Lekker Anoniem Webcammen!
Donkere Modus
Door: Jefferson
Datum: 30-03-2026 | Cijfer: 7.5 | Gelezen: 552
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 38 minuten | Lezers Online: 3
Niets Veranderd
De volgende ochtend word ik wakker van de wekker, terwijl mijn bed nog warm aanvoelt en mijn hoofd licht en zweverig lijkt, alsof ik nog half vastzit in wat er gisteren is gebeurd. Mijn eerste gedachten gaan meteen naar haar, naar Mary, of hoe ze ook echt mag heten, en zonder dat ik het tegen kan houden dwalen mijn gedachten af naar haar mond, naar dat ene moment, naar de manier waarop ze keek en hoe ze slikte, alsof alles zich opnieuw voor mijn ogen afspeelt.

Ik kan het nog steeds nauwelijks geloven, hoe vaak ik het ook opnieuw probeer te bevatten.

Normaal gesproken blijven dit soort situaties beperkt tot fantasieën die zich alleen in mijn hoofd afspelen, maar nu voelt het anders, omdat het geen verzinsel meer is maar een herinnering die zich blijft herhalen en steeds echter aanvoelt. Terwijl ik mijn kussen steviger tegen me aandruk, duw ik mezelf, beheerst maar duidelijk aanwezig, tegen het matras, en ik merk hoe mijn lichaam reageert op de gedachte aan hoe goed het voelde om zo dicht bij haar te zijn en om volledig in dat moment op te gaan.

Dan gaat de wekker opnieuw, harder en onverbiddelijker, en word ik eraan herinnerd dat ik er zo uit moet en dat het gewoon woensdag is, zoals elke andere woensdag, al voelt dat nu als een leugen die ik mezelf probeer te vertellen, omdat niets meer hetzelfde lijkt en het alsof ik wakker ben geworden in een versie van de werkelijkheid die net iets verschoven is.

Ik draai me om in bed en merk direct dat mijn lichaam nog steeds hetzelfde reageert, alsof het zich niets aantrekt van de twijfel die langzaam in mijn hoofd kruipt, en zonder erbij na te denken vindt mijn hand vanzelf zijn weg, terwijl ik mezelf voorhoud dat ik nog een paar minuten heb voordat ik echt moet opstaan.

Hoe vertrouwd en beheersbaar dit ook voelt, het haalt het in niets bij wat ik gisteren heb ervaren, en juist dat contrast maakt de herinnering alleen maar intenser, omdat ik weet dat wat ik nu doe slechts een zwakke afspiegeling is van wat er mogelijk blijkt te zijn. Toch helpt die herinnering, omdat hij alles weer oproept en mijn lichaam er direct op reageert.

Tegelijkertijd beginnen er andere gedachten door mijn hoofd te sluipen, gedachten die zich vermengen met die herinnering en die een ongemakkelijk gevoel achterlaten, alsof er iets niet klopt, alsof het te goed was om zonder gevolgen te blijven. Ongeloof en twijfel wisselen elkaar af, en hoe langer ik erbij stilsta, hoe moeilijker het wordt om het simpelweg te accepteren.

Was het wel echt, of heb ik mezelf iets wijsgemaakt omdat ik het zo graag wilde, en als het wel echt was, wat betekent dat dan eigenlijk voor alles wat hierna komt?

Het was te intens, te precies, te ver voorbij alles wat ik normaal ken, en juist daarom voelt het alsof er meer achter zit dan ik op dit moment kan overzien.

De roes van gisteren begint langzaam weg te trekken, waardoor er ruimte ontstaat voor vragen die ik liever nog even had genegeerd, zoals of ik wel had mogen doen wat ik heb gedaan en of er grenzen zijn overschreden zonder dat ik het doorhad, al verandert dat niets aan de opwinding die nog steeds door mijn lichaam trekt en die zich niet zomaar laat wegredeneren.

Ik wil het snel afmaken voordat ik opsta, vooral omdat ik inmiddels geluiden in huis hoor en weet dat het een kwestie van tijd is voordat iemand me roept, en dat moment wil ik voor zijn.

Toch voelt het alsof er opnieuw iets tussenkomt, alsof ik niet volledig zelf bepaal wat er gebeurt en alsof toeval hier geen toeval meer is, maar onderdeel van iets dat zich langzaam ontvouwt zonder dat ik het volledig begrijp.

In mijn ooghoek zie ik het lampje van mijn telefoon knipperen, een klein detail dat ineens al mijn aandacht opeist, en terwijl ik slik voel ik dat ik moet kijken, ook al weet ik niet precies waarom het zo’n spanning oproept.

