Lekker Anoniem Webcammen!
Donkere Modus
Datum: 04-03-2026 | Cijfer: 9.9 | Gelezen: 94
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 43 minuten | Lezers Online: 1
Trefwoord(en): Creampie, Fantasy, Kwartet, Openbaar,
Een Heilige Daad
In de woning van Elf-Moeder Aelyonis hoorden we dat Nyssara zwanger is na de climax van onze publieke beproeving. We konden eindelijk onze vragen stellen: over het verbannen van elfenzonen en de mysterieuze ontmoeting bij het meer. Aelyonis beloofde ons te helpen om de Ovulia-tempel te vinden, maar had ook een verzoek aan ons. Ze vroeg of ik bij haar een dochter wil verwekken in een heilig ritueel bij volle maan. Aliya moedigde mij aan om ja te zeggen.

Ik word wakker met smalle strepen zonlicht op mijn gezicht, die door de kieren van de hut naar binnen dringen. Het duurt even voor ik kan plaatsen waar ik ben. Het zachte bed, de geur van hout en bloemen, het getsjirp van vreemde vogels buiten… dan weet ik weer. Het elfendorp.

Naast me beweegt Aliya. Ze strekt zich uit, draait haar hoofd naar me toe en knippert in het zonlicht. “Hé,” fluistert ze slaperig.

“Goedemorgen lieverd.” Ik kus haar voorhoofd. “Heb je goed geslapen?”

“Beter dan verwacht.” Ze rekt zich uit en gaapt. De sporen van haar tranen van gisteravond zijn weg. “Jij?”

“Ging wel. Ik lag wat te piekeren.”

“Over vanavond?”

“Ja. Het is nogal wat.”

Ze schuift dichter naar me toe en legt haar hoofd op mijn schouder. “Het komt goed. We gaan het samen doen.”

“Ik weet het.” Ik sla mijn arm om haar heen. “Maar zenuwachtig zijn mag wel, toch?”

“Dat mag zeker. Het is niet bepaald alledaagse kost.”

We blijven nog even zo liggen, tot Aliya de dekens van zich af gooit. “Kom, laten we opstaan en het dorp verkennen. Ik wil zien hoe ze hier leven.”

“Goed plan,” antwoord ik. “Misschien kunnen we ook wat te eten vinden.”

We kleden ons aan en stappen de hut uit, de frisse ochtendlucht in. Rondom ons strekt het elfendorp zich uit in al zijn onmogelijke schoonheid. Het zonlicht valt in schuine stralen op het levende hout waar alles van gemaakt is. Een netwerk van bruggen en trappen verbindt de platforms en hutten, dicht begroeid met bloemen en mos.

We dalen af naar een lager niveau. Overal ontmoeten we beeldschone elfenvrouwen die omkijken als we passeren. Gisteren, toen we als gevangenen het dorp in werden geleid, staarden ze naar ons alsof we aapjes in een kooi waren. Nu heb ik de indruk dat iedereen wel weet wie we zijn. Ze kijken nog steeds nieuwsgierig, maar minder verrast. Sommigen knikken beleefd, anderen glimlachen. Een jong meisje, misschien vijf jaar oud, tuurt naar ons om de hoek van een deurpost voordat ze giechelend wegrent.

Op een platform bij een reusachtige kastanjeboom krijgen we eten aangeboden. Terwijl we ontbijten, observeren we het dagelijks leven. Een groepje vrouwen verderop zit in een kring te naaien met snelle en handige bewegingen. Bij de kookplaats roert een elf in een koperen ketel terwijl een ander brood kneedt. Drie kinderen, allemaal meisjes, spelen een spelletje met gekleurde stenen op de grond.

Alleen vrouwen. Overal. Precies zoals Aren beschreef, maar erover horen is heel iets anders dan het zelf zien.

Aliya leunt over de balustrade en kijkt om zich heen met een onderzoekende blik die ik goed ken. Ik weet dat ze alle indrukken probeert op te slaan in haar geheugen. Vanavond zal ze wel weer druk schrijven in haar notitieboek.

“Aliya! Thomas!”

Een warme stem roept onze namen. Ik draai om en zie Nyssara naar ons toe lopen over een smalle brug. Ze draagt een luchtige, groene jurk die bij elke stap om haar benen fladdert. Haar gouden haren glinsteren in het zonlicht.

“Goedemorgen!” Ze slaat haar armen om Aliya heen, om mij vervolgens met een nog iets langere omhelzing te begroeten. Ze geeft me een warme kus op mijn wang. “Wat fijn om jullie te zien,” zegt ze stralend. “Hoe was jullie eerste nacht?”

“We hebben heerlijk geslapen,” antwoordt Aliya.

“We waren dan ook helemaal uitgeput,” vul ik aan.

“Dat kan ik me voorstellen,” zegt Nyssara. “Jullie zijn gisteren tot het uiterste gegaan. Maar ik ben jullie er zeer dankbaar voor.” Ze legt haar hand op haar buik en strijkt er zacht over. Er is daar nog niets te zien, natuurlijk, maar het gebaar is veelzeggend. Ze kijkt naar mij. “Ik hoop dat ze jouw ogen krijgt, Thomas,” zegt ze. “Die mooie, donkere ogen van je.”

Ik weet niet precies wat ik moet zeggen. Het onderwerp is zo groot en zo gek. Maar Nyssara’s ongedwongen houding maakt het makkelijker dan verwacht. “Ze heeft geluk met jou als moeder,” zeg ik.

Nyssara’s glimlach wordt nog breder. Ze pakt mijn hand en knijpt er even in.

“Nyssara, we zoeken eigenlijk iemand,” zegt Aliya. “Ze heet Cyverdelle. Weet jij waar ze kan zijn?”

“Cyverdelle?” Nyssara knikt meteen. “Natuurlijk! Kom, volg mij, dan breng ik jullie.”

