ik heb het boek weggelegd en ben naast zijn hoofd gaan zitten en heb hem een uur lang geaaid en tegen hem aan zitten kletsen. En Bix zitten voeren. Paardenbrokken. En hij vond het prima!
Geen getrap meer, af en toe een hinnik of een bries en hij kwam steeds dichter naar me toe, totdat ik zijn hoofd op mijn benen had…”Ze keek even moeilijk. “Best zwaar trouwens, maar ik wilde dat moment niet verstoren. Het was duidelijk een teken van vertrouwen: bij jou voel ik me wel prima. En ik vond het ook prima. Uiteindelijk ben ik onder zijn hoofd vandaan gekropen en ben in mijn slaapzak gaan liggen. En hij legde zijn hoofd naast het mijne: we lagen bijna neus aan neus. Heerlijk! En zo zijn we in slaap gevallen… Die nacht heerlijk geslapen. Met een groot zwart paard naast me…”
Ze keek dromerig.
“En de volgende ochtend dacht ik: “Als het nu niet lukt, dan weet ik het ook niet meer!” Dus: Harvard gezadeld. Daar had hij normaal een bloedhekel aan; bokken, oren naar achteren en pogingen tot bijten. Toen niet. Hij bleef gewoon rustig staan. En toen ik op hem ging zitten keek hij achterom met een blik van: ‘Zit je goed? Gaan we leuke dingen doen?’ En dat hebben we die dag gedaan. Eerst in de wei, bij de andere paarden: stappen, op een gegeven moment korte stukjes draven en toen zijn we naar buiten de wei gegaan. En tot mijn stomme verbazing was hij de rust zelf. Ook als er een auto voorbij kwam: niks aan de hand.
En uiteindelijk hebben we in een paar boscomplexen ten noorden van de Hoevelakense beek heerlijk gegaloppeerd. Sinds die dag zijn Harvard en ik de dikste maatjes.” Ik knikte. “Mooi zoals je dat vertelt… Maar Mar: waarom wil jij dan toch in zoiets saais als automatisering? Uit alles blijkt dat je hart hebt voor dieren… Waarom geen boerin?” Ze keek nietsziend voor zich uit. “Omdat ik zie hoeveel moeite mijn pa moet doen om het bedrijf overeind te houden. Alle regeltjes uit Den Haag, maar ook vanuit de provincie… Mestboekhouding, hoeveel vee mag je hebben op jouw grond, hoeveel uitstoot mag je maximaal produceren… Veeartskosten, melkquota… Terwijl we maar tien koeien hebben… Teveel om op te noemen, je wordt er letterlijk schijtziek van. En ik wil mijn jongste broer niet in de weg lopen. Dié neemt de boerderij over. En dat hebben we samen beslist: Pa, Ma, hij en ik.
En tot overmaat van ramp kwamen er twee jaar geleden nieuwe mensen achter ons wonen, in de boerderij van onze achterburen waar we, zo lang als ik leef, héél goed mee op konden schieten. Maar die verkochten hun boerderij en land. Er kwam een kleine camping voor in de plaats. Gelukkig aan de andere kant van de beek die de achterste grens is van ons land. Eigenaars: Een jong stel met geld, ergens uit Gouda, geloof ik. Sinds die tijd regent het klachten. Over de lucht van de mest, over geluidshinder van de koeien in de wei, het licht op ons erf is te fel, geluidshinder van Pa die ’s morgens om half zeven met de trekker het land op gaat om te melken… We hebben al twee keer iemand van de gemeente aan de deur gehad om alle vergunningen te laten zien; onze buren links en rechts ook. De laatste man van de gemeente zei, toen hij gezien had dat onze bedrijfsvoering prima in orde was: ‘Zet maar eens een net verhaaltje op zijn website over de consequenties van een camping in agrarisch gebied. En kijk dan eens hoe snel hij dat verwijdert. En als hij doorgaat met mekkeren: Aangifte doen.’ Ziedaar de reden waarom ik geen boerin wil worden, maar…” Ze keek ondeugend naar Frank. “…me wil onderdompelen in de geneugten van de automatisering.”