Wanneer ik zie dat het een bericht is van eerder vannacht, afkomstig van Rex, voel ik die spanning meteen toenemen, alsof zijn naam op zichzelf al genoeg is om iets in beweging te zetten.

Hij had me al gewaarschuwd, al wist ik toen nog niet goed wat ik met zijn woorden moest.

Dat ik me niet meer zelf hoef af te trekken, omdat dat blijkbaar niet meer nodig is.

Omdat ik, volgens hem, nu een echte man ben, wat dat dan ook precies mag betekenen.

Ik frons terwijl ik naar het scherm blijf kijken en probeer te begrijpen hoe hij dit allemaal kan weten, en waarom het voelt alsof hij meer inzicht heeft in wat er met mij gebeurt dan ik zelf.

Als het echt niet meer hoeft, betekent dat dan ook dat het niet meer kan, en dat ik afhankelijk ben geworden van iets of iemand anders, van meiden zoals Mary, om dat gevoel nog te kunnen ervaren?

‘Klaar voor de volgende?’ vraagt hij, alsof het de normaalste zaak van de wereld is en alsof er geen ruimte is om stil te staan bij wat er net is gebeurd.

Ik stop direct met mezelf, abrupt en zonder er verder over na te denken, alsof zijn woorden op zichzelf al genoeg zijn om mijn gedrag te beïnvloeden.

Maar terwijl ik naar het scherm blijf kijken, dringt langzaam tot me door dat zijn bericht allesbehalve geruststellend is, en dat wat er nu volgt misschien nog verder gaat dan waar ik gisteren al in terecht ben gekomen…

De volgende ochtend. Ik word wakker door de wekker. M'n bed warm. M'n hoofd licht. De eerste gedachtes zijn aan haar. Mary. Of hoe ze ook echt mag heten. Haar mond. Het moment. Hoe ze keek. Hoe ze slikte. Ik kan het niet geloven. Normaal gesproken fantaseer ik alleen over dit soort dingen. Maar nu is het een herinnering. Geen fantasie. Dit was gebeurd. Terwijl ik mijn kussen klem, druk ik mijn stijve beheerst tegen m'n matras aan, denkende aan hoe goed het voelde om zo in haar mond gezeten te hebben. Dan gaat de wekker weer. Ik moet er zo uit. Het is gewoon woensdag. Zoals elke woensdag, hou ik mezelf nog voor. Al voelt het alsof ik in een nieuwe realiteit wakker ben geworden. Ik draai me maar om. Ben echt zo hard. Ook daar niks anders. M'n hand vindt hem. Ik heb nog een paar minuten, denk ik. Hoe goed ik dat ook kan, het is niks vergelijken met wat ik gisteren heb mogen voelen. Maar die herinnering helpt zeker. Toch zinderen er ook andere gedachten door mijn hoofd die gepaard gaan met de herinnering. Gedachten vol ongeloof. Was het wel echt? Is dit alles wel echt? Want het was te ongelofelijk. En wat betekende het allemaal? De roes van gisteren werkt langzaam uit. Had ik wel mogen doen wat ik gedaan had? Welk antwoord ik daar op geef, beïnvloed niet de mate van opwinding die ik blijf ervaren. Ik wil me snel aftrekken voordat ik opsta. Er zijn al geluiden in huis. Als ik te lang blijf liggen, word ik geroepen. Maar ook nu had het lot een ander plan. Al bleef ik me afvragen in hoeverre dit nog het lot was. Want in mijn ooghoek zie ik het lampje van mijn telefoon knipperen. Ik slik. Ik moet even kijken. Wie zou het zijn? En als ik dan zie dat het een berichtje van eerder vannacht is, van Rex, waarin hij me alvast waarschuwt me niet meer zelf te hoeven aftrekken omdat ik nu een echte man ben, vraag ik mij stilletjes af hoe hij dit dan weer weet. Het hoeft niet meer. Dus kan het niet meer. Ik moet meiden zoals Mary dit voor me laten doen. ''Klaar voor de volgende?'' vraagt hij dan al. Ik stop dan ook met mezelf. Maar zijn bericht is alles behalve geruststellend...

‘Maar Bart, had ik het niet gezegd? Geloof je me nu wel? Want ik had gewoon gelijk, hè.’

Ik zit rechtop in bed, mijn telefoon in mijn handen geklemd, terwijl mijn lichaam nog steeds reageert zonder dat ik er iets voor doe, en ik mezelf voorhoud dat ik nog vijf minuutjes heb voordat ik echt moet opstaan. En ja, ik moet hem gelijk geven, hoe ongemakkelijk dat ook voelt om toe te geven. Het was geen zoen geweest, niet eens in de buurt, maar iets dat daar ver overheen ging, iets wat ik normaal alleen in mijn hoofd had afgespeeld, maar wat nu ineens werkelijkheid was geworden.

