Door: Jefferson
Datum: 16-04-2026 | Cijfer: 9.6 | Gelezen: 720
Lengte: Lang | Leestijd: 28 minuten | Lezers Online: 16
Lengte: Lang | Leestijd: 28 minuten | Lezers Online: 16
Bevrijdend
Het is donker. Echt donker. Ik kan net bij het gordijn en trek het een heel klein beetje open. Het is een heldere nacht. Het maanlicht schijnt naar binnen. Net genoeg om te zien waar ik ben, zodat ik besef waar ik ben. En met wie.
Ik zou moeten slapen, maar het lukt niet. Zij slaapt wel. Haar hoofd ligt op m’n borst. Ze kwijlt een beetje. Zelfs dan het mooiste schepsel dat er bestaat. Kwijlen doet ze immers wel vaker op me… Mijn vingers glijden voorzichtig door haar lange, rode haren. Zonder haar wakker te maken.
We hebben stappen gezet. Een paar hele grote. En nu, hier in Rockanje, dringt het pas langzaam door. Op Ameland was er nog de afleiding. Eke en Willemijn. De één zouden we vaker gaan zien, de ander waarschijnlijk niet meer. Ameland, wat ooit het lijdend voorwerp van mijn bestaan was, was nu nog maar een bijzaak geworden. Het huisje behouden, de winkel verkocht. En daarmee ook de bestaande relaties en banden op het spel gezet, of simpelweg laten gaan. Eentje wilden we behouden. Dat was een van de doelen van mijn korte terugkeer naar Ameland. En de rest kon ons niet zo veel schelen. En ik heb er geen spijt van. Integendeel. Het is gewoon even wennen. Dus ben ik wakker. Geen onrust. Maar ook geen slaap.
Ik had het haar diezelfde avond verteld, of in ieder geval… genoeg om het niet te hoeven verzwijgen. We zaten op de bank, zij half tegen me aan, haar benen over de mijne heen geslagen, alsof ze me fysiek dichterbij wilde houden dan nodig was. De lamp naast ons gaf net genoeg licht om haar gezicht te zien zonder dat het hard werd. Haar blik bleef rustig, maar te lang op mij gericht om echt ontspannen te zijn.
“Dus,” zei ze zacht, terwijl haar vingers gedachteloos over mijn handrug gleden, “het is ongeveer gegaan zoals jullie dachten?”
Ik haalde mijn schouders op, keek even weg naar de muur tegenover ons, alsof daar een beter antwoord hing. “Bijna,” zei ik. “Niet helemaal.”
Ze knikte langzaam, zonder meteen door te vragen. Dat was typisch Kamila. Ze liet stiltes vallen op plekken waar anderen ze zouden vullen. Haar duim bleef over dezelfde plek op mijn hand bewegen, net iets langzamer nu. “Maar je bent terug,” zei ze toen.
Ik keek haar weer aan. “Ja.”
Even bleef het stil. Te stil om niks te betekenen. Ik zag het aan haar ogen — dat korte moment waarin ze me niet alleen zag zoals ik nu was, maar ook zoals ik had kunnen zijn als het anders was gelopen. Alsof ze dat scenario al had doordacht, zich er misschien zelfs op had voorbereid. Het idee alleen al voelde vreemd. Bizar, eigenlijk. Dat zij daar rekening mee had gehouden, zonder dat uit te spreken.
“Was het…” begon ze, maar ze maakte haar zin niet af. Haar blik zakte even naar onze handen, die nog steeds in elkaar lagen, alsof ze zich daar aan vasthield.
Ik wist wat ze wilde vragen. Of het dichtbij was geweest. Of ik was gebleven als het anders had gevoeld. Of zij nog wel vanzelfsprekend was.
“Het was ingewikkeld,” zei ik uiteindelijk. Niet helemaal een antwoord, maar genoeg om haar niet verder te laten duwen.
Ze knikte weer. Dit keer iets korter. Alsof ze accepteerde dat dit het was wat ze kreeg.
Maar haar lichaam zei iets anders. Ze schoof iets dichter tegen me aan, haar hoofd tegen mijn schouder, haar adem warm door de stof van mijn shirt heen. Niet dramatisch, niet vragend. Gewoon… dichterbij. Alsof ze me opnieuw vastlegde, zonder woorden.
“Ik ben blij dat je er bent,” zei ze zacht.
Daar zat het. De opluchting. Niet uitgesproken, maar voelbaar in hoe ze zich tegen me aandrukte, in hoe haar hand zich iets steviger om de mijne sloot.
Ik liet mijn hoofd even tegen het hare rusten. “Ik ook.”
En dat was waar. Ik was blij haar te zien. Blij om hier te zijn. Maar ergens, onder dat alles, zat nog iets dat niet helemaal meebewoog. Iets wat bleef haken sinds dat weekend in Rotterdam. Alsof er een klein stukje onzekerheid was blijven liggen, precies groot genoeg om me wakker te houden als het stil werd.
Zij zei er niks over. Ik ook niet.
Maar het was er wel.
Het was pas later die avond, toen de rust een beetje was teruggekeerd en de woorden op waren, dat ze veranderde. Niet plotseling, niet nadrukkelijk — eerder alsof ze ergens een besluit had genomen waar ik geen deel van was geweest.
Ze zat nu tegenover me op de bank, één been onder zich gevouwen, het andere losjes naar mij toe gericht. Haar blik gleed kort over me heen, bleef even hangen, en ik zag het daar gebeuren. Die omslag. Niet groot, niet dramatisch. Maar duidelijk.
“Kom eens hier,” zei ze zacht.
Geen vraag. Geen dwingende toon. Gewoon… vanzelfsprekend.
Ik schoof iets naar voren, nog niet helemaal wetend wat ze van me wilde, of misschien juist wel. Haar hand vond mijn shirt, vlak onder mijn borst, en bleef daar een moment liggen. Warm. Rustig. Alsof ze me eerst even wilde voelen, bevestigen dat ik er echt was.
“Je bent weer bij me,” fluisterde ze, meer tegen zichzelf dan tegen mij.
Haar vingers gleden langzaam omhoog, over mijn borst, naar mijn nek, en zonder haast trok ze me iets dichter naar zich toe. Niet hard. Maar wel met een zekerheid die geen ruimte liet voor twijfel. Haar lippen raakten de mijne, eerst licht, bijna aftastend, maar dat duurde niet lang. De kus werd dieper, haar adem warmer, haar hand steviger in mijn nek.
Ik voelde hoe ze zich tegen me aan schoof, haar lichaam volledig tegen het mijne, alsof ze elke centimeter afstand wilde opheffen die er nog was. Geen spel, geen opbouw om mij te verleiden. Dit was iets anders. Directer. Eigenlijk bijna simpel.
Van haar.
Haar hand gleed naar beneden, over mijn buik, zonder te stoppen, zonder om te kijken of ik haar volgde. Ze wist dat ik dat deed. Dat ik dat altijd deed. Haar vingers trokken licht aan de stof van mijn broek, net genoeg om te laten merken wat ze wilde, maar nog niet genoeg om het zelf te doen.
