Door: EstherD
Datum: 18-02-2026 | Cijfer: 9.6 | Gelezen: 1649
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 38 minuten | Lezers Online: 14
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 38 minuten | Lezers Online: 14

Er zit een race condition in de authenticatie middleware. Niet groot. Niet flashy. Maar iemand die weet waar hij moet kijken, kan hem misbruiken. Een paar milliseconden overlap. Net genoeg om een token te stelen zonder dat de rate-limiter hem vangt.
Ze draaide zich op haar zij en trok het dekbed hoger. Naast haar lag Thijs diep en regelmatig te ademen, een zacht, ritmisch gesnurk dat normaal bijna schattig was. Vanavond irriteerde het. Alsof hij in een andere wereld lag terwijl haar brein op volle toeren draaide.
Als ze het chainen met die oude SSRF die ik vorige maand heb gerapporteerd maar niet gepatcht zien… dan kunnen ze rechtstreeks in de admin-omgeving komen. En dan…
Ze slikte. Dan hadden ze toegang tot de klantendatabase. Tot álle sessies. Inclusief de hare. Haar echte naam, haar thuisadres, de recovery codes die ze ooit voor noodgevallen had opgeslagen. Ze had ze natuurlijk nooit in plain-text laten staan. Maar goed genoeg versleuteld was niet hetzelfde als onkraakbaar.
Ik had het gisteren moeten escaleren. Echt moeten pushen. Maar dan word ik weer dat zeurderige meisje dat overal spoken ziet. Terwijl de rest van het team allang naar huis is en Netflix kijkt.
Ze zuchtte, te hard. Thijs mompelde iets onverstaanbaars en draaide zich om. Zijn warme rug kwam tegen haar aan. Even voelde ze de vertrouwde geur van zijn nek, die mix van aftershave en slaapzweet. Ze legde haar hand op zijn zij, maar trok hem meteen weer terug. Te veel lawaai in haar hoofd om nu dicht tegen iemand aan te liggen.
Ze sloeg het dekbed weg en stond op.
De vloer was koud onder haar blote voeten. Ze zuchtte even van de kou en liep zacht de slaapkamer uit. De gang was donker, op het zwakke schijnsel van de maan na dat door het raam boven de trap naar binnen viel.
Toen ze langs de buren kwam, hoorde ze het. Gedempt, maar onmiskenbaar. Een lage kreun. Gelach. Het zachte, ritmische kraken van een bedframe. Daarna een vrouwenstem die iets onverstaanbaars fluisterde, gevolgd door een mannelijke grom van goedkeuring.
Ze bleef even staan, hand op de leuning.
God… zo lang geleden.
Thijs had al wekenlang alleen maar zin als het toevallig uitkwam. En bij haar zat de spanning van de laatste maanden zo hoog dat ze zelf ook niet meer echt initiatief nam. Ze wilde niet smeken. Ze wilde niet dat hij dacht dat ze wanhopig was. Maar vannacht, met dat geluid door de muur heen, voelde haar lichaam ineens pijnlijk leeg.
Ze liep door. De trap kraakte onder haar gewicht.
Beneden brandde het keukenlicht nog.
Ze fronste.
Heeft Thijs dat laten aanstaan? Of ben ik het vergeten toen ik om elf uur water haalde?
Het voelde… niet helemaal goed. Maar ze schudde het van zich af. Paranoia was een bekende bijwerking van 90-uur-weken en structurele slaaptekorten.
Ze schonk een glas water in, leunde tegen het aanrecht en nam een paar grote slokken. Het koude water gleed door haar keel en even kalmeerde haar hoofd een beetje.
Misschien moet ik morgenochtend gewoon die Zero-day mail sturen. Fuck de escalation matrix. Fuck de politics. Als ze me daarna ontslaan omdat ik te veel lawaai maak, dan is dat maar zo. Beter dan over drie maanden wakker worden met een leeg huis omdat iemand mijn digitale sleutels heeft gestolen.
Ze glimlachte wrang om haar eigen melodrama.
Luister naar jezelf. Je klinkt als een personage uit een slechte cyber-thriller.
Ze dronk het glas leeg, deed het licht uit en liep terug de trap op. De maan hing nu recht voor het raam en wierp lange, blauwe schaduwen over de overloop.
Toen ze de slaapkamerdeur openduwde, zag ze het bed.
Leeg.
Het dekbed lag half opengeslagen, het kussen van Thijs nog met de kuil van zijn hoofd erin. Maar hij was er niet.
Een koude rilling trok over haar rug.
“Thijs?”
Geen antwoord.
Ze deed twee stappen naar voren. Haar ogen probeerden de donkere hoeken van de kamer af te tasten. En toen zag ze hem.
Achterin, bij de kledingkast, zat hij op de oude eettafelstoel die ze nooit weg hadden gedaan. Zijn polsen waren achter de rugleuning vastgebonden met hetzelfde klimtouw dat nog in de kast lag sinds die ene vakantie. Zijn enkels waren aan de poten gebonden. Zijn ogen stonden groot en nat van paniek. Hij probeerde iets te zeggen, maar er zat een brede strook zwarte tape over zijn mond geplakt. Alleen maar gedempt gepiep kwam eruit.