Ze leidt ons over een reeks trappen omlaag, naar één van de lagere hutten van het dorp. Door de deuropening zie ik een elf zitten, geknield voor een lage werkbank bezaaid met gedroogde kruiden. Haar zilveren haar valt in een losse vlecht over haar schouder.

“Cyverdelle?” zegt Nyssara. “Je hebt bezoek.”

Als de elf opkijkt, zie ik haar ogen. Diepgroen, helder, met gouden spikkels. Arens ogen.

Het is alsof ik naar Aren kijk, maar dan als vrouw. Dezelfde blik, dezelfde neus en wangen. Haar gezicht is rond en vriendelijk, met lachlijntjes om haar ogen en mondhoeken. Ze lijkt jonger dan Aelyonis, maar ik weet inmiddels dat leeftijd bij elfen weinig zegt.

Ze staat op en loopt naar ons toe. Haar blik glijdt van Nyssara naar ons. Over onze gezichten, onze kleding, het zwaard aan mijn heup.

“Dank je, Nyssara,” zegt ze zacht. Nyssara knipoogt naar ons en vertrekt.

Cyverdelle veegt haar handen af aan een doek. Ze is kleiner dan de andere elfen die we hebben ontmoet, en er hangt een kalme rust om haar heen. Ze gebaart naar de kussens bij haar werkbank.

“Jullie zijn de reizigers waar iedereen over praat,” zegt ze. “Wees welkom, ga zitten. Ik heb de beproeving helaas niet gezien, maar ze zeggen dat het bijzonder was.” Ze glimlacht.

We gaan zitten. Het is krap, maar gezellig. De hut ruikt sterk naar kruiden en gedroogd vlees. Cyverdelle schenkt water in uit een stenen kan.

“Dan heb je misschien ook gehoord hoe we hier gekomen zijn?” vraagt Aliya.

“Ik heb geruchten gehoord,” antwoordt ze. Ze kijkt ons hoopvol aan. “En nu jullie naar mij toekomen… Is het waar? Ik durf het bijna niet te vragen.”

“Ja,” zegt Aliya zacht. “Jouw zoon, Aren, heeft ons de weg gewezen. Hij was onze gids.”

Cyverdelle’s mond trilt. Ze sluit haar ogen en balt haar handen samen in haar schoot. Secondenlang is ze doodstil. Als ze weer opkijkt, zijn haar ogen vochtig.

“Mijn jongen,” fluistert ze. “Hij leeft? Is hij…”

“Het gaat goed met hem,” antwoord ik. “Hij woont in Eikhaven. Hij werkt in een badhuis. Hij is gezond en sterk.”

Cyverdelle knikt langzaam. Twee tranen rollen over haar wangen. Ze veegt ze niet weg. “En… is hij gelukkig?”

Ik aarzel en kies mijn woorden zorgvuldig. “Hij is… op weg om gelukkig te worden. Hij heeft het moeilijk gehad, toen hij uit het woud vertrok. Hij heeft lang geworsteld met wie hij was, en gaf zichzelf de schuld van zijn verbanning.” Het voelt gepast om eerlijk te zijn, tegenover zijn moeder. “Maar hij heeft nu vrienden om zich heen. En we hebben veel met hem gepraat, in Eikhaven en onderweg hierheen. Ik denk dat het hem goed heeft gedaan.”

Cyverdelle luistert ademloos, haar handen tegen haar borst gedrukt.

“Hij vroeg ons om je op te zoeken,” zegt Aliya. “En jou een boodschap te geven. Hij zei: zeg haar dat ik elke dag aan haar denk. En dat ik van haar houd.”

Nu huilt Cyverdelle echt. Stille tranen vallen op haar glimlachende gezicht. Ze brengt haar hand naar haar mond en knikt, steeds weer, alsof ze de woorden fysiek moet opvangen. Het is ontroerend om te zien. Zij heeft Aren duidelijk net zo gemist als hij haar.

“Vergeef me,” zegt ze uiteindelijk terwijl ze haar tranen droogdept met haar mouw. “Ik dacht… Ik was bang dat hij me zou haten. Dat hij mij de schuld zou geven.”

“Nee,” zeg ik beslist. “Dat heeft hij nooit gedaan. Hij vond het moeilijk om te begrijpen, maar hij weet dat jij geen keuze had.”

Cyverdelle pakt mijn hand en knijpt erin. Haar greep is verrassend sterk. Dan laat ze weer los en haalt ze diep adem. “Vertel me over hem,” zegt ze. “Ik wil alles weten.”

We praten lang. Over hoe Aren eruitziet, over zijn melancholische zwijgzaamheid, zijn talent voor vuur maken. Over de elfenwijn die hij met ons deelde. Ik laat de intieme details over onze ontmoetingen achterwege, maar ik schets een beeld van een man die ondanks alles zijn weg vindt. Cyverdelle hangt aan onze lippen bij elk woord.

In ruil vertelt zij over de Aren die wij niet kennen. Over het jochie dat door het bos rende met takken als zwaarden, dat haar hielp met kruiden plukken, dat eindeloos vragen stelde over alles wat hij zag. Over hoe hij danste op het maanlicht en liedjes zong voor de vogels. Over de ochtend dat hij werd weggebracht, en hoe ze dagenlang niet kon ophouden met huilen.

"Er is nog iets," zeg ik, als het gesprek even stil valt. "Aren is zijn sluiersteen kwijtgeraakt. Hij heeft hem jaren geleden verkocht, toen hij niets had."

Cyverdelle knikt langzaam. "Dat verbaast me niet." Ze staat op en loopt naar een kist in de hoek van haar hut. Ze rommelt er even in en keert dan terug met een klein voorwerp in haar hand. Het is een melkwitte steen, gevormd als een oorschelp, aan een gevlochten leren koord. In het licht heeft de steen een zachte, parelmoeren glans.

