Door: Leen
Datum: 12-01-2026 | Cijfer: 9.5 | Gelezen: 500
Lengte: Lang | Leestijd: 27 minuten | Lezers Online: 4
Trefwoord(en): Verlangen,
Lengte: Lang | Leestijd: 27 minuten | Lezers Online: 4
Trefwoord(en): Verlangen,
The Rusty Anchor

De elleboog komt hard aan, recht in haar ribben. Elena hapt naar adem, maar krijgt alleen een walm van verschaald bier en goedkope deodorant binnen.
"Hé! Pas op!" roept ze, maar haar stem verdrinkt in het kabaal.
De dader, een boom van een vent met een nek als een betonblok, hoort haar niet eens. Hij brult iets onverstaanbaars naar zijn maten en heft zijn glas, waarbij een golf pils over Elena’s gymp kletst en direct doorweekt tot op haar sok. Ze rilt even van de koude nattigheid, maar bijt op haar lip.
The Rusty Anchor is vanavond geen café meer, het is een chaotische mierenhoop waar de regels van persoonlijke ruimte niet gelden. De zaal barst uit zijn voegen. De lucht is een benauwende deken van zware shag, verhit zweet en de zoete walm van gemorste drank. Achterin, bij de bar, staan mannen met losgetrokken stropdassen te schreeuwen over voetbal, hun ruggen demonstratief naar het podium gekeerd. Ze zijn hier om te drinken, om de week van zich af te spoelen. De band is voor hen slechts achtergrondruis.
Maar vooraan woedt een andere energie. In de halve meter tussen het podium en de monitor-speakers staat een groepje meisjes op elkaar geperst. Ze gillen, hun haren zwiepen in het rond, en hun armen reiken naar het podium alsof daar het enige zuurstof in de ruimte te vinden is.
Elena veegt een pluk haar uit haar bezwete gezicht en zet zich schrap. Ze moet erdoor. De stem van Rob, haar hoofdredacteur bij het lokale sufferdje, dreunt nog na in haar achterhoofd als een nare kater. "Ik wil zweet, Elena. Ik wil sfeer. Mensen die plezier hebben in plaats van die depressieve zwart-witfoto's van je. Als je morgen met niks bruikbaars aankomt, hoef je overmorgen niet meer te komen." De inzet is simpel: die foto of haar baan.
Ze duwt zichzelf langs de 'Betonnen Nek', negeert het kleverige gevoel in haar schoen en vindt eindelijk een gaatje, links van de monitor. Een kleine adempauze in de chaos. Ze brengt haar camera naar haar oog. Door de zoeker wordt de wereld rustiger. Het kader geeft haar controle. Ze draait aan de focusring en zoekt haar compositie. En dan kijkt ze. Echt kijken.
Op het podium staat The Velvet Riot. Het is geen gepolijst bandje dat covers speelt voor een fooi. Er hangt een rauwe, bijna elektrische spanning om hen heen. De drummer slaat alsof hij zijn kit wil slopen, de bassist staat met wijdbeens bravoure te spelen. Maar het is de man in het midden die Elena’s adem doet stokken. Chris, de leadzanger, grijpt de microfoonstandaard vast met knokkels die wit wegtrekken. Hij slaat de beleefdheden over. Geen 'hallo', geen praatje. Hij valt aan.
"Taste the rust on my tongue, Waiting for a day that never comes..."
Het geluid klapt tegen Elena’s borstkas. Rauw. Ongepolijst. Het snijdt dwars door het geklets bij de bar heen. Zelfs de drinkers kijken even op, hun bierglazen halverwege hun mond bevroren. Elena’s vinger zweeft boven de ontspanknop, maar ze drukt niet af. Ze vergeet bijna waarom ze hier is. Door de lens ziet ze hoe het zweet in straaltjes langs zijn slaap glijdt, hoe zijn donkere haar aan zijn voorhoofd plakt. Zijn zwarte T-shirt is doorweekt en kleeft als een tweede huid aan zijn ribbenkast. Hij is niet knap op de veilige manier die Rob graag in de krant ziet. Hij is intens. Er gaat een vibratie van hem uit die ze op drie meter afstand kan voelen, een soort magnetisme dat haar nekharen overeind doet staan. Ze voelt een onverwachte kriebel in haar buik, een warme golf van opwinding die niets met haar werk te maken heeft.