Haar adem stokte.
Nog voor haar brein de situatie volledig had verwerkt, voelde ze het.
Sterke armen sloten zich van achteren om haar heen. Eén in leer gestoken hand klemde zich keihard over haar mond, de andere greep haar middel vast en trok haar rug strak tegen een gespierd lichaam. Ze rook leer, zweet en iets metaalachtigs.
Ze wilde gillen, schoppen, zich loswringen — maar de grip was ijzer. Haar armen werden razendsnel achter haar rug getrokken. Ze voelde ruw touw om haar polsen gaan, strak, vakkundig, zonder aarzeling.
Haar hart hamerde zo hard dat ze dacht dat het uit haar borst zou springen.
En ergens, diep vanbinnen, te midden van de paniek en de adrenaline, kwam een hele kleine, verraderlijke gedachte bovendrijven:
Dit gebeurt echt.
Het volgende moment smijten ze haar op het bed. Niet zacht. Niet voorzichtig. Haar rug landt hard op het matras, de lucht wordt even uit haar longen geslagen. Ze hapt naar adem, maar voor ze kan schreeuwen, zijn er al handen overal. Twee mannen tegelijk. De een drukt haar polsen achter haar rug bij elkaar, de ander trekt haar enkels uit elkaar en bindt ze razendsnel vast aan de bedpoten met hetzelfde touw dat al om Thijs zit.
Ze worstelt, kronkelt, maar het is zinloos. Haar lichaam is klein vergeleken met hun kracht. Het satijnen nachthemd schuift omhoog over haar dijen, de stof plakt aan haar zweterige huid.
“Waar is het?” gromt de man die haar polsen vasthoudt. Zijn stem is laag, gedempt door de bivakmuts, maar scherp als een mes. “De sleutel. De hardware token. De recovery phrase. Wat je ook gebruikt om in dat kut-systeem te komen. Geef het nu.”
Ze schudt haar hoofd. Hard. Haar haren plakken in haar gezicht.
“Ik weet niet waar je het over hebt,” liegt ze. Haar stem trilt, maar ze probeert het staal erin te houden. “Ik werk in support. Ik heb geen toegang tot—”
Een harde pets landt op haar wang. Niet met een open hand, maar met de rug van een in leer gestoken vuist. De pijn explodeert wit achter haar ogen. Ze jammert, een klein, onwillekeurig geluidje dat ze meteen haat.
Tranen springen in haar ogen. Ze knippert ze weg, maar ze rollen toch over haar slapen naar beneden. Ze draait haar hoofd opzij en kijkt naar Thijs. Hij zit nog steeds op de stoel, ogen wijd open, borstkas pompend, tranen glinsterend op zijn wangen boven de tape. Hij probeert iets te zeggen, maar het komt er alleen maar als een gesmoord, wanhopig gejammer uit.
De tweede man loopt langzaam naar Thijs toe. Hij haalt iets uit de binnenzak van zijn zwarte jack. Metaal klikt. Een pistool. Klein, zwart, glanzend in het maanlicht dat door het raam valt. Hij drukt de loop tegen Thijs’ slaap.
“Laatste kans, schatje,” zegt hij zacht. Bijna vriendelijk. “Zeg het. Of ik haal de trekker over. En dan ben jij de volgende.”
Haar borstkas gaat heftig op en neer. Ze voelt haar hartslag in haar keel, in haar oren, overal. Alles in haar schreeuwt nee, maar het beeld van Thijs met dat koude metaal tegen zijn hoofd snijdt dwars door haar verzet heen.
“De kluis,” fluistert ze. Haar stem breekt. “Onder de losse plank in de kast. Rechtsachter. Code is 19-07-92.”
De bredere man knikt kort naar zijn maat. Die bindt haar polsen vast achter haar rug en verdwijnt de kamer uit. Ze hoort zijn zware stappen op de overloop, dan de deur van de logeerkamer die opengaat.
Stilte.
Alleen nog het zware ademen van de man die bij haar is gebleven. En het gesmoorde gesnik van Thijs.
Ze voelt zijn ogen op haar. Door de spleten in de bivakmuts glijdt zijn blik traag over haar lichaam. Over de dunne satijnen stof die nu scheef hangt, over haar dijen die wijd uit elkaar getrokken zijn, over de contouren van haar borsten die bij elke hijgende ademhaling op en neer gaan.
Ze ziet het gebeuren. De bobbel in zijn broek. Eerst subtiel, dan duidelijker. Groeiend. Imposant. Onmiskenbaar.
Haar maag draait om. Angst, ja. Maar ook iets anders. Iets wat ze niet wil benoemen. Haar tepels verraden haar, trekken strak onder de stof. Ze haat haar eigen lichaam op dit moment.
Hij komt dichterbij. Stapt tussen haar gespreide benen. Leunt over haar heen, één knie op het matras. Zijn gehandschoende hand glijdt over haar dij, langzaam omhoog. Niet ruw. Nee. Precies traag genoeg om haar kippenvel te bezorgen.