"Ik heb hem gemaakt nadat hij vertrok," zegt ze. "Voor het geval dat hij ooit… Voor als hij hem ooit nodig zou hebben." Ze legt de steen in mijn hand. "Geef hem deze, als je hem weer ziet."

"Dat zullen we doen," beloof ik, terwijl ik de steen voorzichtig in de binnenzak van mijn vest stop.

Cyverdelle kijkt me aan. "Denken jullie dat hij mij zou willen zien?" vraagt ze.

"Ik weet het bijna zeker," antwoordt Aliya zonder aarzeling. "Hij wilde graag met ons mee, het dorp in. Om jou te zien. Maar hij zei dat het niet veilig voor hem zou zijn."

Cyverdelle zucht diep. Ze sluit haar ogen. Als ze haar ogen weer opent, kijkt ze ons vastberaden aan.

"Er is een plek," zegt ze. "Zeg hem dat de wilgenboom bij de kromme steen nog steeds staat. Dat ik daar vaak kom. Dat ik er zal zijn als hij me zoekt."

"De wilgenboom bij de kromme steen," herhaal ik. "Dat zal ik doorgeven."

"Hij zal het begrijpen." Ze glimlacht door nieuwe tranen heen. "Het was onze speciale plek, toen hij klein was."

Het gordijn van de hut schuift opzij. Aelyonis stapt naar binnen, gekleed in een nachtblauw gewaad. Zonder de sieraden van gisteravond oogt ze minder formeel, maar even imposant. Haar poederroze haren zijn losser opgestoken dan gisteravond. Ze glimlacht als ze Cyverdelle ziet.

"Cyverdelle," zegt ze warm.

De twee vrouwen omhelzen elkaar lang en innig. Aelyonis legt haar hand op Cyverdelles achterhoofd en trekt haar tegen zich aan. Het is een gebaar van diepe vriendschap. Het verbaast me, gezien hun verleden, maar het stelt me ook gerust.

Als ze elkaar loslaten, draait Aelyonis zich naar ons. "Goedemorgen," zegt ze. Haar amberkleurige ogen glijden van Aliya naar mij. "Ik was naar jullie op zoek. Hebben jullie nagedacht over mijn vraag?"

Ik kijk Aliya aan. Ze knikt.

"We doen het," zeg ik. "We vinden het een eer."

Aelyonis' gezicht licht op. "Prachtig." Ze legt haar hand op mijn schouder en knijpt er zacht in. "Dan beginnen we vanmiddag met de voorbereiding. Mijn dienaressen komen jullie halen."

Ze buigt licht, omhelst Cyverdelle nog een keer, en vertrekt.

In de vroege namiddag worden we opgehaald door vier jonge elfen. Ze leiden ons in stilte het dorp uit, over een smal pad dat slingert door het bos. Na een korte wandeling bereiken we het Lotusmeer.

Het is er stil, vandaag zijn er geen badende elfen. Alleen het heldere water, de waterlelies, en de bomen die zich als een kathedraal over de oever buigen. De dienaressen kleden zich uit en instrueren ons om dat ook te doen. Ik aarzel, maar Aliya trekt al haar jurk over haar hoofd. Ze loopt het water in en ik volg haar.

Het meer is net zo behaaglijk warm als gisteren. De dienaressen waden achter ons aan het water in en beginnen ons te wassen. Er wordt niet gesproken. Het enige geluid is het zachte kabbelen van water en het ruisen van de wind door de bladeren. De jonge elfen gaan grondig te werk. Ze spoelen ons haar, zepen ons in, en wrijven onze huid schoon met zachte sponzen.

Als we schoon zijn, leiden ze ons terug naar de oever en halen ze stenen flacons met geurige olie uit hun tas. Ze smeren de warme olie van top tot teen uit over onze lichamen. Niks wordt overgeslagen: ook mijn pik en Aliya’s spleetje worden ingemasseerd. Over mijn ballen smeren ze een dikke, kleverige pasta, die tintelt en trekt. Het voelt onwennig, maar niet onplezierig. Als we helemaal ingesmeerd zijn, moeten we een tijd lang in de zon op het gras blijven liggen. Daarna vullen ze stenen kruiken in het meer en spoelen ze ons weer schoon.

Als we weer opgedroogd zijn, krijgen we linnen gewaden aangeboden. Het materiaal is fijn geweven en zacht, in een crèmewitte kleur. Het valt tot mijn knieën en voelt bijna gewichtsloos.

Terug in het dorp krijgen we een eenvoudige maaltijd: brood, zachte kaas, verse vruchten, en water. We krijgen allebei ook een klein kopje aangeboden met een dikke, troebele vloeistof die we in één keer moeten opdrinken. Het smaakt naar anijs en suiker.

Als we gegeten hebben, wachten we. De zon zakt langzaam achter het bladerdak, de schaduwen worden langer.

Zodra de nacht valt, kloppen de dienaressen op onze deur. We volgen ze door het donkere dorp. Groepjes elfen sluiten zich geruisloos bij ons aan in een stille processie van witte gewaden. Mijn hart bonkt in mijn borst.

Ze leiden ons terug naar het centrale platform, waar gisteren ook de wedstrijd was. Het ziet er nu totaal anders uit. Het hele platform is veranderd in een enorm, zacht bed van dikke dierenhuiden en kussens. Overal om ons heen branden fakkels en hangen lichtvruchtjes die de ruimte in een warm, gouden licht zetten. De lucht is zwaar van wierook.

De elfen verzamelen zich rondom. Tientallen, misschien honderd, vullen net als gisteravond de bruggen en balkons. Ze dragen allemaal witte gewaden, dezelfde als wij. Het is muisstil.

De dienaressen leiden ons het platform op, tot we in het midden blijven staan. De huiden zijn zacht onder mijn blote voeten. Ik kijk om me heen. Wat nu? Aelyonis is nergens te zien. Ik wacht af, de adrenaline tintelt onder mijn huid.

