Lekker Anoniem Webcammen!
Donkere Modus
Datum: 21-03-2026 | Cijfer: 9.6 | Gelezen: 322
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 36 minuten | Lezers Online: 1
Trefwoord(en): Fantasy, Orgasme,
De Tweede Tempel
Beste lezers, dit hoofdstuk heeft wat langer geduurd, maar hopelijk vinden jullie het resultaat het wachten waard. In dit hoofdstuk leren we Aliya beter kennen, mogelijk is dat deel wat heftiger dan jullie tot nu toe van me gewend zijn. Eventueel kun je de delen tussen de sterretjes (***) overslaan. Veel leesplezier gewenst.

- - -

Na het winnen van de test van beheersing lijken de elfen ons te accepteren. In een heilig maanritueel verwekten we een dochter bij Elf-Moeder Aelyonis, die ons daarna de weg wees naar de tweede Ovulia-tempel aan de kust. Terwijl het elfendorp feestvierde, beloofde Aliya om mij binnenkort te vertellen wat de echte reden is voor haar interesse in de Ovulia-cult.

De volgende ochtend, in bed, bespreken we wat we nu willen doen. Met de kaart van Ëadris kunnen we op zoek naar de tempel… maar die tempel is er morgen nog steeds. Nú zijn we nog in het elfendorp. Een unieke plek, waar we waarschijnlijk niet snel terugkomen. Sterker nog, zonder hulp zouden we het niet eens terug kunnen vinden. We nemen ons voor om nog een paar dagen te blijven, zodat Aliya haar notitieboek verder kan vullen, voordat we vertrekken.

Als we ons plan aan Aelyonis voorleggen, wordt snel duidelijk dat dat niet gaat gebeuren.

“Dat kan ik helaas niet toestaan,” zegt ze. Haar stem is zacht, maar haar blik is strak. Er is geen ruimte voor discussie. “Ik waardeer jullie hulp enorm. Wat jullie voor Aren en voor mij gedaan hebben, zal ik niet snel vergeten. Maar dit is geen plek voor mensen, en zeker niet voor mannen. Het spijt me.”

We protesteren voorzichtig, maar het haalt niets uit. We leggen ons er uiteindelijk bij neer, en begrijpen iets beter hoe Aren zich gevoeld moet hebben toen hij als jonge jongen werd geconfronteerd met haar regels.

Een uur later klopt Phallea op onze deur. “Aelyonis heeft me gevraagd jullie te begeleiden,” zegt ze. “Zodat jullie veilig het woud kunnen verlaten.”

We pakken onze spullen bij elkaar.

Terwijl we de trappen afdalen richting de uitgang van het dorp, hoor ik boven me iemand mijn naam roepen. Nog voordat ik opkijk, weet ik al wie het is. Nyssara's gouden haren verschijnen om de hoek. Ze rent de trap af, recht op ons af.

"Thomas! Aliya!" Ze trekt me stevig tegen zich aan, en dan valt haar blik op onze tassen. "Wacht - gaan jullie nu al weg?"

"We hebben geen keus, Nyssara," zeg ik. "Aelyonis laat ons niet blijven."

"Wat een onzin!" Haar stem schiet omhoog van verontwaardiging. "Jullie zijn geëerde gasten hier! Na alles wat jullie voor ons hebben gedaan - voor Aren, voor Aelyonis, voor het hele dorp - sturen ze jullie nu gewoon weg?"

"Het is oké," zegt Aliya rustig terwijl ze haar hand op Nyssara's schouder legt. "We begrijpen het. Dit is jullie thuis, en wij zijn vreemden. Bovendien hebben we een missie. We gaan naar de tempel waarover Aelyonis vertelde."

"Precies," vul ik aan. "En als we daarmee klaar zijn, wie weet. Misschien komen we nog eens terug." Ik heb geen idee hoe, maar ik hoop het van harte.

Nyssara kijkt van mij naar Aliya en weer terug. De felle blik in haar ogen verzacht. Haar schouders zakken iets omlaag als ze zich bij de situatie neerlegt. "Ik vind het nog steeds niet eerlijk," zegt ze uiteindelijk, "maar ik ga er wel over praten met Aelyonis. Voor als jullie ooit terugkomen."

"Dat waardeer ik," zeg ik terwijl ik haar nog een keer omhels. "Pas goed op jezelf, Nyssara."

Ze stapt achteruit en veegt haar ogen af. "Reis veilig, jullie twee. En veel succes met de tempel."

Phallea tikt met haar speer op de grond. We moeten gaan. We zwaaien nog een keer naar Nyssara, en laten dan het elfendorp achter ons.

We lopen een tijdje in stilte door het woud. Phallea loopt voorop, geruisloos en soepel, terwijl Aliya en ik op enige afstand volgen, verzonken in onze gedachten.