Ik haalde adem, scherper dan ik wilde laten merken.
Ze glimlachte daar even om, zonder de kus helemaal te verbreken. “Je was me kwijt,” zei ze zacht tegen mijn lippen.
Ik wilde iets zeggen, maar ze gaf me daar geen ruimte voor. Haar mond sloot zich weer op de mijne, haar hand vond inmiddels precies waar ze moest zijn, en de aarzeling die er misschien nog zat, verdween net zo snel als hij gekomen was. Haar hand vormt zich bewust om de contouren van mijn erectie die van haar nog steeds het hardst wordt.
Ze nam me niet over. Ze herinnerde me eraan.
Waar ik hoorde te zijn.
En nu, liggend in het donker, haar adem rustig naast me, hoef ik daar maar aan terug te denken. Hoe vanzelfsprekend ze dat deed. Hoe zeker. Hoe… van haar.
Onder de dekens beweegt mijn lichaam al voordat ik er echt over nadenk.
Het begon toen ik aan het einde van de middag thuiskwam. Ze stond al in de deuropening voordat ik goed en wel binnen was, licht wiebelend op haar tenen alsof stil blijven staan geen optie was. Lange kousen tot over haar knieën, een kort broekje, een strak hemdje dat niets te raden overliet. Thuis. Wachtend.
“Hoe was het?” vroeg ze, kort, maar niet vluchtig. Haar ogen bleven op me hangen terwijl ze het zei.
Ik deed de deur achter me dicht, voelde nog de vochtige kou in mijn jas trekken, en keek haar aan. Alles wat ik kon zeggen zat al in hoe ze naar me keek, hoe ze daar stond.
“Nu weer goed,” zei ik.
Meer was er niet nodig.
Ik stapte naar voren en sloot haar in mijn armen. Mijn jas nog koud en klam, haar lichaam warm daartegenaan. Ze hielp me zonder iets te zeggen uit die jas, haar handen over mijn schouders, langs mijn borst, trager dan nodig was. Niet zoekend. Bekend. Maar net lang genoeg om te laten voelen wat er gemist was.
Ik keek naar haar. Die blik van haar — open, maar met iets eronder. Niet onzeker. Eerder… afwachtend. Alsof ze wilde zien wat ik ging doen.
Ze draaide zich al half om, alsof ze me voor wilde gaan naar binnen.
Ik pakte haar terug.
Met een korte ruk, zonder aankondiging. Ze viel weer tegen me aan, verrast maar niet echt, en ik liet haar niet meer los. Mijn mond vond die van haar meteen. Geen voorzichtige kus, geen opbouw. Direct. Haar lippen gaven meteen mee, haar adem warm tegen de mijne terwijl haar handen zich weer aan mij vastzetten.
Mijn hand gleed naar haar heup, trok haar dichter tegen me aan. De andere vond vanzelf de ronding onder haar billen, kneep licht, voelde hoe ze daarop reageerde. Haar lichaam tegen het mijne, zonder ruimte ertussen. Haar tong die de mijne vond alsof ze daar al op had gewacht.
Er werd niets gezegd. Hoefde ook niet.
Ze had me gemist.
En ik haar.
Ze stond minuten later in de keuken, half met haar rug naar me toe, bezig met iets dat zachtjes pruttelde op het fornuis. Het licht boven het aanrecht viel precies over haar heen, langs haar schouders naar beneden, en ik bleef even in de deuropening staan zonder iets te zeggen.
“Je hoeft niet te helpen hoor,” zei ze, zonder om te kijken. Ze had me al gehoord. Het was een huiselijk tafereel. Alsof er niks aan de hand was.
“Toch wel,” antwoordde ik, terwijl ik dichterbij kwam.
Ik ging naast haar staan, pakte iets op wat nergens echt voor nodig was, meer om er te zijn dan om iets te doen. We wisselden een paar woorden over Ameland, losse zinnen, niets dat echt ergens heen ging. Alsof we allebei wisten dat het gesprek niet het belangrijkste was. Niet nu.
Mijn blik bleef steeds weer naar haar trekken. Naar hoe ze bewoog, hoe vanzelfsprekend ze hier stond alsof er niets veranderd was.
Ik zette het glas dat ik in mijn hand had weer neer en stapte achter haar.
Ze verstijfde niet. Geen schrik. Alleen een kleine verandering in haar houding, alsof ze precies wist wat er ging gebeuren en daar al ruimte voor maakte.
Mijn handen vonden haar heupen, bleven daar even liggen voordat ze langzaam omhoog gleden. Ze haalde zachter adem, haar bewegingen bij het fornuis werden trager, totdat ze helemaal stopte.
“Je was me aan het vertellen,” zei ze nog, half lachend, maar haar stem had al een andere klank.
“Dat kan wachten,” zei ik. Mijn handen onder onder haar shirtje, grijpend naar haar borsten.
Ze draaide haar hoofd een klein stukje, net genoeg om me vanuit haar ooghoek aan te kijken. Die blik was genoeg. Meer hadden we niet nodig.
Wat er daarna gebeurde, gebeurde zonder haast, maar ook zonder twijfel. Het gesprek viel weg, het eten werd vergeten. Alles verschoof naar dat ene punt waar we allebei al zaten. Al zo lang. Alsof alles wat ertussen had gezeten — dagen, afstand, gedachten — langzaam oploste en plaatsmaakte voor iets dat al die tijd onder de oppervlakte had liggen wachten.
We zoenen. Het aanrecht wordt haar anker. Onze ogen bekijken elkaar alsof het jaren is dat we elkaar zo gezien hebben. Alsof we controleren of het nog klopt, of het nog hetzelfde voelt. En met de zoen komt de tong. Langzaam happen we naar elkaar, mijn handen glijdend over haar lichaam onder haar shirtje. Eerst verkennend, daarna zekerder, alsof mijn handen zich herinneren waar ze moeten zijn.
Een hand naar achteren van haar vindt de bobbel in mijn broek en beheerst wrijft ze langs de contouren, waardoor ze me nog harder maakt. Ze neemt haar tijd, precies genoeg om me gek te maken zonder te versnellen. Ik zucht, tevreden en opgelucht. Ik ben thuis. Er is nog niks veranderd. Niet in haar, niet in mij, niet in hoe we op elkaar reageren.
Het eten kan wachten. Ik heb dorst. Niet naar wat er op het vuur staat, maar naar haar. Naar dit. Langzaam trek ik haar korte broekje, inclusief slipje, naar beneden. Die kousen mag ze aanhouden. Die had ze niet voor niks aangetrokken en maken haar nog begeerlijker dan ze al is. Het contrast, hoe ze daar staat, half aangekleed, volledig beschikbaar — het maakt het alleen maar intenser.
