Door: Leen
Datum: 01-03-2026 | Cijfer: 9.6 | Gelezen: 265
Lengte: Lang | Leestijd: 15 minuten | Lezers Online: 1
Trefwoord(en): Fantasy, Neuken, Tijdreizen, Verlangen,
Lengte: Lang | Leestijd: 15 minuten | Lezers Online: 1
Trefwoord(en): Fantasy, Neuken, Tijdreizen, Verlangen,
Vervolg op: Het Satorvierkant - 43: De Gebroken Spiegel (2)
Epiloog
Epiloog
14 januari 2015. Het huis van oma.
Het zachte, botergele ochtendlicht filtert traag door de kieren van de zware, stoffen gordijnen. De fysieke overgang van de meedogenloze middeleeuwen naar dit stille heden is absoluut, maar de getraumatiseerde geest ijlt na. Geen kletterend staal. Geen penetrante stank van rottend bloed, verschroeid vlees of scherpe ozon. Geen geschreeuw van stervende mannen. Enkel de geruststellende, poederige geur van lavendelwasmiddel en de omhullende, veilige warmte van een dik donzen dekbed.
Wolf opent zijn ogen. Hij ligt plat op zijn rug en staart strak naar de fijne scheurtjes in het witte stucwerk van het plafond. Zijn spieren staan nog strak gespannen, klaar voor een dodelijke aanval die niet komt. Dan voelt hij een zachte, ritmische ademhaling tegen zijn sleutelbeen. Hij draait zijn hoofd langzaam op het kussen. Marie ligt vlak naast hem. De dikke lagen middeleeuwse modder, de as en het opgedroogde bloed zijn volledig van haar huid verdwenen. Haar gezicht is ontspannen, ademt pure rust uit en vangt het ochtendlicht. Hij strijkt heel voorzichtig een verdwaalde, blonde lok uit haar gezicht. De lichte aanraking wekt haar onmiddellijk. Ze slaat haar heldere ogen wijd open. Een fractie van een seconde flitst de pure, rauwe doodsangst van de instortende grot nog wild door haar blik. Ze spant zich aan om te vluchten. Dan stelt ze scherp op Wolfs bekende gezicht. Ze voelt de zachte lakens. Ze hoort het getsjilp van de mussen buiten het raam. Ze beseft met elke vezel in haar lichaam: ze zijn thuis. Ze leven.
De kille, rationele overlevingsdrang maakt in één hartslag plaats voor een volkomen ander, veel dieper en onbedwingbaar verlangen. Een wanhopige, oerkrachtige behoefte om het pure leven tot in de diepste kern te voelen. Marie schuift resoluut dichterbij en drukt haar warme lippen dwingend op de zijne. Haar handen glijden over zijn borst, trillend maar doelbewust, alsof ze zich er tastbaar van wil verzekeren dat hij geen schim uit de tijdstroom is. De kus begint zacht, als een ongelovige, voorzichtige verkenning van deze nieuwe realiteit, maar escaleert onmiddellijk in een rauwe, bijna dierlijke honger.
Wolf beantwoordt haar urgentie met een gelijke, onstuimige kracht. Hij slaat zijn sterke armen stevig om haar slanke middel en trekt haar in één vloeiende beweging strak tegen zich aan. Met een gehaaste, bijna onhandige beweging schoppen ze het zware donzen dekbed van zich af, gedreven door de absolute noodzaak om helemaal niets meer tussen hen in te laten bestaan. Zodra blote, warme huid eindelijk ongehinderd tegen blote huid drukt, ontsnapt er een hoorbare, diepe zucht van verlichting over hun beider lippen. Het is geen zachte, voorzichtige romantiek die de lichte slaapkamer vult, maar een rauwe, helende passie. Ze vinden elkaar in een dwingend, ongeduldig ritme. Het zachte kraken van het houten bedframe mengt zich met hun zware, gehaaste ademhaling. Marie slaat haar benen stevig om zijn heupen en trekt hem nog dichterbij, alsof de zwaartekracht elk moment opnieuw kan verdwijnen en ze elkaar in de leegte kunnen verliezen. Hitte brandt tegen hitte. Ze proberen de ijzige, sluipende kou van duizend jaar duistere geschiedenis met brute lichamelijke wrijving uit hun merg te verdrijven.
