Lekker Anoniem Webcammen!
Donkere Modus
Door: Keith
Datum: 31-01-2026 | Cijfer: 9.5 | Gelezen: 638
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 46 minuten | Lezers Online: 15
Even Gewoon In Ede Werken
Eenmaal binnen knapte Mariëlle. Ze liep naar de keuken en even later hoorde ik haar huilen. Ik liep naar haar toe, zei niks, maar legde een arm om haar heen. Toen ze een beetje tot bedaren kwam, zei ze: “Ik mocht hem absoluut niet, Gon. Maar om op zo’n manier aan je eind komen… Dat gun je toch niemand? Als je sterft wil je toch dat er mensen om je heen staan? Mensen die je troosten of helpen?”

Ik knikte. “Ja. Maar als je diezelfde mensen het leven tot een hel hebt gemaakt… Wil je die om je heen hebben? Dat zou een schijnheilige bedoening worden, Mar…” Op dat moment kwam Marjan binnen. “Hé twee niet-zo harde werkers… Wat is met jou aan de hand Mar?” Stotterend vertelde ze het verhaal en het gelaat van Marjon werd strak.

“Triest. Hij had nu de kans om goed te maken wat hij al die tijd fout deed. En dan overlijdt hij. Enig idee waaraan hij is overleden?” Ik schudde mijn hoofd. “Nee. Dat zal de patholoog moeten vaststellen. De politie zei er in ieder geval niets over.” Ik keek op mijn horloge. “Ik rij door naar Schaarsbergen, dames. Ik heb het ook wel gehad voor vandaag. Mar, werk jij je aantekeningen van mevrouw Garrets nog uit? Dan lezen we die morgen in Ede even door, en kan zij volgende week dinsdag even kijken of ze het ermee eens is.” Mariëlle knikte. “Doe ik vanavond wel. Nu eerst even naar de dieren kijken. Die zijn ten minste eerlijk.” Marjan knikte. “Toe maar, meisje.” Mariëlle liep naar achteren, richting stal.

“Hou je haar een beetje in de gaten, Marjan? Ze heeft vandaag een behoorlijke opdonder gehad. Misschien voelt ze zich wel schuldig.” Marjan knikte. “Natuurlijk. Jij ook, in Ede?” “Ja. Beloofd.” Ze gaf me een knuffel. “Mar ziet heel erg tegen jou op, Gonnie. Afgelopen weekend liet ze zich ontvallen dat ze er een échte vriendin bij had.” Ik bloosde. “Jouw dochter is een schat. En een hele slimme dame, Marjan. Zuinig op zijn.” Zo namen we afscheid.

Libby liep met me mee naar de auto. Ondanks het vervaarlijke uiterlijk, het was best een hele forse herdershond, was het een lief beest. Althans: naar mij toe. Ik ging even op mijn hurken zitten en aaide hem rustig. Het dier kwispelde en ik kreeg een paar likken over mijn handen. “Je bent een brave hond, Libby. Pas maar goed op Mariëlle, die heeft jou ook nodig.”

Ik stapte in en reed rustig het erf af. Op de N310, tussen Stroe en de Harskamp, kreeg ik het even te kwaad. Ik nam een afslag vlak voor het dorp Harskamp en zette de auto op een parkeerplaats stil. Potverdomme… Zo maar dood. En waaraan? En waarom? Nu moest ik ook een zakdoek pakken. Ja, ook Gonnie Peters werd het soms teveel… Maar laat dat niet merken aan Mariëlle, Gon. Die leunt op jou. Als jij dan ook nog eens loopt te sniffen… Dat mag bij Frank. Die zou het begrijpen. En op het moment dat ik dat dacht, had ik heel veel behoefte aan zijn arm om me heen… Ik snoot mijn neus en wreef mijn ogen droog.

Nu rijden, Gon. Dan voel je die armen ten minste sneller om je heen… Even later reed ik weer. Harskamp, Otterloo, Hoge Veluwe, die venijnige bocht bij Oud-Reemst… Niet veel later reed ik de Kemperbergweg op. Langzaam. Bij het huis zag ik Frank z’n auto staan. Gelukkig! Ik stapte uit en de voordeur ging open. Daar stond Frank, breed lachend. “Hé, mijn mooie vriendin komt…. Wát is er aan de hand, Gon?” Hij zag het meteen, de lieverd.

“Heb je koffie, Frank? Daar heb ik nu vreselijk behoefte aan. En aan een stel sterke armen om me heen.” Hij bromde: “Eerst die sterke armen dan maar…” Ik kon heerlijk tegen hem aanleunen. Hij zei niets, vroeg niets, hij wás er. Dat was voor even genoeg. Na een paar minuten maakte ik me los. “Dank je wel schat.” Hij liep naar de keuken en maakte de koffiemachine klaar. Even later klonk het geraas door de kamer, gevolgd door het gesis van stoom.

Met twee koppen koffie voor ons zei hij: “Hommeles in Terschuur?” Ik zuchtte. “Vanochtend een beetje. Vanmiddag verliep wat anders dan gepland…” Ik vertelde onze belevenissen en hij keek ernstig. “Oeps… Dat is inderdaad geen werkdag zoals alle andere, schat.” Hij keek me onderzoekend aan. “En het heeft jou ook niet koud gelaten, zo te zien.” Ik haalde mijn schouders op. “Minder koud dan Joziassen…” Hij keek me verbijsterd aan. “Rare Rooie…” “Frank… ja, ik heb net op een parkeerplaats even zitten janken. Niet omdat ik het zo vreselijk erg vind dat hij overleden is, maar wél omdat er nu, met hem uit de weg, een goede kans is dat de Weever een ‘normaal bedrijf’ wordt. En ja, het uitzicht op een lijk is niet iets wat je elke dag wil zien, maar de man was een tiran. Hij had vanmiddag de kans om schoon schip te maken, en die kans is hem niet gegund. Óf, maar dat weet ik niet, hij heeft zelf de weg van de minste weerstand genomen.”