De kus verbreekt, het oogcontact nog niet. Dat blijft hangen, trekt zich uit, alsof we elkaar nog één keer volledig willen zien voordat we verder gaan. Pas als ik verdwijn achter haar billen. Haar rug is hol, ze vergrijpt zich aan de rand van het aanrecht en ik sluit m'n ogen als ik m'n lippen doop in haar zwoele, natte schaamlippen. Mijn tong die haar daar streelt, laat haar sidderen van genot. Kleine reacties eerst, subtiel, maar steeds duidelijker. Mijn handen kneden zachtjes haar billen, vingers glijden over haar buik en langs haar schaamlippen, en happend tong ik haar daar beneden. Dagen zonder haar betekenden dagen zonder seks. Dat kon en moest ingehaald worden. En dat voel je in elke beweging, in elke aanraking.
Een hand op m'n hoofd stuurt me bij, houdt me daar, terwijl ik twee vingers naar binnen laat glijden, draaiend. Ze geeft richting, zonder woorden, alleen met haar lichaam. Mijn tong heeft zich verplaatst naar haar aarsje. Voorzichtig kietel ik haar sterretje. ''Lucas...!'' had ze zich verbaasd, vooral verrast, uitgelaten dat ik dat zomaar deed. Haar reactie is direct, eerlijk, zonder filter. En met een duim nog op haar clitje, langzaam duwend en cirkelend, was het een kwestie van seconden voordat ze trillend tegen m'n gezicht stond, handen wit van het knijpen, haar haren die in haar holle rug vallen en het gekreun van ongeloof en genot dat ik zo gemist had. Haar lichaam dat zich volledig laat gaan, zonder terughoudendheid.
Langzaam kom ik overeind, pak haar heupen. Ze trekt me naar haar toe, duwt haar tong m'n mond in en tegelijkertijd duw ik mijn erectie in haar. Hard en ruw. Nodig. Zonder twijfel, zonder pauze. Een harde kreun ontgaat haar. Ik grom in haar oor. ''Nu alle tijd voor ons.'' Ik wil haar laten weten dat ik dat vooral zo wil opvullen, zoals ik haar opvul.
Mijn heupen kletsen tegen haar billen. Het geluid, het ritme, alles klopt. Ik heb een vuist gevuld met haar rode haar en hou me vooral vast zonder er echt aan te trekken. Meer houvast dan controle. Ze kijkt om. Open mond, wijd open. Kreunend. Smekend. Haar blik die alles zegt zonder woorden. Terwijl ik mezelf nog net een minuutje weet te gunnen, rek ik het uit, hou ik het tegen, waarna ik een vijftal keer mezelf harder en dieper in haar duw, bijna kermend van dit orgasme. Alles komt samen in dat moment, alles wat opgebouwd is.
En dan stilstand. Geen beweging, alleen gevoel. Mijn heupen nog tegen haar billen, ik nog diep in haar. De afstand tussen onze torso's juist groot, alsof we ons daar beneden nog niet los kunnen laten. Alsof daar, precies daar, alles nog vastzit wat we nog niet willen loslaten. Onze ademhaling zwaar, onregelmatig, maar langzaam zakkend.
We blijven zo staan. Even. Langer dan nodig. Alsof bewegen het moment zou verbreken. Alsof dit precies is waar we moeten zijn.
En misschien is dat ook zo.
Later die nacht, in bed, lig ik wakker. Denkend aan hoe ik ontvangen werd. In de gang. In de keuken. Dan op de bank. En nog voordat we in bed belandden, was er de douche.
Haar lichaam ligt warm naast me, haar adem rustig, alsof niets haar nog bezighoudt. Ik beweeg iets, kom wat rechterop zitten, en kijk naar haar. Hoe ze daar ligt, dichtbij, vanzelfsprekend.
De stilte is anders nu. Niet leeg. Vol.
Mijn blik blijft op haar rusten terwijl ik nog half in die eerdere momenten zit. Hoe snel het weer terug was. Hoe weinig er nodig was.
Ik leun iets naar haar toe, aarzel niet lang.
Ik wil niet dat ze blijft slapen.
Ze ontwaakt langzaam. Ik por tegen haar lippen. Met geduld, maar ook een zeker ongeduld. Ik ben gewoon geil. Iets wat ik niet kwijt kon op Ameland. Niet zo. Haar hand knijpt even in m’n dij. Ze is wakker. Ze opent haar mond. Over het laken heen. Over m’n eikel heen. ‘Ah, Jezus…’ kreun ik zachtjes. Haar hand glijdt onder de dekens van m’n dij naar m’n schacht. Het laken verdwijnt. Ze trekt me zachtjes af. Kust m’n eikel met haar natte lippen. ‘Je kan niet wachten?’ fluistert ze zonder om te kijken. Ze richt m’n lul omhoog, beweegt zich eroverheen en neemt me dan echt goed in haar mond. M’n hand in haar haar. M’n blik gericht op die kruin die zo heerlijk heen en weer kan gaan. Nee, ik kon niet wachten.
Dan komt ze overeind. Dekens vallen van haar af. Ze gaat op haar knieën zitten, voor me, naar me toe. Haar voeten niet onder haar, maar naast haar. Haar goddelijke dijen krachtig, haar postuur sexy. Haar bleke huid in contrast met het lange rode haar is ook in het weinige maanlicht goed zichtbaar. De ronde borsten. Haar platte buik. Hoe haar haar krult over haar schouders. Ze zit zodat ik haar kan zien. Haar handen—vingertoppen vooral—kriebelen over haar eigen huid, langs haar eigen rondingen, terwijl ze geniet van hoe ik naar haar kijk. Ook dat had ze gemist. Dan vangt een hand mijn schacht weer, trekt die overeind en langzaam trekt ze me af. Beheerst. Elke aanraking gepland. ‘Zo mag je me vaker wakker maken,’ lispelt ze nog ondeugend. Ik grinnik. Zucht diep, zo goed voelt haar hand, zo goed ziet ze eruit. ‘Maar je piekert,’ zegt ze dan, zonder te stoppen. ‘Dat kan wachten,’ zeg ik snel. ‘Heel de tijd al.’ Haar blik probeert me te doorgronden. Alsof ik niet helemaal eerlijk ben geweest. Zonder dat dat erg hoeft te zijn.
‘Is nogal wat. De laatste weken. Dit weekend. Dit leven…’ lach ik. ‘Spijt?’ vraagt ze alleen na een korte stilte. Ik kijk naar haar. Ik lach. Mijn blik volgt haar arm naar mijn lul, waar haar hand nog altijd langzaam beweegt. Ook zij lacht dan al. ‘Met jou bij me nooit,’ zeg ik alleen zachtjes. Ze bloost.
Langzaam buigt ze voorover. ‘Mijn enige doel is jouw leven geweldig maken,’ lispelt ze met haar lippen vlak voor de mijne. Haar hand glijdt door de haren op m’n achterhoofd. ‘Voor als je dat nog niet wist.’ Ze blijft op haar knieën zitten, maar nu met mij onder haar. Ze geeft me de ruimte en drukt me tegen het bed aan met beide handen op m’n schouders. Dit nadat ze de eikel tussen haar schaamlippen had gedrukt. Ze glundert. Ondeugend. Twinkelende ogen. Haar manier om te zorgen dat ik zo lekker slaap. Al vond ik het niet erg om wakker te zijn met haar bij me. Laat dat duidelijk zijn.