Dan doorbreekt een diepe drum de stilte. De vier dienaressen beginnen tegelijk te bewegen op de maat, in een vloeiende dans waarbij hun dunne gewaden hoog opwapperen. Al dansend laten ze langzaam hun gewaden van hun schouders glijden. Niet veel later wordt ook hun onderkleding sierlijk uitgetrokken en dansen ze naakt verder.

Met vier beeldschone jonge elfen die naakt om me heen dansen, weet ik niet waar ik moet kijken. Het is heel ceremonieel en plechtig, absoluut geen ordinaire striptease, maar het is nog steeds een lust voor het oog.

De vrouwen dansen onze kant op en kleden ons ook uit met trage, synchrone bewegingen. Onze gewaden glijden van ons af en worden opzij gelegd. Eén van de dienaressen probeert het amulet over mijn hoofd te tillen, maar ik houd haar tegen. Nee, gebaar ik. Deze houd ik om. Ze knikt gehoorzaam.

We staan naakt op het platform. Mijn hartslag versnelt als ik om me heen kijk naar alle toeschouwers, maar ik dwing mezelf rustig te blijven. Net als gisteren worden we bekeken door honderd elfen. Maar gisteren was spektakel, een wedstrijd. Dit is iets heiligs.

De dienaressen pakken stenen flacons waaruit ze opnieuw warme olie over ons heen gieten. Het is andere olie dan bij het meer, met een rijke geur van kaneel en kruidnagel. Het druipt van mijn schouders over mijn borst, rug, en benen. Vier soepele handen smeren de olie langzaam uit over mijn huid. Eerst over mijn schouders, en dan steeds lager. Ze smeren de olie ook uit over mijn ballen en mijn lul. Hun houding is eerbiedig, alsof ze een heilig voorwerp zalven.

De twee andere dienaressen doen hetzelfde bij Aliya. De glimmende vingers van de elfen glijden plagerig over haar borsten, kneden haar tepels, strijken zacht door naar natte spleetje. Ze staat met gesloten ogen, haar lippen iets geopend in een stille kreun.

Alles goed? stuur ik.

Ja, stuurt ze. Ja. Dit is... intens.

Als de dienaressen uiteindelijk ook onze voeten hebben ingesmeerd, stopt het ritme van de drum en trekken ze zich terug. Honderd paar ogen kijken toe hoe wij glanzend en naakt midden op het podium staan.

Een stem begint te zingen.

Een sopraan, hoog en helder, zingt een melodie in een vreemde taal. Het is een hypnotiserend lied, dat me doet denken aan de vlammen in een haard: steeds veranderend, en toch altijd hetzelfde.

Beweging in de menigte. De elfen wijken uiteen en twee figuren stappen naar voren. Aelyonis, met Ëadris direct naast haar. Beide dragen een lang, ceremonieel gewaad: Aelyonis in diep goud, Ëadris in zilver. Ze lopen het podium op met langzame, plechtige passen. De dienaressen vangen hen op en kleden Aelyonis en Ëadris uit. De stem van de sopraan zwelt aan terwijl de gouden stof van Aelyonis' schouders glijdt.

Voor het eerst zie ik de Elf-Moeder naakt. Goden, wat is ze mooi. Eindeloos lange benen en heerlijke volle, vrouwelijke rondingen. Haar grote, stevige borsten prijken met donkere tepels in de koele nachtlucht. Haar karamelkleurige huid glanst onder het gouden licht van de fakkels, omlijst door een wilde waterval van poederroze haar. Ze is adembenemend.

Naast haar staat Ëadris, slank, strak en koel als glanzend wit marmer. Haar kleine, parmantige borsten en lange, sierlijke nek vallen nog meer op naast de voluptueuze Aelyonis. Het contrast maakt ze allebei nog geiler om naar te kijken.

Ook hun lichamen worden door de dienaressen royaal overgoten met de kruidige olie, tot elke ronding en spier glanst in het vuurlicht.

Zwaar glanzend stapt Aelyonis op ons af. Ze drukt haar warme, geoliede lijf stevig tegen me aan en kust mijn voorhoofd. Dan sluit ze Aliya in haar armen en kust ook haar. Ëadris volgt haar voorbeeld, intiem maar ook met haar bekende gereserveerdheid.

Het gezang zwakt af naar een zwoel gefluister. De drum valt in en pakt het trage ritme ook op.

Ëadris draait zich naar ons toe. "Het eerste deel," klinkt haar stem helder boven de muziek uit, "is het openen van de vader." Ze gebaart naar de grond. "Thomas, ga zitten. Aliya, neem plaats achter hem."

Nu gaat het dus beginnen. We hebben niks gehoord over wat het ritueel precies inhoudt, dus het heeft ook geen zin om erover na te denken. We moeten ons maar gewoon laten meevoeren.

Ik zak neer op de zachte huiden en spreid mijn benen. Aliya schuift achter me en slaat haar benen om mijn heupen, haar borsten warm tegen mijn rug, haar armen om mijn middel. Ik leun achterover tegen haar aan en voel haar warme adem in mijn nek.

Aelyonis en Ëadris knielen glad en naakt voor ons neer. De Elf-Moeder leunt naar voren en kust zacht mijn nek. Vloeiend beginnen ze mijn lichaam te strelen, met zachte aanrakingen over mijn borst, armen en bovenbenen. Ëadris kust mijn sleutelbeen, terwijl Aelyonis haar geoliede vingers omlaag laat glijden en ze stevig om mijn stijve pik sluit.

Aliya kijkt ademloos mee over mijn schouder. Via de ring voel ik hoe opwindend het ook voor haar is dat deze twee hoge elfen zich zo gewillig ontfermen over mij - haar man, haar partner.

Ëadris buigt voorover en neemt mijn eikel behoedzaam tussen haar zachte lippen. Ik kreun laag. Ondanks haar koele uiterlijk is haar mond heet rond mijn eikel. Haar tong draait trage, onderzoekende cirkels. Terwijl de zilverblonde elf me traag pijpt, kneedt Aelyonis zachtjes mijn ballen.