Frank keek lang voor zich uit. “Zelfmoord, bedoel je? Dan moet hij wel héél erg in de shit gezeten hebben, Gon. Heb jij enige aanleiding daarvoor gezien?” Ik schudde mijn hoofd. “Geen verwondingen, bloed of iets in die richting. En ik ben maar heel even binnen geweest, heb z’n pols en hals gevoeld, monnikskapspier getest en zijn gezicht gezien… Gevoeld; zijn lichaam was steenkoud. Zijn bloed was al naar beneden gedaald. De ene kant van zijn gezicht wit, de andere kant bijna blauw. Toen wist ik genoeg en ben het bureau uitgegaan. Niks meer aan te doen. En dat bevestigde de ambulancebroeder even later: hij was al een paar uur dood.”

Frank keek voor zich uit en zo dronken we zwijgend onze koffie. “Wat wil je eten, Gon?” Ik haalde mijn schouders op. “Ik heb geen trek, schat.” “Je moet toch eten, meisje. En vannacht goed slapen, anders ben je morgen niks waard.” “Maak maar iets, Frank. Ik weet niet of ik het proef, maar inderdaad moet ik wel eten, anders vreet ik vannacht al je snacks op, als jij diep ligt te ronken…” Hij stond op. “We rijden even naar Renkum, halen daar wat zwemkleding op en we gaan een potje zwemmen. Jezelf moe maken. En daarna eten bij de Beken. Dan weer terug hierheen en dan lekker slapen.” Ik knikte. “Klinkt als een weldoordacht plan. Ik stem voor. Al was het alleen maar om jou in zwembroek te zien, lieve lover.”

Hij glimlachte. “Je kunt gelukkig nog geintjes maken. Ik pak even mijn zwemspullen en dan gaan we.” Een half daarna rende ik mijn huisje binnen. Pakte de post uit de brievenbus: geen spannende dingen of rekeningen die snel betaald moesten worden. Plantjes water geven, toen naar boven. Een zwarte bikini, handdoek, shampoo, schoon ondergoed en kleren voor morgen. Dat propte ik in een weekendtas en sloot de deur weer achter me. Aan de overzijde van de straat bewoog de zonwering.

Jaja, die ‘nette juffrouw van de overkant’ stapte weer in de auto van die onbekende man, mevrouw de Hooghe… Zo ‘net’ was die juffrouw blijkbaar niet… Ik stapte ginnegappend in en Frank keer onderzoekend. “De gordijnen aan de overkant bewogen even, Frank…” Hij reageerde stoïcijns. “Oh, is dat zo? Dan moeten we ze maar iets te zien geven, schat. Anders hebben ze vanavond niks om over te kletsen.” Hij knipte de binnenverlichting aan, trok me naar zich toe en begon te zoenen.

Na een paar seconden maakte ik me los. “Niet te lang, idioot. Anders hebben ze zoveel om over te praten, dat ze vannacht geen tijd meer hebben om te slapen. Dat kun je die oudjes niet aandoen.” Ik zweeg even en vervolgde toen: “Kun je beter in het zwembad doen. Dan hebben die knullen vannacht iets om in hun gedachten af te spelen…”

Hij zuchtte en drukte de startknop in. “Dat kunnen we hun zussen niet aandoen, schat. Die missen dan weer lingerie en dure nylons uit hun lingerielades en lopen morgen voor schut op hun werk, waar ze ‘representatief’ moeten verschijnen.” Ik snoof. “Dan ben ik wel benieuwd naar het soort werk wat die zussen doen. Ik bedoel: als hun lingerie ‘representatief’ moet zijn, kan ik er wel naar raden…” We grinnikten samen. “Gelukkig kun je weer geintjes maken, Gonnie. Ben ik wel blij mee.” In het zwembad kleedden we ons snel om.

Frank was natuurlijk eerder klaar dan ik en toen ik uit het badhokje kwam hoorde ik een zacht, bewonderend fluitje. “Oei mevrouw… Ik had u nog niet mogen aanschouwen in bikini. Maar dit uitzicht bevalt me wel. Kan ik uren naar kijken.” “Alleen kijken? Saaie vent ben jij, zeg. En ik ondertussen klappertanden zeker? Echt niet, Frank Veenstra! Kom, douchen en dan er in. We zouden onszelf moe maken vanavond!” Er was op woensdag geen ‘baantjeszwemmen’, dus het hele 25-meterbad was nog gevuld met spelende kinderen, jongelui en een paar ouders. En wij zwommen daar een beetje tussendoor. Niet echt omstandigheden om ‘lekker moe’ van te worden.

Totdat… er plotseling een bal in het water verscheen en er aan één kant van het bad een soort waterpolo-wedstrijd ontstond tussen wat jongelui. Die bleven overigens keurig aan één kant van het bad om andere zwemmers niet te storen. Wij konden nu iets makkelijker baantjes trekken. Plots landde de bal in het water, vlak voor Frank. Die zat er niet zo mee; hij tikte de bal voor zich uit, zwom snel naar één kant en smeet de bal in het ‘doel’, twee pionnen die op de kant stonden. Gejuich klonk.