Elke stevige aanraking van Wolfs grote handen over haar rug voelt voor Marie als een loodzwaar anker dat haar definitief vastpint in dit specifieke, veilige heden. Hij kust de zachte huid van haar hals en haar sleutelbeen, en laat een spoor van hitte achter dat de koude herinneringen onverbiddelijk overschrijft. Ze sluit haar ogen, gooit haar hoofd naar achteren en geeft zich volledig en ongeremd over aan de krachtige golfslag van hun verstrengelde lichamen. Elke diepe, dwingende streling wist een onzichtbaar litteken uit. Waar de waanzin van het Amulet hun geesten de afgelopen uren wilde breken, heelt deze pure, ongefilterde levensdrift de barsten. Wolf begraaft zijn gezicht diep in haar blonde haar en ademt haar zoete, levende geur wanhopig in. Het verdrijft de spookachtige stank van bloed, zwavel en brandende abdijen die nog steeds hardnekkig in zijn neusgaten hing. Zijn handen glijden over haar flanken, stevig, beschermend en vol overgave. Ze klemmen hun vingers krampachtig ineen, zo hard dat hun knokkels wit kleuren, als een laatste, wanhopig fysiek bewijs dat ze elkaar nooit meer zullen loslaten.
De buitenwereld, de meedogenloze tijdreizen en de gruwelijke offers in de middeleeuwse grot bestaan simpelweg niet meer. De spanning in hun verstrengelde lichamen bouwt zich in een razend tempo op tot een absoluut breekpunt. Het ritme versnelt, aangedreven door een blinde, bijna dierlijke noodzaak om de top te bereiken. Wolf spant al zijn spieren aan, zijn hart hamert een waanzinnig tempo tegen zijn ribbenkas. Marie slaakt een gesmoorde, schorre kreet en haar nagels graven zich onwillekeurig diep in de huid van zijn schouders.
En dan breekt de golf. De langverwachte ontlading overspoelt hen met de brute, allesvernietigende kracht van een vloedgolf. Een intense, verblindende hitte schiet door hun aderen en doet hun lichamen hevig schokken. Het is veel meer dan alleen lichamelijk genot; het is een oerkreet van de ziel, de definitieve, bevrijdende ademtocht na een leven lang onder water te hebben gestaan. Ze storten volledig in, wassen de loodzware, bloederige trauma's van hun voorouders voorgoed weg in het warme zweet, en zakken zwaar ademend en volkomen uitgeput in de verfrommelde lakens. Een vol uur later liggen ze stil, zwetend en intens voldaan in elkaars armen. Hun harten kloppen weer in een rustig, synchroon ritme. De zon staat inmiddels hoger aan de hemel en werpt lange, warme banen licht over de houten vloer van de slaapkamer. Het oude huis ademt een uiterst rustige, vertrouwde sfeer.
Marie stapt soepel uit het warme bed. Ze trekt een oversized, gebreide wollen trui over haar blote schouders. Wolf zoekt zijn eigen, schone kleren bij elkaar. Hij trekt een spijkerbroek en een donker T-shirt aan. Ze wisselen een lange blik en een veelbetekenende, opgeluchte glimlach. De verstikkende, dodelijke zwaartekracht van hun onmogelijke missie is volledig verdampt. Ze voelen zich fysiek lichter, alsof de tijd hen zojuist ongemerkt jaren jonger heeft gemaakt. Wolf pakt Maries hand stevig vast. Hun vingers strengelen zich onlosmakelijk in elkaar. Samen lopen ze de overloop op en zetten de eerste, voorzichtige stappen op de krakende, houten trap naar beneden. Halverwege de trap stopt Marie abrupt. Wolf botst bijna tegen haar rug aan. Ze spant haar spieren en spert haar ogen open.
Er klopt iets fundamenteels niet aan dit huis. De geur in de smalle gang is subtiel, maar onmiskenbaar veranderd. De vertrouwde, zoete bloemengeur van oma's parfum hangt er nog steeds, maar deze vermengt zich nu met iets volkomen nieuws. Een zware, kruidige en typisch mannelijke geur van brandende pijptabak en versgemalen, sterke koffiebonen vult de benedenverdieping. Marie fronst haar wenkbrauwen in opperste verwarring. Ze knijpt zo hard in Wolfs hand dat het pijn doet en sluipt muisstil de laatste treden af. Ze stappen behoedzaam de ruime woonkamer in.