In de keuken kwam ik snel klaar. Niet gehaast, niet slordig, maar wel korter dan normaal. Het moest er gewoon uit. Dagen hadden zich opgebouwd in iets wat geen geduld meer had. Zij voelde dat ook. Ze gaf me wat ik nodig had, zonder dat we er woorden aan vuil maakten. Het was genoeg. Voor dat moment.
Maar het bleef daar niet bij.
Later, na de avondwandeling, als de kou nog in onze wangen zat en onze adem zichtbaar was geweest in de buitenlucht, stonden we samen onder de douche. Het water warm, bijna te warm, maar precies goed om alles los te maken wat nog vastzat. Hier namen we wel de tijd. Geen haast meer, geen onderbreking. Alleen wij, onder dat constante geruis van water dat alles dempte wat niet nodig was.
Mijn handen vonden haar opnieuw, trager dit keer. Bekender. Zekerder. Haar lichaam reageerde anders dan in de keuken — opener, ontvankelijker, alsof ze wist dat er nu ruimte was. Dat we niet meer hoefden in te halen, maar gewoon konden blijven.
En dat deden we.
Binnen een paar uur zat ik weer op het oude niveau. Dat ging vanzelf met haar. Alsof ze dat ergens wist, precies hoe ze me daar weer kreeg zonder moeite. Zonder dat het geforceerd voelde. Gewoon door hoe ze was. Hoe ze bewoog. Hoe ze me aankeek.
Dan hou ik het weer langer vol. Niet omdat ik moet, maar omdat het kan. Omdat we elkaar de tijd geven die we eigenlijk de hele dag al willen nemen. Alles wat overdag blijft hangen, krijgt daar een plek.
En zeker in dat standje moet ze ervoor werken. Dat zie je. Dat voel je. Maar ze zou het niet anders willen. Ze zoekt het zelfs op. Midden in de nacht, half slapend, half wakker — maakt haar dat niets uit.
Integendeel.
Ze blijft m’n schouders het bed indrukken, terwijl ze soepel heen en weer beweegt, afgewisseld door het zo nu en dan op en neer gaan, waarbij m’n eikel diep naar binnen glijdt. Ik heb een hand op haar heup, de andere in haar klamme rug. Ze hijgt tegen m’n gezicht, haar adem zoet van verlangen. Ogen die getergd naar me kijken, terwijl ze minutenlang moet blijven doorgaan. Dat moet. Dat moet gewoon. Dus doet ze dat gewoon.
Ik kreun en geniet. Ik vergeet alles. Ik vergeet de tranen van Eke. Ik vergeet het gekreun van Willemijn. Ik vergeet weer hoe het voelt om alleen te zijn, en voel alleen haar heerlijke, natte en strakke poes op en neer gaan over mijn gezwollen lid. Ze kreunt en zucht. Ze kermt en kronkelt. “Nee, niet doen...” protesteert ze nog vals als m’n handen haar billen vinden en die zachtjes uit elkaar masseren. “Doorgaan...” hijg ik gedreven en gefocust. Ze stopt ook niet. Had die intentie niet. In tegendeel. Ze wil langer doorgaan, en ik maak dat te moeilijk nu.
Ze slaat haar hoofd achterover. Haar lange haren zijn vochtig van haar rug en vallen over haar gezicht terwijl ze de laatste schommelingen inzet. Haar buik spant zich aan. Ze knijpt in m’n schouders. En dan, met de handen vlug in haar haar, kermt ze zichzelf naar een grandioos orgasme. Ze is het mooiste in mijn leven. En op deze manier het allermooist...
Ik trek haar weer over me heen. Boven m’n gezicht. M’n tong gretig tussen haar schaamlippen; zo nu en dan poogt hij naar binnen te glijden. M’n handen weer op haar strakke billen, wat ze ook nu alleen maar lekker vindt. ‘Lucas...’ kreunt ze enkel zachtjes. Een hand op m’n ballen. Echt tijd om bij te komen krijgt ze dus niet. Maar ik laat haar. Ik neem wat ik wil. Een lik. En even later neemt zij wat zij wil. Haar hoofd boven m’n pik.
Nu kan ik haar kruin niet zien. Ik zie haar dijen. Haar natte, gezwollen schaamlippen. Haar heerlijk strakke billen. En ik voel haar haren kietelen op m’n dijen. Bewegen mee met haar hoofd; het kruintje waar ik nu niet naar kan kijken, terwijl haar lippen zich vormen naar de vorm van mijn eikel en schacht. Ze ligt plat op me. Ik til haar bekken wel omhoog als ik er niet meer goed bij kan. Mijn pik draait de kant op waar haar mond zich bevindt. En met de krachten die ze nog heeft, laat ze haar nek gedreven heen en weer gaan, pijpt ze me diep en gulzig, terwijl ik de krampen in haar lichaam voel trekken.
Zo nu en dan schokt ze. Als m’n tong haar clit streelt. Een hardere kreun. Gesmoord. Want die lul laat ze niet los. Langzaam maar zeker komt ze meer in haar ritme, meer overeind. Haar handen op m’n dijen. Alleen die mond die werkt. Nu recht van boven. Haar speeksel kruipt langs m’n paal omlaag en als ze aanzet zoals alleen zij dat kan, onophoudelijk, weet ik dat ik kansloos ben.
Kreunend en slobberend vult ze de kamer met geile en natte geluiden. Haar lichaam trilt meerdere keren in mijn handen en op mijn tong, en wrijvend blijven haar volle lippen over mijn natte schacht glijden, met de eikel tegen haar gehemelte. ‘Oh, allemachtig...’ laat ik dan verstomd uit, waarna ik plots begin te trillen, haar wel los moet laten en ze me pas echt kan overnemen. Een hand nu pompend aan de basis van mijn schacht, terwijl de andere het zaad eruit lijkt te willen kneden, met dat het haar mond begint te vullen.
Ze blijft op en neer gaan. Rustiger. Op het tempo van mijn lozing. Totdat ik leeg ben. In m’n zak. In m’n hoofd. Bevrijdende seks. Zo voelt het altijd met haar. Met een zucht laat ze zich naast me vallen. Kijkt even om. Ook als ze de eikel weer naar haar mond brengt, zaad bij haar mondhoeken, bellen van haar speeksel langs de schacht.
De knie aan mijn kant trekt ze op tot aan m’n buik. M’n vingers beginnen haar poesje langzaam te penetreren. En zo gaan we door. Zij zuigend op de ene lul en gepenetreerd door de andere—in dit geval mijn vingers. Elkaar hard en nat houdend. Wakker houdend. Geil makend. Geruststellend.
En slapen dat ik vervolgens deed...
De volgende ochtend spreken we er pas echt goed over. Mijn tijd op Ameland. Zonder haar. Met Willemijn, vooral, had gebleken. Met Eke. Ik zal het vertellen...
