Klik hier voor meer...
Donkere Modus
Door: EstherD
Datum: 15-03-2026 | Cijfer: 9.6 | Gelezen: 829
Lengte: Lang | Leestijd: 27 minuten | Lezers Online: 14
Trefwoord(en): Stiekem, Voyeurisme, Zwembad,
Ik sta in de keuken van ons oude rijtjeshuis, met de telefoon tegen mijn oor gedrukt, terwijl de avondzon door het raam naar binnen valt. Mijn hart klopt al sneller dan normaal, gewoon omdat ik dit eindelijk hardop durf te zeggen.

“Lotte,” fluister ik, half lachend, half serieus, “je gelooft het niet wat ik net gehoord heb. Over dat internaat verderop in de straat. Die jongensschool, weet je wel?”

Aan de andere kant van de lijn hoor ik Lotte grinniken, dat vertrouwde, ondeugende geluid dat altijd voelt alsof ze al precies weet waar ik naartoe wil. “Vertel,” zegt ze. “Ik voel dat je weer iets geks in je hoofd hebt.”

Ik bijt op mijn lip en loop een rondje door de keuken, mijn blote voeten koud op de tegels. Buiten zie ik de straat al donkerder worden, de lantaarns die een voor een aanfloepen. Het internaat ligt precies vier huizen verder, bijna aan het einde van de doodlopende straat. Je ziet het niet echt vanaf de weg, maar ik weet precies waar de kelderraampjes zitten. Klein, laag, half onder de grond, met tralies ervoor.

“Ze hebben daar een zwembad,” zeg ik zacht. “In de kelder. Echt waar. Iemand van mijn klas heeft een broer die er vorig jaar zat en die vertelde het. ’s Avonds laat, als iedereen slaapt, gaan ze zwemmen. Naakt.”

Even is het stil. Dan proest Lotte het uit. “Naakt? Serieus? Allemaal?”

“Ja,” zeg ik, en mijn stem trilt een beetje van opwinding. “Geen zwembroek, niks. Ze doen het licht uit, alleen het blauwe onderwaterlicht aan, en dan… gewoon zwemmen. Springen van de kant, duiken, lachen, alles. Alsof niemand ze kan zien.”

Ik voel mijn wangen warm worden terwijl ik het zeg. In mijn hoofd zie ik het al voor me: die jongens in het water, het licht dat over hun schouders glijdt, het kabbelen van het water dat echo’t tegen de betegelde muren. Jongens van achttien, negentien, misschien twintig. Sterk, onbeschaamd, vrij. En ik… hierbuiten, in het donker, met alleen een raampje tussen ons.

“Shit, Anna,” zegt Lotte, nu serieuzer. “Dat is… interessant. Hoe wil je daar ooit bij komen? Die muren zijn drie meter hoog en er hangen camera’s.”

Ik leun tegen het aanrecht en staar naar mijn eigen spiegelbeeld in het raam. Achttien jaar, lang bruin haar dat ik vanavond los heb laten hangen, een simpel wit hemdje en een korte broek. Ik zie er onschuldig uit. Te onschuldig misschien. Maar in mijn hoofd borrelt iets nieuws, iets brutaals, iets wat ik nog nooit heb durven bedenken.

“Ik heb een plan,” zeg ik langzaam. Mijn stem klinkt nu bijna ademloos, alsof ik het zelf nog niet helemaal geloof. “Bodypaint. Grijs, een beetje marmerachtige kleur. Ik maak mezelf helemaal grijs, van top tot teen. Haar ook, alles. En dan… dan vermom ik me als standbeeld.”

Lotte hapt naar adem. “Wát?”

Ik lach zacht, maar mijn hart bonst zo hard dat ik het in mijn oren hoor. “Ik sta daar doodstil, net alsof ik een beeld ben, zoals die straatartiesten. In het donker zie je niks. Ze denken dat ik gewoon… daar hoor. En dan sneak ik naar binnen. Door dat raampje. En ga daar in het zwembad aan de rand staan. Dichtbij genoeg om alles te zien.”