De kamer baadt in een zee van helder ochtendlicht. Oma staat volkomen ontspannen bij het granieten aanrecht en snijdt met soepele bewegingen een verse, warme appeltaart aan. Ze neuriet vrolijk een of ander oud, zomers deuntje. Ze draagt een luchtige, kleurrijke bloemetjesjurk. Ze ziet er minstens tien jaar jonger en oneindig veel levenslustiger uit. De diepe, donkere groeven van onuitspreekbaar verdriet en eenzaamheid rond haar mondhoeken zijn simpelweg weggewist.
"Ah, de jonge tortelduifjes zijn eindelijk wakker," klinkt plotseling een zware, diepe en warme mannenstem vanuit de hoek van de kamer. Marie draait haar hoofd bliksemsnel naar de robuuste, eikenhouten keukentafel. De lucht stokt onmiddellijk en pijnlijk in haar keel. Haar maag maakt een vrije val. Aan de houten tafel zit een robuuste man. Hij leest met volle aandacht de dikke zaterdageditie van de krant en draagt een flanellen, groengeruit overhemd. Zijn dikke, grijze haren zijn netjes en strak achterovergekamd. Hij laat de krant heel langzaam zakken, kijkt hen uiterst geamuseerd aan over de stalen rand van zijn leesbril en neemt een stevige slok uit een grote, dampende mok. Zijn lichte ogen twinkelen van het leven en de humor.
Het is opa. De man die ruim veertig lange jaren geleden een eenzame, tragische dood stierf in de oorspronkelijke, vervloekte tijdlijn. De waanzin en de roep van het Amulet hadden hem genadeloos het leven en zijn verstand gekost. Maar nu zit hij hier, werkelijk springlevend, en drinkt in alle rust zijn ochtendkoffie aan zijn eigen keukentafel. Marie brengt een hevig trillende hand naar haar open mond. Ze wil iets zeggen, ze wil zijn naam schreeuwen of in huilen uitbarsten, maar haar stembanden weigeren stug elke dienst. Er komt geen enkel hoorbaar geluid over haar lippen. "Kijk toch niet alsof je plots een geest ziet, kind," lacht haar opa hartelijk. De vrolijke kraaienpootjes rond zijn ogen trekken diep samen. Hij vouwt de krant zorgvuldig dicht en legt hem op tafel. "We hebben netjes wat taart voor jullie bewaard. Al heeft je moeder de helft van de schaal daarnet al ongegeneerd en in haar eentje leeggegeten."
Wolf kijkt vol ongeloof voorbij de gezellige keukentafel, rechtstreeks naar de uitbouw van de glazen serre. De grote, openslaande deuren staan op een smalle kier en laten een frisse, zomerse bries binnen. Op de zachte, groene fluwelen bank zit Marleen. Ze gooit haar hoofd theatraal in haar nek en lacht hardop. Het is een loepzuivere, onbezorgde en kristalheldere lach die Marie nog nooit, in heel haar achtentwintigjarige leven, uit de mond van haar zwaarmoedige moeder heeft gehoord. Marleen ziet er simpelweg stralend uit. Haar ogen staan helder en scherp. Geen vermoeide, lege, holle blik. Geen spoor van de zware, chemische nasleep van verdovende drugs. Geen donkere, verstikkende wolken van een slopende, levenslange depressie. Ze leunt volkomen op haar gemak tegen een man aan.
De man heeft zijn gespierde arm uiterst nonchalant en beschermend om haar smalle schouders geslagen. Wolf staart mateloos gefascineerd naar de gestalte. Hij draagt een oud, flink versleten en perfect passend zwart leren jasje over een simpel zwart T-shirt. Zijn weelderige, zilvergrijze haren hangen in wilde, ongetemde krullen tot op zijn schouders. Hij heeft een opvallend scherpe, markante kaaklijn bedekt met een lichte stoppelbaard. Zijn lange, met inkt getatoeëerde vingers tokkelen uiterst zachtjes en behendig op de stalen snaren van een gehavende akoestische gitaar die achteloos op zijn schoot rust. Hij ziet er exact uit als een door de wol geverfde rockster op leeftijd. Een oudere, zwaar geleefde versie van Jim Morrison, getekend door een vol, ruig en wild leven, maar nog steeds overlopend van een rauwe, onblusbare energie.