-
Ik zou moeten slapen, maar het lukt niet. Zij slaapt wel. Haar hoofd ligt op m’n borst. Ze kwijlt een beetje. Zelfs dan het mooiste schepsel dat er bestaat. Kwijlen doet ze immers wel vaker op me… Mijn vingers glijden voorzichtig door haar lange, rode haren. Zonder haar wakker te maken.
We hebben stappen gezet. Een paar hele grote. En nu, hier in Rockanje, dringt het pas langzaam door. Op Ameland was er nog de afleiding. Eke en Willemijn. De één zouden we vaker gaan zien, de ander waarschijnlijk niet meer. Ameland, wat ooit het lijdend voorwerp van mijn bestaan was, was nu nog maar een bijzaak geworden. Het huisje behouden, de winkel verkocht. En daarmee ook de bestaande relaties en banden op het spel gezet, of simpelweg laten gaan. Eentje wilden we behouden. Dat was een van de doelen van mijn korte terugkeer naar Ameland. En de rest kon ons niet zo veel schelen. En ik heb er geen spijt van. Integendeel. Het is gewoon even wennen. Dus ben ik wakker. Geen onrust. Maar ook geen slaap.
Ik had het haar diezelfde avond verteld, of in ieder geval… genoeg om het niet te hoeven verzwijgen. We zaten op de bank, zij half tegen me aan, haar benen over de mijne heen geslagen, alsof ze me fysiek dichterbij wilde houden dan nodig was. De lamp naast ons gaf net genoeg licht om haar gezicht te zien zonder dat het hard werd. Haar blik bleef rustig, maar te lang op mij gericht om echt ontspannen te zijn.
“Dus,” zei ze zacht, terwijl haar vingers gedachteloos over mijn handrug gleden, “het is ongeveer gegaan zoals jullie dachten?”
Ik haalde mijn schouders op, keek even weg naar de muur tegenover ons, alsof daar een beter antwoord hing. “Bijna,” zei ik. “Niet helemaal.”
Ze knikte langzaam, zonder meteen door te vragen. Dat was typisch Kamila. Ze liet stiltes vallen op plekken waar anderen ze zouden vullen. Haar duim bleef over dezelfde plek op mijn hand bewegen, net iets langzamer nu. “Maar je bent terug,” zei ze toen.
Ik keek haar weer aan. “Ja.”
Even bleef het stil. Te stil om niks te betekenen. Ik zag het aan haar ogen — dat korte moment waarin ze me niet alleen zag zoals ik nu was, maar ook zoals ik had kunnen zijn als het anders was gelopen. Alsof ze dat scenario al had doordacht, zich er misschien zelfs op had voorbereid. Het idee alleen al voelde vreemd. Bizar, eigenlijk. Dat zij daar rekening mee had gehouden, zonder dat uit te spreken.
“Was het…” begon ze, maar ze maakte haar zin niet af. Haar blik zakte even naar onze handen, die nog steeds in elkaar lagen, alsof ze zich daar aan vasthield.
Ik wist wat ze wilde vragen. Of het dichtbij was geweest. Of ik was gebleven als het anders had gevoeld. Of zij nog wel vanzelfsprekend was.
“Het was ingewikkeld,” zei ik uiteindelijk. Niet helemaal een antwoord, maar genoeg om haar niet verder te laten duwen.
Ze knikte weer. Dit keer iets korter. Alsof ze accepteerde dat dit het was wat ze kreeg.
Maar haar lichaam zei iets anders. Ze schoof iets dichter tegen me aan, haar hoofd tegen mijn schouder, haar adem warm door de stof van mijn shirt heen. Niet dramatisch, niet vragend. Gewoon… dichterbij. Alsof ze me opnieuw vastlegde, zonder woorden.
“Ik ben blij dat je er bent,” zei ze zacht.
Daar zat het. De opluchting. Niet uitgesproken, maar voelbaar in hoe ze zich tegen me aandrukte, in hoe haar hand zich iets steviger om de mijne sloot.
Ik liet mijn hoofd even tegen het hare rusten. “Ik ook.”
En dat was waar. Ik was blij haar te zien. Blij om hier te zijn. Maar ergens, onder dat alles, zat nog iets dat niet helemaal meebewoog. Iets wat bleef haken sinds dat weekend in Rotterdam. Alsof er een klein stukje onzekerheid was blijven liggen, precies groot genoeg om me wakker te houden als het stil werd.
Zij zei er niks over. Ik ook niet.
Maar het was er wel.
Het was pas later die avond, toen de rust een beetje was teruggekeerd en de woorden op waren, dat ze veranderde. Niet plotseling, niet nadrukkelijk — eerder alsof ze ergens een besluit had genomen waar ik geen deel van was geweest.
Ze zat nu tegenover me op de bank, één been onder zich gevouwen, het andere losjes naar mij toe gericht. Haar blik gleed kort over me heen, bleef even hangen, en ik zag het daar gebeuren. Die omslag. Niet groot, niet dramatisch. Maar duidelijk.
“Kom eens hier,” zei ze zacht.
Geen vraag. Geen dwingende toon. Gewoon… vanzelfsprekend.
Ik schoof iets naar voren, nog niet helemaal wetend wat ze van me wilde, of misschien juist wel. Haar hand vond mijn shirt, vlak onder mijn borst, en bleef daar een moment liggen. Warm. Rustig. Alsof ze me eerst even wilde voelen, bevestigen dat ik er echt was.
“Je bent weer bij me,” fluisterde ze, meer tegen zichzelf dan tegen mij.
Haar vingers gleden langzaam omhoog, over mijn borst, naar mijn nek, en zonder haast trok ze me iets dichter naar zich toe. Niet hard. Maar wel met een zekerheid die geen ruimte liet voor twijfel. Haar lippen raakten de mijne, eerst licht, bijna aftastend, maar dat duurde niet lang. De kus werd dieper, haar adem warmer, haar hand steviger in mijn nek.
Ik voelde hoe ze zich tegen me aan schoof, haar lichaam volledig tegen het mijne, alsof ze elke centimeter afstand wilde opheffen die er nog was. Geen spel, geen opbouw om mij te verleiden. Dit was iets anders. Directer. Eigenlijk bijna simpel.
Van haar.
Haar hand gleed naar beneden, over mijn buik, zonder te stoppen, zonder om te kijken of ik haar volgde. Ze wist dat ik dat deed. Dat ik dat altijd deed. Haar vingers trokken licht aan de stof van mijn broek, net genoeg om te laten merken wat ze wilde, maar nog niet genoeg om het zelf te doen.
Ik haalde adem, scherper dan ik wilde laten merken.
Ze glimlachte daar even om, zonder de kus helemaal te verbreken. “Je was me kwijt,” zei ze zacht tegen mijn lippen.