“Doet u mee, meneer? Zo’n zwemmer kunnen wel gebruiken.” Hij wees naar mij. “Als mijn vriendin ook mee mag doen, maar dan bij jullie tegenstanders!” Dat werd geaccepteerd en in no time waren we verwikkeld in een stevig potje waterpolo met een stel pubers, waarbij men het echter niet nauw nam met de regeltjes. Links en rechts werd er nog wel eens iemand onder water geduwd of getrokken en iemand die bal had werd van achteren omarmd, zodat hij of zij niet kon gooien. Oké, als jullie het hard willen spelen, dames en heren… Frank had één van mijn teamgenoten al een keertje onder water geduwd, dus die zat er niet zo mee.

Nou dat spelletje kon ik ook spelen, dankzij wat lesjes van Rick. Een van de tegenstanders ving de bal, vlak bij me en ik dook onderwater en trok hem onder. Hij liet de bal los, ik pikte hem in en zwom snel en onder water tot vlak bij het doel. Toen kwam ik boven en mepte de bal tussen de pionnen. De keeper was kansloos: zó was er in geen velden of wegen een bal te zien en het volgende moment dook die rooie griet vlak voor zijn neus op om de bal snoeihard langs hem heen in het doel te smijten...

Ik kreeg applaus en een dreigende blik van Frank. Oh, meneer zon op wraak… Dat zou lachen worden! Even later werd de bal naar mij toegespeeld en wilde ik de truc herhalen. Dat ging niet door; een hand pakte mijn enkel en trok me omlaag. Omkijkend zag ik een bekend en lachend gezicht. Ik trok mijn been in waar hij me aan vast had zodat ik vlakbij hem was. En met een snelle beweging trok ik zijn zwemshort omlaag tot bij zijn knieën. Hij liet los en ik trapte mezelf weg van hem, dook op en smashte de bal naar iemand anders. En nu snel wegwezen, Gon! Frank kennende… Het spel ging snel heen en weer en op enig moment ving ik de bal, vlakbij het doel van de tegenstanders.

Ik ving met links, mijn niet-dominante kant. Ik gooide altijd met rechts. En op het moment dat ik de bal overpakte, werd mijn linker bikinibandje omlaag getrokken, zodat ik die arm niet meer kon heffen. Geen probleem: rechts was vrij en ik smeet de bal in het doel. Toen keek ik omlaag: mijn linkerborst hing uit mijn bikini. Snel herstelde ik dit. Gejoel klonk van de jongens die het gezien hadden. Nou ja… Dan hadden zij vanavond iets om over na te denken. Zo ging het spelletje nog even door, tot er een fluitje klonk.

Een badmeester gebaarde dat we het bad nu weer vrij moesten maken voor de andere zwemmers. Maar goed ook; ik zat er aardig doorheen. Ik begreep die training van Rick nu wel, want het spel ging razendsnel heen en weer. Ik voelde twee handen op mijn schouders. “Hé schatje… Ga je mee? Dan doen we dat spelletje met mijn zwembroek en jouw bikinibandje nog een keer. Maar dan op mijn slaapkamer…” De plagende stem van Frank in mijn oor. “Niks ervan. Eerst eten, meneer Veenstra!” “Oh ja, ook dat nog…” klonk het wat teleurgesteld. We zwaaiden naar de andere spelers en liepen naar de kleedhokjes. Nog even douchen…

Tien minuten later föhnde ik mijn haren, toen ik Frank z’n stem hoorde. “Gon… Ben je zover?” “Nog even de laatste haartjes drogen, Frank!” Ondeugend en wat zachter klonk: “Toch niet waar ik denk dat ze nat zijn, hoop ik?” “Smeerlap! Ga je schamen.” Even later kwam ik uit het ‘dames-gedeelte’ van de omkleedruimte en keek recht in de grijnzende toet van Frank. “Wij hebben vrijdag wat leuks te vertellen in Ede, schatje. Yvon lacht zich kapot als ze dit hoort…” Ik bitste: “Yvon hoort het van mij. Morgen. En zal jou wel eens toespreken over jouw smerige praktijken in het zwembad, waar ook nog onbespoten jeugd bij is!” Hij keek twijfelend. “Mijn smerige praktijken? En wie trok mijn zwembroek van mijn billen, om van de rest van mijn anatomie maar te zwijgen?” Ik snoof. “Dat bedoel ik dus. Jij zwom daar gewoon in je naakte snikkel. Er waren meisjes bij, Frank!” “Nou, dan hebben die óók…” Verder kwam hij niet. “Vieze ouwe man!”

We grinnikten samen. “Kom, we gaan een hapje eten. Ik heb nu gewoon onbeschofte honger en dat stoofpotje bij de Beken smaakte de vorige keer prima.” En dat was deze keer ook zo. Alleen hadden we nu beiden ons eigen stoofpotje en dat ging schoon op. En een kop koffie na, toen had ik het wel gehad. Ik voelde een enorme loomheid over me komen. “Dat slapen zal wel lukken vanavond, Frank. Ik zit nu al te knikkebollen.” Hij grinnikte. “Dan zal ik even betalen, schoonheid. Om je daarna naar mijn huisje te transporteren en je in slaap te sussen.” Toen we in Schaarsbergen aankwamen was het tien voor half tien. Ik pakte mijn weekendtas mee naar binnen. “Ik ga meteen naar beneden, Frank. Ben echt óp.” Hij sloot af. “Dan ga ik met je mee, Gon. Al was het alleen maar om te kijken als je je uitkleed.” Ik was te duf om te reageren. Uitkleden, nachthemdje aan, tanden poetsen en ik kroop al onder het dekbed toen Frank nog bezig was.