“Niet doen,” fluistert ze. Maar het komt er zwak uit. Bang. Alsof ze zichzelf probeert te overtuigen.
Zijn vingers haken achter de dunne bandjes van haar nachthemd. Hij trekt ze niet kapot. Hij laat ze gewoon glijden. Eerst de linker, dan de rechter. De stof zakt weg. Eén borst valt bloot. De tepel is hard, donkerroze in het blauwe maanlicht. Ze voelt de koele lucht, voelt zijn blik branden.
Hij zegt niets. Zijn ademhaling wordt zwaarder achter het masker. Zijn hand komt dichterbij, zweeft erboven, alsof hij het moment proeft.
Ze kijkt naar hem. Kan niet wegkijken. Haar ogen groot, nat, trillend. Bang voor wat er komt. Bang voor wat ze misschien voelt als het komt.
Dan klinkt er een deur. Voetstappen. De andere man is terug.
Hij blijft in de deuropening staan, een kleine zwarte doos in zijn hand. De hardware token. En een velletje met de handgeschreven seed phrase.
“Gevonden,” zegt hij kort.
De man boven haar verstijft even. Zijn hand blijft hangen, centimeters boven haar huid.
Dan trekt hij zich langzaam terug.
Maar zijn ogen blijven op haar gericht.
De man die tussen haar benen staat, trekt zijn hand niet terug. Zijn gehandschoende vingers blijven zweven boven haar huid, alsof hij het moment nog even vasthoudt. Dan klinkt zijn stem, laag en lui, zonder dat het echt een vraag is.
“We hebben nog wel even tijd toch?”
De andere man, degene die net met de kluisdoos is teruggekomen, grinnikt kort met een droog, geamuseerd geluid achter zijn masker. Hij zet de doos achteloos op de commode en loopt terug naar het bed. “Tijd zat,” mompelt hij. “De buren zijn nog wel even bezig. Niemand die ons stoort.”
Haar hart slaat over. Ze wil schreeuwen dat ze moeten oprotten, dat dit niet mag, dat ze aangifte doet, dat ze alles zullen verliezen, maar de woorden blijven steken in haar keel. Er is alleen nog maar de hitte van hun lichamen, de geur van leer en zweet, en het bonken in haar eigen borst.
De eerste man buigt zich weer voorover. Zijn hand glijdt nu lager, over de binnenkant van haar dij, traag en zeker. Ze knijpt haar ogen dicht, probeert haar benen bij elkaar te trekken, maar de touwen houden haar wijd open. Zijn vingers bereiken de rand van haar slipje en glijden eronder langs de zijkant. Geen ruk, geen geweld. Alleen die ene vinger die zacht naar binnen glijdt, warm en nat van haar eigen verraderlijke reactie.
Ze zucht diep, onwillekeurig. Een geluid dat ze haat zodra het haar mond verlaat.
Achter haar beweegt de tweede man. Het matras zakt in als hij op het bed klimt, achter haar rug. Zijn armen komen om haar heen. Grote, gehandschoende handen sluiten zich om haar borsten, kneden ze stevig, duimen strijken over haar tepels die al pijnlijk hard zijn geworden. Ze voelt hoe ze samentrekken onder zijn aanraking, hoe haar rug onwillekeurig iets kromt.
“Nee…” fluistert ze, maar het klinkt meer als een zucht dan als protest.
Ze kijkt naar Thijs. Hij zit daar nog steeds, vastgebonden, ogen rood en nat, mond gesnoerd. Hij kijkt niet weg. Hij kan niet wegkijken. En in zijn blik ziet ze iets wat haar nog harder raakt dan de handen op haar lichaam: schaamte, woede, en iets wat lijkt op hulpeloosheid.
De mannen kijken elkaar even aan over haar heen. Een stilzwijgende conclusie.
“Blijkbaar geef je vriendje je niet genoeg aandacht,” mompelt de man achter haar, zijn lippen vlak bij haar oor. Zijn stem is bijna plagend. “Anders zou je niet zo nat zijn, of wel?”
Ze voelt haar wangen branden. Ze wil verdwijnen, door de grond zakken, oplossen in het matras. Dit is niet wie ze is. Dit is niet wat ze wil. En toch… reageert haar lichaam. Haar heupen bewegen een fractie, heel klein, alsof ze zichzelf niet meer in bedwang heeft.
De vinger binnenin haar beweegt nu langzamer, dieper. Een tweede voegt zich erbij. Ze bijt hard op haar lip om geen geluid te maken, maar het helpt niet. Een zachte kreun ontsnapt toch.
De mannen lachen zacht. Een geluid dat haar nog kleiner maakt.
Dan trekt de man voor haar zijn hand terug. Ze voelt een leegte, een gemis dat ze meteen haat. Hij grijpt het kant van haar slipje met beide handen en trekt. Een kort, scheurend geluid. De stof geeft mee, valt in flarden op het bed. Nu heeft ze alleen nog het nachthemd, dat als een verkreukelde riem om haar middel hangt. Haar borsten liggen bloot, tepels stijf en rood van de kou en de aandacht. En daartussen, tussen haar dijen, haar meest intieme deel open en blootgesteld onder hun blikken.