Bij een kleine richel houdt Phallea ineens stil. “Dit is het einde van het diepe woud,” zegt ze. “De grens. Vanaf hier zullen jullie de weg zelf kunnen vinden.”

“Bedankt, Phallea,” zegt Aliya. “Het was bijzonder om je te mogen leren kennen.”

Phallea grijnst breed. “Ik moet jou bedanken,” zegt ze. “Voor wat je deed in de wedstrijd. Zestien keer heb ik gewonnen… maar dit was nieuw. De eerste keer dat ik genoot. Ik zal niet snel weer zoiets meemaken.” Ze legt haar hand op Aliya’s schouder als teken van respect. “Het ga je goed, mensenkind.”

Ze draait haar blik naar mij. “En jij, Thomas. Veel succes met jullie zoektocht. Wat jullie ook zoeken in die tempel, ik hoop dat jullie het zullen vinden.”

“Dank je wel, Phallea,” zeg ik. “Voor alles.”

Phallea knikt nog een keer, draait zich om, en verdwijnt tussen de bomen. Binnen een paar tellen is ze verdwenen in het woud, alsof ze er nooit is geweest. Aliya en ik kijken elkaar aan, en beginnen aan de afdaling. Terug naar de normale wereld.

Met de kaart die we van Ëadris hebben gekregen, is het relatief makkelijk om de weg naar het westen te vinden. Ons plan is om eerst de kust te vinden, en vanaf daar op zoek te gaan naar de juiste plek. We lopen stevig door. Aliya maakt af en toe een aantekening in haar notitieboek en ik houd de omgeving scherp in de gaten, mijn hand nooit ver van mijn zwaard. Maar gelukkig is het rustig, en zie ik geen teken van gevaar.

Rond het middaguur vinden we een mooie plek om te pauzeren. Ik zet onze tassen neer terwijl Aliya de waterflessen vult in het water van een heldere beek. We gaan naast elkaar op een omgevallen boomstam zitten en delen brood, kaas en wat gedroogd fruit.

Een tijdje eten we zwijgend, kijkend naar het zonlicht op het water. Dan voel ik Aliya's hand op mijn arm.

"Thomas," zegt ze zacht. "Kun je even stoppen met eten?"

Ik leg mijn brood neer en kijk haar aan. Ze klinkt aarzelend op een manier dat ik haar niet vaak hoor.

"Ik heb er over nagedacht," zegt ze. "Hoe ik het je kan vertellen, de echte reden dat ik Ovulia onderzoek… Ik kan het niet goed uitleggen met woorden. Maar als je het goed vindt, kan ik het je laten zien. Via de ring."

Ik pak haar hand vast. "Natuurlijk. Hoe je maar wilt."

Ze verstrengelt haar vingers met de mijne, sluit haar ogen en haalt diep adem. Dan opent ze de verbinding via de ring. Helemaal, zoals we ook deden in de hut.

Ik sluit mijn ogen. En dan ben ik Aliya. In haar verleden.

***

Ik zit tegenover Professor Isoren in zijn werkkamer in de Academie. Hij is een oudere man met een grijze baard en ongeduldig kijkende ogen. Voor hem op het bureau ligt het boek dat ik heb bestudeerd, met mijn vertaling ernaast.

"Ik zag het pas bij mijn derde lezing, professor," hoor ik mezelf zeggen. Mijn stem klinkt enthousiast. “De tekst lijkt een aanbiddingslied, maar het bevat een verborgen boodschap. Een recept. Als mijn vertaling klopt, zijn het instructies voor een elixir dat vrouwen controle geeft over hun cyclus. Zwanger worden of niet, ongesteld worden of niet, wanneer ze maar willen. Het is revolutionair."

Isoren slaat het boek dicht en kijkt me onderzoekend aan.

"Mevrouw Ravenswaaij," zegt hij met een zucht. "Je bent een veelbelovende onderzoeker. Na die uitstekende dissertatie hebben we hoge verwachtingen van je. Maar dan verwacht ik ook dat je goede prioriteiten weet te stellen, en je tijd niet verdoet aan dit soort… frivoliteiten."

"Maar professor! Dit zou het leven van ontelbare vrouwen kunnen veranderen—"

"Genoeg, Aliya." Hij schuift het boek naar me terug. "Ik begrijp dat het onderwerp persoonlijk belangrijk voor je is. Maar dit is de faculteit geschiedenis. Verwar je persoonlijke interesses niet met academische relevantie. Je hebt waardevoller projecten om je tijd aan te besteden."

Ik zit daar met het boek in mijn handen, en voel de frustratie door mijn lijf razen. Waardevoller projecten. Alsof de helft van de mensheid onbelangrijk is!

"Dank u voor uw tijd, professor," zeg ik zo koel als ik kan. Ik sta op en loop de kamer uit, het boek stevig tegen mijn borst gedrukt.