“Zooo… Mijn vriendinnetje heeft er zin in! Die ligt nu al in mijn bedje, smachtend van verlangen op mij te wachten!” “Nog meer leugens over mij, Frank Veenstra? Zo ja, bewaar die maar voor morgenochtend.” Hij kroop naast me. “Lekker slapen, mooie Rooie. Je hebt me mooi voor lul gezet. Nooit van zo’n keurig meisje verwacht…” Ik glimlachte. “Wacht maar tot ik weer een beetje opgekalefaterd ben. Dan ga je wat beleven, Frankieboy. Maar of dat in het zwembad is… Welterusten, lieve vent.” Een zoen volgde, toen kroop ik tegen hem aan. “Mag ik zo, tegen jou aan, in slaap vallen?” “Lijkt me heerlijk Gon…” Dat was het laatste wat ik hoorde; ik was wég.

De donderdag werkten we in Ede. Mariëlle had haar aantekeningen van ons gesprek met mevrouw Garrets uitgewerkt. Keurig. Feitelijk. Geen emoties. Duidelijk was dat mevrouw behoorlijk had meegewerkt met de Weever Junior en Joziassen. Maar ja… ze werd gechanteerd. Tenminste… volgens haar eigen zeggen. Ergens, diep in mijn hoofd, bleef er twijfel over die bewering knagen. Het zou een té makkelijke uitweg zijn. Maar goed, dat was niet aan mij om uit te zoeken. Mariëlle en ik werkten een systeempje uit waarin we aangaven in hoeverre we de personeelsleden van de Weever betrouwbaar achtten. Op een schaal van 1 tot 10 scoorde mevrouw Garrets een mager zesje. Ten opzichte van meneer Vaassen heel mager; die scoorde een acht. Het was een rudimentaire manier om mensen in te schatten, maar het gaf in ieder geval een beetje houvast.

Om tien uur waren we daarmee klaar, toen ging Mariëlle naar de desk van de receptie en ik kon weer eens aan m’n eigen werk. Héhé… De rest van de dag had ik het druk, want ik moest wel twee dagen achterstand inhalen. En dat lukte niet echt. Veel telefoontjes er tussendoor, cursuslocaties die afbelden, zodat ik een andere locatie moest regelen, het hield niet op. Op een gegeven moment, na wéér een telefoontje van een cursuslocatie die annuleerde, nu ‘wegens externe omstandigheden’, smeet ik de hoorn op de haak en riep:

“Waarom ben ik hier eigenlijk aan begonnen?” Ben zat tegenover me, had even geen klant aan de lijn en grijnsde:

“Omdat je dan elke dag een knappe vent tegenover je hebt, Gon.”

Ik gromde. “Alleen op vrijdag, Don Juan.”

Hij bleef lachen. “Als Frank tegenover je zit… is er dan nog wel sprake van productie?”

Mijn gezicht bleef in de plooi en ik zei: “Volgens mij wel. Bij hém zeer zeker. Met name ’s avonds.”

Zijn onderkaak zakte iets en hij keek me stomverwonderd aan. “Wat ben jij een vreselijk gehaaid kreng, zeg. Ik ga Frank vanavond eens een waarschuwend mailtje sturen dat hij héél goed moet uitkijken bij jou.”

Ik haalde mijn schouders op. “Niet nodig. Dat doet hij toch wel. Met name als ik, zoals gisteravond, in een zwarte bikini het zwembad in kom schrijden. En op andere momenten, waar ik echter geen bijzonderheden over ga verstrekken en dat lekker aan jouw ongetwijfeld grote fantasie overlaat. En nu weer aan het werk, meneer Oud!”

Hij zuchtte, schudde zijn hoofd en wilde zijn headset weer opzetten.

“Ben…”

Hij onderbrak zijn beweging. “Weet je, en dat is absoluut géén geintje, dat ik per dag blijer ben dat ik hier werk? En da’s niet alleen om Frank, maar omdat hier een sfeer hangt die gewoon goed is. Je bent er voor elkaar, maar kunt elkaar ook lekker afkatten, zonder dat er sprake is van haat of nijd.”

“Bij dat afkatten heb ik wel beeld, sinds jij er bent, Gon.” Nu zette hij wél z’n headset op, zodat hij afgesloten werd van de buitenwereld. Als reactie stak ik m’n tong naar hem uit en hij knipoogde. Heerlijk… Wát een verschil met de Weever…

Dat zei ik ook tijdens de middagwandeling die Ben, Mariëlle en ik maakten. Ben maakte er weer een geintje van. “Nou van die goeie sfeer merk ik momenteel niet zoveel. Als die er zou zijn, zouden deze twee dames toch wel hartelijk inhaken bij deze knappe kerel…” Ik keek Mariëlle aan en meteen snapte ze het. Onze armen gleden onder die van Ben en gearmd liepen we door.

“Dit kan ik wel een tijdje volhouden, meiden…” We kwamen een stel andere lunchwandelaars tegen: drie mannen, waarschijnlijk van de Gemeentewerf. “Zo… Jij hebt het goed voor elkaar met die twee knappe dames!” riep een van de heren naar Ben. En zijn reactie was typisch ‘Ben’: In plaats van op te scheppen, zei hij niets, maar lachte alleen maar.