Ze sluit haar ogen. Kan het niet aanzien hoe ze naar haar kijken.
De man die haar slipje kapot heeft getrokken, zakt op zijn knieën tussen haar benen. Zijn bivakmuts schuift iets omhoog als hij zich vooroverbuigt. Ze voelt zijn adem eerst heet tegen haar huid. Dan zijn tong. Plat en breed likt hij over haar heen, één lange, trage haal van onder naar boven.
Haar hele lichaam schokt. Een kreet blijft steken in haar keel. Ze bijt weer op haar lip, harder dit keer, tot ze bloed proeft. Maar het helpt niet. De sensatie is te veel. Te lang gemist. Te verboden. Te alles tegelijk.
Hij likt nog een keer, langzamer nu, cirkelt rond haar meest gevoelige deel zonder er direct op te drukken. Plagerig. Alsof hij weet dat ze elk moment kan breken.
En ergens diep vanbinnen, onder al die schaamte en angst, komt een gedachte die ze nooit hardop zal toegeven:
Dit voelt…
Ze durft het niet af te maken.
De man achter haar laat haar borsten los. Zijn handen glijden traag van haar huid af, alsof hij er spijt van heeft dat hij moet stoppen. Maar hij staat op. Het matras veert terug. Ze hoort het ritselen van stof, het zachte klikken van een rits die omlaag gaat.
Ze opent haar ogen net op tijd om te zien hoe hij zijn broek open trekt. Zijn erectie springt vrij en het is dik, zwaar en groter dan ze had verwacht. Haar adem stokt even. Een golf van schrik spoelt door haar heen, vermengd met iets wat ze niet wil benoemen.
Hij stapt dichterbij, tot zijn knieën tegen de rand van het bed duwen. Met één hand pakt hij haar bij haar kin, dwingt haar hoofd iets omhoog zodat ze hem aankijkt. Door de spleten van het masker branden zijn ogen.
“Pijpen,” beveelt hij. Zijn stem is laag, kalm, maar er zit een randje aan dat geen tegenspraak duldt. “En niet bijten. Anders heb je geen vriendje meer.”
Hij knikt kort naar Thijs, die nog steeds op de stoel zit, vastgebonden en trillend. Ze denkt weer aan de loop van het pistool tegen zijn slaap. Thijs’ ogen zijn groot, rood, smekend. Hij schudt bijna onmerkbaar zijn hoofd, niet doen alsjeblieft, maar dat maakt het alleen erger.
Ze slikt. Haar keel is droog. Haar lippen trillen. Maar ze begrijpt de hint. Ze begrijpt hem heel goed.
Langzaam opent ze haar mond.
Hij komt dichterbij. De geur van hem van muskus, leer en opwinding, vult haar neusgaten. Dan glijdt hij naar binnen. Warm, hard, te groot. Hij vult haar mond meteen, drukt tegen haar tong, tegen haar gehemelte. Ze kokhalst bijna direct, tranen springen weer in haar ogen. Ze probeert haar kaken te ontspannen, probeert ruimte te maken, maar het lukt amper.
Hij beweegt langzaam, niet ruw, maar wel diep. Steeds dieper tot hij haar keel raakt. Ze kan niet ademen. Haar neusvleugels sperren zich wijd open. Ze concentreert zich op haar ademhaling door de neus terwijl hij ritmisch heen en weer glijdt. Haar speeksel loopt uit haar mondhoeken, druppelt over haar kin. Ze voelt zich klein, gebruikt, vernederd. En toch…
Ondertussen is de andere man niet gestopt. Zijn tong blijft tussen haar benen werken, nu feller, gretiger. Hij cirkelt plagend rond, zuigt zachtjes, likt plat en breed over haar hele lengte. Twee vingers glijden weer naar binnen, krommen zich, vinden die ene plek die haar altijd al gek maakt. De combinatie is te veel. De volle mond, de strelingen, de hitte, de schaamte, de angst, alles stapelt zich op tot een punt dat ze niet meer kan tegenhouden.
Haar lichaam spant zich aan. Haar heupen schokken onwillekeurig omhoog, tegen zijn mond aan. Een golf bouwt zich op, snel, onstuitbaar. Ze probeert het tegen te houden, bijt zachtjes op de schacht in haar mond uit pure wanhoop, maar niet hard genoeg om hem pijn te doen. Hij gromt alleen maar goedkeurend.
En dan breekt het.
Ze komt klaar. Hard. Haar hele lichaam schokt, spant zich strak, trilt. Een gesmoorde kreet ontsnapt rond hem heen, gedempt door zijn lengte. Haar binnenste knijpt samen rond zijn vingers, pulserend, nat, overstromend. Golven van genot rollen door haar heen, sterker dan ze in maanden heeft gevoeld. Sterker dan ze ooit met Thijs heeft gevoeld op een gewone avond.
Ze haat zichzelf op dat moment. Meer dan ooit.