***

Het is diep in de nacht. Het laboratorium is verlaten, alleen verlicht door de ene olielamp die ik heb meegebracht. Mijn handen bewegen zeker tussen de flessen en reageerbuizen terwijl ik de ingrediënten meng.

Dit is het. Maanden werk, allemaal in het geheim. Het was makkelijk om ‘s nachts het lab binnen te komen. De ingrediënten heb ik zelf gekocht, en wat ik niet kon vinden heb ik “geleend” uit de voorraadkast. Mijn vertaling heb ik wel vijf keer gecontroleerd.

Ik giet de laatste druppel in een klein flesje. De vloeistof glanst groenig in het zwakke licht van de olielamp, precies zoals beschreven in het boek. Ik voel mijn borst zwellen van trots. Het is me gelukt!

Nu testen.

Als dit werkt, ben ik de eerste vrouw die haar cyclus kan controleren. Mijn hoofd tolt van de mogelijkheden. Niet meer bloeden elke maand. Geen risico meer op zwangerschap als ik het niet wil. Eindelijk meer gelijk zijn aan de mannen hier. Ik drink het flesje in één teug leeg.

Het smaakt bitter, maar niet vies. Ik ruim mijn spullen op terwijl ik wacht op een effect. Ik poets de apparatuur grondig schoon om mijn sporen uit te wissen.

Iets tintelt warm in mijn onderbuik. Goed. Het werkt.

Maar de warmte wordt heter. Ik grijp me vast aan de werktafel terwijl mijn onderbuik in brand lijkt te staan. Mijn knieën knikken.

Dit is niet wat er hoort te gebeuren. Dit is fout.

Wanhopig grijp ik naar het boek. Wat heb ik gemist? Met trillende handen sla ik de bladzijdes om.

Mijn ogen vallen op een zin aan het einde van het lied.

Sij Vindt Hem In den Kelcke Elcke Dagheraat / Eene Maenenstont Langhe

Shit, shit, shit. Een dosis is voor een maand. Ik heb hem in één keer opgedronken. Dertig keer te veel.

De wereld draait. Het laatste wat ik zie is de vloer die naar me toe komt.

***

Ik lig in een wit bed. Mijn lichaam voelt zwaar, alsof het niet helemaal van mij is. Er zit een genezer naast me, een vrouw met vriendelijke ogen maar een ernstig gezicht.

"Je hebt geluk gehad," zegt ze zacht. "Een student vond je vanmorgen bewusteloos in het lab. Je hebt een flinke reactie gehad op… wat het ook was waarmee je werkte."

Ik probeer te praten maar mijn keel is droog. Ze geeft me water, en ik drink gretig.

"Wat... wat is er gebeurd?" fluister ik.

Ze aarzelt even. "Een ongeluk, neem ik aan? Er waren gebroken flessen, overal chemicaliën."

Ik zeg niets. Laat ze dat maar denken.

"We hebben je gestabiliseerd," zegt de genezer. "Maar ik moet je iets vertellen. De substantie die je binnen hebt gekregen… het heeft je baarmoeder beschadigd. Blijvend, ben ik bang."

Mijn hart bonst in mijn keel. "Wat betekent dat?"

Ze legt haar hand op de mijne. "Het betekent dat je waarschijnlijk niet natuurlijk zwanger zult kunnen worden. Het is niet onmogelijk… maar de kans is zeer klein."

De woorden hangen in de lucht tussen ons in. Zeer klein. Door mijn eigen arrogantie, mijn eigen stomme fout, mijn eigen gretigheid.

Ik zou moeten huilen, denk ik, maar er zijn geen tranen. In plaats daarvan voel ik vooral frustratie. Ik was zo dichtbij. Het recept werkte, daar ben ik zeker van. Ik heb alleen te veel genomen.

De genezer laat me alleen. Ik lig daar in dat witte bed, starend naar het plafond, terwijl mijn hoofd tolt.

***

Met een schok kom ik terug in het heden. Aliya's hand ligt nog steeds in de mijne. Ik merk dat ik hard in haar hand aan het knijpen ben en laat los.

Terwijl ik de beelden verwerk, vallen de puzzelstukjes op hun plek. Ze kan geen kinderen krijgen. Daarom waren daar nooit zorgen over, al die keren dat we seks hadden. Zij wist dat het risico heel klein was.

"Aliya..." fluister ik.

Ze opent haar ogen. Ze kijkt verrassend helder, vastberaden, zonder tranen. "Dat was twee jaar geleden," zegt ze. "De professoren weten niet wat er echt gebeurde die nacht. Ze denken dat het een ongeluk was. En misschien is dat ook wel de beste uitleg."

Ik trek haar tegen me aan en sla mijn armen stevig om haar heen. Ze laat zich tegen mijn borst vallen, maar ze houdt haar rug recht.