We liepen verder, hij keek Mariëlle aan en zei simpel: “Ik wil jou niet met een schunnige opmerking in verlegenheid brengen, Mar.” Die lachte. “Dank je wel. Maar sinds ik met Gon samenwerk, heb ik wat meer eelt op m’n ziel gekregen, hoor Ben.”

Ik keek haar aan. “Nou, dank je wel voor dit fijne compliment. Alsof ik de hele dag loop te vloeken of gore taal uitsla… Fijne collega ben jij!” Toen we vlakbij de zaak waren maakte Ben zich van ons los. “Anders moet ik indringende vragen van Simon beantwoorden, lieve dames. En van Yvon. En daar heb ik even geen trek in.”

Mariëlle vertrok weer naar de receptiedesk, ik dook weer in mijn eigen werk. Om twee uur: telefoon, mijn eigen toestel.

“Goedemiddag, met Gon Peters…”

“Goedemiddag mevrouw Peters, u spreekt met Overdam, recherche Amersfoort. Bel ik gelegen?”

“Jawel hoor.”

Ik keek even naar Ben, die zat met zijn headset op en hoorde niets.

“Mevrouw Peters, ik begreep dat mevrouw Steenbeke ook bij uw bedrijf werkt?”

“Dat klopt, behalve dat het niet ‘mijn’ bedrijf is.”

Een grinnik. “Kunt u haar wellicht even erbij halen? Dat scheelt mij een telefoontje.”

“Eén moment meneer Overdam, ik loop nu naar haar toe en zet de telefoon op de speaker.”

Ik liep naar Mariëlle toe en zei: “Meneer Overdam, die rechercheur van gisteren.”

Mar knikte en zei: “Goedemiddag meneer Overdam, met Mariëlle Steenbeke.”

“Dag mevrouw… Dames, allereerst mijn complimenten over uw handelen gisteren. Daar was niets mis mee. En voor alle duidelijkheid, mevrouw Peters: u had niets meer voor meneer Joziassen kunnen doen, al had u hem een uur gereanimeerd.”

“Dat had de ambulance-verpleegkundige me ook al verteld, meneer. Maar toch goed om te horen dat ik niets fout heb gedaan.”

Hij humde. “Dames, voordat het in de plaatselijke krant komt, wil ik het u zeggen: meneer Joziassen heeft zelfmoord gepleegd. Niet alleen vonden wij in een lade van zijn bureau een lege doos pillen, maar hij heeft ook een nogal uitgebreide afscheidsbrief geschreven. Die lag op zijn bureau, in een enveloppe. Die brief wordt nu onderzocht, maar de redenen van zijn zelfmoord worden daar nogal expliciet in beschreven.”

Ik zei zachtjes: “Laat me raden: hij werd zwaar afgeperst door Teun de Weever? Ik ben niet helemaal achterlijk, meneer Overdam.”

“Daar kan ik momenteel niets over zeggen, mevrouw. Dat onderzoek is nog gaande en sommige details worden nooit aan de buitenwereld meegedeeld. Het enige wat ik er over kan zeggen is dat de heer de Weever Junior vanochtend, na een achtervolging, is meegenomen naar ons bureau voor verhoor. Deze twee dingen wilde ik jullie persoonlijk mededelen, dames.”

Ik knikte. “Dank voor dit telefoontje, meneer Overdam.”

“Graag gedaan. En nogmaals: mijn complimenten voor jullie optreden. Goedemiddag samen.”

Ik verbrak de verbinding en keek Mar aan. “Dan heeft Joziassen vlak voor zijn dood tóch nog iets goeds gedaan, Mar. Uiteengezet wat Junior allemaal op zijn kerfstok heeft. En die wordt nu dus verhoord. Op een wat andere manier dan wij gisteren, schat ik zo…” Ze keek nadenkend. “Dit zal een enorme dreun zijn voor meneer de Weever Senior, Gon. Je eigen zoon in de gevangenis…” Ik knikte. “Ja. En vergeet zijn echtgenote niet. Die zat lekker ergens in Spanje? Portugal? Ik weet ’t niet. Maar in ieder geval: die zat van de zon te genieten en wordt gebeld dat haar lieve zoontje opgepakt is. Ook niet echt een fijn bericht.”

Simon kwam zijn bureau uit en keek. “Wat is er aan de hand, dames? Jullie kijken niet bepaald vrolijk…” Snel brachten we hem op de hoogte. Hij reageerde nuchter. “Nou, dan zal junior wel een tijd aan de maatschappij worden onttrokken, denk ik. Geen gemis. En voor Gerrit dé kans om schoon schip te maken; dan zie ik samenwerking positiever tegemoet dan een week geleden.” Hij zag mijn blik. “Sorry Gon. Ik ben zakenman. En ja, ik zal Gerrit t.z.t. wel eens bellen om hem te condoleren met het verlies van een personeelslid.” Ik zuchtte. “Ja. En dat lijkt me moeilijk genoeg, Simon. Zeker onder deze omstandigheden.”

Even was het stil, toen zei Mariëlle zachtjes: “Misschien waren wij wel de aanleiding dat hij zelfmoord heeft gepleegd, Gonnie…” Ik draaide me bliksemsnel om. “Wil jij nú, meteen, als de bliksem ophouden om zo te denken, Mariël? Hij is zélf de oorzaak. Hij ging mee in de vuile spelletjes van Junior. Hij heeft jullie lopen tiranniseren. Niet jij, niet ik. Hij wenste echter de weg van de minste weerstand te nemen en er tussenuit te knijpen in plaats van de consequenties te aanvaarden. Het feit dat Gonnie en Mariëlle hem een aantal stevige vragen zouden gaan stellen was blijkbaar voor hem de druppel. Had hij geen zin in. En dat is niet, ik herhaal: niét zijn doodsoorzaak, heb je dat héél goed begrepen, Mariëlle Steenbeke?”