Het is waanzinnig lekker, maar tegelijk sereen. Hun rustige tempo en de rituele sfeer zorgen ervoor dat het pijpen heel anders voelt dan normaal. Normaal ben ik opgewonden op een manier die alert en hongerig is. Nu ben ik ontspannen en helemaal kalm.

Het gezang golft bedwelmend om ons heen. Ik hou Aliya's handen vast op mijn buik en laat het genot simpelweg door me heen stromen.

De elfen wisselen elkaar naadloos af. Zodra Ëadris haar mond terugtrekt, glijden de warme lippen van de Elf-Moeder al over mijn schacht. Terwijl de één pijpt, masseert de ander mijn dijen en buik. Ik heb geen idee of we daar minuten of uren liggen; er bestaat niets meer behalve de hitte van hun monden en de geur van de olie. Soms sluit ik mijn ogen om de diepe sensaties te voelen, maar meestal staar ik hongerig naar het waanzinnige uitzicht: twee goddelijke, naakte elfen die zich vol overgave aan mijn lul wijden. Ik drink het beeld in, om het op te slaan in mijn geheugen.

Langzaam ebt het lied weg. Aelyonis en Ëadris trekken zich terug.

Ëadris gaat weer staan. "Nu volgt het openen van de moeder."

De rollen wisselen. Ëadris neemt plaats achter Aelyonis op de huiden, precies zoals Aliya zonet achter mij zat, haar slanke benen om Aelyonis' heupen geslagen, haar armen als een kooi om haar middel. Aelyonis leunt glanzend van de olie tegen haar zuster aan, haar ogen half gesloten.

Wij zijn aan de beurt. Aliya en ik knielen voor de gespreide benen van de Elf-Moeder.

Ik begin bij haar voeten. Langzaam zoen ik haar enkels en kneed haar zachte kuiten. Haar gladde, geoliede huid maakt elke aanraking onweerstaanbaar soepel en smaakt kruidig, maar aangenaam zoet.

Aliya start bovenaan en kust Aelyonis in haar nek. Terwijl ik me een weg omhoog zoen langs de zachte binnenkant van haar dijen, kneedt Aliya haar volle borsten en rolt ze de donkere tepels plagerig tussen duim en wijsvinger.

Aelyonis zucht diep en smelt tegen de borst van Ëadris.

Ik nestel me tussen haar benen. Haar roze kutje glinstert in het licht van de fakkels en staat al uitnodigend open. Ik strijk één vinger zachtjes langs haar natte lippen, zak voorover en laat mijn tong over haar spleetje glijden.

Ze smaakt anders dan menselijke vrouwen, net als Nyssara ook deed. Het is een heerlijke, zoete smaak. Ik strijk mijn tong langs haar kutlipjes en draai dan voorzichtig langs haar klitje. Aelyonis’ zachte kreuntjes vertellen me dat ze het waardeert.

Ik houd het ritme traag, net zoals Aelyonis en Ëadris bij mij deden. Ik zet weinig druk en geef Aelyonis een continue stroom aan fijne prikkels. Maximaal genot zonder te haasten.

Toch komt het in een stroomversnelling zodra Aliya ontdekt hoe gevoelig Aelyonis’ oren zijn. Als ze met een vinger langs het puntige oor streelt, gaat er al een rilling door Aelyonis haar hele lijf. Aliya kruipt gretig omhoog en laat haar tong vanaf de oorlel tot de uiterste punt glijden. Aelyonis gooit haar hoofd achterover en kreunt schor.

Wow, Thomas! Haar oren zijn waanzinnig gevoelig, stuurt Aliya. Dat moet ik nog eens doen…

Ze drukt zich tegen de warme borstkas van Aelyonis en neemt de punt van één van haar oren in haar mond, terwijl ze haar borsten en tepels blijft kneden. De anders zo beheerste Elf-Moeder verliest zichzelf en kronkelt van genot onder Aliya’s aanrakingen.

“Oh…” kreunt ze ongecontroleerd. “Oh… dat is…”

Ik voer de druk op op haar klitje. Ik draai strakke, natte cirkels met mijn tong en duw langzaam twee vingers in haar drijfnatte kutje. Aelyonis gooit haar heupen omhoog, klemt haar lange benen om mijn hoofd, en jammert luid. Ik zuig haar klitje naar binnen en krom mijn vingers diep in haar.

Precies op dat moment bijt Aliya zacht in het gevoelige puntje van haar oor.

De Elf-Moeder komt direct hard klaar, met een luide schreeuw die echoot over het stille plein. Haar lichaam schokt en haar kutsappen gutsen mijn open mond in. Ik lik haar nectar (zo smaakt het ook echt) gretig op.

Haar orgasme is kort maar explosief. Zodra de zware schokken minder worden en ze slap tegen de borst van Ëadris zakt, stop ik met likken en laat Aliya haar ook los. Ik kijk omhoog. Het roze haar van Aelyonis plakt bezweet tegen haar vuurrode wangen. Haar amberkleurige ogen staan groot als schoteltjes.

“Ik…” hijgt ze vol ongeloof. “Dat had ik niet verwacht.” Ze lacht een beetje ongemakkelijk. Ze lijkt nu helemaal niet meer op de beheerste Elf-Moeder - in plaats daarvan zien we ineens een gewone vrouw. Verward, overrompeld, en vooral bloedgeil. De aanblik is vreselijk opwindend.

Ëadris strijkt teder een lok haar uit Aelyonis’ gezicht. “Ik denk dat we kunnen zeggen dat de moeder geopend is,” zegt ze glimlachend.

Als Aelyonis bijgekomen is, verandert de muziek van ritme. Een koor van elfen voegt zich bij de sopraan, begeleid door drum en fluit.

"Het is tijd voor de vereniging," zegt Ëadris.