"Je was alleen," zeg ik. "Je had het ze moeten kunnen vertellen. Ze hadden je moeten helpen."

"En dan?" Ze trekt haar schouders op. “Ze hadden het weggewuifd. Onbelangrijk. Ik wilde ze geen kans geven om ook nog eens ‘ik had je gewaarschuwd’ te zeggen.”

Ik moet bijna lachen om de droge toon in haar stem. Dat is zo Aliya.

"Nu weet je waarom ik de cult ben gaan bestuderen," zegt ze. "Er zijn tientallen verhalen van vrouwen die zijn gezegend door Ovulia. Jarenlang geen zwangerschap, en dan ineens wel na een bezoek aan de tempels. Dat kan geen toeval zijn. En de cult heeft haar magie afgetapt, gekanaliseerd, gecontroleerd. Als ik kan begrijpen hoe ze dat deden…"

Ze valt stil. “Zou je dan een kind willen?” vraag ik.

“Misschien,” zegt ze. “Dat was eigenlijk nooit het plan. Het belangrijkste was - is - dat ik alleen kan bewijzen dat het elixir werkt, als mijn eigen lichaam werkt. Daarvoor moet ik genezen. Ik wil bewijzen dat ik gelijk had - dat dit belangrijk genoeg is om te onderzoeken.”

Ze maakt zich los uit mijn omhelzing en kijkt me recht aan. “Is dat raar?”

“Helemaal niet,” zeg ik. “Het klinkt precies als iets wat jij zou doen.”

Ze glimlacht. “Mooi. Want ik ben niet van plan te stoppen tot ik antwoorden heb.”

We blijven nog even zo zitten, dicht tegen elkaar aan, luisterend naar het ruisen van de beek. Dan neemt Aliya een slok uit haar waterfles en staat op.

"Kom," zegt ze. "We hebben een tempel te vinden."

Na een paar uur lopen horen we het verre donderen van golven die zich stukslaan op steen. We versnellen onze pas en even later stappen we het bos uit, recht in de wind.

De oceaan strekt zich eindeloos en blauw voor ons uit. We staan op een klif van witte kalksteen, tientallen meters boven het schuimende water. De zeebries rukt aan ons haar en vult onze longen met de scherpe geur van zout en zeewier.

"Daar," zegt Aliya. Ze houdt de kaart van Ëadris omhoog en wijst naar het noorden, waar de kliffen een bocht maken. "De inham moet voorbij die punt liggen. Misschien een uur lopen."

We volgen de kliffen naar het noorden. De zon staat al laag aan de hemel en werpt lange schaduwen over de rotsen, terwijl beneden ons de golven met wit schuim tegen de kliffen slaan. Het tij trekt zich terug. We zijn precies op tijd.

Bij een smalle baai vinden we wat we zoeken. Goed verscholen achter een uitstekende rotspunt, precies zoals Aelyonis beschreef, ligt een donkere spleet in de rotswand, net boven de waterlijn. Bij vloed zou hij volledig onder water zijn.

Ik bind een touw om een dikke boomstronk zodat we onszelf langs de klif omlaag kunnen laten zakken. Onderaan zet ik mijn voeten in koud zeewater dat tot mijn enkels komt. Van dichtbij is de ingang nog smaller dan het eruitzag - we zullen er zijwaarts doorheen moeten.

Aliya gaat eerst. Ik hoor haar schuifelen door de nauwe opening, en haar stem die echoot: "Het wordt hier breder!"

Ik pers mezelf door de spleet. De ruwe steen schaaft langs mijn borst en rug, mijn zwaard stoot tegen de wand. Dan ben ik erdoor en opent de gang zich voor me.

"Dit is het," fluistert Aliya.

Ze ontsteekt een fakkel en het licht onthult een gang van gehouwen steen die flauw naar beneden loopt. De muren zijn bedekt met symbolen die we ook in de eerste tempel hebben gezien: spiralen, fallussen, borsten.

"We zijn er, Thomas. De Grot van Oorsprong. De tweede tempel."

We lopen de gang in met de fakkel voor ons uit. Het pad daalt gestaag terwijl water van het plafond druppelt en kleine plasjes vormt op de vloer. Na zo’n vijftig meter stopt Aliya abrupt. Ze snuift de lucht op. “Ruik je dat?”

Ik haal diep adem. Ik ruik inderdaad ook iets: een zoete, chemische geur. Maar voordat ik kan antwoorden, stijgt een dikke, witgrijze nevel op uit spleten in de vloer. De mist beweegt tegen de tocht in en kruipt als levende vingers langs onze laarzen omhoog. Ik begin te lachen. “Natuurlijk,” zeg ik. “We voldoen niet aan de kledingvoorschriften.”

Aliya kijkt omlaag naar de mist die tot haar knieën reikt. “De garderobe,” zegt ze met een grijns.