Klik.
Ze maakt de foto, puur op automaat, maar haar hart bonst in een ritme dat synchroon lijkt te lopen met de basdrum. Ze voelt zich betrapt, alsof ze naar iets kijkt dat te privé is. Wie ben jij? denkt ze, terwijl ze inzoomt op zijn gezicht. En waar haal je die woede vandaan?
De meisjes vooraan gillen als hij naar de rand van het podium loopt voor een solo. Hij leunt achterover, ogen dicht, en laat zijn gitaar janken. Het is een smerig, heerlijk geluid dat door merg en been gaat. Hij lijkt in trance, ver weg van de stank, de dronkenlappen en de kapotte dromen van deze stad. Hij is in zijn eigen wereld, en Elena wil niets liever dan weten hoe die wereld eruitziet.
Maar dan, abrupt, opent hij zijn ogen. De trance breekt. Hij is helder wakker. Zijn blik schiet door de zaal, over de gillende meisjes heen, vol minachting voor de mannen aan de bar die hem negeren. Hij zoekt. Hij hongert naar iets echts in deze zee van ruis. En zijn blik landt op haar. Elena verstijft. Ze laat de camera een paar centimeter zakken en kijkt over de rand. Ze staat daar, ingeklemd en kwetsbaar. Hij kijkt dwars door haar kleren, dwars door haar lens. Zijn ogen zijn donker en indringend. De tijd lijkt te vertragen. Het gebrul van de zaal vervaagt tot een dof geruis.
Chris stopt niet met spelen, zijn vingers vliegen nog steeds over de hals van de gitaar, maar zijn focus ligt volledig bij haar. Hij ziet haar verbazing. Hij ziet de blos die ongetwijfeld op haar wangen staat. Hij ziet dat zij de enige is die niet schreeuwt, niet springt, maar kijkt. Echt kijkt. En dan gebeurt het. Zijn mondhoek krult omhoog in een halve, arrogante, maar onmiskenbare grijns. Hij kantelt zijn hoofd iets, en te midden van de zwetende chaos, geeft hij haar een knipoog.
Het is geen ingestudeerd gebaar voor het publiek. Het is voor haar. Een moment van verstandhouding. Ik zie je, zegt die blik. Elena’s maag maakt een duikvlucht. De hitte stijgt naar haar kaken en ze voelt zich duizelig, overweldigd door de directe connectie. Ze is totaal overdonderd. Ze zou een foto moeten maken van dit moment – het is goud waard, de coverfoto van het jaar – maar ze kan niet bewegen. Haar vingers weigeren dienst. Ze kan alleen maar terug staren, gevangen in zijn zwaartekracht, met een hart dat probeert uit haar borstkas te breken.
Hij draait zich met een ruk om, terug naar de drummer, en schreeuwt de laatste regels van de song in de microfoon.
"Burn it down, burn it all!"
Het nummer eindigt in een explosie van feedback. De meisjes vooraan gaan uit hun dak. De mannen bij de bar klappen beleefd voordat ze weer bier bestellen.
Elena staat aan de grond genageld. Ze heeft haar camera krampachtig in haar handen geklemd. Ze weet dat Rob zijn "sfeervolle plaatje" heeft. Maar ze weet ook dat ze vanavond niet zomaar naar huis gaat. Die ene blik, die fractie van een seconde contact, heeft iets in haar wakker gemaakt dat ze niet zomaar kan negeren. Ze moet weten wie hij is.