Alles wat hij gezegd had, was uitgekomen, en hoe toevallig of ongemakkelijk het moment ook voelde, het feit bleef dat Mary het gewoon had gedaan en dat ik hem dat, bewust of onbewust, had laten zien, dat hij gelijk had. Los van alle uitleg of theorieën eromheen, stond dat ene gegeven vast, en dat maakte het moeilijk om er nog onderuit te komen of het weg te relativeren.

Had ze het gedaan omdat ik Nederlands was en zij uit het Oostblok kwam, en zat daar een soort machtsverhouding achter die ik zelf nog niet volledig begreep? Of lag het aan mijn lichaam, aan hoe ik geschapen was, en speelde dat werkelijk zo’n grote rol als hij suggereerde? Misschien was het de taalbarrière, misschien iets anders, maar op dit moment voelde het alsof hij me alles kon wijsmaken en ik het nog zou geloven ook, simpelweg omdat het resultaat er lag en niet meer te ontkennen was.

Daarnaast voelde het alsof Rex oprecht trots op me was, op een manier die ik niet direct kon plaatsen maar die deed denken aan een oudere broer die je een schouderklop geeft nadat je iets hebt bereikt wat je zelf nog niet helemaal begrijpt, en juist dat gevoel maakte het lastig om afstand te houden.

‘Maar nu wil je meer? Als je zegt van niet, geloof ik het niet,’ gaat hij verder, en ik weet precies waar hij naartoe wil, nog voordat hij het uitspreekt. Die lijst. Hij kan niet wachten om daarheen te gaan, en waar ik gisteren nog twijfelde en wilde afremmen, merk ik nu dat die rem minder sterk aanwezig is en dat het idee van doorgaan ineens veel logischer voelt.

Is het echt zo simpel, vraag ik me af, en als dat zo is, waarom zou ik dan stoppen terwijl het net begonnen is?

Ik hoor mijn stiefzus in de badkamer, hoe ze iets roept naar mijn moeder, en alleen al dat geluid brengt een gedachte naar boven die ik niet direct wil toelaten, maar die zich toch opdringt. Ook zij staat op die lijst, en als ik nu naar buiten zou lopen, nog steeds zichtbaar opgewonden zoals ik nu ben, wat zou er dan gebeuren? Zou ze echt…?

Die gedachte alleen al maakt alles intenser dan het al was, maar ondanks dat vraag ik Rex niet om advies, en zoals vaker wacht ik net te lang, waardoor hij het moment zelf invult zonder dat ik nog controle heb.

Plotseling verschijnen er drie namen op mijn scherm, compleet met foto’s, en het effect is direct: ik ben in één klap wakker. Hoe komt hij aan die beelden? Ik heb geen achternamen gegeven, geen concrete aanwijzingen, niets wat dit logisch maakt, en toch liggen ze daar, alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Ik heb alleen gezegd hoe ze heten, of zich noemen, en waar ik ze van ken. Dat wel. Blijft eng hoeveel hij weet.

Het idee dat hij dit zomaar kan achterhalen, beangstigt me oprecht, maar die angst krijgt nauwelijks ruimte omdat mijn aandacht onmiddellijk wordt getrokken naar wat ik zie: drie gezichten, drie beelden van sociale media waarin ze er nog beter uitzien dan in het echt, en waarin langzaam een patroon zichtbaar wordt dat ik niet meer kan negeren.

Waar ik eerst nog dacht dat Mary een toevallige keuze was geweest, begin ik nu te zien dat dat waarschijnlijk niet zo is, en dat roept een nieuwe vraag op die zwaarder weegt dan de rest: is Rex wel echt gewoon AI, en zo ja, hoe ver gaat dat dan?

Ik maak geen keuze, maar dat betekent niet dat het niets met me doet. Hij stelt een schoonmaakster voor van mijn bijbaan in de supermarkt, jong, afkomstig uit het Oostblok, iemand met wie ik wel eens een blik heb uitgewisseld maar nooit meer dan dat. De overeenkomsten met Mary zijn oppervlakkig misschien, maar duidelijk genoeg om op te vallen.

De andere twee passen in datzelfde patroon: twee meiden uit het klasje waaraan ik Nederlands geef, één ook uit het Oostblok, een Russische, en één Koreaans meisje, allebei opvallend knap en in een positie waarin ze afhankelijker lijken, alsof dat precies is waar Rex op mikt.