We doen geen poging om weg te rennen, we weten wat er komt. Ik trek mijn zwaard voordat de mist mijn hele lijf bedekt. Het tintelt op mijn huid, als duizend kleine speldenprikken. Mijn laarzen worden zacht, mijn kleding verdampt, maar mijn zwaard blijft stevig in mijn hand en het amulet hangt nog om mijn nek.

Op blote voeten loop ik verder tot de mist ophoudt. Aliya wacht me al op, poedelnaakt in de stenen gang. Haar huid glanst van het vocht in de lucht, en haar borsten deinen zachtjes mee op haar ademhaling. Ze staat er naakt en kwetsbaar bij met alleen de fakkel, maar ze houdt haar rug kaarsrecht en haar kin hoog. Ik moet meteen denken aan de eerste keer dat ik haar zo zag, in de eerste tempel. Ik vind haar nog net zo adembenemend mooi als toen.

Zij kijkt ook naar mij. Haar blik glijdt omlaag langs mijn kruis, waar mijn pik er passief bij hangt, en weer omhoog naar mijn ogen. Via de ring voel ik haar waardering. Mooi uitzicht, hoor ik mijn hoofd. Haar ogen glinsteren. De wetenschap van wat ons hier te wachten staat, laat mijn bloed sneller stromen.

We lopen verder terwijl de gang steeds dieper daalt. Het water op de vloer verzamelt zich in plasjes, wordt een laag die rond onze enkels klotst.

Dan houdt de gang op en opent zich een enorme ruimte.

We staan aan de rand van een enorme ondergrondse poel. Het plafond is zo hoog dat het verdwijnt in de duisternis. Maar het is niet donker, want het water geeft licht. Een zachte, paars-blauwe gloed stijgt op uit de diepte, alsof er sterren op de bodem liggen.

“Grote goden,” fluistert Aliya.

In het midden van de poel steekt een stenen platform uit het water, misschien dertig meter bij ons vandaan. “Daar moeten we heen,” wijst Aliya. “Maar hoe?”

Ik zie het - een richel onderwater die door het midden van de poel loopt, van waar wij staan naar het platform. Aan beide kanten ervan is het water diep.

“Die richel,” zeg ik. “Ik denk dat we daarover kunnen lopen.”

We laten ons in de poel zakken. Het water is warm, bijna heet, en komt tot mijn dijen. Aliya dooft de fakkel - het paarse licht is fel genoeg om bij te kunnen zien. Voorzichtig zet ik een eerste stap op de richel. Hij stabiel, en breed genoeg voor één persoon.

Ik loop voorop met mijn zwaard in mijn hand. Aliya volgt vlak achter me, met haar hand op mijn schouder voor evenwicht.

We zijn halverwege als ik iets langs mijn kuit voel glijden. Zacht en glad, alsof een kleverige sjaal of een dikke vis langs mijn been glijdt.

“Voelde jij dat ook?” vraag ik.

“Ja,” fluistert Aliya. Haar vingers grijpen strakker om mijn schouder. “Er is iets—”

Het water naast ons begint te borrelen. De paarse lichten onder het oppervlak bewegen. Ze komen omhoog.

Een dikke tentakel, paars en slijmerig, breekt door het water en schiet op mijn middel af. Mijn training neemt het over - ik draai om mijn as, zwaai mijn zwaard in een brede boog. Het blad snijdt door het zachte vlees. Paars vocht spat alle kanten op.

De tentakel trekt zich terug. Mijn hart bonst in mijn keel. Waar zijn we aan begonnen? Dit is geen spannend seksritueel, dit is levensgevaarlijk.

“Aliya, terug!” roep ik. “Snel!”

Het water explodeert overal om ons heen terwijl we ons omdraaien en rennen. Links, rechts, voor ons: tientallen tentakels schieten omhoog uit de diepte. Geleiachtige slierten, glibberig en lichtgevend. Ik ren zo hard ik kan, maar met het water tot boven onze knieën komen we maar langzaam vooruit.

“Pas op!”

Ik hak naar links, raak een dikke tentakel die op Aliya afkomt. Hij splijt open. Ik draai, houw naar rechts, raak er nog één. Mijn zwaard zingt door de lucht, maar het is niet genoeg. Voor elke tentakel die ik wegkap, komen er twee terug.

Een tentakel komt van achteren op mijn schouder. In een soepele draai trek ik hem weg en hak ik hem doormidden. Maar ik heb me van Aliya weggedraaid. Ze gilt luid. Ik zie nog net hoe een tentakel zich om haar dij heeft gewikkeld en haar van de richel rukt.

“Thomas!”

Ik ben te laat - ze verdwijnt zijwaarts in het water. Ik reik naar haar, maar ze is al te ver.