Aelyonis gaat op haar rug liggen op de huiden, haar armen boven haar hoofd gestrekt. Ëadris knielt naast haar en trekt Aelyonis' rechterbeen naar achteren om zo haar heup te openen. Ze gebaart naar Aliya, die hetzelfde doet aan de linkerzijde.

Tussen hen in ligt Aelyonis nu weerloos en wijd open voor me. Haar roze kutje glanst van mijn speeksel en haar eigen vocht. Ëadris gebaart me om dichterbij te komen.

Ik kniel tussen Aelyonis' gespreide dijen. Ëadris neemt Aliya’s hand en samen vouwen ze hun vingers om mijn keiharde lul. Ze leiden me naar voren en zetten mijn eikel tegen Aelyonis' warme schaamlippen. Ik duw langzaam naar voren.

Aelyonis is heet vanbinnen, heter dan ik gewend ben. Haar warmte omhult mijn pik als ik naar binnen glijd. Haar kutje vormt zich om mijn lul, als een omarming die me naar steeds verder binnen trekt. Ik glijd centimeter voor centimeter dieper.

Aelyonis sluit haar ogen en kromt haar rug. Ze kreunt zachtjes als mijn pik dieper in haar glijdt. Als ik helemaal in haar ben, ademt ze trillend uit.

Ik begin mijn heupen langzaam te bewegen, op het ritme van de drum. Vooruit, achteruit, een golvende beweging die bijna vanzelf gaat. Aliya en Ëadris houden Aelyonis strak opengespreid, elk aan een been, terwijl ik haar neuk. Nu Aelyonis gewend raakt aan het gevoel van opgevuld zijn, krijgt ze een serene uitdrukking op haar gezicht. Ze laat het gebeuren, laat mijn stijve pik diep in haar glijden, en drinkt het allemaal in zich op.

Opnieuw ga ik helemaal op in de sensatie. Ik vergeet waar ik ben en dat we worden bekeken door het hele dorp. Al mijn aandacht gaat naar de geile Elf-Moeder die voor me ligt en het perfecte gevoel van haar hete kutje om mijn pik. Ik zou haar urenlang kunnen neuken in deze roes. Puur, eindeloos genot, zonder jacht op een climax, alsof ik op de golven van een warme zee lig. Keer op keer glijdt mijn harde lul in en uit het heerlijke kutje van Aelyonis. Via de ring voel ik Aliya meegenieten van hetzelfde gevoel.

Tot de muziek plotseling stopt. Instinctief bevries ik, halverwege een stoot.

Aelyonis opent haar ogen. Haar serene uitdrukking is weg, haar ogen zijn donker. Hongerig. Ze kijkt me intens aan met een doordringende blik.

Ëadris laat Aelyonis' been los en richt zich op. "Het laatste deel," zegt ze. "Alle mannelijke chaos moet vrijkomen, zodat een sterke dochter geboren zal worden." Ze kijkt me strak aan. "Thomas. Jij moet nu de controle nemen. Laat je lust de vrije loop."

Aelyonis ligt voor me, glanzend van de olie en wijd opengespreid. Haar hongerige blik laat er geen twijfel over bestaan: zij wil meer. En bovendien: als ze een kind van me wil, moet het tempo een keer omhoog. Hoe heerlijk die trage seks ook was, ik zou er nooit van klaarkomen.

Ik grijp haar zachte bovenbenen stevig vast en trek haar naar me toe. Dan begin ik weer te stoten, nu harder dan zonet. De muziek valt in zodra ik begin met bewegen. De drum klinkt nu opzwepend, op hetzelfde ritme als mijn stoten. Het koor zingt aanzwellende harmonieën die toewerken naar een luid crescendo, stilvallen, en opnieuw beginnen. Aelyonis ademt zwaar, haar vingers klauwen in de dierenhuiden terwijl ze mijn blik vasthoudt.

“Goed zo,” zegt Ëadris. “Geef alles, Thomas. Al je energie moet loskomen.”

Ik beuk hard en genadeloos bij de Elf-Moeder naar binnen. Onze heupen kletsen tegen elkaar en haar volle borsten schokken bij elke stoot. Telkens als ik haar tot het diepste punt vul, ontsnapt er een ongecontroleerde kreun uit haar keel.

Naast me kruipt Aliya naar Ëadris. Ze pakt de hand van de tengere elf en drukt die over haar eigen natte spleetje. Ëadris begrijpt de hint direct en begint haar te vingeren.

Even twijfel ik. Dit is de Elf-Moeder, de leider van alle elfen. Hoe ruig kan ik precies met haar zijn? Is dit oké? Ik vertraag iets, maar Aelyonis kijkt me direct fel aan. "Niet stoppen," hijgt ze. "Harder.”

Oké, dat is duidelijk. Ik knijp in haar heupen en trek haar met volle kracht opnieuw over mijn lul.

“Dit is nog niks,” hijgt Aliya plagerig. “Thomas kan nog veel ruiger.”

“Is dat zo?” Ëadris kijkt me bijna bezorgd aan. “Houd niets in, Thomas. Het ritueel vereist dat je al je lusten uitleeft.”

Ik kijk Aelyonis vragend aan. “Weet u dat zeker? Ik wil u geen pijn doen.”

“Luister naar Ëadris,” smeekt ze hijgend. “Geef me alles… Het moet…”

“Oké.” Ik trek me resoluut uit haar hete kutje terug. “Draai je dan om. Op handen en knieën. En Ëadris, ga voor haar liggen. Ik wil dat ze je beft.”

Aelyonis draait zich gewillig om zoals ik vroeg. Ëadris strekt zich uit op haar rug, en de Elf-Moeder drukt haar lippen gretig op haar spleetje.

Fuck ja, Thomas, zucht Aliya via de ring. geil als jij de leiding neemt.

Ook over jou?

Vooral over mij. Vertel me waar je mij wilt hebben.