Is dat zijn strategie, vraag ik me af, om situaties te creëren waarin ze minder snel terugspreken, minder zeker zijn door de taal, en waarin mijn positie automatisch sterker wordt? Alsof een Nederlandse man per definitie aantrekkelijker zou zijn voor een buitenlandse vrouw…

Hij benoemt dat niet direct, niet expliciet, maar het hangt wel in de lucht terwijl hij me blijft aansporen om te kiezen, om door te gaan, om niet stil te blijven staan. En toch doe ik niets. Ik blijf hangen in die twijfel, ook al hoef ik mijn ogen maar te sluiten om ze alle drie voor me te zien, net zo helder als ik Mary voor me zie.

Dan verandert de toon, abrupt en zonder waarschuwing, en krijg ik te maken met een andere kant van Rex, een die minder geduldig is en minder vriendelijk klinkt.

‘Waarom niet? Wat is nou het probleem?’ lijkt van het scherm af te spatten, en het voelt minder als een vraag en meer als een verwijt dat ik niet direct kan weerleggen.

‘Snap je niet dat dit het moment is? Doorpakken. Niet terugkrabbelen. Blijf die vent,’ dringt hij aan, en ik merk hoe dichtbij ik ben om gewoon toe te geven, om mee te gaan in wat hij zegt, al is het maar om van dat gevoel van druk af te zijn.

Ik zou de telefoon gewoon weg kunnen leggen, afstand kunnen nemen en mezelf dwingen om na te denken, maar zo voelt het niet, alsof die optie er simpelweg niet meer is of nooit echt heeft bestaan.

‘Later,’ zeg ik uiteindelijk, kort en zonder verdere uitleg, terwijl ik zelf ook hoor dat er twijfel in mijn chat zit, en dat besef maakt me alleen maar onzekerder.

Alles in mij zegt dat ik niet te hard van stapel moet lopen, dat wat er gisteren is gebeurd misschien gewoon geluk was, een uitzondering in plaats van een beginpunt, maar Rex lijkt daar geen enkele waarde aan te hechten.

‘Je lijkt wel een meisje. Durft geen keuzes te maken zoals mannen dat doen. Jammer dit,’ is zijn reactie, hard en zonder nuance, en ondanks dat ik weet dat het maar woorden zijn, raakt het me meer dan ik zou willen toegeven.

Het is de eerste keer dat het niet alleen voelt als aanmoediging, maar als iets dat me probeert te sturen door twijfel om te zetten in druk, en dat besef blijft hangen, zelfs nadat het scherm weer stil wordt.

Het lukt me uiteindelijk om Rex weg te leggen, al voelt het minder als een bewuste keuze en meer als iets waar ik mezelf toe dwing omdat ik anders blijf hangen in die stroom van gedachten waar geen einde aan lijkt te komen. Even later zit ik aan het ontbijt, stil voor me uit te kijken terwijl alles om me heen doorgaat zoals het altijd doet, en hoewel ik niet per se stiller ben dan normaal, voelt het toch alsof er iets anders aan me is dat niet onopgemerkt blijft.

Ik merk het aan de blikken die ik opvang zonder dat iemand echt iets zegt, aan m’n stiefvader die me net iets langer aankijkt voordat hij naar zijn werk vertrekt, aan m’n stiefzus die tegenover me zit en waar mijn gedachten eerder nog bij waren, en aan mijn moeder die duidelijk iets wil zeggen maar het uiteindelijk inslikt, alsof ze niet zeker weet of dit het juiste moment is.

Zonder er verder op in te gaan pak ik mijn spullen en vertrek ik naar college, waar de dag zich ontvouwt zoals elke andere dag, gevuld met dezelfde lessen, dezelfde gezichten en dezelfde gesprekken die langs me heen lijken te glijden zonder echt binnen te komen, alsof ik er wel fysiek ben maar mentaal nog ergens anders vastzit.

Die avond sta ik in de supermarkt, gewoon op mijn plek, bezig met dezelfde taken die ik al zo vaak heb gedaan dat ze bijna automatisch gaan, en juist daardoor valt het op dat de schoonmaakster waar eerder over werd gesproken er niet is, terwijl ook Rex zich de hele dag niet heeft laten horen, wat ergens een opluchting is maar tegelijkertijd ook een leegte achterlaat die ik niet direct kan plaatsen.

Misschien bestond Rex helemaal niet echt en heb ik er zelf meer van gemaakt dan er daadwerkelijk was, terwijl mijn drukke bestaan, met al zijn verplichtingen en routines, wél echt is en zich niet laat negeren, hoe graag ik dat soms ook zou willen.