De man in haar mond voelt het ook. Hij stoot iets dieper, houdt haar hoofd vast terwijl haar lichaam nasiddert. De man tussen haar benen likt door, verlengt het orgasme tot ze bijna smeekt dat het ophoudt, tot ze te gevoelig wordt en haar heupen weg probeert te trekken, maar de touwen laten geen beweging toe.
Als de schokken eindelijk weg ebben, blijft ze hijgend liggen. Speeksel en tranen lopen over haar gezicht. Haar borstkas gaat wild op en neer. Ze durft Thijs niet aan te kijken. Ze durft niemand aan te kijken.
Ze smeekt. Eindelijk komen de woorden eruit, rauw en gebroken.
“Alsjeblieft… stop. Hou op. Ik doe alles wat jullie willen, maar stop nu.”
Haar stem trilt, scheurt bijna. Tranen lopen over haar wangen, mengen zich met het speeksel dat nog over haar kin druipt. Ze kijkt van de een naar de ander, ogen groot en smekend, maar vooral naar Thijs, alsof hij niet net als zij machteloos is.
De mannen lachen. Niet hard, niet gemeen. Een laag, geamuseerd geluid dat door de kamer rolt als een trage donder. Alsof haar smeekbede het grappigste is wat ze vanavond hebben gehoord.
“Ze smeekt,” zegt de man die net in haar mond zat, terwijl hij loom zijn hand over haar wang veegt, het vocht wegveegt alsof hij teder is. “Lief hè?”
De ander gromt instemmend. “We zijn nog lang niet klaar, schatje.”
Zonder verder woorden te verspillen buigen ze zich over haar heen. Hun handen gaan naar de touwen. Niet om haar los te maken uit medelijden, nee… Ze maken haar polsen en enkels los. Ze tillen haar op als een pop, draaien haar om en duwen haar op handen en knieën.
Het matras zakt diep in onder hun gewicht. Ze probeert zich schrap te zetten, maar haar armen trillen, haar knieën glijden bijna weg. Een van hen pakt haar heupen vast, trekt haar billen iets hoger, dwingt haar rug in een holle boog. Haar borsten hangen zwaar naar beneden, tepels strijken langs het laken bij elke hijgende ademteug.
De man loopt om het bed heen en gaat voor haar staan. Hij trekt zijn broek helemaal uit, laat hem achteloos op de grond vallen. Zijn lid staat strak, glanzend van haar speeksel. Hij pakt haar bij haar haren, trekt haar hoofd iets omhoog.
“Open.”
Ze aarzelt een seconde. Dan opent ze haar mond weer. Hij glijdt naar binnen, langzamer dit keer, geeft haar de tijd om eraan te wennen. Of misschien juist om het te voelen.
Achter haar hoort ze stof ritselen. De andere man trekt zijn broek omlaag. Ze voelt de hitte van hem voordat hij haar aanraakt. Dan zijn handen op haar heupen, stevig, bezitterig. Hij positioneert zichzelf, wrijft even langs haar opening die nat en gezwollen is, nog steeds pulserend van haar orgasme van daarnet.
En dan duwt hij naar binnen. Langzaam. Centimeter voor centimeter. Hij vult haar helemaal, rekt haar, tot hij tot aan de wortel in haar zit. Ze kreunt rond de schacht in haar mond, een gedempt, wanhopig geluid.
Ze beginnen te bewegen. Niet snel. Niet ruw. Langzaam, ritmisch, alsof ze alle tijd van de wereld hebben. Vooruit en terug. Diep. Uit. Diep. Uit. Elke stoot synchroon, alsof ze dit al honderd keer hebben geoefend. De man voor haar houdt haar hoofd vast, dwingt haar om het ritme te volgen. De man achter haar houdt haar heupen, trekt haar telkens terug op zijn lengte.
Ze wordt gek.
Haar lichaam is een wirwar van sensaties: vol, uitgerekt, overweldigd. Elke stoot raakt plekken diep in haar die al tijden niet meer zijn aangeraakt. Haar tepels schuren over het laken, haar binnenste pulseert bij elke beweging. Ze wil dit niet. Ze wil dat het ophoudt. Ze wil dat ze weggaan en haar met rust laten.
Maar haar lichaam liegt. Haar heupen beginnen mee te bewegen, klein eerst, dan duidelijker. Ze probeert het te versnellen, probeert hen sneller te laten klaarkomen, probeert dit martelende tempo te doorbreken zodat het eindelijk voorbij is. Ze wiegt sneller, zuigt harder, knijpt haar binnenste samen rond hem in een wanhopige poging om hen over de rand te duwen.
Een harde pets landt op haar bil. Het klinkt als een zweepslag in de stille kamer. De pijn explodeert, heet en scherp. Ze schrikt, kreunt luid om de penis in haar mond heen. Haar huid brandt, een rode afdruk die ze niet kan zien maar wel voelt.
“Rustig,” gromt de man achter haar. Zijn stem is laag, waarschuwend. “We bepalen het tempo. Niet jij.”
Ze snapt het meteen. Haar bewegingen vertragen. Ze geeft zich over aan hun ritme, hoe graag ze ook wil dat het ophoudt. Elke stoot is nu een marteling van genot en vernedering tegelijk. Ze voelt tranen weer over haar wangen lopen, maar ze kan niet stoppen met kreunen. Elke keer als hij diep in haar stoot, ontsnapt er een gesmoord geluidje.