Hoofdstuk 2: Zuurstof
De achterdeur van The Rusty Anchor is zwaar en van massief staal. Met haar schouder duwt Elena hem open, haar camera beschermend tegen haar borst geklemd. De nachtlucht slaat in haar gezicht. Koel en vochtig. Het ruikt hier niet naar rook en bier, maar naar regen op heet asfalt en de weeïge, zoetige geur van vuilniscontainers die te lang hebben gestaan. Na de oven binnen voelt het als zuurstof, als leven.
Ze laat de deur achter zich in het slot vallen. Het gedreun van de DJ, die het binnen heeft overgenomen met een bonkende baslijn, wordt onmiddellijk gedempt tot een dof, ritmisch kloppen in de muren.
Elena staat even stil op het metalen rooster van de brandtrap. Ze kijkt de steeg in. Het is een smalle kloof tussen twee bakstenen gebouwen, verlicht door één flikkerende straatlantaarn verderop. Er liggen plassen water op de kasseien waarin het oranje licht weerspiegelt als vloeibaar koper. Een kat schiet weg achter een stapel pallets. Het is er vies, rauw en op dit moment de mooiste plek op aarde.
Ze gaat zitten op een van de bovenste treden. Het koude metaal drukt door haar spijkerbroek heen, maar het verkoelt haar verhitte huid. Haar oren suizen nog na. Een hoge, constante pieptoon die concurreert met het verre, ruisende geraas van de snelweg. Ze kijkt naar haar handen. Ze trillen nog steeds, een fijne tremor die niet wil stoppen. Wat doe ik hier? denkt ze. Waar wacht ik op? Ze zou naar huis moeten gaan. Foto's inladen, selecteren, slapen. Maar haar voeten weigeren te bewegen. Ze wil dat gevoel van daarnet, die blikseminslag tijdens het concert, nog niet kwijtraken.
Ze checkt het display van haar camera. Het blauwige licht beschijnt haar gezicht. De foto staat er nog. De ogen. De knipoog. Het zweet dat als olie glimt. Het is geen foto voor de lokale krant. Het is een portret van iemand die op het punt staat te exploderen. Ze wrijft met haar duim over het schermpje, alsof ze de energie van de foto kan voelen.
Het knarsende geluid van de grendel achter haar doet haar opschrikken. De deur zwaait met een zucht open. Een rechthoek van geel, stoffig licht valt over de roestige treden en over haar rug. Een gedaante stapt naar buiten en laat de deur direct weer dichtvallen.
Chris. Zonder gitaar oogt hij anders. Aardser. Menselijker. De God status is verdwenen, wat overblijft is een jongen die net een marathon heeft gerend en de finishlijn nauwelijks heeft gehaald. Zijn donkere haar plakt in natte pieken tegen zijn schedel. Hij heeft een grauwe handdoek om zijn nek geslagen en houdt twee blikjes bier vast aan de plastic ringen.
Hij ziet haar zitten. Hij lijkt niet verrast, eerder opgelucht. Hij blijft even staan op het bovenste platform en kijkt op haar neer. In het halfduister lijken zijn ogen nog donkerder. Elena’s hart maakt een sprongetje en begint dan wild te hameren. Ze voelt zich betrapt, alsof ze op hem zat te wachten als een tienermeisje. Wat ze natuurlijk ook deed.
"Hé," zegt hij. Zijn stem is schor, een laag grind over fluweel.
"Hé," antwoordt Elena. Haar stem klinkt dun in de open lucht.
Chris doet een stap naar beneden. Het metaal rammelt onder zijn zware laarzen. Hij gaat naast haar zitten. Niet te dichtbij, er zit zo'n dertig centimeter tussen hen in, maar ze voelt de warmte die van zijn lichaam afstraalt. Hij ruikt naar zware inspanning, naar goedkope deodorant en een vleugje tabak. Het is een geur die haar duizelig maakt.