Ik wilde iets zeggen, maar ze gaf me daar geen ruimte voor. Haar mond sloot zich weer op de mijne, haar hand vond inmiddels precies waar ze moest zijn, en de aarzeling die er misschien nog zat, verdween net zo snel als hij gekomen was. Haar hand vormt zich bewust om de contouren van mijn erectie die van haar nog steeds het hardst wordt.
Ze nam me niet over. Ze herinnerde me eraan.
Waar ik hoorde te zijn.
En nu, liggend in het donker, haar adem rustig naast me, hoef ik daar maar aan terug te denken. Hoe vanzelfsprekend ze dat deed. Hoe zeker. Hoe… van haar.
Onder de dekens beweegt mijn lichaam al voordat ik er echt over nadenk.
Het begon toen ik aan het einde van de middag thuiskwam. Ze stond al in de deuropening voordat ik goed en wel binnen was, licht wiebelend op haar tenen alsof stil blijven staan geen optie was. Lange kousen tot over haar knieën, een kort broekje, een strak hemdje dat niets te raden overliet. Thuis. Wachtend.
“Hoe was het?” vroeg ze, kort, maar niet vluchtig. Haar ogen bleven op me hangen terwijl ze het zei.
Ik deed de deur achter me dicht, voelde nog de vochtige kou in mijn jas trekken, en keek haar aan. Alles wat ik kon zeggen zat al in hoe ze naar me keek, hoe ze daar stond.
“Nu weer goed,” zei ik.
Meer was er niet nodig.
Ik stapte naar voren en sloot haar in mijn armen. Mijn jas nog koud en klam, haar lichaam warm daartegenaan. Ze hielp me zonder iets te zeggen uit die jas, haar handen over mijn schouders, langs mijn borst, trager dan nodig was. Niet zoekend. Bekend. Maar net lang genoeg om te laten voelen wat er gemist was.
Ik keek naar haar. Die blik van haar — open, maar met iets eronder. Niet onzeker. Eerder… afwachtend. Alsof ze wilde zien wat ik ging doen.
Ze draaide zich al half om, alsof ze me voor wilde gaan naar binnen.
Ik pakte haar terug.
Met een korte ruk, zonder aankondiging. Ze viel weer tegen me aan, verrast maar niet echt, en ik liet haar niet meer los. Mijn mond vond die van haar meteen. Geen voorzichtige kus, geen opbouw. Direct. Haar lippen gaven meteen mee, haar adem warm tegen de mijne terwijl haar handen zich weer aan mij vastzetten.
Mijn hand gleed naar haar heup, trok haar dichter tegen me aan. De andere vond vanzelf de ronding onder haar billen, kneep licht, voelde hoe ze daarop reageerde. Haar lichaam tegen het mijne, zonder ruimte ertussen. Haar tong die de mijne vond alsof ze daar al op had gewacht.
Er werd niets gezegd. Hoefde ook niet.
Ze had me gemist.
En ik haar.
Ze stond minuten later in de keuken, half met haar rug naar me toe, bezig met iets dat zachtjes pruttelde op het fornuis. Het licht boven het aanrecht viel precies over haar heen, langs haar schouders naar beneden, en ik bleef even in de deuropening staan zonder iets te zeggen.
“Je hoeft niet te helpen hoor,” zei ze, zonder om te kijken. Ze had me al gehoord. Het was een huiselijk tafereel. Alsof er niks aan de hand was.
“Toch wel,” antwoordde ik, terwijl ik dichterbij kwam.
Ik ging naast haar staan, pakte iets op wat nergens echt voor nodig was, meer om er te zijn dan om iets te doen. We wisselden een paar woorden over Ameland, losse zinnen, niets dat echt ergens heen ging. Alsof we allebei wisten dat het gesprek niet het belangrijkste was. Niet nu.
Mijn blik bleef steeds weer naar haar trekken. Naar hoe ze bewoog, hoe vanzelfsprekend ze hier stond alsof er niets veranderd was.
Ik zette het glas dat ik in mijn hand had weer neer en stapte achter haar.
Ze verstijfde niet. Geen schrik. Alleen een kleine verandering in haar houding, alsof ze precies wist wat er ging gebeuren en daar al ruimte voor maakte.
Mijn handen vonden haar heupen, bleven daar even liggen voordat ze langzaam omhoog gleden. Ze haalde zachter adem, haar bewegingen bij het fornuis werden trager, totdat ze helemaal stopte.
“Je was me aan het vertellen,” zei ze nog, half lachend, maar haar stem had al een andere klank.
“Dat kan wachten,” zei ik. Mijn handen onder onder haar shirtje, grijpend naar haar borsten.
Ze draaide haar hoofd een klein stukje, net genoeg om me vanuit haar ooghoek aan te kijken. Die blik was genoeg. Meer hadden we niet nodig.
Wat er daarna gebeurde, gebeurde zonder haast, maar ook zonder twijfel. Het gesprek viel weg, het eten werd vergeten. Alles verschoof naar dat ene punt waar we allebei al zaten. Al zo lang. Alsof alles wat ertussen had gezeten — dagen, afstand, gedachten — langzaam oploste en plaatsmaakte voor iets dat al die tijd onder de oppervlakte had liggen wachten.
We zoenen. Het aanrecht wordt haar anker. Onze ogen bekijken elkaar alsof het jaren is dat we elkaar zo gezien hebben. Alsof we controleren of het nog klopt, of het nog hetzelfde voelt. En met de zoen komt de tong. Langzaam happen we naar elkaar, mijn handen glijdend over haar lichaam onder haar shirtje. Eerst verkennend, daarna zekerder, alsof mijn handen zich herinneren waar ze moeten zijn.
Een hand naar achteren van haar vindt de bobbel in mijn broek en beheerst wrijft ze langs de contouren, waardoor ze me nog harder maakt. Ze neemt haar tijd, precies genoeg om me gek te maken zonder te versnellen. Ik zucht, tevreden en opgelucht. Ik ben thuis. Er is nog niks veranderd. Niet in haar, niet in mij, niet in hoe we op elkaar reageren.
Het eten kan wachten. Ik heb dorst. Niet naar wat er op het vuur staat, maar naar haar. Naar dit. Langzaam trek ik haar korte broekje, inclusief slipje, naar beneden. Die kousen mag ze aanhouden. Die had ze niet voor niks aangetrokken en maken haar nog begeerlijker dan ze al is. Het contrast, hoe ze daar staat, half aangekleed, volledig beschikbaar — het maakt het alleen maar intenser.
De kus verbreekt, het oogcontact nog niet. Dat blijft hangen, trekt zich uit, alsof we elkaar nog één keer volledig willen zien voordat we verder gaan. Pas als ik verdwijn achter haar billen. Haar rug is hol, ze vergrijpt zich aan de rand van het aanrecht en ik sluit m'n ogen als ik m'n lippen doop in haar zwoele, natte schaamlippen. Mijn tong die haar daar streelt, laat haar sidderen van genot. Kleine reacties eerst, subtiel, maar steeds duidelijker. Mijn handen kneden zachtjes haar billen, vingers glijden over haar buik en langs haar schaamlippen, en happend tong ik haar daar beneden. Dagen zonder haar betekenden dagen zonder seks. Dat kon en moest ingehaald worden. En dat voel je in elke beweging, in elke aanraking.