Voor ik achter haar aan kan springen, voel ik twee tentakels om mijn enkel. Een derde slaat zich om mijn zwaardarm en knijpt hard. Ik probeer me los te trekken, maar de greep is ijzersterk. Mijn vingers openen zich gedwongen. Het zwaard valt uit mijn hand en plonst in het water.

“Nee!”

Ik ben kansloos. De paarse slierten schieten van alle kanten op me af. Ze wikkelen zich om mijn benen, mijn andere arm, mijn borst. Sommige zijn zo dik als mijn bovenarm, andere dun als mijn pols. Ze trekken, hard, en ik verlies mijn evenwicht.

Het diepe water komt me tegemoet, mijn hoofd gaat onder. Water vult mijn mond en mijn neus. Ik schop en trek uit alle macht, maar ze trekken me dieper omlaag. Hoe harder ik me verzet, hoe strakker ik word vastgehouden. De bodem, waar de tentakels als planten uit omhoog groeien, komt steeds dichterbij.

Paniek slaat toe. Ik kan niet ademen. Mijn longen staan in brand.

Thomas! Aliya’s stem klinkt helder in mijn hoofd. Stop met vechten! Ze reageren op verzet!

Wat? Ik kan niet—

STOP, Thomas!

De ademnood geeft me oerkrachten, en elk instinct in mijn lijf brult dat ik moet vechten. Maar ik vertrouw Aliya. Ik dwing mezelf mijn spieren te ontspannen.

Hun greep verslapt onmiddellijk. De planten trekken me niet langer dieper. Nu word ik omhoog geduwd. Mijn hoofd breekt door het oppervlak. Ik hap naar lucht, hoest water op.

Goed zo. Blijf rustig. Laat ze hun gang gaan.

Dikke tentakels rond mijn middel, mijn armen en mijn benen tillen me boven het wateroppervlak uit. Ik hang als een gevangen vis in een net. Dunne en dikke strengen glijden over mijn huid, een levend weefsel van paarse armen dat me van alle kanten vasthoudt. Langzaam dragen ze me verder weg van de richel, boven het diepe water.

Ik draai mijn hoofd. Aliya hangt iets verderop, ook gevangen in een wirwar van tentakels, zwevend boven het water. Ze heeft zich sneller overgegeven dan ik - ze hangt slap, met haar armen gespreid. Tientallen strengen houden haar vast, kruisen over haar borst, kronkelen om haar dijen.

“Wat in de vrede zijn dit?” roep ik.

Een tentakel glijdt langs mijn dijbeen omhoog, richting mijn lies. Hij is warm, warmer dan de anderen.

“Zee-anemonen,” antwoordt Aliya, ogenschijnlijk kalm. “Of een magische variant daarvan. Planten… maar intelligent.”

Het slijm van de warmere tentakel tintelt op mijn dijbeen. Het kriebelt en maakt me gevoelig. Het glibberige gekronkel over mijn dijbeen voelt intens. Ineens weet ik wat dit ding van me wil.

“Ze willen ons niet verdrinken,” hijg ik.

De tentakels spreiden Aliya’s benen.

“Nee,” zegt ze. “Ze willen iets anders.”

Een dunne sliert glijdt over mijn buik en laat een tintelend spoor achter. Langzaam kronkelt hij over mijn navel, door mijn schaamhaar, naar mijn pik.

Bij Aliya wikkelen meerdere zich om haar borsten. Ze drukken haar borsten samen, glijden over haar tepels. Haar ogen zijn groot.

“Goden,” kreunt ze. “Alles is zo… intens. Ik voel alles.”

De dunne tentakel bereikt mijn pik en wikkelt zich eromheen. Het slijm maakt mijn huid gloeiend gevoelig. Alles voelt drie keer zo intens als normaal. Ondanks de bizarre situatie en mijn gebrek aan controle voel ik mijn pik reageren.

“Ze willen seks,” zeg ik. Natuurlijk willen ze dat. Dit is een tempel van de cult van Ovulia. Seks is hoe alles hier werkt.

Tussen Aliya’s benen komt een dikkere tentakel omhoog uit het water. Stomp, paars, en nat. Hij vindt haar kutje en drukt tegen haar kutlippen, zijn tintelende slijm overal uitsmerend. Ik zie haar lichaam schokken in de tentakels.

“Deze tempel is in elk geval geen puzzel,” hijgt Aliya. “Erg duidelijk wat ze van ons willen.”

Via de ring voel ik wat de tentakel met haar doet. Het is net een enorme, zachte tong die over haar hele spleetje glijdt. Het slijm maakt haar tien keer zo gevoelig. Elke plooi wordt geraakt en gestimuleerd.

“Fuck, Thomas,” kreunt ze. “Het is zo… Oh, goden…”

Mijn pik staat nu stijf overeind. De tentakel die eromheen gewikkeld is, komt in actie. Hij wikkelt zich strakker om mijn schacht en glijdt langzaam op en neer. De tentakel bij mij dijen glijdt over mijn ballen en kneedt ze. Hun aanraking is stroperig glad en opwindend op een manier die ik niet verwacht had.