Ik sluit mijn ogen en voel het al. Mijn borsten, mijn buik, mijn benen… alles bedekt met die perfecte steengrijze laag. Alleen een meisje met een laag bodypaint. Onbeweeglijk. Terwijl die jongens lachen, spatten, hun natte lijven glinsteren in het blauwe licht.

“Ik moet alleen nog uitzoeken hoe lang die verf droogt,” fluister ik. “En hoe ik daar zonder geluid kom. Maar… Lotte, ik doe het. Ik wil het zien. Ik wil ze zien zoals ze zijn als niemand kijkt.”

Mijn vriendin is even stil. Dan klinkt haar stem zacht, bijna bewonderend: “Jij bent gestoord. Maar… fuck, Anna. Ik geloof dat je het echt gaat doen.”

Ik glimlach in het donker van de keuken. In mijn hoofd is het plan al levend. Ik voel de opwinding die door mijn hele lijf trekt terwijl ik daar sta, doodstil als een standbeeld, en naar de jongens kijk.

De avond valt sneller dan ik had verwacht. Lotte staat in mijn kamer, de gordijnen dicht, alleen het zachte licht van mijn bureaulamp. Op het bed ligt de tube bodypaint die ik online had besteld. De geur is chemisch en een beetje scherp, maar het maakt me niet uit. Mijn hart slaat al de hele dag over.

Ik trek alles uit. Eerst mijn shirt, dan mijn broekje, mijn slipje. Ik sta daar naakt voor de spiegel op de deur van mijn kledingkast en kijk naar mezelf. Mijn huid is bleek in dit licht, mijn tepels hard van de spanning en de kou in de kamer. Lotte kijkt ook, maar ze zegt niks, alleen een klein glimlachje. Ze weet precies wat er door me heen gaat.

“Oké,” zegt ze zacht. “Ga maar op de handdoek zitten. Ik doe je rug eerst.”

Ik ga op de vloer zitten, benen opgetrokken, armen om mijn knieën. Lotte knielt achter me. Haar vingers zijn koud als ze de eerste streep verf op mijn schouderblad smeert. Het voelt vreemd glad, alsof mijn huid ineens iets anders wordt. Ze werkt snel, in lange halen, van mijn nek naar beneden, over mijn rug, mijn onderrug, tot net boven mijn billen. Ik voel hoe de verf langzaam dikker wordt, hoe mijn huid strak trekt terwijl het droogt.

“Draai je om,” fluistert ze.

Ik doe het. Nu kijkt ze recht naar me. Mijn borsten, mijn buik, mijn dijen. Ze aarzelt geen seconde. Met zachte, bijna eerbiedige bewegingen smeert ze de verf over mijn borsten. Mijn tepels worden grijs, verdwijnen onder de laag. Het is alsof ik mezelf langzaam uitwis. Geen roze meer, geen zachtheid. Alleen een stenen kleur.

Ik voel het tussen mijn benen tintelen. Het idee dat ik straks zo naar buiten ga, naakt onder een jas, helemaal grijs geschilderd, klaar om mezelf tentoon te stellen, maakt me een beetje duizelig. Lotte komt lager, smeert mijn buik, mijn heupen, mijn binnenkant van mijn dijen. Ze raakt me niet echt aan, niet op die manier, maar haar vingers zo dichtbij… ik bijt op mijn lip om niet te kreunen.

“Je bent al nat,” mompelt ze met een scheve grijns.

“Ssst,” sis ik, maar ik bloos niet eens meer. Het is waar. Het windt me op. Het idee dat die jongens me straks misschien zien, als iets wat daar gewoon staat, als deel van het decor, en toch… als ze goed kijken… als ze doorhebben…

Lotte werkt door tot mijn gezicht. Ze schildert mijn wangen, mijn lippen, mijn oogleden. Zelfs mijn wimpers en wenkbrauwen gaan grijs. Mijn haar smeert ze in met een dikkere laag, zodat het strak tegen mijn schedel plakt en eruitziet als marmeren lokken. Als ze klaar is, sta ik op en kijk in de spiegel.

Ik herken mezelf bijna niet.