Een hand op m'n hoofd stuurt me bij, houdt me daar, terwijl ik twee vingers naar binnen laat glijden, draaiend. Ze geeft richting, zonder woorden, alleen met haar lichaam. Mijn tong heeft zich verplaatst naar haar aarsje. Voorzichtig kietel ik haar sterretje. ''Lucas...!'' had ze zich verbaasd, vooral verrast, uitgelaten dat ik dat zomaar deed. Haar reactie is direct, eerlijk, zonder filter. En met een duim nog op haar clitje, langzaam duwend en cirkelend, was het een kwestie van seconden voordat ze trillend tegen m'n gezicht stond, handen wit van het knijpen, haar haren die in haar holle rug vallen en het gekreun van ongeloof en genot dat ik zo gemist had. Haar lichaam dat zich volledig laat gaan, zonder terughoudendheid.
Langzaam kom ik overeind, pak haar heupen. Ze trekt me naar haar toe, duwt haar tong m'n mond in en tegelijkertijd duw ik mijn erectie in haar. Hard en ruw. Nodig. Zonder twijfel, zonder pauze. Een harde kreun ontgaat haar. Ik grom in haar oor. ''Nu alle tijd voor ons.'' Ik wil haar laten weten dat ik dat vooral zo wil opvullen, zoals ik haar opvul.
Mijn heupen kletsen tegen haar billen. Het geluid, het ritme, alles klopt. Ik heb een vuist gevuld met haar rode haar en hou me vooral vast zonder er echt aan te trekken. Meer houvast dan controle. Ze kijkt om. Open mond, wijd open. Kreunend. Smekend. Haar blik die alles zegt zonder woorden. Terwijl ik mezelf nog net een minuutje weet te gunnen, rek ik het uit, hou ik het tegen, waarna ik een vijftal keer mezelf harder en dieper in haar duw, bijna kermend van dit orgasme. Alles komt samen in dat moment, alles wat opgebouwd is.
En dan stilstand. Geen beweging, alleen gevoel. Mijn heupen nog tegen haar billen, ik nog diep in haar. De afstand tussen onze torso's juist groot, alsof we ons daar beneden nog niet los kunnen laten. Alsof daar, precies daar, alles nog vastzit wat we nog niet willen loslaten. Onze ademhaling zwaar, onregelmatig, maar langzaam zakkend.
We blijven zo staan. Even. Langer dan nodig. Alsof bewegen het moment zou verbreken. Alsof dit precies is waar we moeten zijn.
En misschien is dat ook zo.
Later die nacht, in bed, lig ik wakker. Denkend aan hoe ik ontvangen werd. In de gang. In de keuken. Dan op de bank. En nog voordat we in bed belandden, was er de douche.
Haar lichaam ligt warm naast me, haar adem rustig, alsof niets haar nog bezighoudt. Ik beweeg iets, kom wat rechterop zitten, en kijk naar haar. Hoe ze daar ligt, dichtbij, vanzelfsprekend.
De stilte is anders nu. Niet leeg. Vol.
Mijn blik blijft op haar rusten terwijl ik nog half in die eerdere momenten zit. Hoe snel het weer terug was. Hoe weinig er nodig was.
Ik leun iets naar haar toe, aarzel niet lang.
Ik wil niet dat ze blijft slapen.
Ze ontwaakt langzaam. Ik por tegen haar lippen. Met geduld, maar ook een zeker ongeduld. Ik ben gewoon geil. Iets wat ik niet kwijt kon op Ameland. Niet zo. Haar hand knijpt even in m’n dij. Ze is wakker. Ze opent haar mond. Over het laken heen. Over m’n eikel heen. ‘Ah, Jezus…’ kreun ik zachtjes. Haar hand glijdt onder de dekens van m’n dij naar m’n schacht. Het laken verdwijnt. Ze trekt me zachtjes af. Kust m’n eikel met haar natte lippen. ‘Je kan niet wachten?’ fluistert ze zonder om te kijken. Ze richt m’n lul omhoog, beweegt zich eroverheen en neemt me dan echt goed in haar mond. M’n hand in haar haar. M’n blik gericht op die kruin die zo heerlijk heen en weer kan gaan. Nee, ik kon niet wachten.
Dan komt ze overeind. Dekens vallen van haar af. Ze gaat op haar knieën zitten, voor me, naar me toe. Haar voeten niet onder haar, maar naast haar. Haar goddelijke dijen krachtig, haar postuur sexy. Haar bleke huid in contrast met het lange rode haar is ook in het weinige maanlicht goed zichtbaar. De ronde borsten. Haar platte buik. Hoe haar haar krult over haar schouders. Ze zit zodat ik haar kan zien. Haar handen—vingertoppen vooral—kriebelen over haar eigen huid, langs haar eigen rondingen, terwijl ze geniet van hoe ik naar haar kijk. Ook dat had ze gemist. Dan vangt een hand mijn schacht weer, trekt die overeind en langzaam trekt ze me af. Beheerst. Elke aanraking gepland. ‘Zo mag je me vaker wakker maken,’ lispelt ze nog ondeugend. Ik grinnik. Zucht diep, zo goed voelt haar hand, zo goed ziet ze eruit. ‘Maar je piekert,’ zegt ze dan, zonder te stoppen. ‘Dat kan wachten,’ zeg ik snel. ‘Heel de tijd al.’ Haar blik probeert me te doorgronden. Alsof ik niet helemaal eerlijk ben geweest. Zonder dat dat erg hoeft te zijn.
‘Is nogal wat. De laatste weken. Dit weekend. Dit leven…’ lach ik. ‘Spijt?’ vraagt ze alleen na een korte stilte. Ik kijk naar haar. Ik lach. Mijn blik volgt haar arm naar mijn lul, waar haar hand nog altijd langzaam beweegt. Ook zij lacht dan al. ‘Met jou bij me nooit,’ zeg ik alleen zachtjes. Ze bloost.
Langzaam buigt ze voorover. ‘Mijn enige doel is jouw leven geweldig maken,’ lispelt ze met haar lippen vlak voor de mijne. Haar hand glijdt door de haren op m’n achterhoofd. ‘Voor als je dat nog niet wist.’ Ze blijft op haar knieën zitten, maar nu met mij onder haar. Ze geeft me de ruimte en drukt me tegen het bed aan met beide handen op m’n schouders. Dit nadat ze de eikel tussen haar schaamlippen had gedrukt. Ze glundert. Ondeugend. Twinkelende ogen. Haar manier om te zorgen dat ik zo lekker slaap. Al vond ik het niet erg om wakker te zijn met haar bij me. Laat dat duidelijk zijn.
In de keuken kwam ik snel klaar. Niet gehaast, niet slordig, maar wel korter dan normaal. Het moest er gewoon uit. Dagen hadden zich opgebouwd in iets wat geen geduld meer had. Zij voelde dat ook. Ze gaf me wat ik nodig had, zonder dat we er woorden aan vuil maakten. Het was genoeg. Voor dat moment.