Ga op Ëadris’ gezicht zitten. Druk je natte kutje op haar lippen.

Aliya gaat op Ëadris’ gezicht zitten, met haar gezicht naar me toe, en drukt haar heupen omlaag. Ze kreunt als de tong van de elf haar spleetje raakt.

Dat is mijn teken. Ik duw mijn heupen naar voren en glijd soepel bij Aelyonis naar binnen. Ik begin hard in haar te pompen, aangespoord door de opzwepende muziek. Ze beantwoordt elke stoot met een gedempte kreun in Ëadris' kutje.

Mijn uitzicht is waanzinnig. De ronde billen van de Elf-Moeder vlak voor me, daarachter de naakte Ëadris met haar kleine, fiere borsten, en Aliya die pal voor me geknield zit. En dit is niet alleen een schouwspel voor mezelf, maar ook voor de tientallen elfen die rondom toekijken. Sommigen hebben hun jurk opgetrokken en hun hand tussen hun benen gestoken.

Ik heb een idee. Ik vertraag mijn tempo iets en vraag één van de dienaressen om meer olie. Gewillig geeft ze mij een kruik, en ik giet de warme olie rijkelijk over de billen van Aelyonis. Met een geoliede duim wrijf ik plagerig over haar strakke kontgaatje. Een rilling trekt door haar hele lijf. Terwijl ik mijn tempo hervat en haar stevig blijf neuken, druk ik mijn duim plotseling diep in het strakke kontje van de Elf-Moeder. Ze schrikt op, gooit haar hoofd in haar nek en kreunt luid. Hard geef ik een pets op haar glimmende bil.

“Blijf beffen, Aelyonis,” beveel ik. Mijn eigen lef verbaast me. Wat me nog meer verbaast is dat ze direct gehoorzaamt en Ëadris nog gulziger likt.

De twee normaal zo beheerste elfen verliezen nu elke controle. Ëadris kronkelt wild onder Aliya’s heupen. Aelyonis duwt haar billen hongerig naar achteren, verlangend om nog meer gevuld te worden door mijn pik en mijn duim. Ik voel mijn orgasme opkomen, maar ik dwing mezelf te wachten. Ik wil dat zij eerst klaarkomen.

Wanneer Aliya hard in de tepels van Ëadris knijpt, barst de zilverblonde elf als eerste. Ze slaakt een hoge gil, spant al haar spieren en kromt haar rug. Haar sappen spuiten over het gezicht van Aelyonis in een knetterend orgasme.

Ik geef Aelyonis geen rust. Ik reik om haar heen en begin driftig over haar natte klitje te wrijven. Terwijl ik haar ruw neuk en mijn duim haar kontje oprekt, wordt het haar te veel. Met een hoge kreet duwt ze haar heupen nog één keer naar achteren voordat haar armen het begeven. Ze zakt voorover op de huiden, kreunend van genot, terwijl haar hete kutje samentrekt rond mijn lul.

Tegenover me kijkt Aliya met een wellustige grijns naar het genot van de twee elfen. Wow, Thomas. Wat een uitzicht.

Tijd voor de finale. Ik trek me terug en rol Aelyonis met een ferme ruk op haar rug. Ze ligt zwaar hijgend met haar hoofd tussen Ëadris’ benen.

“Ik wil dat je me aankijkt als ik je volspuit, Aelyonis,” zeg ik. “Ëadris, houd haar benen vast.”

Aelyonis’ ogen sperren zich wijd open. Ze trekt haar benen hoog op en Ëadris pakt ze vast. Ik leg mijn pik tussen haar kutlipjes en stoot naar voren. Ik laat me nu helemaal gaan. Met harde, diepe halen beuk ik mijn lul in haar elfenkutje. Ik grijp haar stevig bij de keel en dwing haar om me recht aan te kijken. Ze kreunt luid bij elke stoot.

“Ik ga je zwanger maken, Aelyonis,” grom ik.

“Ja!” jammert ze wanhopig. “Geef me een dochter, Thomas!”

Ik houd het niet meer. Mijn spieren verkrampen. Met een diepe oerkreet spuit ik mijn eerste straal heet zaad diep in de vruchtbare Elf-Moeder. Ze rolt haar hoofd achterover in Ëadris' schoot en perst haar heupen stevig tegen me aan om alles op te vangen, terwijl Ëadris vol ontzag toekijkt hoe ik haar vul.

En haar vullen doe ik. Tot mijn eigen verbazing produceer ik een gigantische hoeveelheid sperma. Al na twee dikke stralen stroomt haar kutje over en druipt mijn zaad langs mijn pik weer naar buiten. Zelfs als ik me zwaar ademend terugtrek, blijft het komen. Harde, dikke stralen landen op haar lange lichaam, witte klodders raken haar buik, haar borsten, sommige bereiken zelfs haar gezicht. Acht stralen, tien, twaalf. Elke net zo veel als de eerste. Als het uiteindelijk ophoudt, zit Aelyonis helemaal onder.

Wow… klinkt Aliya’s stem in mijn hoofd. En dan: Thomas, je amulet.

Ik kijk omlaag naar het medaillon op mijn borst. De breuklijn in het obsidiaan gloeit weer, maar niet rood, zoals eerder. Het amulet pulseert met een zacht, wit licht voordat het langzaam dooft.

Aelyonis komt langzaam overeind. Als ze staat, steekt ze een vinger in haar druipende kutje en haalt hem er dik bedekt met mijn zaad weer uit. Ze heft haar hand triomfantelijk in de lucht, kijkt de menigte in, en spreekt een paar woorden in het Elfs. Ik kan niet verstaan wat ze zegt, maar de betekenis is duidelijk: het is volbracht.

Het plein ontploft in een orkaan van geluid. Elfen juichen en omhelzen elkaar. Sommigen huilen. Anderen lachen. De spanning van het ritueel barst open als een ballon. Ëadris pakt het gezicht van Aelyonis in beide handen en drukt een lange, innige kus op haar voorhoofd. Voor het eerst zie ik oprechte tranen in haar ijzige blauwe ogen.