Een standbeeld. Precies zoals ik het me had voorgesteld. Grijs, glad, kil. Mijn lichaam is er nog, maar het lijkt nu iets anders. Iets wat niet meer ademt, niet meer bloost, niet meer bloot is op de manier waarop mensen bloot zijn. Ik ben kunst. Ik ben steen.

De verf droogt snel. Binnen twintig minuten voel ik het niet meer plakkerig. Het trekt strak, alsof ik een tweede huid heb gekregen. Lotte helpt me in mijn lange zwarte winterjas, veel te groot, tot over mijn knieën. Ik rits hem dicht. Daaronder ben ik naakt

En grijs, er helemaal klaar voor.

We sluipen naar buiten. Het is kwart over elf. De straat is stil. Alleen het zachte geruis van de wind door de bomen. We lopen snel, dicht tegen de huizen aan, tot we bij de hoge muur van het internaat zijn. Daar staat inderdaad die oude eik, met een dikke tak die schuin over de muur hangt, laag genoeg om bij te komen als je springt.

Lotte kijkt me aan. “Weet je het zeker?”

Ik knik. Mijn mond is droog.

Ze helpt me omhoog. Ik grijp de tak, trek mezelf op, zwaai mijn been eroverheen. De jas schuurt langs de bast. Dan laat ik me aan de andere kant zakken, zachtjes in het gras. Lotte volgt.

We hurken achter een struik. Vlakbij zie ik het kelderraam, een smal en rechthoekig gat, half open. Iemand heeft het laten luchten, of vergeten dicht te doen.

Ik kijk Lotte aan. “Dit is het.”

Ze knikt. “Ik wacht hier. Als er iets is, app ik je. Ga.”

Ik trek de jas uit. De koude nachtlucht slaat tegen mijn hele lijf. Mijn tepels trekken meteen strak onder de verf. Ik ril, maar niet alleen van de kou. Ik prop de jas in de struiken, diep weg.

Dan buk ik me voor het open raam. Het is smaller dan ik dacht, maar ik ben slank. Ik steek eerst één been naar binnen, dan mijn hoofd en schouders. Mijn borsten schrapen langs de rand en dan glijd ik naar beneden. Mijn blote voeten raken de koele betegelde vloer.

Binnen is het donker, maar niet helemaal. Er brandt een zwak noodlampje ergens hoog aan de muur. Het Romeinse bad, zo noemen ze het hier, ligt voor me: een groot, rechthoekig bassin met witte en blauwe mozaïektegels, zuilen in de hoeken, een paar marmeren bankjes langs de kant. Het water staat stil, zwart en spiegelend.

Ik kijk snel rond. Er is nog niemand. Alleen het zachte druppen van een kraan ergens ver weg.

Ik sluip naar de verste hoek, waar een nis zit tussen twee zuilen. Er staat een oud, half kapot beeld van een vrouw, zonder hoofd en zonder armen, op een sokkel. Ik ga ernaast staan, precies in dezelfde houding: één arm voor mijn borst, de andere langs mijn zij, hoofd licht naar beneden gebogen, ogen starend in de verte. Mijn grijze huid past perfect bij het marmer om me heen. In dit schemerlicht lijk ik echt onderdeel van het decor. Alsof ik hier al honderd jaar sta.

Ik adem heel langzaam in en uit. Mijn hart bonst zo hard dat ik bang ben dat het geluid door de hele kelder galmt.

Nu is het wachten.

Wachten tot het licht aangaat, het water beweegt, tot ik hun stemmen hoor, hun blote voeten op de tegels, hun lach, hun naakte lichamen die het bassin in glijden.

Het duurt een half uur. Een eindeloos half uur waarin de tijd Leek stil te staan. Mijn benen beginnen te tintelen, dan te zeuren, dan te branden. Eerst is het alleen een lichte kramp in mijn kuit, maar na een paar minuten voel ik het ook in mijn dijbeen, in mijn onderrug.

Ik pas me aan. Heel langzaam, alsof ik een standbeeld ben dat in de loop der eeuwen een beetje is. Mijn hoofd buig ik iets naar voren, kin omlaag, ogen gericht op het bassin. Ik verzet me een beetje, zo kan ik langer stil blijven staan. En zo heb ik perfect uitzicht: recht over het water, zonder dat ik mijn nek hoef te draaien.