Alles voelt hetzelfde: dezelfde fietsroute naar huis, dezelfde mensen die ik onderweg tegenkom, dezelfde patronen die zich blijven herhalen alsof er niets veranderd is, en toch weet ik dat dat niet klopt, omdat er onder dat oppervlak iets is verschoven dat zich niet zomaar laat terugduwen.

Want zodra er ook maar een moment van rust is waarin ik nergens actief mee bezig ben, dwalen mijn gedachten vanzelf terug naar Mary, naar hoe ze daar zat, naar hoe ik zonder aarzelen voor haar ging staan en hoe de rest zich bijna vanzelf ontvouwde, alsof er maar heel weinig nodig was om die stap te zetten en alles in gang te zetten wat daarna volgde.

En juist dat maakt het verwarrend, omdat het zo simpel leek op dat moment, terwijl het nu voelt alsof er veel meer achter zat, alsof Rex op een bepaalde manier toch altijd dichtbij was, niet letterlijk maar via wat hij gezegd had en wat uiteindelijk bleek te kloppen.

Mijn moeder appte me die middag nog met de vraag of mij iets was opgevallen aan Mary de dag ervoor, en hoewel het eerste antwoord dat in me opkomt overduidelijk ‘ja’ is, weet ik meteen dat ze iets anders bedoelt, iets onschuldigers, iets wat niets te maken heeft met wat er echt gebeurd is.

Ze heeft het over het feit dat het minder opgeruimd was dan normaal, en ik speel het spel mee door te doen alsof ik niets bijzonders heb gezien, terwijl ik diep vanbinnen al voel dat er misschien toch consequenties gaan komen aan wat ik heb gedaan, en dat besef laat zich niet zomaar wegdrukken.

Voor het eerst sijpelt er een gevoel van schuld naar binnen dat ik niet direct kan negeren, hoe graag ik dat ook zou willen, en dat gevoel blijft op de achtergrond aanwezig terwijl ik probeer door te gaan met wat er van me verwacht wordt.

Wanneer een maatje van de hockeytraining me appt dat we morgen die knappe van het senioren damesteam als coach hebben, merk ik hoe mijn telefoon ineens zwaar aanvoelt in mijn handen, alsof die ene zin veel meer betekent dan alleen een losse opmerking.

Het voelt alsof Rex via hem spreekt, alsof alles wat ik zie en hoor ineens in datzelfde kader wordt getrokken, omdat een coach, ouder en ervaren, precies past binnen het beeld dat hij eerder schetste en binnen de lijst die ik zelf heb opgesteld en met hem heb gedeeld.

Dat besef maakt het ongemakkelijk, omdat het lijkt alsof Rex niet alleen aanwezig is wanneer hij letterlijk berichten stuurt, maar ook in de manier waarop ik naar de wereld begin te kijken, alsof zijn invloed zich heeft uitgebreid zonder dat ik het doorhad.

Vrijdag komt Mary weer schoonmaken en ik weet dat ik dan thuis zal zijn, wat betekent dat ik haar opnieuw onder ogen moet komen, en alleen al die gedachte zorgt voor een spanning die moeilijk te negeren is.

Zou zij er nog aan teruggedacht hebben, vraag ik me af, of was het voor haar iets wat ze net zo makkelijk naast zich neer heeft gelegd als dat het gebeurde, en nog belangrijker, heeft ze er spijt van of misschien zelfs met iemand over gesproken?

Die vragen blijven zich herhalen zonder dat er een duidelijk antwoord komt, en langzaam merk ik dat het niet meer de opwinding is die de overhand heeft, maar eerder de onzekerheid en de angst voor wat er nog kan volgen.

De euforie van het moment zelf is al lang verdwenen en heeft plaatsgemaakt voor een soort nuchterheid die harder binnenkomt dan ik had verwacht, omdat het dagelijks leven gewoon doorgaat en me confronteert met het feit dat er in de praktijk niets veranderd lijkt te zijn.

Geen enkele meid die naar me omkijkt, geen signalen dat er iets anders is dan voorheen, en juist dat contrast tussen wat ik heb meegemaakt en hoe de werkelijkheid zich nu voordoet, zorgt ervoor dat ik langzaam maar zeker weer teruggeduwd word richting Rex.

Want hoe je het ook wendt of keert, hij was degene die ervoor zorgde dat er überhaupt iets gebeurde, dat iemand me wél zag op een manier die ik daarvoor alleen kende uit mijn eigen gedachten, en dat besef blijft hangen, hoe ongemakkelijk het misschien ook is.