De mannen lachen zachtjes weer. Ze weten precies wat ze met haar doen.
En ze gaan door. Langzaam. Eindeloos.
Ze voelt het aankomen. Een nieuw orgasme, sluipend, onvermijdelijk. Het bouwt langzaam op, diep in haar onderbuik, een vurige gloed die zich verspreidt naar haar dijen, haar borsten, haar keel. Ze haat zichzelf erom. Haat hoe haar lichaam zich overgeeft terwijl haar hoofd schreeuwt dat dit fout is, dat dit niet mag, dat ze sterker zou moeten zijn.
Waarom voel ik dit? Waarom nu? Waarom zo hard?
De mannen voelen het ook. Ze voelen hoe ze samentrekt rond hen, hoe haar ademhaling schokkeriger wordt, hoe haar heupen onwillekeurig mee beginnen te wiegen in hun ritme. Ze voeren het tempo op. Niet abrupt, maar gestaag, als een machine die opschakelt. Diepere stoten, langere halen, harder. De man in haar mond houdt haar hoofd steviger vast, de man achter haar klemt zijn vingers in haar heupen tot het pijn doet.
En dan breekt het weer.
Ze komt klaar. Harder dan de eerste keer. Haar hele lichaam spant zich strak, een boog van spieren en zenuwen. Een gesmoorde gil ontsnapt rond de penis in haar mond. Haar binnenste knijpt ritmisch samen, golven van genot rollen door haar heen tot in haar vingertoppen. Ze gooit zichzelf opzij, uit hun greep, uit balans. Te gevoelig. Veel te gevoelig. Ze hijgt, trilt, probeert even afstand te nemen, even rust te vinden op het matras, haar voorhoofd tegen het laken gedrukt.
Maar rust krijgt ze niet.
Een harde pets landt op haar bil, dezelfde plek als daarnet, nu al rood en branderig. Ze schrikt op, kreunt van de pijn.
“Nog niet klaar,” gromt de man die haar net van achteren nam. Zijn stem is ruw, ongeduldig. “We zijn nog lang niet klaar.”
Ze kijken elkaar even aan, een korte knik. Dan laat de ene man zich op zijn rug vallen op het bed, benen iets uit elkaar. Zijn erectie staat strak omhoog, glanzend van haar eigen vocht. De andere man pakt haar bij haar bovenarmen, trekt haar overeind, duwt haar naar voren.
“Ga zitten,” beveelt hij. Geen discussie.
Ze is bang. Echt bang nu. Haar hart bonkt in haar keel. Maar ze weet dat verzet zinloos is. Ze positioneert zichzelf boven hem, knieën aan weerszijden van zijn heupen. Langzaam laat ze zich zakken. Hij glijdt naar binnen, vult haar weer helemaal. Ze kreunt alweer, een laag, ongewild geluid dat uit haar borst komt.
Hij begint meteen te stoten, omhoog, ritmisch. Niet hard nog, maar wel diep. En fuck… het begint goed te voelen. Te goed. Elke stoot raakt precies de goede plek, wrijft tegen haar gevoelige wanden, bouwt die gloed weer op. Haar handen steunen op zijn borst, nagels graven in de stof van zijn shirt omdat ze iets nodig heeft om zich aan vast te houden.
Dan voelt ze de andere man achter zich. Zijn vingers glijden over haar billen, spreiden ze zachtjes. Een vinger, nat van speeksel of haar eigen vocht, cirkelt rond haar kleinste gaatje. Ze verstijft.
“Nee…” fluistert ze, maar het komt er zwak uit.
Hij negeert het. Drukt langzaam naar binnen, één vinger eerst, dan twee. Hij beweegt ze voorzichtig, draait, rekt haar. Het brandt even, vreemd, maar dan… verandert het. Wordt voller. Intensiever. Nieuw. Ze heeft dit nooit eerder gedaan, nooit echt gewild, maar nu, in deze roes, voelt het op een zieke, verboden manier goed. Alsof haar lichaam een nieuw niveau van sensatie ontdekt.
Hij trekt zijn vingers terug. Dan voelt ze iets groters. De eikel van zijn geslacht, gladgemaakt met haar eigen opwinding, drukt tegen haar opening. Hij duwt niet meteen door. Hij neemt de tijd. Duwt een klein stukje, wacht tot ze ontspant, duwt verder. Centimeter voor centimeter. Ze hijgt, bijt op haar lip, probeert te ademen. Het is krap, het is vreemd, het is overweldigend, maar het doet geen pijn. Niet echt. Het voelt… vol. Compleet op een manier die ze niet kende.
Als hij eindelijk helemaal in haar zit, blijven ze even stil. Alle drie. Alleen het geluid van hun zware ademhaling vult de kamer.
Dan beginnen ze weer. Eerst langzaam, synchroon. De man onder haar stoot omhoog terwijl de man achter haar naar voren beweegt. Een ritme dat haar helemaal vult, van twee kanten tegelijk. Ze kreunt harder nu, kan het niet meer tegenhouden. Haar hoofd valt voorover, haren hangen in haar gezicht.