De stilte is oorverdovend. Alleen mijn eigen hartslag, het zachte tikken van waterdruppels ergens in een hoek, en mijn adem die ik probeer te vertragen tot bijna niets.

Dan hoor ik het.

Eerst stemmen, ver weg, gedempt door de gangen. Jongensstemmen. Lachen. Iets over “wie het eerst springt”. Voetstappen die harder worden, sneller. Ze komen dichterbij.

Mijn maag trekt samen. Ik voel het overal: in mijn keel, tussen mijn benen, in mijn vingertoppen. Ik durf niet te ademen.

De deur aan de andere kant van de kelder gaat open met een zware klik. Twee jongens stappen naar binnen. Naakt. Allebei.

Ze rennen al bijna voordat ze goed en wel binnen zijn. Hun blote voeten kletsen op de tegels. Ik zie ze in profiel: lang, slank, maar met spieren die strak staan onder hun huid. Getraind. Brede schouders, smalle heupen, buikspieren die bewegen terwijl ze lopen. Een van hen heeft donker haar, nat van zweet of van de warmte hierbinnen; de ander is blond, bijna wit in het zwakke licht.

Ze nemen een aanloop, lachen hard, duwen elkaar plagend opzij. Dan springen ze. Tegelijk. Hun lichamen krommen zich in de lucht, armen vooruit, benen gestrekt. Twee perfecte bogen. Het water slaat met een harde plons omhoog, spetters vliegen tot halverwege de zuilen.

Ik kijk. Ik kan niet anders.

Ze komen boven, schudden hun haar uit hun ogen, lachen weer. Het blauwe onderwaterlicht kleurt hun huid bleek en spookachtig, maar het accentueert alles: de lijnen van hun borst, de schaduwen onder hun ribben, de V van hun heupen die naar beneden loopt. En ja… tussen hun benen. Ik zie het duidelijk. Ze bewegen vrij, zwaar door het koude water, maar toch… indrukwekkend. Niet overdreven, niet opzichtig, maar precies goed.

Ze zwemmen heen en weer, krachtig, met lange slagen. Eén jongen duikt onder, komt weer boven met een gil van plezier. De ander spettert water naar hem, een fontein van druppels die in het licht glinsteren. Ze spelen als kinderen, maar hun lichamen zijn die van mannen: sterk, soepel, onbevangen.

Ik voel de hitte in mezelf opkomen, scherp en diep. Mijn eigen lichaam reageert zonder dat ik het wil. Mijn tepels trekken strak onder de verf, mijn dijen knijpen onwillekeurig samen. Ik ben nat, niet van het water, maar van mezelf. Het idee dat ik hier sta, zo dichtbij, terwijl zij geen idee hebben… dat ik ze zie zoals niemand anders ze ooit ziet… het maakt me duizelig.

Ze klimmen even op de kant, druipend, en duiken weer. Hun billen spannen zich aan als ze springen, spieren rollen onder hun huid. Ik bijt zachtjes op de binnenkant van mijn lip om geen geluid te maken.

Ze hebben lol. Echte, zorgeloze lol.

Ik blijf staan. Doodstil. Grijs

En onzichtbaar, maar god, wat zie ik veel.

Ik voel een lichte prikkel opkomen, ergens achter in mijn keel. Een kriebel, klein maar irritant, alsof er een veertje langs de binnenkant van mijn luchtpijp strijkt. Ik probeer het te negeren, slik voorzichtig, maar het wordt erger. Mijn keel trekt samen. Ik kan het niet tegenhouden.

Heel zachtjes, amper hoorbaar, laat ik een kuchje ontsnappen. Het is meer een zuchtje met een randje schrapen erin. Bijna niets. Maar in deze stille kelder, waar alleen het water klotst en hun ademhaling klinkt, is het genoeg.

De jongens stoppen meteen met spetteren. Hun hoofden draaien tegelijk mijn kant op. Ik zie het vanuit mijn ooghoeken: hun ogen groot, alert, zoekend in het schemerdonker. Een van hen, de donkere met het natte haar dat over zijn voorhoofd hangt, fluistert scherp: “Shit, was dat de rector?”