Ze was bleek geworden tijdens mijn tirade.

“Maar…”

“Niks ‘maar’, Mariël. Gonnie heeft honderd procent gelijk. Het werd hem te heet onder de voeten. Zijn eigen schuld. Had hij z’n rug maar recht moeten houden en tegengas moeten geven óf ontslag nemen.” Simon z’n gezicht was uiterst strak. “Dank je wel voor je bijval, Simon. Snap je het nu een beetje, Mar?” Ze knikte, zakdoekje in de hand.

“Nou, snuit je neus, spoel je ogen even uit want zó kun je niet de efficiënte receptioniste uithangen, meid.” Een flauw lachje en ze verdween richting damestoilet. Simon keek me aan. “Zo. Dat moest even, Gon. Anders voelt ze zich verdorie nog schuldig ook…” Even later kwam ze weer terug en zei simpel: “Dank je wel. Jullie allebei.”

We gingen weer aan het werk en voor ik het wist was het half vijf. Tijd om naar huis te gaan. Huis? Ja, naar Schaarsbergen. Maar dat voelde als ‘huis’, realiseerde ik me plotseling. Renkum was ‘mijn huisje’ geweest, maar nu wilde ik maar één ding: naar Frank. Zijn steun, zijn nuchterheid, zijn geintjes, zijn warme armen om me heen. Dáár kon ik me laten gaan; hier moest ik de ‘sterke Gonnie’ zijn, al was het alleen voor Mariëlle… Een half uur later reed ik de oprit van Frank z’n huis op. Zijn auto stond er nog niet. En met een goed gevoel maakte ik de voordeur open. Met mijn ‘eigen’ sleutel…

Even kreeg ik last van tranen in m’n ogen en liep naar de keuken om die ogen uit te spoelen. Nu wachten op die dag dat Frank me over de drempel zou dragen… ‘met linten aan m’n rok’, zou Rob de Nijs dan zingen. Ik schudde m’n hoofd. Sentimentele muts… Sta je nog te janken ook. Schiet op, die koffiemachine klaarmaken, dan kun je je vrijer eens verrassen...

Een half uurtje later hoorde ik een autodeur, toen de voordeur en toen een bekende stem. “Zo schat, was je al thuis?” Ik stormde de hal in en vloog Frank om z’n nek. “Nou nou… Mag het een tandje minder?” Zijn ogen lachten. “Ik hou van jou! En een half uurtje geleden stond ik hier te janken omdat ik dit huis kon openen met m’n eigen sleutel… Zó bijzonder! Dank je wel, lieverd…” Ik kuste hem weer en liet hem toen los. “Wil je koffie?” Frank knikte. “Als jij die maakt… Altijd!”

Ik zette zijn koffiemachine aan en even later riep ik, boven de herrie uit: “Ik stel voor dat we dat ding op het terras zetten! Dan hebben we ook geen last meer van wilde zwijnen, reeën of wolven!” Frank schudde hevig zijn hoofd, maar wat hij zei kon ik niet verstaan. Eenmaal tegen elkaar aan, op de bank met elk een mok koffie in de hand, vertelde hij wat hij gedaan had: bij een potentieel nieuwe klant een presentatie gehouden over ons systeem.

“Men was nogal enthousiast… En het is een redelijk toonaangevend bedrijf in de retail, met een aantal grote distributiecentra, dus ook de jongens kunnen straks volop aan de bak met cursussen en ondersteuning. Morgenmiddag besluit men of ze met ons in zee gaan, dus het is nog even spannend.” Hij keek ondeugend.

“Ik heb Simon op de terugweg gebeld, maar kreeg Yvon aan de lijn, die nogal mopperde. Iets van: ‘Kan een jonggetrouwd stel niet even een momentje voor elkaar hebben, zónder dat er een medewerker van het bedrijf ons met allerlei prietpraat van belangrijke dingen afhoudt?’ Ik heb toen alleen maar de vraag gesteld: ‘Lig jij boven of Simon?’ en toen de verbinding maar verbroken… Mevrouw Makinga zal vrijdag wel even losgaan…”

Ik schudde mijn hoofd. “Wat ben jij af en toe toch een pain in the ass…” Zijn grijns werd breder. “Ja. En als je nu zegt dat je dat niet prettig vindt, zo nu en dan, gaat je neus enorm groeien, mevrouw Peters!” Ik voelde dat ik rood werd. “Enorme pestkop die je bent…” Ik zette mijn mok naast me neer en begon hem te stompen. Zijn koffie vloog over de rand van zijn mok heen, op de vloer. “Hé! Kappen met dat gemep van je! Het helpt je niks en mijn koffie vliegt over de grond!”

“Dan moet je maar niet van die rotopmerkingen maken, Frank Veenstra!” Hij boog zich naar me toe. “Ik zal vrijdag wel even aan Yvon vragen of Simon ook zo’n ‘pain in the ass’ is. En dan nodig ik Simon uit voor een zaterdagmiddag ‘als kerels onder elkaar’. Kan zomaar gezellig worden.” Ik snoof. “Jaja… En als jij dan terugkomt en wat moeite met zitten hebt, weet ik wel wie het meeste ‘pain in the ass’ heeft opgelopen tijdens die oh, zo gezellige middag. En wie onder heeft gelegen, Frank Veenstra!” Hij schoot in de lach. “Ik zie het voor me… Nou, nog in geen honderd jaar, schat.”