Ze bouwen het tempo op. Steeds sneller. Steeds harder. De stoten worden ruwer, dieper, ongenadiger. Hun handen grijpen haar vast en gebruiken haar als ze willen. Ze voelt hoe haar spanning weer opbouwt, sneller dit keer, feller. Haar lichaam trilt, haar spieren spannen zich aan, haar ademhaling wordt kort en scherp.
Dit kan niet… dit mag niet… ik ga weer…
Maar ze gaat wel. Ze voelt het komen, onstuitbaar, als een trein die niet meer te stoppen is.
De man in haar achterste voelt het als eerste. Hoe haar spieren samentrekken, harder en harder, ritmisch knijpend rond hem alsof haar lichaam hem probeert vast te houden en tegelijkertijd weg te duwen. Hij gromt laag, diep in zijn keel, een geluid dat meer op een dier lijkt dan op een mens. Zijn handen klemmen zich vast in haar heupen, nagels door de stof van zijn handschoenen heen. Dan stoot hij nog één keer diep door, houdt zich stil, en komt klaar.
Ze voelt het. Warm, pulserend, diep in haar. Straal na straal vult hij haar, pompt haar vol tot ze het bijna voelt overlopen. Hij blijft zitten, diep begraven, ademt zwaar door zijn masker heen. Zijn lid klopt nog na, kleine schokjes die haar binnenste blijven prikkelen.
Dat extra knijpen, dat onwillekeurige samentrekken van haar spieren rond hem, duwt de man onder haar over de rand. Hij gromt ook, lager, rauwer. Zijn heupen schokken omhoog, één, twee, drie keer hard, en dan blijft hij stil terwijl hij zich in haar ontlaadt. Nog meer warmte, nog meer volheid. Twee mannen tegelijk diep in haar, allebei leeglopend, allebei nog steeds hard en dik in haar lichaam.
Ze voelt zich opgeblazen, overvol, gebruikt tot op het bot. Haar binnenste pulseert nog na, maar het orgasme dat ze zo graag wilde… dat komt niet. Het blijft hangen, net buiten bereik, een frustrerende hitte die alleen maar erger wordt van al die druk en beweging in haar.
Uit pure wanhoop brengt ze één hand naar voren en glijdt haar vingers tussen haar benen. Ze vindt haar gevoeligste plekje gezwollen en begint zichzelf te vingeren. Hard. Snel. Gefrustreerd. Alsof ze zichzelf wil dwingen om toch nog klaar te komen, om dit niet helemaal voor niets te laten zijn.
De mannen lachen zachtjes. Een laag, voldaan geluid dat door haar borstkas vibreert. Ze zitten nog steeds in haar, half slap maar nog steeds dik genoeg om haar open te houden. Ze voelen hoe ze zichzelf vingert, voelen hoe haar spieren weer aanspannen rond hen.
“Moet je kijken,” mompelt de een. “Ze kan er niet genoeg van krijgen.”
Ze negeert hen. Of probeert het. Haar vingers draaien sneller, harder. Ze bijt op haar lip tot ze bloed proeft. En dan… eindelijk. Het komt. Een laatste, scherpe golf die door haar hele lichaam trekt. Ze schokt, hard, haar rug kromt, haar hoofd valt achterover. Haar binnenste knijpt samen, pulserend, knijpend, melkend rond de twee mannen die nog in haar zitten. Het trekt zo goed samen. Het voelt zo intens, zo vol, zo overweldigend goed dat ze even alles vergeet: de schaamte, de angst, Thijs, alles.
Ze valt voorover. Haar bovenlijf zakt op de borst van de man onder haar. Haar ademhaling is kort, schokkerig. Tranen lopen stil over haar wangen, maar ze huilt niet echt. Ze is gewoon… leeg.
De mannen trekken zich langzaam terug. Eerst de een, dan de ander. Ze voelen het vocht dat meteen naar buiten sijpelt, warm en plakkerig, over haar dijen, over het laken. Ze lekken het hele bed onder. Een natte plek die steeds groter wordt.
Ze staan op. Trekt hun broeken omhoog, ritsen dicht. Geen woord meer. Geen dreigement, geen afscheid. Ze lopen gewoon de kamer uit, de trap af, de voordeur door. De deur klikt zachtjes dicht.
Stilte.
Alleen haar hijgende ademhaling en het gesmoorde geluid van Thijs die probeert te ademen door zijn neus.
Ze draait haar hoofd opzij. Kijkt naar hem.
Hij kijkt terug. Ogen rood, nat, wijd open. Zijn borstkas gaat nog steeds snel op en neer. En dan ziet ze het.
Een enorme bobbel in zijn broek. Strak gespannen stof, duidelijk zichtbaar zelfs in het schemerdonker. Hij is hard. Nog steeds. Of weer. Na alles wat er gebeurd is.
Ze zucht. Lang, diep, vermoeid.