Maar het bleef daar niet bij.
Later, na de avondwandeling, als de kou nog in onze wangen zat en onze adem zichtbaar was geweest in de buitenlucht, stonden we samen onder de douche. Het water warm, bijna te warm, maar precies goed om alles los te maken wat nog vastzat. Hier namen we wel de tijd. Geen haast meer, geen onderbreking. Alleen wij, onder dat constante geruis van water dat alles dempte wat niet nodig was.
Mijn handen vonden haar opnieuw, trager dit keer. Bekender. Zekerder. Haar lichaam reageerde anders dan in de keuken — opener, ontvankelijker, alsof ze wist dat er nu ruimte was. Dat we niet meer hoefden in te halen, maar gewoon konden blijven.
En dat deden we.
Binnen een paar uur zat ik weer op het oude niveau. Dat ging vanzelf met haar. Alsof ze dat ergens wist, precies hoe ze me daar weer kreeg zonder moeite. Zonder dat het geforceerd voelde. Gewoon door hoe ze was. Hoe ze bewoog. Hoe ze me aankeek.
Dan hou ik het weer langer vol. Niet omdat ik moet, maar omdat het kan. Omdat we elkaar de tijd geven die we eigenlijk de hele dag al willen nemen. Alles wat overdag blijft hangen, krijgt daar een plek.
En zeker in dat standje moet ze ervoor werken. Dat zie je. Dat voel je. Maar ze zou het niet anders willen. Ze zoekt het zelfs op. Midden in de nacht, half slapend, half wakker — maakt haar dat niets uit.
Integendeel.
Ze blijft m’n schouders het bed indrukken, terwijl ze soepel heen en weer beweegt, afgewisseld door het zo nu en dan op en neer gaan, waarbij m’n eikel diep naar binnen glijdt. Ik heb een hand op haar heup, de andere in haar klamme rug. Ze hijgt tegen m’n gezicht, haar adem zoet van verlangen. Ogen die getergd naar me kijken, terwijl ze minutenlang moet blijven doorgaan. Dat moet. Dat moet gewoon. Dus doet ze dat gewoon.
Ik kreun en geniet. Ik vergeet alles. Ik vergeet de tranen van Eke. Ik vergeet het gekreun van Willemijn. Ik vergeet weer hoe het voelt om alleen te zijn, en voel alleen haar heerlijke, natte en strakke poes op en neer gaan over mijn gezwollen lid. Ze kreunt en zucht. Ze kermt en kronkelt. “Nee, niet doen...” protesteert ze nog vals als m’n handen haar billen vinden en die zachtjes uit elkaar masseren. “Doorgaan...” hijg ik gedreven en gefocust. Ze stopt ook niet. Had die intentie niet. In tegendeel. Ze wil langer doorgaan, en ik maak dat te moeilijk nu.
Ze slaat haar hoofd achterover. Haar lange haren zijn vochtig van haar rug en vallen over haar gezicht terwijl ze de laatste schommelingen inzet. Haar buik spant zich aan. Ze knijpt in m’n schouders. En dan, met de handen vlug in haar haar, kermt ze zichzelf naar een grandioos orgasme. Ze is het mooiste in mijn leven. En op deze manier het allermooist...
Ik trek haar weer over me heen. Boven m’n gezicht. M’n tong gretig tussen haar schaamlippen; zo nu en dan poogt hij naar binnen te glijden. M’n handen weer op haar strakke billen, wat ze ook nu alleen maar lekker vindt. ‘Lucas...’ kreunt ze enkel zachtjes. Een hand op m’n ballen. Echt tijd om bij te komen krijgt ze dus niet. Maar ik laat haar. Ik neem wat ik wil. Een lik. En even later neemt zij wat zij wil. Haar hoofd boven m’n pik.
Nu kan ik haar kruin niet zien. Ik zie haar dijen. Haar natte, gezwollen schaamlippen. Haar heerlijk strakke billen. En ik voel haar haren kietelen op m’n dijen. Bewegen mee met haar hoofd; het kruintje waar ik nu niet naar kan kijken, terwijl haar lippen zich vormen naar de vorm van mijn eikel en schacht. Ze ligt plat op me. Ik til haar bekken wel omhoog als ik er niet meer goed bij kan. Mijn pik draait de kant op waar haar mond zich bevindt. En met de krachten die ze nog heeft, laat ze haar nek gedreven heen en weer gaan, pijpt ze me diep en gulzig, terwijl ik de krampen in haar lichaam voel trekken.
Zo nu en dan schokt ze. Als m’n tong haar clit streelt. Een hardere kreun. Gesmoord. Want die lul laat ze niet los. Langzaam maar zeker komt ze meer in haar ritme, meer overeind. Haar handen op m’n dijen. Alleen die mond die werkt. Nu recht van boven. Haar speeksel kruipt langs m’n paal omlaag en als ze aanzet zoals alleen zij dat kan, onophoudelijk, weet ik dat ik kansloos ben.
Kreunend en slobberend vult ze de kamer met geile en natte geluiden. Haar lichaam trilt meerdere keren in mijn handen en op mijn tong, en wrijvend blijven haar volle lippen over mijn natte schacht glijden, met de eikel tegen haar gehemelte. ‘Oh, allemachtig...’ laat ik dan verstomd uit, waarna ik plots begin te trillen, haar wel los moet laten en ze me pas echt kan overnemen. Een hand nu pompend aan de basis van mijn schacht, terwijl de andere het zaad eruit lijkt te willen kneden, met dat het haar mond begint te vullen.
Ze blijft op en neer gaan. Rustiger. Op het tempo van mijn lozing. Totdat ik leeg ben. In m’n zak. In m’n hoofd. Bevrijdende seks. Zo voelt het altijd met haar. Met een zucht laat ze zich naast me vallen. Kijkt even om. Ook als ze de eikel weer naar haar mond brengt, zaad bij haar mondhoeken, bellen van haar speeksel langs de schacht.
De knie aan mijn kant trekt ze op tot aan m’n buik. M’n vingers beginnen haar poesje langzaam te penetreren. En zo gaan we door. Zij zuigend op de ene lul en gepenetreerd door de andere—in dit geval mijn vingers. Elkaar hard en nat houdend. Wakker houdend. Geil makend. Geruststellend.
En slapen dat ik vervolgens deed...
De volgende ochtend spreken we er pas echt goed over. Mijn tijd op Ameland. Zonder haar. Met Willemijn, vooral, had gebleken. Met Eke. Ik zal het vertellen...
-
Er zijn nog geen trefwoorden voor dit verhaal. Welke trefwoorden passen volgens jou bij dit verhaal?
Geef dit verhaal een cijfer:
5
6
7
8
9
10

Ontdek meer over mij op mijn profiel pagina, bekijk mijn verhalen, laat een berichtje achter of schrijf je in om een mail te ontvangen bij nieuwe verhalen!