De blonde schudt zijn hoofd, maar zijn schouders zijn gespannen. Ze kijken naar de deur, naar de gang, naar de hoge ramen bovenin. Niks. Geen voetstappen, geen licht dat aangaat. Loos alarm.

Ze blazen opgelucht uit, lachen nerveus, laag en ingehouden. “Fuck, ik schrok me rot,” mompelt de donkere. Ze duiken weer half onder water, maar hun bewegingen zijn voorzichtiger nu.

Dan gebeurt het.

De blonde kijkt mijn kant op. Zijn ogen glijden over de nis, over de oude armloze vrouw op de sokkel naast me, en blijven dan hangen op mij.

“Is die… nieuw?” vraagt hij langzaam.

Mijn hart slaat een slag over. Het bonst nu zo hard dat ik bang ben dat ze het horen, als een trommel in mijn borstkas.

De donkere draait zich om, water druppelt van zijn kin. “Wat?”

“Dat standbeeld daar. Die vrouw. Was die er altijd al?”

Ze zwemmen dichterbij. Niet snel, niet gehaast, maar doelgericht. Hun armen snijden door het water, hun schouders komen boven als ze hun hoofd optillen om beter te kijken. Ik voel hun blikken over me heen glijden. Over mijn grijze huid, over de lijnen die Lotte zo zorgvuldig heeft getekend, over de curve van mijn borsten, mijn heupen, de lichte marmertekening die ik op mijn buik heb laten aanbrengen. Ze komen tot vlak bij de rand, ellebogen op de tegels, kin op hun handen, starend omhoog naar me.

“Prachtig,” zegt de blonde zacht. “Echt… wow. Kijk die proporties. Die ideale vrouw, hè? Net alsof ze zo uit een museum is gehaald.”

De donkere knikt langzaam. “Ja. Die details. En die tepels, fuck, die zijn perfect uit.”

Ik voel de hitte omhoog schieten, van mijn buik naar mijn gezicht. Onder de verf bloos ik waarschijnlijk rood, maar ze zien het niet. Ik ben steen. Ik mag niet blozen. Ik mag niet trillen. Maar god, hun woorden… ze prijzen me. Ze bewonderen me. Alsof ik echt een kunstwerk ben. Alsof mijn lichaam, mijn naakte beschilderde lichaam, iets is om naar te verlangen, om te waarderen.

De blonde leunt iets verder over de rand. “Serieus, dit is next level. Ik krijg er een harde van, man. Zo realistisch. Kijk naar haar gezicht… die lippen, die ogen. Alsof ze elk moment kan bewegen.”

De donkere lacht zacht, laag. “Je bent gestoord. Maar… ja. Het lijkt wel levend.”

Ze kijken nog een paar seconden langer. Hun ogen glijden over me heen, traag, waarderend. Ik voel het overal: op mijn borsten, mijn buik, lager. Mijn dijen knijpen onwillekeurig samen, maar ik dwing mezelf stil te blijven. Mijn adem is oppervlakkig, nauwelijks waarneembaar. Mijn hart bonkt zo wild dat het pijn doet.

Dan duiken ze weer weg, terug het water in, maar hun stemmen dragen nog door de kelder. “We moeten uitzoeken wie dat ding gemaakt heeft,” zegt de een. “Misschien is het een nieuw kunstproject van de school of zo.”

Ik sta daar, doodstil, grijs, onbeweeglijk.

Maar vanbinnen brand ik. Hun blikken, hun woorden, hun bewondering… het windt me op zoals niets ooit eerder heeft gedaan. Ze hebben geen idee dat ik hier sta, naakt onder de verf, en dat hun opwinding de mijne alleen maar groter maakt.

Ik bijt zachtjes op de binnenkant van mijn lip.