Een zucht die alles bevat: schaamte, ongeloof, uitputting, en iets wat lijkt op een heel klein, heel bitter lachje.
Ze laat haar hoofd weer op het natte laken zakken. Sluit haar ogen.
Ze staat op. Alsof haar lichaam, na alles wat er gebeurd is, ineens weer weet hoe het moet bewegen. Haar benen trillen nog een beetje, maar ze draagt zichzelf. Het beddengoed plakt aan haar dijen, nat en koud nu het vocht afkoelt. Ze negeert het. Negeert de brandende plekken op haar billen, de zeurende leegte en volheid tegelijk in haar lichaam, de geur van seks en zweet die overal hangt.
Ze kijkt neer op Thijs.
Hij zit er nog precies zo bij als daarvoor: polsen achter de rugleuning gebonden, enkels vast aan de stoelpoten, mond afgeplakt met die brede zwarte strook tape. Zijn ogen zijn groot, rood doorlopen, nat van tranen die al urenlang stil over zijn wangen lopen. Hij ademt zwaar door zijn neus, borstkas pompt op en neer. En daartussen, onmiskenbaar, die enorme bobbel in zijn broek. De stof staat strak gespannen, een donkere vlek op de voorkant waar hij al die tijd heeft zitten lekken van opwinding.
Ze stapt dichterbij. Haar blote voeten maken zachte, natte geluidjes op de vloer. Ze buigt zich voorover, langzaam, en legt haar hand op de bobbel. Door de stof heen voelt ze hem: hard, heet, kloppend. Hij schokt onder haar aanraking, een onwillekeurige stoot omhoog. Een gesmoord geluidje ontsnapt achter de tape, half kreun, half smeekbede.
Ze kijkt hem recht aan. Haar stem is schor, uitgeput, bijna emotieloos.
“Ik kan niet meer.”
Geen woede. Geen verwijt. Gewoon een feit. Ze trekt haar hand weg alsof ze zich eraan brandt.
Dan draait ze zich om. Ze loopt terug naar het bed. Laat zich op haar rug vallen, armen en benen wijd, starend naar het plafond. Het laken is doorweekt, koud tegen haar rug, maar het kan haar niet meer schelen. Haar lichaam voelt zwaar, alsof al haar botten van lood zijn gemaakt. Haar borsten rijzen en dalen langzaam. Tussen haar benen lekt het nog steeds, traag en warm, een constante herinnering aan wat er net gebeurd is.
Achter haar hoort ze geritsel. Thijs worstelt. Ze draait haar hoofd niet om, maar ze weet wat hij doet. Ze hoort het touw schuren, hoort zijn gedempte kreunen van inspanning. Dan een plop-geluid van de tape die loskomt. Een diepe, raspende ademteug.
“Schat…” Zijn stem is gebroken, schor van urenlang gesmoord zijn. “Het spijt me… ik…”
Ze zegt niets. Sluit haar ogen.
Ze hoort hem opstaan. Hoor de stoel kraken als hij zich loswringt. Hoor zijn voetstappen, onvast, dichterbij komen. Het matras zakt in naast haar.
Hij trekt zijn broek uit. Ze voelt de koele lucht als de stof wegvalt, hoort de rits, hoort zijn adem stokken als hij zichzelf bevrijdt. Hij gaat naast haar zitten, knielt half over haar heen. Ze opent haar ogen niet.
Zijn hand glijdt over haar buik, aarzelend. Dan pakt hij zichzelf vast. Ze hoort het zachte, ritmische geluid van huid op huid. Snel. Wanhopig. Alsof hij al die uren heeft zitten wachten tot dit moment.
Hij kreunt laag. Dan voelt ze het: warme stralen over haar borst, haar buik, haar dijen. Nog een keer ondergespoten. Nog een keer gemerkt. Ze beweegt niet. Laat het gebeuren. Laat het over haar heen lopen, mengen met al het andere vocht dat al op haar huid zit.
Als hij klaar is zakt hij naast haar neer. Hijgt. Zegt niets meer.
Ze voelt zijn warmte naast zich, zijn trillende adem tegen haar schouder. Maar ze raakt hem niet aan. Ze kan het niet.
Haar oogleden worden zwaarder. Het bonken in haar lichaam wordt langzamer. De vermoeidheid slaat toe als een deken, zwaar en onvermijdelijk. Gemengde gevoelens tollen door haar hoofd. Schaamte, woede, opluchting, een vreemde, zieke voldoening, schuld omdat ze het gevoel had dat het goed voelde, verdriet omdat Thijs keek en niks deed, opwinding omdat hij keek en wél iets voelde.
Ze zucht één keer, heel zacht.
Dan valt ze in slaap.
Met zijn zaad nog warm op haar huid.
Met zijn blik nog brandend in haar geheugen.
Er zijn nog geen trefwoorden voor dit verhaal. Welke trefwoorden passen volgens jou bij dit verhaal?
Geef dit verhaal een cijfer:
5
6
7
8
9
10

Ontdek meer over mij op mijn profiel pagina, bekijk mijn verhalen, laat een berichtje achter of schrijf je in om een mail te ontvangen bij nieuwe verhalen!