Ik moest ook lachen. “Stel dus die vraag gerust niét aan Yvon. Anders zou je wel eens een paar nagels in je gezicht kunnen krijgen en een pump in je kruis als toetje.” “Over toetje gesproken… Had jij al bedacht wat we gaan eten? Jij was ten slotte als eerste thuis…” Hij keek me verwachtingsvol aan en ik schudde van nee. “Ik weet toch niet wat jij… Ach, laat ook maar. Ik kijk wel even in de koelkast en je voorraad. En je eet maar wat de pot schaft, Frank!”

Hij lachte. “Er staat beneden niets wat ik niet lust, Gon. Voordeel van zelf inkopen doen.” Ik keek in de koelkast: geschilde aardappelen. Mooi. Beneden: Een potje sperziebonen. Vlees? Hmmm… Een blik corned beef. En een toetje? Wacht eens: Frank had die mokkapudding gemaakt. Van custard. Dus die moest ergens boven te vinden zijn.

Ik liep de trap weer op. “Blijf jij maar zitten, Frank. Ik kook vanavond.” Demonstratief deed hij zijn schoenen uit en legde zijn voeten op tafel. “ Wat een luxe! Breng je me dan ook even m’n pantoffels en m’n krantje, lieve dame?” In plaats daarvan kreeg hij een stuk aardappel naar zijn hoofd. “Als jij zó gaat beginnen, krijg je die sleutel nogal snel weer terug, vriend! Kijk uit, want ik ga niet jouw huishoudster zijn!” Mijn stem klonk waarschuwend. Hij bracht de aardappel terug, spoelde hem af en gooide hem bij zijn soortgenoten in de pan.

En zoende me kort. “Sorry Gon. Als ik een verkeerde indruk heb gewekt…” Ik knipoogde. “Liever jij dan iemand met gezond verstand. Zoals Ben bijvoorbeeld.” Tijdens het koken vertelde ik over onze middagwandeling: Ben tussen Gon en Mar in, innig gearmd. “Zóóó… Daar zal ik meneer Oud aanstaande woensdag eens even op bevragen! Zomaar met de knapste dames van bureau O&O gearmd lopen. De smiecht.” “Ben mag dat. Die is eerzaam getrouwd. Bij Mike zou ik wat meer twijfelen. Die is ten slotte nog vrijgezel.”

Frank keek me aan. “Sta jij nou te suggereren dat Mike en Mariëlle… Kom op hé, daar zit dertig jaar tussen!” Ik haalde mijn schouders op. “Ik suggereer he-le-maal niets, meneer Veenstra. Ik zei alleen maar dat IK wat meer zou twijfelen om met Mike gearmd te lopen, omdat hij ten slotte nog vrijgezel is. Ik heb niets gezegd over een eventueel potentiële theoretische combi tussen Mike en Mar. Ik kijk wel uit.

Mariëlle die meegaat naar zo’n hardrock-festival waar Mike zo gek op is? Mariëlle die staat te stuiteren op ‘Runnin’ with the devil’ van Van Halen?”

Ik legde plakjes corned beef in de bakpan. “Nee, ik geloof niet dat ik dát voor me zie…” zei Frank hoofdschuddend. “Ik ook niet. En nu: wegwezen uit je eigen keuken; dit meisje moet koken. Dek jij de tafel maar alvast.” Terwijl ik de pudding maakte, keerde ik het vlees af en toe om en roerde in de boontjes. De aardappelen kookten al, dus die waren over een minuut of 15 wel gaar. Prima planning… Nu nog jus. Ik viste een pakje juspoeder uit de kast. Warm water erbij en op een zacht pitje zetten.

En na tien minuten was de corned beef helemaal uiteen gevallen. Ik goot de boontjes af, deed die terug in het pannetje, deed er een schep vlees bij en roerde het geheel om. De rest van het vlees bij de jus… De pudding kookte ook, dus die kon het vuur af en verdeeld worden over twee schaaltjes. Een stukje chocola er op… De aardappelen waren ondertussen ook gaar, die kon ik ook afgieten. “Sir… It’s dinnertime.”

Frank stond op van de bank. “Lekker hoor, een dagje niet bedenken wat je wilt eten en gewoon wachten tot het op tafel staat. En het ruikt prima, schatje.” Hij knuffelde me even. “Proef het nou eerst maar eens; wie weet is het niet te pruimen.” “Zal wel meevallen, mooie Rooie. Eet smakelijk.” Tijdens het eten overlegden we wat we vanavond en in het weekend zouden doen. En uiteindelijk werd het vanavond weer zwemmen. En na het eten belde ik Gien op of het goed was dat wij in het weekend naar Born zouden komen.

“Da’s prima, dochterlief! En gezellig. Wanneer komen en gaan jullie?”

“We wilden dan morgenavond jullie kant uitrijden en zondagmiddag weer vertrekken. Is dat goed?”

Op de achtergrond hoorde ik Henk. “Nou, het is weer gedaan met de rust, hoor ik. En dan zeker die andere rooie troela hier ook, met haar vriendje? En Rick met die krullenbol van ‘m? Nou ja, die nemen twee brave honden mee, dat is dan weer een pluspunt…”

Ik zette mijn liefste stemmetje op. “Lieve stiefpapa… die ‘andere rooie troela’ daar ben je mee getrouwd. En die heeft geen ‘vriendje’ maar een degelijke echtgenoot. Nou ja… degelijk… Daarmee zit ze in een doorzichtig bad in een doorzichtig penthouse in het midden van Eindhoven champagne naar binnen te gieten…”

Ik hoorde vaag een grom en een giebel van Gien. “Zo. Nou hoor het ook eens van een ander, Henk Klok! Maar Gon: gezellig als jullie deze kant uitkomen. Maar: heeft Frank geen familie die hij af en toe wil bezoeken?”