Frank keek onderzoekend terug. “” Ik weet niet wat jij bedoelt met ‘de geneugten van de automatisering’, jongedame, maar als jij mij wil betrekken in die plannen, loop je grote kans op wat scherpe nagels in je gezicht van Gon, en een enorme trap onder je charmante reet. Van mij. Eentje waar een trap van jouw zwarte liefje bij in het niet valt. Goed begrepen?” Ik knikte. “En ik sluit me geheel bij de vorige spreker aan.” Mariëlle hikte: “Zo. Heb ik jullie eens op de kast. Lekker púh.” Frank antwoordde met een nogal nadrukkelijk uitgesproken "Kréng."
Ze stak haar tong uit en vervolgde: “En wat zijn jullie van plan?” “Morgen leggen wij ons lot in de gecertificeerde handen van mijn kleine broertje. Om tien uur op Vliegveld Teuge zijn, dan propt hij ons in een ouwe dubbeldekker en doen we een ‘rondje Nederland’. Vanuit Teuge naar Born, via Duitsland richting Lelystad, daar een paar keer landen en weer opstijgen, en dan via-via weer terug richting Teuge. Of zoiets. Misschien kunnen we hem ook nog overhalen om over Renkum, Terschuur en Schaarsbergen te vliegen, Frank. Zou wel leuk zijn.” Hij knikte. “Een ouwe dubbeldekker?” vroeg Yvon nieuwsgierig. “En daar passen jullie met z’n drieën in?” “Nee, met z’n negenen. Mijn ouders, Rick en Cora, zijn vriendin, mijn zus Annet en Hans, haar vriend, de instructeur van Rick en wij tweeën. En die dubbeldekker is best groot.” Frank had ondertussen al een plaatje op Internet op z’n telefoon. “Kijk maar.” Mariëlle trok een gezicht. “Hoe oud is dat ding wel niet? Uit de Eerste Wereldoorlog of zo? Zo ziet hij hij er wel uit in ieder geval.”
Frank schudde zijn hoofd. “Nee, zó oud nou ook weer niet. Deze kist, een Antonov - 2, door de NATO 'Colt' genoemd, is ontworpen eind jaren ’40 in de Sovjetunie. En er vliegen nog een behoorlijk aantal van rond, zei Rick. In ieder geval ook in Afrika, bij de organisatie waar hij voor vliegt, die heeft er één of twee in dienst. En ondanks het wat krakkemikkige uiterlijk schijnt het een enorm betrouwbare kist te zijn. En: simpel te onderhouden, wat in Afrika een groot voordeel is.” “Nou, ik zal tijdens het paardrijden wel naar boven kijken”, zei Mariëlle lachend. “Neem je je telefoon mee, Mar? Dan bel ik je wel als we weten of we over Terschuur komen.” Ze stak een duim op.
Yvon stond op. “En nu gaan we weekend vieren, luitjes. Spullen pakken en wegwezen, dan sluit ik af. Simon is denk ik al thuis en onze programmeurs vonden het om drie uur al einde werktijd, de drukkers.” Even later reden we over de Ginkelse Hei. “Zo dadelijk nog even boodschappen doen, Gon. Weer wat voorraad inslaan; het schap van deze maand is bijna leeg en moet weer aangevuld worden.” “Dus… 20 blikken corned beef en ham? En vijftien blikken doperwten, bruine bonen en capucijners? Twee tubes tandpasta?” Ik plaagde hem, maar hij reageerde serieus. “Zoiets. Ik heb gisteravond al een lijstje gemaakt. Hier.”