De blonde jongen klimt uit het water. Het water glijdt van zijn lichaam in dunne stroompjes, druppelt op de tegels met zachte plonsjes. Hij schudt zijn haar uit zijn ogen, loopt langzaam naar me toe, natte voetafdrukken achterlatend. Ik zie hem aankomen vanuit mijn ooghoeken, zijn borstkas die rijst en daalt, de spieren in zijn armen die aanspannen terwijl hij balanceert. Hij stopt vlak voor me, zo dichtbij dat ik de geur van chloor en warme jongenshuid ruik.

Hij buigt zich voorover. Zijn gezicht is nu op ooghoogte met mijn borst. Ik voel zijn adem eerst: warm, vochtig, een zachte stoot lucht tegen mijn grijze huid. Dan komt zijn hand. Voorzichtig, aarzelend, alsof hij iets kostbaars aanraakt. Zijn vingertoppen glijden over mijn onderarm, van elleboog naar pols. Het voelt elektrisch. Mijn huid trekt strak onder de verf, maar zijn aanraking is echt fijn warm en een beetje ruw van het zwemmen.

“Ze voelt… warm,” mompelt hij verbaasd. Zijn stem is laag, bijna fluisterend. “Niet koud zoals steen.”

De donkere jongen klimt nu ook uit het water, druipend, en komt naast hem staan. Twee naakte jongens, vlak voor me. Hun lichamen glanzen in het blauwe licht. Ik zie hun buikspieren aanspannen, hun ademhaling sneller gaan. De donkere steekt zijn hand uit, legt zijn palm plat tegen mijn buik, net onder mijn navel. Zijn vingers spreiden zich. Warmte straalt door de verf heen, recht mijn binnenste in.

“Ja,” zegt hij zacht. “Levensecht. Kijk hoe ze reageert op aanraking… alsof ze ademt.”

Hun handen glijden nu vrijer. De blonde laat zijn vingers over mijn borst glijden, volgt de curve, strijkt met zijn duim over wat ooit mijn tepel was, nu alleen maar grijze verf, maar toch voel ik het alsof er een draadje recht naar beneden loopt, tussen mijn benen. Ik knijp mijn dijen samen, heel licht, maar ik blijf stil. Doodstil.

De donkere glijdt met zijn hand lager, over mijn heup, langs de zijkant van mijn bil. Zijn aanraking is steviger, nieuwsgieriger. Ik voel de hitte in mezelf exploderen, een golf die begint in mijn buik en zich verspreidt tot in mijn vingertoppen. Mijn hart bonkt zo hard dat ik bang ben dat ze het voelen onder hun handen.

Dan komen ze dichterbij. Hun lichamen raken me aan. Per ongeluk. Ik voel hun opwinding, hard tegen mijn dij, tegen mijn heup, tegen de zachte huid net onder mijn navel. De blonde leunt iets voorover, zijn erectie drukt tegen mijn bovenbeen, glijdt een klein stukje omhoog door de beweging van zijn heupen. De donkere staat schuin, zijn tegen mijn zij, warm en zwaar.

Ik kan het niet tegenhouden. Een zucht ontsnapt aan mijn lippen, zacht, amper hoorbaar, maar het is er. Mijn borstkas rijst een fractie, mijn lippen gaan een heel klein stukje van elkaar.

Ze lijken het niet te merken. De blonde mompelt alleen: “Fuck, dit is… te echt.” Zijn stem trilt een beetje. Zijn hand glijdt weer omhoog, cupt mijn borst, knijpt zachtjes, alsof hij test of ik echt ben.

Ik beweeg niet. Ik durf niet. Maar vanbinnen tril ik. Elke zenuw staat in brand. Hun handen, hun warmte, hun harde lichamen die tegen me aan drukken… het is te veel en precies genoeg. Ik voel mezelf pulseren, nat en heet onder de verf, terwijl zij denken dat ik steen ben.

Ze blijven nog even staan, strelen, kijken, fluisteren. Dan stappen ze langzaam achteruit, hun ogen nog op me gericht, hun erecties stijf en recht omhoog. Ze mompelen zachtjes tegen elkaar.

“Ze ziet er echt fantastisch uit,” zegt de blonde, zijn stem hees. “En ze voelt… perfect. Warm en zacht, alsof ze leeft.”