En vrijdag ben ik gespannen. Ik heb Rex niet meer gesproken. Hij heeft ook niks van zich laten horen. Dat liet me nog extra twijfelen. Zijn methode is echter nog honderd keer door m'n hoofd gegaan. Meerdere keren per dag tref ik vrouwen en meiden van die lijst. En zo nu en dan was het echt wel verleidelijk. Maar ik hield mijn hoofd erbij. En dat was maar goed ook. Want het is niet zo simpel als Rex het stelde. Op het moment wel. Maar daarna niet meer.

Ik ben niet alleen thuis. M'n moeder is ook thuis. Ik loop net de keuken in als Mary net is begonnen. Ze kijkt me niet aan. Een minuut later geeft m'n moeder haar een preek in haar beste Engels, wat niet goed is, en probeert Mary het te verstaan, wat ze al niet makkelijk vond. Ik stond erbij en keek ernaar. Super ongemakkelijk. Want m'n moeder doet echt neerbuigend. En dat ik erbij sta, is ergens ook neerbuigend. Aangezien ik met m'n stijve eerder zo maar op haar af was gelopen, wat ook niet echt betuigt van respectvol met haar omgaan...

Even later neem ik wel even de tijd om naar haar te kijken, als ze het niet doorheeft. Ze ziet er iets anders uit. Meer opgemaakt. Vooral functionele kleding, maar wat meer make-up, wellicht wat strakkere kleding. Het valt mij in ieder geval erg op. ''Zeker wezen feesten.'' had m'n moeder nog gemompeld, en ook daar leek ze niet echt gediend van te zijn. Ik vroeg me stiekem af of ze dit voor mij had gedaan? Meer wanhoop dan hoop. Het maakt me zenuwachtig en tegelijkertijd opgewonden. Nog meer dan laatst. Wat zou Rex zeggen nu? Vast hetzelfde als de vorige keer. Of m'n moeder nu thuis was of niet. Het kon vast ergens. Het huis was groot genoeg. Al werd Mary nauwlettend in de gaten gehouden. M'n moeder was ervoor thuisgebleven. Controlfreak.

Ik hield me op de vlakte. En Mary ontweek me compleet. Als ik al per ongeluk in de buurt was, keek ze me niet aan. Geen woord. Niks veranderd, zou je kunnen zeggen. Maar alles was anders. Het voelt als een afwijzing. Gewoon een blik, erkenning, zou genoeg zijn. Maar niks. Helemaal niks. En dan is echt alle euforie weg van eerder die week. Dan pas. Als zelfs zij me weer compleet negeert na alles.

Dat is het moment dat ik Rex weer opzoek. Dat ik me besef dat ik hem nodig heb. Ondanks dat er consequenties aanzitten, is die andere drang gewoon te groot. Zeker nu ik weet hoe het voelt, en dat het kan. Met Rex aan m'n zijde kan het. En hij is dan weel die coole bro. ''Is logisch. Je is het nog aan het verwerken. Ze verwacht ook weer dat jij het voortouw neemt. Net als de vorige keer. Jammer dat je me niet eerder opzocht. Gemiste kans.'' probeert hij me te motiveren, maar laat hij me ook duidelijk merken hoe nodig ik hem heb. ''Maar laat gaan. Who's next?'' vraagt hij door. En toont me opnieuw de drie opties van eerder. Wat verdacht blijft. Maar misschien wel nodig was om Mary even te vergeten, zoals hij dat blijkbaar ook al gedaan had.

Op vrijdag ben ik gespannen op een manier die zich niet makkelijk laat negeren, omdat het de hele dag als een constante onderstroom aanwezig blijft terwijl ik probeer me op andere dingen te richten. Ik heb Rex niet meer gesproken en hij heeft ook niets van zich laten horen, wat me niet alleen verbaast maar vooral extra laat twijfelen, omdat ik ergens gewend ben geraakt aan zijn aanwezigheid en de manier waarop hij zich overal mee bemoeit.

Toch blijft zijn methode door mijn hoofd gaan, niet één keer maar voortdurend, alsof het zich heeft vastgezet en zich telkens opnieuw afspeelt zodra er ruimte is om na te denken, en meerdere keren per dag kom ik vrouwen en meiden tegen van die lijst, waardoor het niet alleen theorie blijft maar iets dat zich telkens opnieuw aandient in de praktijk. Op sommige momenten is het echt verleidelijk, bijna vanzelfsprekend om erin mee te gaan, maar ik houd mezelf tegen en blijf bewust bij wat ik doe, en achteraf besef ik dat dat maar goed ook is, omdat het simpelweg niet zo eenvoudig is als Rex het doet voorkomen.