De man stopt abrupt met spelen. Hij dempt de trillende snaren met de palm van zijn hand en knipoogt uiterst samenzweerderig naar de volledig verstijfde Marie. "Goeiemorgen, kleintje," zegt Jim met een kenmerkende, rauwe en opvallend diepe stem die klinkt als zwaar, schurend grind. Marleen draait haar gezicht zachtjes naar hem toe en kust hem vol onverholen overgave op zijn ruwe wang. Het is een extreem klein, intiem gebaar van pure, jarenlange en volstrekt vanzelfsprekende wederzijdse liefde. Wolf kijkt langzaam opzij naar Marie. Grote, zware tranen stromen onafgebroken over haar wangen, maar ze huilt absoluut niet van verdriet of shock. Haar borstkas schokt op en neer van pure, grenzeloze opluchting en een ongekend, allesoverweldigend geluk.
Het Amulet. De opoffering van de heldhaftige smid Wulfbehrt en de onbevreesde Maryam. Hun gezamenlijke, blinde val in de onpeilbare, kosmische leegte van de tijdstroom. Het loslaten heeft daadwerkelijk gewerkt. Door het verderfelijke, goddelijke artefact duizend donkere jaren geleden resoluut en definitief uit de kwetsbare geschiedenis te wissen, hebben ze niet alleen ternauwernood hun eigen hachje gered. Ze hebben de zieke, rottende wortels van hun complete stamboom volledig genezen en hersteld. De inktzwarte, giftige wolk die generaties lang als een meedogenloos, onontkoombaar vonnis boven hun familie hing, is simpelweg verdwenen. De onverklaarbare, waanzinnige en tragische doden, de sluipende, hersensmeltende waanzin, het vroegtijdig gebroken en eenzame hart van haar dierbare moeder... het is allemaal met terugwerkende kracht genadeloos en voorgoed uitgewist. De tijd heeft de opengevallen gaten onmiddellijk gevuld met deze uiterst warme, chaotische, luidruchtige en liefdevolle, normale realiteit.
De tijdlijn heeft zich als een zuivere, vredig uitdijende rimpeling in een spiegelgladde, stille vijver perfect hersteld. Opa schraapt luidruchtig zijn keel, staat krakend op uit zijn stoel en schuift twee lege, houten stoelen naar achteren om plaats te maken. "Kom snel zitten, jullie twee," zegt hij hartelijk en uitnodigend, en hij tikt tweemaal dwingend met zijn knokkels op het gladde tafelblad. "De koffie wordt koud en de helft van de dag is verdorie al voorbij. En als jullie straks nog mee willen op uitstap naar Bayeux, zullen jullie je toch echt moeten haasten."
Wolf en Marie stoppen abrupt met ademen en kijken elkaar met grote ogen aan. Een bliksemflits van gedeeld, onuitgesproken begrip schiet onmiddellijk tussen hen in. Bayeux. Hun gedachten vliegen onverbiddelijk terug naar Wulfbehrt en Maryam. Ze zien de rauwe smid en de moedige vrouw uit de schaduwen weer helder voor zich, fier en onwrikbaar overeind staand in de apocalyptische storm van de instortende, middeleeuwse grot, luttele seconden voordat de tijdlijn zich definitief sloot. Hun uiteindelijke lot is in de duistere, onpeilbare nevelen van de rauwe geschiedenis verdwenen, ogenschijnlijk voorgoed afgesloten door een ondoordringbare muur van tijd.
Maar misschien... heel misschien, fluistert een plotseling sprankje hoop in hun herstelde zielen, vertelt het beroemde, eeuwenoude geborduurde tapijt van Bayeux wel het onbekende, ware verhaal. Misschien ligt daar tussen de draden van linnen en wol stiekem verborgen wat er na de val van de steen écht met de twee helden is gebeurd. Marie knijpt nog één allerlaatste, alleszeggende keer stevig in Wolfs grote hand. Er is nog één historisch geheim om te ontrafelen, maar dit keer zonder de verstikkende dreiging van de dood. Ze veegt met de lange mouw van haar wollen trui haar tranen resoluut weg. Ze ademt diep in en stapt met een brede, stralende en intens nieuwsgierige lach de zonnige keuken in.