De donkere knikt, zijn ogen glijden weer over mijn grijze huid. “Ja. Geweldig. Precies zoals mijn droomvrouw.”

Ze staan naast elkaar, bewonderend, hun handen nog half uitgestoken alsof ze niet durven te geloven wat ze aanraken. Ik voel de spanning in mezelf opbouwen, een hitte die niet meer te houden is. Mijn dijen trillen licht, mijn adem komt sneller. Ik hou het niet meer vol. Ik wil het. Ik wil dat ze me aanraken.

Heel langzaam, alsof het een scheur in marmer is, beweeg ik. Eerst alleen mijn vingers, dan mijn arm die zakt. Mijn hoofd draait een klein stukje hun kant op.

Ze schrikken. De blonde deinst achteruit, ogen groot. “Wat de fuck…?”

De donkere grijpt zijn arm. “Ze… ze beweegt.”

Ik open mijn mond, mijn stem zacht maar duidelijk, trillend van opwinding. “Het is oké,” fluister ik. “Jullie mogen me aanraken. Ik wil het. Ik ben geen standbeeld. Ik ben… ik.”

Even is het stil. Ze staren me aan, half in shock, half in ongeloof. Dan stappen ze dichterbij, wantrouwend. Hun handen komen weer omhoog, aarzelend. De blonde raakt mijn wang aan, alsof hij checkt of ik echt ben. De donkere legt zijn palm op mijn borst, voelt mijn hart bonken.

Ik pak hun geslachten beet en voel hun harde kloppende erecties. Ze happen naar adem. Ik leid de donkere achter me. Hij begrijpt het meteen. Zijn handen glijden over mijn heupen, hij drukt zich tegen me aan, glijdt langzaam naar binnen. Het voelt vol, perfect. Ik leun iets voorover, steun op de sokkel naast me.

De blonde komt voor me staan. Hij buigt zich, kust me, eerst voorzichtig, dan dieper, zijn tong tegen de mijne. Zijn handen glijden over mijn borsten terwijl de ander ritmisch beweegt.

Het duurt niet lang bij de donkere. Hij kreunt laag, zijn heupen schokken, en hij komt klaar, diep in me. Warmte verspreidt zich. Hij trekt zich terug, hijgend.

Ze wisselen zonder een woord. De blonde komt nu achter me en glijdt naar binnen. Hij is iets dikker, vult me anders. Hij beweegt precies goed, raakt plekken die me laten duizelen. Zijn handen pakken mijn borsten beet, knijpen zachtjes, kneden terwijl hij dieper gaat. Ik voel het opbouwen, heet en onvermijdelijk. Ik probeer stil te blijven, maar een zachte kreun ontsnapt toch. Mijn lichaam spant zich, golven rollen door me heen. Ik kom intens maar stil klaar, mijn benen trillen. Hij voelt het, kreunt, en komt ook, zijn greep verstevigt zich even.

We blijven even zo staan, ademend, nat, verbonden. Dan trekken ze zich langzaam terug. Ze kijken me aan, nog steeds half verbijsterd, half in vervoering.

De blonde veegt een lok nat haar uit mijn gezicht. “Kom je… vaker langs?” vraagt hij zacht. “Dan kun je gewoon mee zwemmen. Dat hoeft niet als standbeeld grinnikte hij. Gewoon als jezelf.”

De donkere knikt. “Ja. We willen je vaker zien!”

Ik glimlach, een beetje beverig. “Misschien,” zeg ik. “Misschien wel.”

Ze helpen me. Tillen me voorzichtig op, helpen me terug naar het open raam. Ik klim eruit, hun handen stevig om mijn middel. Buiten wacht de koude nachtlucht. Ik sluip snel door de tuin, pak mijn jas uit de struiken, trek hem aan over mijn grijze, besmeurde huid.

Thuis glijd ik de achterdeur in, hart nog bonzend, lichaam tintelend. Ik laat het water in de douche lopen, warm, en was de verf er langzaam af. Terwijl het grijs in de afvoer verdwijnt, blijf ik denken aan hun uitnodiging.
Geef dit verhaal een cijfer:  
5   6   7   8   9   10  
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...