“Oh, dat is…” Mijn woorden verdwijnen in een kreun. “Fuck, Aliya…”

De stompe tentakel tussen Aliya’s benen duwt verder en dringt bij haar binnen. Hij is niet hard, maar juist vormbaar. Hij spreidt haar ingang open en glijdt haar kutje in. Aliya kreunt van genot. Via de ring voel ik hoe hij haar vult, hoe hij zich aanpast aan haar vorm, hoe het slijm elke zenuw in haar binnenste in brand zet.

“Ik ben zo vol!” hijgt ze. “Zo intens…”

Het begint in haar te bewegen. Het zwelt en krimpt. Ribbels glijden over de wanden van haar kutje. Ze kreunt hard en kromt haar rug.

Tussen mijn benen komt een dikkere tentakel omhoog. Hij zakt omlaag naar het topje van mijn keiharde pik, zakt omlaag, en vormt zich rond mijn eikel als een huls. Het gevoel is zo intens dat ik een luide kreun niet kan inhouden. De huls pulseert en zuigt aan mijn eikel. Ik hang machteloos boven het water, mijn armen en benen gespreid, terwijl drie tentakels me genadeloos stimuleren.

“Fuck….” kreun ik.

Bij Aliya zijn de tentakels om haar borsten nu bezig met haar tepels. Ze trekken en knijpen in hetzelfde ritme als de plant die haar kutje vult. Haar hele lichaam trilt. Vanuit het water komt nog één omhoog, dunner dan de andere. Hij glijdt tussen haar billen.

Oh. Haar stem klinkt gejaagd in mijn hoofd, geschrokken. Hij gaat toch niet…

Maar hij gaat wel. De punt drukt tegen haar kringspier - ik kan het niet zien, maar ik voel het exact via de ring - en dringt haar kontje binnen. Langzaam glijdt hij dieper naar binnen, zodat ze dubbel wordt gevuld.

Oh goden, Thomas. Twee… Ik voel ze allebei…

De twee planten werken samen. De één glijdt naar buiten terwijl de ander naar binnen glijdt, en andersom. Ondertussen knijpen kleinere slierten aan haar borsten en tepels. Haar schreeuwen echoën door de grot.

De tentakels trekken mijn armen naar achteren terwijl ze mijn ballen en pik blijven bewerken. Dan voel ik ook een dunne sliert over mijn eigen billen glijden. Ik verstijf, en - ik kan er niks aan doen - ik denk precies hetzelfde als Aliya: Wacht, hij gaat toch niet…

Rustig, Thomas. Laat het gebeuren.

De dunne tentakel vindt mijn opening. Het puntje drukt tegen mijn kringspier en glipt naar binnen. Langzaam glijdt hij dieper.

FUCK! Dat is INTENS!

Probeer ervan te genieten, stuurt Aliya terug. Haar gedachten zijn wazig van haar eigen genot.

De tentakel in me vindt een plek waarvan ik niet eens wist dat die bestond. Het gevoel explodeert door me heen, alsof er een knop omgaat. Mijn pik wordt omhoog gedrukt, voelt nog veel stijver aan. Ik kreun luid en span al mijn spieren aan. Ik word van binnen en van buiten gestimuleerd, precies synchroon, ongelooflijk intens.

Oh goden, Aliya… Ik kan niet…

Aliya reageert niet op wat ik zeg, daarvoor is haar eigen genot te intens. In plaats daarvan stuurt ze: Fuck, Thomas, ik ga komen… Ik ga zo keihard komen op die twee tentakels die me helemaal vullen…

Ik draai mijn hoofd naar waar zij hangt, een paar meter naast me, boven het water gevangen in een kluwen paarse, geleiachtige tentakels. Haar lichaam glinstert van het slijm. Twee glibberige tentakels vullen haar kutje en haar kontje, terwijl talloze andere over haar lichaam kronkelen. Haar ogen zijn half gesloten, haar mond open.

De tentakel rond mijn eikel begint sneller te pulseren en zakt omlaag, slokt mijn hele pik op. Omdat het ding deels doorzichtig is, kan ik mijn eigen pik er in zien. De aanraking is overal. Als het me helemaal omvat heeft, begint het me te melken met ritmische bewegingen. Mijn ballen worden gekneed en de tentakel in mijn binnenste drukt harder tegen die magische plek. Dit is te veel. Ik voel het zaad opkomen vanuit mijn ballen.

Ik kom ook… Kom voor me, Aliya. Kom met me.

Aliya slaakt een gil als de beide tentakels diep in haar duwen. Haar lichaam trekt samen in schokken van genot, terwijl haar sappen hard uit haar kutje spuiten. Haar mond blijft open in een geluidloze schreeuw. Ze komt zo hard klaar dat de tentakels haar amper kunnen houden.