(Wordt vervolgd)
14 januari 2015. Het huis van oma.
Het zachte, botergele ochtendlicht filtert traag door de kieren van de zware, stoffen gordijnen. De fysieke overgang van de meedogenloze middeleeuwen naar dit stille heden is absoluut, maar de getraumatiseerde geest ijlt na. Geen kletterend staal. Geen penetrante stank van rottend bloed, verschroeid vlees of scherpe ozon. Geen geschreeuw van stervende mannen. Enkel de geruststellende, poederige geur van lavendelwasmiddel en de omhullende, veilige warmte van een dik donzen dekbed.
Wolf opent zijn ogen. Hij ligt plat op zijn rug en staart strak naar de fijne scheurtjes in het witte stucwerk van het plafond. Zijn spieren staan nog strak gespannen, klaar voor een dodelijke aanval die niet komt. Dan voelt hij een zachte, ritmische ademhaling tegen zijn sleutelbeen. Hij draait zijn hoofd langzaam op het kussen. Marie ligt vlak naast hem. De dikke lagen middeleeuwse modder, de as en het opgedroogde bloed zijn volledig van haar huid verdwenen. Haar gezicht is ontspannen, ademt pure rust uit en vangt het ochtendlicht. Hij strijkt heel voorzichtig een verdwaalde, blonde lok uit haar gezicht. De lichte aanraking wekt haar onmiddellijk. Ze slaat haar heldere ogen wijd open. Een fractie van een seconde flitst de pure, rauwe doodsangst van de instortende grot nog wild door haar blik. Ze spant zich aan om te vluchten. Dan stelt ze scherp op Wolfs bekende gezicht. Ze voelt de zachte lakens. Ze hoort het getsjilp van de mussen buiten het raam. Ze beseft met elke vezel in haar lichaam: ze zijn thuis. Ze leven.
De kille, rationele overlevingsdrang maakt in één hartslag plaats voor een volkomen ander, veel dieper en onbedwingbaar verlangen. Een wanhopige, oerkrachtige behoefte om het pure leven tot in de diepste kern te voelen. Marie schuift resoluut dichterbij en drukt haar warme lippen dwingend op de zijne. Haar handen glijden over zijn borst, trillend maar doelbewust, alsof ze zich er tastbaar van wil verzekeren dat hij geen schim uit de tijdstroom is. De kus begint zacht, als een ongelovige, voorzichtige verkenning van deze nieuwe realiteit, maar escaleert onmiddellijk in een rauwe, bijna dierlijke honger.
Wolf beantwoordt haar urgentie met een gelijke, onstuimige kracht. Hij slaat zijn sterke armen stevig om haar slanke middel en trekt haar in één vloeiende beweging strak tegen zich aan. Met een gehaaste, bijna onhandige beweging schoppen ze het zware donzen dekbed van zich af, gedreven door de absolute noodzaak om helemaal niets meer tussen hen in te laten bestaan. Zodra blote, warme huid eindelijk ongehinderd tegen blote huid drukt, ontsnapt er een hoorbare, diepe zucht van verlichting over hun beider lippen. Het is geen zachte, voorzichtige romantiek die de lichte slaapkamer vult, maar een rauwe, helende passie. Ze vinden elkaar in een dwingend, ongeduldig ritme. Het zachte kraken van het houten bedframe mengt zich met hun zware, gehaaste ademhaling. Marie slaat haar benen stevig om zijn heupen en trekt hem nog dichterbij, alsof de zwaartekracht elk moment opnieuw kan verdwijnen en ze elkaar in de leegte kunnen verliezen. Hitte brandt tegen hitte. Ze proberen de ijzige, sluipende kou van duizend jaar duistere geschiedenis met brute lichamelijke wrijving uit hun merg te verdrijven.