Hij wrikt een blikje los uit de plastic ring en reikt het haar aan. Het aluminium is beslagen met condens. " Op kosten van de zaak," zegt hij met een scheve glimlach. "Het is niet veel soeps, maar het is koud." Elena pakt het aan. Hun vingers raken elkaar. Zijn huid is heet en eeltig van de snaren, ruw als schuurpapier. De aanraking duurt maar een fractie van een seconde, maar het stuurt een schok door haar arm die in haar nek eindigt. "Dank je." Ze trekt het lipje los. Het sist venijnig in de stilte. Ze neemt een slok. Het bier is bitter en waterig, maar het spoelt de smaak van zenuwen uit haar mond.
Chris leunt met zijn ellebogen op zijn knieën en staart de donkere steeg in. Hij ademt diep in en uit, zijn schouders zakken langzaam. "Ik moest even naar buiten," zegt hij zacht. "Die zaal... soms voelt het alsof de muren op me afkomen na een set. Iedereen wil iets van je. Een hand, een praatje, een stukje van je energie."
Elena kijkt naar zijn profiel. De scherpe kaaklijn, de neus die misschien ooit gebroken is geweest, de wimpers die verrassend lang zijn voor een man. "Je leek anders aardig in je element daarbinnen," zegt ze. "Je had ze in je zak." Hij draait zijn hoofd naar haar toe. "Dat is het spel. Als je hard genoeg schreeuwt en doet alsof je de koning bent, gaan mensen het geloven. Maar hier..." Hij gebaart naar de lege, vieze steeg. "Hier ben ik gewoon Chris die morgen zijn huur moet betalen."
Er valt een stilte. Het is geen ongemakkelijke stilte, meer een aftastende pauze. Elena neemt nog een slok bier. Ze zoekt naar iets om te zeggen, iets dat de connectie die ze voelde bevestigt zonder wanhopig te klinken. "Ik vond het goed," zegt ze uiteindelijk, en ze voelt zich meteen stom. Goed? Is dat alles wat je kunt verzinnen? "Ik bedoel... het was echt. Ik zie veel bandjes voor mijn werk. Meestal is het toneelspel. Bij jou voelde het anders."
Chris kijkt haar aan, en deze keer is zijn blik intenser. Hij bestudeert haar gezicht, alsof hij probeert te lezen wat er achter haar ogen gebeurt. "Jij bent die fotografe, toch? Van de krant?"
"Elena," zegt ze.
"Elena." Hij proeft de naam. "Mooi. Klinkt zacht." Hij wijst met zijn blikje naar de camera op haar schoot. "Heb je goede foto's kunnen maken? Of stond die idioot vooraan de hele tijd in de weg?" Elena lacht zachtjes. "Ik heb een paar keer moeten duwen, ja. Maar ik heb er één..." Ze aarzelt. "Die knipoog. Ik heb hem." Chris grijnst. De vermoeidheid trekt even weg uit zijn gezicht. "Ik ben blij dat je die hebt. Ik zag je staan, zo serieus achter die lens. Ik dacht: ik moet zorgen dat ze me echt ziet, niet alleen als een onderwerp."
"Dat is gelukt," bekent ze. Ze kijkt naar haar gympen, die bungelen boven de straatstenen. "Ik was... onder de indruk."
"Van de knipoog?"
"Van alles." Ze kijkt hem weer aan, iets zekerder nu. "Je hebt talent, Chris. Te veel talent voor The Rusty Anchor."
Hij zucht diep en neemt een grote slok bier. Hij leunt wat achterover tegen de ijzeren leuning van de trap. "Dank je," zegt hij, en er klinkt een zekere berusting in zijn stem. "Maar talent roest als je het te lang in een vochtige kelder laat liggen. Daarom moet ik weg. Ik kan hier niet blijven hangen, Elena. Als ik hier blijf, word ik net als die gasten aan de bar."