Aliya stapt direct op me af, grijpt mijn gezicht en zoent me hard en bezitterig. "Mijn man," fluistert ze met glanzende ogen.

Het gejuich duurt nog lang.

We verlaten het podium en de menigte wijkt eerbiedig uiteen voor de zwaar besmeurde Elf-Moeder. Sommigen strijken haastig een vinger door het zaad op haar lichaam en likken het verrukt af. Aelyonis draagt de smurrie als een eervolle onderscheiding.

De dienaressen wachten op ons bij haar woning met warm water en zachte doeken. Ze wassen het zweet, de olie en het zaad van onze lichamen. Het warme water dat over mijn schouders stroomt, voelt als een bevrijding.

In de hut verdampt de ceremoniële spanning als sneeuw voor de zon. Aelyonis lacht luid en ontspannen terwijl een dienares haar verwarde, roze piekharen borstelt. Zelfs Ëadris maakt een plagerige opmerking over de ongebruikelijke luidruchtigheid van de Elf-Moeder.

"Jullie hebben me echt verrast," zegt Aelyonis glimlachend tegen Aliya. "Die oren… hoe wist je dat in vredesnaam?"

Aliya glimlacht bescheiden. "Nieuwsgierigheid. Mensen hebben ook gevoelige oren, en ik was benieuwd hoe dat voor jullie was."

"Slim meisje. Onze Bloeitijdrituelen zijn meestal ingetogen, maar dit was… ongekend." Ze glimlacht breed. "Ik dank jullie. Oprecht."

We nestelen ons in comfortabele kleding rond de lage tafel, nu met glazen elfenwijn en allerlei hapjes. De sfeer is intiem en ontspannen, als oude vrienden die bijpraten na een feest.

"De tempel die jullie zoeken," zegt Aelyonis, terwijl ze een schaal vruchten naar ons toe schuift. "Ik heb beloofd jullie de weg te wijzen, en dat zal ik doen. De Grot van Oorsprong ligt aan de kust, niet ver ten westen van het Koningswoud. Als jullie het bos verlaten, zoek dan de kliffen waar het bos de zee raakt. Er is een inham, niet groter dan een bootlengte, verborgen achter een rotspunt. Bij laag water kun je naar binnen waden. De grot gaat diep. Ëadris, de kaart?”

Ëadris haalt een kaart tevoorschijn en rolt hem uit op tafel. Met een stuk houtskool tekent ze een precieze markering op de kustlijn. Ze voegt er een paar aantekeningen bij in een sierlijk handschrift.

"Let op het getij," waarschuwt Ëadris. "Bij vloed staat de ingang onder water. Jullie moeten op het juiste moment gaan. En…" Ze aarzelt. "De magie in die grot is oud en krachtig. Wees voorzichtig."

"Dat zullen we zijn," zegt Aliya. Ze rolt de kaart op en stopt hem zorgvuldig in haar tas. Haar vingers trillen licht. Ze zit al te popelen, zie ik. De wetenschapper in haar kan niet wachten.

Aelyonis staat op. Het is een teken dat de avond ten einde loopt. Aliya en ik staan ook op, en Ëadris volgt.

Aelyonis legt haar handen op mijn schouders. "Thomas. Je hebt mijn volk vanavond een geschenk gegeven. Ik zal het niet vergeten."

"Het was een eer," zeg ik. "Dat meen ik."

Ze glimlacht en wendt zich tot Aliya. Ze trekt Aliya tegen zich aan in korte omhelzing, maar als ze zich losmaakt fluistert Aelyonis nog iets in haar oor wat ik niet kan verstaan.

Aliya's mond valt open. Ze staart Aelyonis aan met grote ogen, haar vingers klemmen zich om de hand van de Elf-Moeder. Dan doet ze iets wat ik niet verwacht. Ze schiet naar voren en slaat haar armen opnieuw om Aelyonis heen. Aelyonis beantwoordt de omhelzing zonder een moment van aarzeling. Ze trekt Aliya tegen zich aan en legt haar hand op haar achterhoofd, net als bij Cyverdelle vanochtend.

Dan laten ze elkaar los. Aliya veegt snel haar ogen droog met de rug van haar hand en loopt terug naar mijn zijde.

Alles goed? stuur ik bezorgd.

Ja, stuurt ze. Ja. Ze weet het, Thomas. Ik zal het je vertellen. Maar niet nu. Binnenkort.

Aelyonis kijkt ons na bij de deur. "Slaap lekker," zegt ze. "En moge jullie reis voorspoedig zijn."

We dalen de trappen af naar het gastenverblijf. Overal in het dorp branden nog lichtjes: elfen die de ceremonie vieren, die zachtjes zingen, die dansen op bruggen hoog boven ons.

In de hut kleed ik me uit en kruip onder de dekens. Mijn lijf is loom en zwaar en voldaan. Aliya nestelt zich tegen me aan, haar hoofd op mijn borst, haar hand op mijn hart.

"Thomas?"

"Hm?"

"Je was vanavond ongelooflijk."

"Dat waren we samen. Het was een ongelooflijke avond." Ik kus de bovenkant van haar hoofd.

Ze glimlacht tegen mijn borstkas. "We zijn een team."

"Het beste team."

Haar ademhaling wordt langzaam dieper en regelmatiger. Maar voordat de slaap haar meeneemt, voelt ze via de ring de vraag die ik haar wil stellen voordat ik hem uitspreek.

Ik vertel het je binnenkort, lieverd, stuurt ze. Ik beloof het.

Ik staar naar het plafond van levend hout. Ergens buiten begint een elf te zingen. De melodie drijft door de kieren van de hut en sust me in slaap.
Geef dit verhaal een cijfer:  
5   6   7   8   9   10  
Durf jij met oma te flirten?
Klik hier voor meer...