Elke stevige aanraking van Wolfs grote handen over haar rug voelt voor Marie als een loodzwaar anker dat haar definitief vastpint in dit specifieke, veilige heden. Hij kust de zachte huid van haar hals en haar sleutelbeen, en laat een spoor van hitte achter dat de koude herinneringen onverbiddelijk overschrijft. Ze sluit haar ogen, gooit haar hoofd naar achteren en geeft zich volledig en ongeremd over aan de krachtige golfslag van hun verstrengelde lichamen. Elke diepe, dwingende streling wist een onzichtbaar litteken uit. Waar de waanzin van het Amulet hun geesten de afgelopen uren wilde breken, heelt deze pure, ongefilterde levensdrift de barsten. Wolf begraaft zijn gezicht diep in haar blonde haar en ademt haar zoete, levende geur wanhopig in. Het verdrijft de spookachtige stank van bloed, zwavel en brandende abdijen die nog steeds hardnekkig in zijn neusgaten hing. Zijn handen glijden over haar flanken, stevig, beschermend en vol overgave. Ze klemmen hun vingers krampachtig ineen, zo hard dat hun knokkels wit kleuren, als een laatste, wanhopig fysiek bewijs dat ze elkaar nooit meer zullen loslaten.
De buitenwereld, de meedogenloze tijdreizen en de gruwelijke offers in de middeleeuwse grot bestaan simpelweg niet meer. De spanning in hun verstrengelde lichamen bouwt zich in een razend tempo op tot een absoluut breekpunt. Het ritme versnelt, aangedreven door een blinde, bijna dierlijke noodzaak om de top te bereiken. Wolf spant al zijn spieren aan, zijn hart hamert een waanzinnig tempo tegen zijn ribbenkas. Marie slaakt een gesmoorde, schorre kreet en haar nagels graven zich onwillekeurig diep in de huid van zijn schouders.
En dan breekt de golf. De langverwachte ontlading overspoelt hen met de brute, allesvernietigende kracht van een vloedgolf. Een intense, verblindende hitte schiet door hun aderen en doet hun lichamen hevig schokken. Het is veel meer dan alleen lichamelijk genot; het is een oerkreet van de ziel, de definitieve, bevrijdende ademtocht na een leven lang onder water te hebben gestaan. Ze storten volledig in, wassen de loodzware, bloederige trauma's van hun voorouders voorgoed weg in het warme zweet, en zakken zwaar ademend en volkomen uitgeput in de verfrommelde lakens. Een vol uur later liggen ze stil, zwetend en intens voldaan in elkaars armen. Hun harten kloppen weer in een rustig, synchroon ritme. De zon staat inmiddels hoger aan de hemel en werpt lange, warme banen licht over de houten vloer van de slaapkamer. Het oude huis ademt een uiterst rustige, vertrouwde sfeer.
Marie stapt soepel uit het warme bed. Ze trekt een oversized, gebreide wollen trui over haar blote schouders. Wolf zoekt zijn eigen, schone kleren bij elkaar. Hij trekt een spijkerbroek en een donker T-shirt aan. Ze wisselen een lange blik en een veelbetekenende, opgeluchte glimlach. De verstikkende, dodelijke zwaartekracht van hun onmogelijke missie is volledig verdampt. Ze voelen zich fysiek lichter, alsof de tijd hen zojuist ongemerkt jaren jonger heeft gemaakt. Wolf pakt Maries hand stevig vast. Hun vingers strengelen zich onlosmakelijk in elkaar. Samen lopen ze de overloop op en zetten de eerste, voorzichtige stappen op de krakende, houten trap naar beneden. Halverwege de trap stopt Marie abrupt. Wolf botst bijna tegen haar rug aan. Ze spant haar spieren en spert haar ogen open.
Er klopt iets fundamenteels niet aan dit huis. De geur in de smalle gang is subtiel, maar onmiskenbaar veranderd. De vertrouwde, zoete bloemengeur van oma's parfum hangt er nog steeds, maar deze vermengt zich nu met iets volkomen nieuws. Een zware, kruidige en typisch mannelijke geur van brandende pijptabak en versgemalen, sterke koffiebonen vult de benedenverdieping. Marie fronst haar wenkbrauwen in opperste verwarring. Ze knijpt zo hard in Wolfs hand dat het pijn doet en sluipt muisstil de laatste treden af. Ze stappen behoedzaam de ruime woonkamer in.