Elena voelt een koude steek in haar maag. Teleurstelling sijpelt langzaam door haar aderen. Natuurlijk gaat hij weg. Jongens als hij blijven niet in dit soort steden. Ze zijn als kometen; ze scheren langs, verlichten je leven even met hun vuur, en verdwijnen dan weer in het donker, jou achterlatend in de as. Ze forceert een glimlachje dat strak aanvoelt. "Groot gelijk. Je hoort op een groter podium."
Ze staart in haar blikje. Het voelt ineens heel zwaar in haar hand. Dit was het dan. Een leuk gesprek in een steegje, een gedeeld biertje, en morgen is hij weg. Dan zit zij weer achter haar bureau foto's van de braderie en de burgemeester te bewerken, terwijl hij ergens anders stadions aan het vullen is. Het contrast tussen zijn toekomst en haar heden voelt ineens pijnlijk scherp.
Chris ziet de verandering in haar gezicht. Het is subtiel, maar onmiskenbaar. De energie die ze net nog had, de vonk die oversprong toen ze over zijn talent spraken, dooft uit. Haar schouders zakken een fractie, alsof er plotseling een onzichtbaar gewicht op is gelegd. Hij herkent die blik. Het is de blik van iemand die gewend is dat mooie dingen tijdelijk zijn, iemand die zich alvast schrap zet voor het afscheid voordat het überhaupt heeft plaatsgevonden. Hij leunt iets naar voren, probeert haar ogen te vangen die nu ontwijkend naar de straatstenen staren. De stilte tussen hen verandert van comfortabel naar beladen. Hij wil niet zomaar weer een passant zijn in iemands leven, niet vanavond, niet bij haar. "Je mond zegt 'succes'," zegt hij zacht, terwijl hij zijn blikje neerzet, "maar je ogen vertellen een heel ander verhaal. Je kijkt alsof ik net de laatste pagina uit je lievelingsboek heb gescheurd voordat je het uit had. Is het dat? Of denk je dat ik het niet red daarbuiten?"
Elena schudt haar hoofd. "Nee, dat is het niet. Ik denk dat je het wél redt. En dat is..." Ze stopt even, zoekt naar de juiste woorden die niet te zielig klinken. "Dat is gewoon jammer. Ik had graag gezien wat je hier nog had kunnen doen. Of misschien had ik het gewoon leuk gevonden om je nog eens te zien spelen." Chris kijkt haar aan. De speelsheid is uit zijn gezicht verdwenen. Hij leunt iets naar voren, steunend op zijn knieën. De afstand tussen hen is nog steeds respectvol, maar de lucht trilt van iets onuitgesprokens. "Ik moet wel," zegt hij, bijna verontschuldigend. "Kijk, het is niet dat ik me te goed voel voor deze plek. Maar als ik hier blijf... dan gebeurt er niks meer. Dan weet ik precies hoe de rest van mijn leven eruitziet. En dat beangstigt me meer dan falen. Ik moet gewoon weten of er meer in zit. Of ik meer ben dan de lokale held."
Elena knikt langzaam. Ze herkent de onrust. Ze ziet het door haar lens bij zoveel mensen, maar zelden zo puur als bij hem. "Ik snap het," zegt ze. "Je bent bang dat het stopt."
"Nee," zegt hij. Hij draait zijn blikje rond. "Ik ben bang voor de stilte."
Elena fronst. "De stilte? Maar je maakt herrie voor je beroep."
"Precies," zegt Chris. "Zolang de versterkers aanstaan, zolang de zaal vol is, ben ik iemand. Dan ben ik 'Chris van The Velvet Riot'. Maar daarna... als de stekker eruit gaat en iedereen naar huis is..." Hij kijkt haar aan, en zijn ogen zijn kwetsbaar. "Dan wordt het stil. En in die stilte begin je na te denken. Ben ik dit wel echt? Of is het een trucje? Als het stil is, hoor je je eigen twijfels het hardst. Soms denk ik dat ik zoveel lawaai maak, puur om die stem in mijn hoofd te overschreeuwen die zegt dat ik eigenlijk maar wat doe."