Hij viste een lijst uit zijn borstzak en ik keek. “Oeps… Dat wordt een vol winkelwagentje, meneer…” Hij grinnikte. “Doe er maar twee. Jij een deel van het lijstje en ik een deel. En bij de kassa komen we elkaar wel tegen.” Ik keek. “En wie gaat dat betalen, meneer Veenstra?” “Ieder de helft, schat. Want ik vermoed dat jij binnen twee weken fulltime bij mij komt wonen. Tenminste: dan heb je toch de huur opgezegd?” Ik knikte. “Ja. En volgende week moet ik écht vrijdag vrij hebben, want dan kan ik de meubels die ik niet meer nodig heb, naar de kringloop brengen. En zaterdag wil ik de rest naar Schaarsbergen brengen. Dan is het huis leeg en kunnen we ’s avonds het huis schoonmaken, zodat wij het vrijdag netjes kunnen opleveren.”
Frank keek even opzij. “Ik hoor ‘we’ en ‘wij’ in combinatie met schoonmaken en poetsen. Dat stond niét in de kleine lettertjes, mevrouw.” “Klets niet. Frank. We willen allebei dat ik in Schaarsbergen kom wonen. Dan moet je ook even meehelpen, schat. In m’n eentje trek ik dat niet, of ik moet volgende week maandag al beginnen. En sowieso heb ik je hulp nodig bij het terugbrengen van de meubels naar de kringloop; sommige dingen zijn écht te zwaar voor een vrouw alleen.”
“Ik zal je met genoegen helpen, schat. Met name met de inhoud van je lingeriekast en pantylades.” “En die wilde ik juist aan Rick over laten, liefje. Die heeft er goeie herinneringen aan…”Ik grijnsde gemeen en Frank zuchtte. “Oh ja… Daar wilde ik het nog eens met hem over hebben. Kan morgen misschien wel tijdens het vliegen. Dan kletsen wij als kerels even samen in de cockpit.” “Jaja… En dan raakt Rick in verregaande staat van opwinding en moet jij z’n knuppel vasthouden? Dan is hij meteen z’n certificatie kwijt…” Frank schoot in de lach. “Nou ja, dan maar op een ander geschikt momentje. We gaan wel een dagje vissen of zo.” “Haha… Rick en jij vissen? Als Pasen en Pinksteren op één dag vallen…”
We stopten op de parkeerplaats van de supermarkt en Frank scheurde zijn lijstje vakkundig in tweeën. Ik kon de afdelingen ‘pasta’, ‘blikgroenten’ en ‘blikvlees’ bezoeken, hij moest langs de kaas, de verse groenten, zuivel, het brood, de koekjes en de frisdrank. En toen reden we met twee winkelwagentjes naar binnen.
Om er een kwartier later vol beladen uit te komen. En we hadden ieder de inhoud van ons ‘eigen’ wagentje betaald. Wel zo eerlijk. Maar daar moesten we voor in de toekomst nog een modus voor vinden… Thuisgekomen moest al dat spul natuurlijk ook nog naar beneden gezeuld worden en even later plofte Frank op een eetkamerstoel en ging ik op een stoel tegenover hem zitten. “Als je nog eens wat weet, Frank… Na vijf keer die trap op en neer heb ik het wel gehad, verdorie. Waarom maak je geen lift in die nooduitgang?” “Omdat het niet voor niets een ‘nooduitgang’ is, schatje. Je moet er uit kunnen als de trap versperd is. Die Duitsers waren niet gek…” “Nou, een aantal wél, in die tijd, maar dat ging meer over hun politieke voorkeur…”
Ik kreeg een brainwave. “Als je boven die nooduitgang zo’n overkappinkje bouwt, Frank. Zoiets als je boven een ouwe waterput ziet. Met een spil er in en een zwengel er aan. En in plaats van een emmer een soort gazen mand waarmee je spullen naar beneden kan laten zakken. Of ophijsen van mijn part. Dan is het een kwestie van: auto achteruit bij die ‘waterput’ neerzetten, mandje ophijsen, boodschappen er in, mandje laten zakken en degene die beneden staat mag uitladen. Mandje omhoog, volgende lading… Dat zou enorm schelen, schat.”