De kamer baadt in een zee van helder ochtendlicht. Oma staat volkomen ontspannen bij het granieten aanrecht en snijdt met soepele bewegingen een verse, warme appeltaart aan. Ze neuriet vrolijk een of ander oud, zomers deuntje. Ze draagt een luchtige, kleurrijke bloemetjesjurk. Ze ziet er minstens tien jaar jonger en oneindig veel levenslustiger uit. De diepe, donkere groeven van onuitspreekbaar verdriet en eenzaamheid rond haar mondhoeken zijn simpelweg weggewist.
"Ah, de jonge tortelduifjes zijn eindelijk wakker," klinkt plotseling een zware, diepe en warme mannenstem vanuit de hoek van de kamer. Marie draait haar hoofd bliksemsnel naar de robuuste, eikenhouten keukentafel. De lucht stokt onmiddellijk en pijnlijk in haar keel. Haar maag maakt een vrije val. Aan de houten tafel zit een robuuste man. Hij leest met volle aandacht de dikke zaterdageditie van de krant en draagt een flanellen, groengeruit overhemd. Zijn dikke, grijze haren zijn netjes en strak achterovergekamd. Hij laat de krant heel langzaam zakken, kijkt hen uiterst geamuseerd aan over de stalen rand van zijn leesbril en neemt een stevige slok uit een grote, dampende mok. Zijn lichte ogen twinkelen van het leven en de humor.
Het is opa. De man die ruim veertig lange jaren geleden een eenzame, tragische dood stierf in de oorspronkelijke, vervloekte tijdlijn. De waanzin en de roep van het Amulet hadden hem genadeloos het leven en zijn verstand gekost. Maar nu zit hij hier, werkelijk springlevend, en drinkt in alle rust zijn ochtendkoffie aan zijn eigen keukentafel. Marie brengt een hevig trillende hand naar haar open mond. Ze wil iets zeggen, ze wil zijn naam schreeuwen of in huilen uitbarsten, maar haar stembanden weigeren stug elke dienst. Er komt geen enkel hoorbaar geluid over haar lippen. "Kijk toch niet alsof je plots een geest ziet, kind," lacht haar opa hartelijk. De vrolijke kraaienpootjes rond zijn ogen trekken diep samen. Hij vouwt de krant zorgvuldig dicht en legt hem op tafel. "We hebben netjes wat taart voor jullie bewaard. Al heeft je moeder de helft van de schaal daarnet al ongegeneerd en in haar eentje leeggegeten."
Wolf kijkt vol ongeloof voorbij de gezellige keukentafel, rechtstreeks naar de uitbouw van de glazen serre. De grote, openslaande deuren staan op een smalle kier en laten een frisse, zomerse bries binnen. Op de zachte, groene fluwelen bank zit Marleen. Ze gooit haar hoofd theatraal in haar nek en lacht hardop. Het is een loepzuivere, onbezorgde en kristalheldere lach die Marie nog nooit, in heel haar achtentwintigjarige leven, uit de mond van haar zwaarmoedige moeder heeft gehoord. Marleen ziet er simpelweg stralend uit. Haar ogen staan helder en scherp. Geen vermoeide, lege, holle blik. Geen spoor van de zware, chemische nasleep van verdovende drugs. Geen donkere, verstikkende wolken van een slopende, levenslange depressie. Ze leunt volkomen op haar gemak tegen een man aan.
De man heeft zijn gespierde arm uiterst nonchalant en beschermend om haar smalle schouders geslagen. Wolf staart mateloos gefascineerd naar de gestalte. Hij draagt een oud, flink versleten en perfect passend zwart leren jasje over een simpel zwart T-shirt. Zijn weelderige, zilvergrijze haren hangen in wilde, ongetemde krullen tot op zijn schouders. Hij heeft een opvallend scherpe, markante kaaklijn bedekt met een lichte stoppelbaard. Zijn lange, met inkt getatoeëerde vingers tokkelen uiterst zachtjes en behendig op de stalen snaren van een gehavende akoestische gitaar die achteloos op zijn schoot rust. Hij ziet er exact uit als een door de wol geverfde rockster op leeftijd. Een oudere, zwaar geleefde versie van Jim Morrison, getekend door een vol, ruig en wild leven, maar nog steeds overlopend van een rauwe, onblusbare energie.