Elena kijkt naar hem, geraakt door zijn eerlijkheid. Ze ziet ineens niet meer de arrogante zanger, maar een jongen die vecht tegen zijn onzekerheid. "Dus je hebt het geluid nodig," zegt ze zacht.
"Ik heb meer nodig dan geluid," zegt hij. Hij zet zijn blikje neer en draait zijn lichaam naar haar toe. "Ik heb iemand nodig die niet onder de indruk is van het volume. Iemand die door de ruis heen kan luisteren. Iemand als jij." Hij wijst naar haar camera die nog steeds op haar schoot ligt. "Jij kijkt anders dan de rest. De meeste mensen zien alleen het plaatje: de rockster, het zweet, de actie. Maar jij... ik zag je kijken. Je wachtte. Je drukte niet af toen ik sprong, of toen ik schreeuwde. Je drukte af toen ik even ademhaalde. Toen ik even niet oplette." Hij leunt iets dichterbij. "Jij ziet de barsten, Elena. En je vindt ze niet erg. Sterker nog, volgens mij vind je de barsten interessanter dan het pleisterwerk."
Elena’s hart bonst in haar keel. Ze voelt zich naakt onder zijn blik, ontmaskerd. Hij heeft gelijk, hij heeft dwars door haar professionele houding heen gekeken. "Je weet niet wie ik ben," zegt ze zacht, meer als een verdediging dan als een feit. Ze probeert een muur op te trekken. "Je projecteert gewoon iets op me omdat je bang bent voor de grote stad. Ik ben gewoon een fotograaf die haar werk doet."
"Ben je dat?" vraagt hij uitdagend. "Gewoon een fotograaf? Waarom zit je dan hier in een steegje met mij, in plaats van thuis op de bank?" Hij kijkt naar haar handen, die krampachtig de camera vasthouden. "Volgens mij ben je net zo bang als ik," zegt hij zacht. "Bang om hier vast te roesten. Je verstopt je achter dat ding," hij tikt op de lens, "omdat het veiliger is om naar het leven te kijken dan het te leven. Zolang je kadert, hoef je niet mee te doen. Toch?" De waarheid landt als een vuistslag. Elena kijkt hem aan, en voor het eerst laat ze haar verdediging zakken. Ze ziet de herkenning in zijn ogen. Hij ziet haar. Echt. "Misschien," fluistert ze. "Misschien is observeren makkelijker dan voelen. Als je kijkt, kan niemand je pijn doen."
"Maar dan leef je ook niet," zegt Chris. Er valt een stilte. Maar het is geen lege stilte meer. Het is een stilte vol spanning, vol mogelijkheden. Ze kijken elkaar aan. De afstand tussen hen lijkt te verdampen. Elena voelt de behoefte om hem aan te raken, om de afstand te overbruggen, om te voelen of hij net zo echt is als hij klinkt. Haar blik glijdt naar zijn lippen, en dan weer naar zijn ogen. Ze ziet dat hij hetzelfde denkt. De lucht tussen hen is geladen met elektriciteit.
Chris leunt naar voren. Zijn gezicht is nu vlak bij het hare. Ze kan de warmte van zijn huid voelen, zijn ademhaling horen. De geur van hem – zweet, tabak, adrenaline – is overal. Hij heft zijn hand en strijkt heel zachtjes, bijna aarzelend, een lok haar uit haar gezicht. Zijn vingers blijven even rusten op haar wang. Elena sluit haar ogen half, leunt in zijn aanraking. Ze wacht op de kus. Ze wil de kus. Maar Chris kust haar niet. Hij trekt zich een fractie terug, maar zijn hand blijft op haar wang. Hij kijkt haar diep in de ogen, serieuzer dan ze hem ooit heeft gezien.