Hij keek me met open mond aan. “Wat heb jij gestudeerd? Economie? Ik geloof er geen biet van. Volgens mij heb jij bouwkunde of zo gedaan…” “Nee schat. Echt economie. Waarbij je leert om efficiënt met de ter beschikking staande middelen om te gaan. En in dit geval is het middel: ‘spierkracht’. Dus…” Ik glimlachte minzaam en Frank mopperde: “Dat ik verdomme daar niet eerder op ben gekomen. En mevrouw woont hier nog niet eens permanent en komt met dit soort ergonomische ideetjes… Wel hele goede ideetjes. Ik ga vanavond eens wat tekenen, denk ik. Dank je wel, schat.” “Eigenbelang, Frank. Niet meer vijf keer achter elkaar die rot-trap op en af met je handen vol.” Hij zat met zijn gedachten al duidelijk in de techniek en ik duwde in zijn zij. “Hé! Niet nu meteen in de ‘teken-modus’ gaan meneertje! We zitten op stoelen in jouw huiskamer, we rijden niet over de Ginkelse heide, ik heb hetzelfde rokje en dezelfde nylons aan als vanochtend, dus ga eens wat doen met die lekkere handjes van je! En anders… Oh wacht, ik weet wel iets, denk ik.” Ik wipte omhoog en klom op zijn schoot, mijn rug naar hem toe, mijn rokje wat omhoog. Ik hield me voorover aan de tafel vast. “Zo. Nu rijdt Gon ook eens op een hengst. Hij is weliswaar niet zwart, maar soms best hitsig. En dat wil merken!”
Frank gniffelde. “Je hebt je zwarte dildo toch?” Ik draaide me om en keek hem héél boos aan. “Ik heb ook een zwarte voorbind-dildo, meneer. Daar kon ik mijn lieve, sletterige zusje altijd helemaal gek mee maken. Die kan ik ook wel eens op jou uitproberen, als je daar opgewonden van wordt…” Frank keek angstig. “Niet helemaal mijn voorkeur, lieve schat.” “Je weet het pas als je het voelt, Frank. Zo, een kleine variatie op die reclame voor dat trainingsinstituut ‘De Baak’. Speciaal voor jou. En nu: aan ’t werk met die lekkere handen van je! Over mijn benen. Andere plekjes mogen ook. Even lekker van jou genieten, Frankieboy…” Ik lachte gemeen. “Ik voel wat onder mijn charmante billetjes groeien… Dat voelt ook wel lekker.” Hij bromde: “Ja, dat haal je de koekoek. Als jij met die ‘charmante billetjes’ van jou zo lekker heen en weer schuift, gaat er wel wat groeien. Bovendien zie ik een heel groot deel van je lekkere geile benen. En ik voel je borsten…”
Hij trok me, met zijn handen op mijn borsten, dichter tegen zich aan en speelde met mijn tepels. En zoog aan een oorlelletje. Ik kon me niet beheersen; werd met een rotgang bloedgeil toen zijn tong in mijn oor likte. “Frank! Lekker! ik word hier zó vreselijk… Ahhh!” Hij kneep in mijn tepels en ik voelde mijn poesje net worden. “Vuilak… Je weet dat ik…” Ik kwam overeind. “Broek omlaag jij! Ik wil genaaid worden. Jouw lekkere pik in m’n geile, natte…” Ik rukte mijn rokje omhoog en mijn slipje omlaag en schopte het uit. “En nou hier met die dikke staaf van je!” Frank gromde. “Goed plan schatje…” Ik leidde zin harde pik voor mijn poes en kwam omlaag. Ik voelde hoe hij langzaam in me gleed en genoot van elke millimeter.