De man stopt abrupt met spelen. Hij dempt de trillende snaren met de palm van zijn hand en knipoogt uiterst samenzweerderig naar de volledig verstijfde Marie. "Goeiemorgen, kleintje," zegt Jim met een kenmerkende, rauwe en opvallend diepe stem die klinkt als zwaar, schurend grind. Marleen draait haar gezicht zachtjes naar hem toe en kust hem vol onverholen overgave op zijn ruwe wang. Het is een extreem klein, intiem gebaar van pure, jarenlange en volstrekt vanzelfsprekende wederzijdse liefde. Wolf kijkt langzaam opzij naar Marie. Grote, zware tranen stromen onafgebroken over haar wangen, maar ze huilt absoluut niet van verdriet of shock. Haar borstkas schokt op en neer van pure, grenzeloze opluchting en een ongekend, allesoverweldigend geluk.
Het Amulet. De opoffering van de heldhaftige smid Wulfbehrt en de onbevreesde Maryam. Hun gezamenlijke, blinde val in de onpeilbare, kosmische leegte van de tijdstroom. Het loslaten heeft daadwerkelijk gewerkt. Door het verderfelijke, goddelijke artefact duizend donkere jaren geleden resoluut en definitief uit de kwetsbare geschiedenis te wissen, hebben ze niet alleen ternauwernood hun eigen hachje gered. Ze hebben de zieke, rottende wortels van hun complete stamboom volledig genezen en hersteld. De inktzwarte, giftige wolk die generaties lang als een meedogenloos, onontkoombaar vonnis boven hun familie hing, is simpelweg verdwenen. De onverklaarbare, waanzinnige en tragische doden, de sluipende, hersensmeltende waanzin, het vroegtijdig gebroken en eenzame hart van haar dierbare moeder... het is allemaal met terugwerkende kracht genadeloos en voorgoed uitgewist. De tijd heeft de opengevallen gaten onmiddellijk gevuld met deze uiterst warme, chaotische, luidruchtige en liefdevolle, normale realiteit.
De tijdlijn heeft zich als een zuivere, vredig uitdijende rimpeling in een spiegelgladde, stille vijver perfect hersteld. Opa schraapt luidruchtig zijn keel, staat krakend op uit zijn stoel en schuift twee lege, houten stoelen naar achteren om plaats te maken. "Kom snel zitten, jullie twee," zegt hij hartelijk en uitnodigend, en hij tikt tweemaal dwingend met zijn knokkels op het gladde tafelblad. "De koffie wordt koud en de helft van de dag is verdorie al voorbij. En als jullie straks nog mee willen op uitstap naar Bayeux, zullen jullie je toch echt moeten haasten."
Wolf en Marie stoppen abrupt met ademen en kijken elkaar met grote ogen aan. Een bliksemflits van gedeeld, onuitgesproken begrip schiet onmiddellijk tussen hen in. Bayeux. Hun gedachten vliegen onverbiddelijk terug naar Wulfbehrt en Maryam. Ze zien de rauwe smid en de moedige vrouw uit de schaduwen weer helder voor zich, fier en onwrikbaar overeind staand in de apocalyptische storm van de instortende, middeleeuwse grot, luttele seconden voordat de tijdlijn zich definitief sloot. Hun uiteindelijke lot is in de duistere, onpeilbare nevelen van de rauwe geschiedenis verdwenen, ogenschijnlijk voorgoed afgesloten door een ondoordringbare muur van tijd.
Maar misschien... heel misschien, fluistert een plotseling sprankje hoop in hun herstelde zielen, vertelt het beroemde, eeuwenoude geborduurde tapijt van Bayeux wel het onbekende, ware verhaal. Misschien ligt daar tussen de draden van linnen en wol stiekem verborgen wat er na de val van de steen écht met de twee helden is gebeurd. Marie knijpt nog één allerlaatste, alleszeggende keer stevig in Wolfs grote hand. Er is nog één historisch geheim om te ontrafelen, maar dit keer zonder de verstikkende dreiging van de dood. Ze veegt met de lange mouw van haar wollen trui haar tranen resoluut weg. Ze ademt diep in en stapt met een brede, stralende en intens nieuwsgierige lach de zonnige keuken in.
(Wordt vervolgd)
Geef dit verhaal een cijfer:
5
6
7
8
9
10

Ontdek meer over mij op mijn profiel pagina, bekijk mijn verhalen, laat een berichtje achter of schrijf je in om een mail te ontvangen bij nieuwe verhalen!