"Ga mee," fluistert hij.
Elena knippert, verward. "Wat?"
"Ga mee," herhaalt hij, dwingender nu. "We spelen volgende week in de hoofdstad. Een showcase voor scouts. De manager regelt een busje. Ik heb geen groupie nodig, Elena. Ik heb geen fan nodig. Ik heb iemand nodig die me met beide benen op de grond houdt als ik dreig te gaan zweven. Iemand die echt is. Iemand zoals jij."
Hij pakt nu pas voorzichtig haar hand, die op haar knie rust. Geen greep, maar een vraag. Zijn duim strijkt zachtjes over haar huid. "Ik ga die bus niet alleen besturen. Figuurlijk dan. Ik heb een copiloot nodig. Iemand die de kaart kan lezen als ik verdwaal. Ontsnap met me mee. Weg uit dit gat. Weg van de braderieën en de burgemeesters. Gewoon kijken wat er gebeurt. Geen beloftes, alleen een avontuur."
Elena kijkt hem aan. Ze kijkt naar de jongen die ruikt naar zweet en bier en beloftes. Ze kijkt naar de steeg, naar de wereld die ze kent – de veilige, voorspelbare wereld van de lokale krant – en dan naar de hand die haar een uitweg biedt. Het is waanzin. Ze heeft een baan. Ze heeft verplichtingen. Ze kent deze jongen amper een uur. Maar als ze in zijn ogen kijkt, ziet ze geen vreemde. Ze ziet een spiegel. Ze ziet iemand die net zo hard zoekt als zij. En ze weet dat als ze nu nee zegt, ze er de rest van haar leven spijt van zal hebben. Dat ze altijd zal denken aan wat er had kunnen gebeuren. Een langzame glimlach spreidt zich over haar gezicht. De voorzichtigheid die haar altijd heeft tegengehouden, brokkelt af als oud pleisterwerk.
Ze draait haar hand om zodat hun handpalmen tegen elkaar drukken. Warmte tegen warmte. Een pact. "Hoe laat vertrekt dat busje?" Chris grijnst breed. Het is de mooiste, meest opgeluchte glimlach die ze ooit heeft gezien. "Zodra we wakker zijn."
Songtekst 1: Burn it all
Static on the radio, bleeding through the walls
Another shadow dancing in the empty halls
I’m scratching at the surface, trying to break the skin
Don’t know where it ends, or where I begin
Taste the rust on my tongue
Waiting for a day that never comes
Yeah, I’m waiting for a day that never comes!
So burn it down, burn it all!
Watch the kingdom crash and fall
I’m screaming at the concrete sky
We’re just born to fade and die
Burn it down, burn it all!
Neon Jesus flickering above the door
I don't remember what I’m praying for
Walking through the wreckage of a Friday night
Looking for a spark, looking for a light
Empty bottles, empty lies
See the hunger in my eyes!
Can you see the hunger in my eyes?!
So burn it down, burn it all!
Watch the kingdom crash and fall
I’m screaming at the concrete sky
We’re just born to fade and die
Burn it down, burn it all!
Can you hear me? Is anybody there?
Can you hear me? Does anybody care?
I said... CAN YOU HEAR ME?!
Burn it down, burn it all!
Watch the kingdom crash and fall!
No more silence, no more fear
Get me the hell out of here! Burn it down!
Burn it all !!!
- - -
Benieuwd naar hoe de song écht klinkt? Abonneer je dan op de nieuwsbrief of stuur mij een mailtje. Dan krijg je van mij de link naar de mp3.
Trefwoord(en): Verlangen, Suggestie?
Geef dit verhaal een cijfer:
5
6
7
8
9
10

Ontdek meer over mij op mijn profiel pagina, bekijk mijn verhalen, laat een berichtje achter of schrijf je in om een mail te ontvangen bij nieuwe verhalen!