Toen boog ik voorover, handen steunend op de tafel voor me, zodat hij helemaal in me zat en begon te wippen. “Geile Gon…” hoorde ik achter me. “Je maakt me helemaal gek met je lekkere spelletjes…” Zijn handen grepen mijn tieten weer en kneedde ze, door mijn blouse en BH heen. “Ik voel je tepels… Lekker stijf, schatje… En je kutje is zo lekker strak zo… En nat…” Ik hijgde: “Dat komt door jou, geile vent… Ik voelde je pik tegen me aan… En dat tongetje in mijn oor maakte me in één keer bloedgeil…” Ik voelde mijn poes samentrekken. “Fránk! Ik kóm! Jij ook… Lekker samen klaarkomen! Spuit in je geile sletje…” Hij versnelde en daardoor kwam ik hárd klaar; ik voelde mijn vocht tussen m’n eigen billen druipen. Frank gromde. “Ik ga je volspuiten, schatje… In je lekkere natte poes…” Zijn tong fladderde nu hevig in mijn oor en zijn handen knepen in mijn tepels en toen voelde ik het: zijn pik wipte op, verdikte zich en schokte: ik voelde zijn sperma in me spuiten! Héérlijk geil…
Ik boog zover mogelijk voorover en Frank drong nu diep in me door terwijl hij spoot; ik voelde zijn hele lengte in mijn kut en genóót. Ik kneep om hem nog beter te voelen, tot hij zuchtte: “Het is een beetje op, lieve, sexy schat… Sorry.” Ik kwam overeind, leunde tegen Frank aan. “Hou me nog even vast, schatje… Lekker met je handen over mijn borsten strelen. Zachtjes nu…”Hij likte weer in mijn oor en fluisterde: “Dit vind je wel lekker, geloof ik?” Ik fluisterde terug: “Jaaa… Geeft me kippevel en maakt me bloedgeil…” Toen giechelde ik even. “Maar dat had je wel gemerkt, geloof ik?”
Hij bromde: “Een volgende neuk ik je oren vol, als je daar zo geil van word.” Ik keek om, recht in zijn grijnzende toet. “Jaja… en ik twee dagen later naar de KNO-arts. ‘Ik zie allemaal vocht in uw gehoorgang, mevrouw Peters. En dat is geen water, geloof ik. Kunt u me uitleggen wat u de laatste dagen gedaan heeft?’ ‘Oh, niks bijzonders in feite, dokter. Ja, mijn vriendje heeft me een paar keer in mijn oren geneukt, verder niks…’ Geen zin in, Frank Veenstra! En nu ga ik van je af, anders kunnen we dit parket wel weggooien.” “Laminaat, schat. De vorige bewoners hadden dat speciaal gekocht voor dit soort gelegenheden.”
Ik stond op. “Ik geloof er geen hout van. Ik ga even douchen, want ik lek als een malle. Daarna mag jij, want ook jij bent niet al te fris meer. Breng maar een schoon slipje naar de douche en pak mijn weekendtas maar uit de gang. Daar zitten andere kleren in.” Ik ging staan en donderde bijna om. Frank ving me op. “Nog even zitten, schat. Volgens mij is je bloed ergens anders dan in je evenwichtsorgaan.” Ik mopperde: “Ja, daar heb jij het allemaal uitgelikt. Smeerlap.” Ik pakte mijn schoenen en slipje en knuffelde Frank. “Je hebt me heerlijk verwend, lieve lover. Dank je wel voor dit wel héél speciale nummertje.” Hij glimlachte lief. “Jij ook, mooie vrouw. Je was binnen tien seconden van een plaaggeest in een geile vamp veranderd. Heerlijk!”
“Ja. En nu weer in een hele nuchtere vrouw: ik ga douchen. Daarna mag jij.”
Er zijn nog geen trefwoorden voor dit verhaal. Welke trefwoorden passen volgens jou bij dit verhaal?
Geef dit verhaal een cijfer:
5
6
7
8
9
10

Ontdek meer over mij op mijn profiel pagina, bekijk mijn verhalen, laat een berichtje achter of schrijf je in om een mail te ontvangen bij nieuwe verhalen!