Tegelijk met haar kom ik met een brul klaar. De huls rond mijn pik drukt zich diep omlaag, en ik spuit mijn zaad met kracht in de geleiachtige massa. Ik klem mijn vingers om de tentakels bij mijn polsen terwijl het voelt alsof ik uit elkaar spat. De tentakel in me drukt omhoog tegen mijn prostaat en elke puls perst nóg een golf zaad uit me.

Als de climax voorbij is en mijn lichaam weer ontspant, dragen de tentakels mij naar het stenen platform in het midden van de poel. Voorzichtig, bijna teder, word ik neergelegd. Naast me wordt ook Aliya op de stenen geplaatst. De tentakels wikkelen zich langzaam af en glijden rimpelloos terug in het water.

Het enige geluid is ons gehijg. Aliya draait zich langzaam naar me toe. Haar haren plakken in natte slierten tegen haar gezicht, haar lichaam is bedekt met paars slijm. Ze begint te lachen.

“Dat stond niet in het boek,” zegt ze hees.

Ik begin ook te lachen, van opluchting en ongeloof. Ik trek haar tegen me aan en samen hijgen we uit.

“Dat was bijna einde avontuur geweest,” zeg ik. “Je was net op tijd met je waarschuwing. Anders had ik op de bodem gelegen.”

“Gelukkig maar. Ik realiseerde me net op tijd dat het een Ovulia-tempel is. Die willen je niet vermoorden, die willen je laten klaarkomen. Daarover gesproken… die tentakel in je, hoe was dat?”

“Intens,” zeg ik eerlijk. “Maar… niet vervelend. Door de ring wist ik ook al hoe het voelt. Bij jou dan. Het is toch anders als het mijn eigen lichaam is.”

We spoelen ons af met het warme water van de poel, en kijken om ons heen. We staan op een klein platform van gladde steen midden in de grot. Mijn zwaard ligt iets verderop - één van de tentakels moet het uit het water hebben gered. Ik raap het dankbaar op.

Aan de overkant van de grot is nu een opening zichtbaar die er eerst niet was. Een perfect ronde boog, alsof iemand met een enorm mes een stuk uit de steen heeft gesneden. Rondom de rand lichten symbolen op.

“De volgende kamer,” wijst Aliya.

We volgen een zelfde soort richel naar de overkant, en dit keer laten de tentakels ons met rust. Aliya loopt voorop - haar wetenschappelijke geest is wakker, en ze moet weten wat er nu komt.

Bij de overkant aangekomen blijft Aliya abrupt staan. Ze steekt haar hand uit om me tegen te houden.

“Wacht,” zegt ze. “Er hangt iets. Zie je dat? Die trilling?”

Eerst zie ik alleen de opening en de gang er achter. Maar dan zie ik wat ze bedoelt: de lucht in de opening trilt en vervormt, als warme lucht boven een vuur. Een barrière? Zelfs voor mij is duidelijk dat dit magie moet zijn.

Aliya loopt voorzichtig op de boog af en bestudeert lange tijd het energieveld en de symbolen en runen er omheen. “Dezelfde taal als het boek,” mompelt ze. “Maar een ouder dialect.” Ze buigt zich voorover, haar vingers volgen de tekens zonder ze aan te raken. “Hier staat ‘ongerept’. Dit woord is ‘offer’. En… ‘eerste bloed’.”

Ze draait zich naar me om, de teleurstelling duidelijk leesbaar op haar gezicht. “We kunnen niet verder, Thomas. Alleen een maagd kan de barrière openen. Iemand die nog nooit seks heeft gehad.”

Ik kijk naar de opening. Dan naar haar.

“Wij zijn geen maagd,” zeg ik.

“Nee.” Ze bijt op haar lip. “Niet bepaald.”

Ik leun tegen de rotswand. We zijn zo dichtbij. We hebben Aren gevonden, de elfen gevonden, de tempel gevonden. Alles wat Aelyonis vertelde, klopt. En nu komen we niet verder.

Dan schiet me iets te binnen. Een gezicht. Blonde krullen, rode wangen, en een gefluisterde uitnodiging.

“Kassia,” zeg ik.

“Kassia? Het dienstmeisje van Voss?”

“Ze was maagd. En ze was méér dan geïnteresseerd in een vervolg.”

Aliya’s ogen worden groot. “Eikhaven is twee dagen lopen,” zegt ze langzaam. “Vier heen en terug. Plus de tijd om haar te vinden en te overtuigen…”

“Binnen een week zijn we hier terug.”

Ze kijkt naar de deur, dan naar mij. Ze glimlacht.

“Waar wachten we nog op?”
Trefwoord(en): Fantasy, Orgasme, Suggestie?
Geef dit verhaal een cijfer:  
5   6   7   8   9   10  
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...