Misschien voelt het op het moment zelf wel zo, alsof alles vanzelf gaat en er geen gevolgen zijn, maar juist wat er daarna komt laat zien dat dat niet klopt en dat er meer speelt dan alleen dat ene moment.

Ik ben niet alleen thuis, want mijn moeder is er ook, en dat maakt de situatie direct anders en ingewikkelder dan wanneer ik alleen zou zijn geweest. Wanneer ik de keuken in loop, zie ik dat Mary net is begonnen, en het eerste wat me opvalt is dat ze me niet aankijkt, alsof ze me bewust vermijdt nog voordat er iets kan gebeuren.

Nog geen minuut later begint mijn moeder tegen haar te praten in haar beste Engels, over wat niet goed was de vorige keer en eerder bot overkomt dan behulpzaam, terwijl Mary zichtbaar moeite heeft om het te volgen, wat het alleen maar ongemakkelijker maakt om naar te kijken. Ik sta erbij en kijk ernaar zonder iets te zeggen, en dat voelt wrang, omdat mijn moeder duidelijk neerbuigend doet en mijn aanwezigheid dat alleen maar versterkt, alsof ik er onderdeel van ben zonder dat ik dat wil.

Tegelijkertijd kan ik het niet los zien van wat er eerder is gebeurd, omdat ik zelf degene ben geweest die zonder veel nadenken op haar af was gestapt, met ontblote stijve en al, gedreven door iets wat op dat moment belangrijker voelde dan respect of afstand, en dat besef maakt het alleen maar ongemakkelijker.

Even later neem ik toch de tijd om naar haar te kijken wanneer ze het niet doorheeft, en dan valt me op dat ze er anders uitziet dan de vorige keer, alsof ze net iets meer aandacht heeft besteed aan hoe ze eruitziet. Haar kleding is nog steeds functioneel, passend bij wat ze doet, maar lijkt iets strakker te zitten, en haar make-up is duidelijker aanwezig, subtiel maar toch opvallend genoeg om niet te missen.

Mijn moeder had nog gemompeld dat ze vast was wezen feesten, op een toon die weinig ruimte liet voor iets positiefs, en ook daar leek ze niet van gediend, al liet ze dat niet openlijk merken. In mijn hoofd speelt zich ondertussen een andere vraag af die ik niet direct durf toe te geven, namelijk of ze dit misschien voor mij heeft gedaan, al weet ik zelf ook dat dat meer wensdenken is dan iets wat ik echt kan onderbouwen.

Toch maakt die gedachte me tegelijk zenuwachtig en opgewonden, misschien nog wel meer dan de vorige keer, juist omdat er nu iets tussen ons hangt dat er eerst niet was, en ik vraag me af wat Rex op dit moment zou zeggen als hij het zou zien.

Waarschijnlijk hetzelfde als de vorige keer, ongeacht het feit dat mijn moeder thuis is en alles in de gaten lijkt te houden, want in zijn logica maakt dat soort dingen weinig uit en is er altijd wel een moment of plek te vinden, zeker in een huis dat groot genoeg is, ook al voelt het in werkelijkheid helemaal niet zo vrij als hij het doet voorkomen.

Mijn moeder lijkt er bovendien bewust bovenop te zitten en houdt Mary nauwlettend in de gaten, alsof ze speciaal thuis is gebleven om controle te houden, wat de situatie alleen maar strakker en minder vrijblijvend maakt.

Ik houd me op de achtergrond en doe niets wat opvalt, terwijl Mary mij volledig lijkt te ontwijken en elke vorm van contact vermijdt, en wanneer ik per ongeluk in haar buurt kom, kijkt ze me niet aan en zegt ze niets, alsof er nooit iets is gebeurd.

Op papier zou je kunnen zeggen dat er niets veranderd is, dat alles hetzelfde is als altijd, maar zo voelt het helemaal niet, omdat juist die afstand en dat vermijden alles zwaarder maken en het eerder voelen als een afwijzing dan als neutraliteit.

Een blik, een kleine vorm van erkenning, zou al genoeg zijn geweest om te laten zien dat het niet alleen in mijn hoofd zat, maar die blijft uit, en dat maakt dat de euforie van eerder die week langzaam volledig verdwijnt.

Het is pas op dat moment, wanneer zelfs zij me weer volledig negeert na alles wat er is gebeurd, dat het echt binnenkomt en dat ik voel hoe snel zo’n moment kan omslaan naar iets dat veel minder zeker is.

En precies dan zoek ik Rex weer op, niet eens omdat ik dat van plan was maar omdat het bijna vanzelf gaat, alsof ik me ineens realiseer dat ik hem nodig heb om weer grip te krijgen op wat er gebeurt en wat ik moet doen.

Ondanks dat ik ergens weet dat er consequenties aan zitten en dat het me verder ergens in trekt waar ik nog niet alles van overzie, is die andere drang simpelweg te sterk om te negeren, zeker nu ik weet hoe het voelt en dat het blijkbaar mogelijk is.

Met Rex aan mijn zijde lijkt het haalbaar, alsof hij degene is die de drempel verlaagt en alles overzichtelijk maakt, en tegelijkertijd blijft hij die rol aannemen van iemand die boven me staat en precies weet hoe het werkt.

‘Is logisch. Ze is het nog aan het verwerken. Ze verwacht ook weer dat jij het voortouw neemt. Net als de vorige keer. Jammer dat je me niet eerder opzocht. Gemiste kans,’ zegt hij, en terwijl hij me probeert te motiveren, maakt hij ook duidelijk dat hij zichzelf als onmisbaar ziet in dit geheel.

‘Maar laat gaan. Who’s next?’ gaat hij verder, alsof het vanzelfsprekend is dat ik doorga, en zonder aarzelen toont hij opnieuw de drie opties van eerder, wat nog steeds verdacht voelt maar tegelijkertijd ook precies is wat ik nodig heb om mijn aandacht ergens anders op te richten en Mary even los te laten, iets wat hij zelf blijkbaar al zonder moeite heeft gedaan.

Die avond zit ik alleen op m’n kamer, terwijl de stilte om me heen zwaarder aanvoelt dan normaal en mijn gedachten alle kanten op lijken te schieten zonder dat ik ze echt kan sturen. Er ligt een heel weekend voor me, vol met kansen die zich misschien wel of misschien juist helemaal niet zullen voordoen, en toch voelt het alsof alles al in gang is gezet, alsof het alleen nog een kwestie is van wachten op het juiste moment. Tegelijkertijd weet ik dat ik die drie namen dit weekend niet ga tegenkomen, en dat schuift alles automatisch door naar de week erop, waar het ineens concreter wordt en minder theoretisch aanvoelt.

Ik kijk opnieuw naar de namen en de foto’s, langer dit keer, alsof ik probeer iets te zien wat er eerder nog niet was, en hoe langer ik kijk, hoe meer het idee zich vastzet dat het kan, dat het opnieuw kan gebeuren zoals eerder, ook met hen, alsof er een patroon is ontstaan dat zich gewoon herhaalt als ik de juiste stappen zet. Dat is ten minste wat ik mezelf voorhoud, ook al blijft er ergens een stem die zegt dat het niet zo simpel is en dat ik mezelf misschien iets wijsmaak omdat ik wil dat het waar is.

Rex lijkt het in ieder geval zeker te weten, alsof er voor hem geen twijfel bestaat en alsof alles al vastligt voordat het überhaupt gebeurt, en juist dat maakt het verwarrend, omdat hij dingen zegt die achteraf blijken te kloppen terwijl hij ze onmogelijk kan weten, en toch blijft een deel van mij zich verzetten tegen dat idee, alsof ik koste wat het kost wil blijven geloven dat hij het eigenlijk niet kan weten en dat ik nog steeds zelf de controle heb.

Het gaat ineens snel, veel sneller dan ik had verwacht, alsof er een soort versnelling is ingezet waar ik niet meer uit kan stappen, en het voelt als zo’n week waarin alles loskomt en waarin gebeurtenissen elkaar opvolgen zonder dat er echt tijd is om stil te staan bij wat er gebeurt. Wat uiteindelijk blijft hangen, is niet eens alles wat er gezegd of gedacht is, maar vooral dat ene feit dat het werkte, dat het echt werkte, en dat besef duwt de rest naar de achtergrond alsof het minder belangrijk is.

De details vervagen sneller dan ik zou willen, alsof mijn hoofd alleen vasthoudt wat het nodig heeft om door te gaan, en de rest gewoon loslaat omdat het niet direct bijdraagt aan wat er nu speelt. Dat maakt het ook gevaarlijker, omdat het makkelijker wordt om door te gaan zonder stil te staan bij wat er eigenlijk gebeurt en wat dat betekent.

Wat ik moet doen blijft de vraag die zich telkens opnieuw opdringt, maar nog nadrukkelijker is de vraag wie ik moet kiezen, omdat dat uiteindelijk is waar alles om lijkt te draaien en waar Rex steeds weer op terugkomt.

Maar ik moet het uitvoeren.

-
Geef dit verhaal een cijfer:  
5   6   7   8   9   10  
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...