Frank boog zic over de telefoon. “Hoi Gien. Dank voor je bezorgdheid, maar: mijn ouders hebben wij recent nog bezocht. Mét een borrel. Verder ben ik enig kind en mijn ooms en tantes ken ik nauwelijks. Mijn ouders waren nogal op zichzelf en in ieder geval in de familie van mijn moeder was men van mening dat mijn vader géén goeie keuze was voor hun jongste dochter. Dus nee, die behoefte heb ik niet. Maar je bent een schat dat je het vraagt.”

Gien was even stil, toen klonk: “Da’s rot voor je, jongen.”

“Ik heb er geen last van, Gien. Don’t worry.”

Even later was het gesprek beëindigd en keek ik Frank aan. “Stom van me… ik heb nauwelijks naar jouw verdere familie gevraagd, Frank.” Hij haalde zijn schouders op. “Die spelen geen rol meer in mijn leven, schat. Als ik daar op de stoep zou staan, zou men mij waarschijnlijk niet eens kennen. Ik zit er niet zo mee; wát ik weet van de problemen die mijn ouders hadden voor hun trouwen is voldoende om te besluiten sommige familieleden nooit meer op te zoeken. Dan is jullie gezin een warm thuis.”

Ik knuffelde hem kort. “Mooi. Hopen dat je dat zo blijft voelen. En nu: zwemspullen pakken. Je hebt geluk: mijn bikini is weer droog.” Hij knipoogde. “Lekker ding… Ga ik van genieten!” Ik bromde: “Je doet maar. Als ik voor je uit zwem…” Een uur later lagen we in het water. Geen waterpolo dit keer, maar braaf baantjes zwemmen. Gelukkig waren er drie banen vrij, dus we konden meteen het water in. Eerst weer even de spieren losmaken, Gon… Gisteren hadden die best wel een optater gehad met dat potje ‘waterpolo zonder regels’.

Maar na tien minuten doken we samen het water in voor de 250 meter-om-en-om-boven-en-onder-water’. Frank nam nu de leiding: zijn borstcrawl was hárd! Onder water kon ik een beetje inlopen, maar boven water liep hij telkens uit. Verdorie… Tijdens het negende baantje liep ik wat in, tijdens het tiende, met vlinderslag ook, maar ik kon hem niet kloppen: drie meter voor mij tikte hij aan.

“Verdorie Frank… Wat heb jij gegeten?” Hij omarmde me en ik hing in zijn armen. “Hetzelfde als jij, schat. Aardappelen, boontjes, corned beef en lekkere custardpudding. Dus daar ligt het niet aan.” Ik zuchtte. “En ik heb niet eens op de klok gekeken… Weet jij jouw tijd?” Hij schudde zijn hoofd. “Nee. Sorry, ook niet op gelet. Het ging wel hard, dat weet ik wel. Zelfs zonder mooie vrouw in zwarte bikini voor me.”

We zwommen nog even rustig uit: tien baantjes rugslag, lekker ontspannend. Geen pubers vandaag, de paar andere zwemmers waren al wat ouder dan wij. Het was heerlijk rustig zo. Toen we er uit gingen wees Frank op een hot tub. “Even daarin, schat?” Ik keek smerig. “Als je ziek wil worden… That’s the place to be, Frank.” Hij haalde zijn schouders op. “Gezellig toch? Samen met griep op bed liggen…”

Hij stapte er in en pakte mijn hand. “Kom. Even lekker in het warme water tegen je hete vent aan liggen…” Ik ging liggen en zei zachtjes: “Ik hoop dat je filters van dit ding bestand zijn tegen sperma…” Hij lachte; ik voelde zijn borst op en neer gaan. Ondanks mijn aversie tegen zo’n bubbelbad was het wel lekker. Goed warm water, leunend tegen mijn knappe vent aan… Af en toe een zoentje… Ik doezelde een beetje weg, totdat ik van Frank een duwtje kreeg. “Hé dame… Jij ligt toch niet te slapen hier?” Ik gaapte en rekte me uit. “Bijna wel. Het was een stevig dagje, schat.”

Hij duwde me overeind. “Dan gaan we nu douchen, afdrogen en aankleden. Gaan we daarna nog even langs jouw huis voor kleren en zo?” Ik knikte. “Wel zo handig, anders moet dat morgen. Scheelt weer een half uur.” Kortom: Ik gooide in mijn huisje wat schone kleren in een koffertje, controleerde de post, gaf de planten nog wat water en sloot even later af. “Zo. Zondagavond ben ik hier weer. Tot die tijd moeten de overburen het maar zonder Gonnie Peters doen. Kunnen ze vast wennen.”

Frank startte de auto en zei droog: “Dan kan meneer de Hooghe zijn verrekijker wel op marktplaats zetten. Geen emplooi meer voor dat ding.” Twintig minuten later stopten we Frank z’n huis. “Zo, mooie mevrouw… Nog één nachtje ondergronds slapen en dan naar het mooie Born.” “Nou… wie weet slapen we daar ook ondergronds, mooie vent. Als Annet thuis is…”

“Dan kruipen we toch gewoon bij haar in bed? Jullie bleven toch vriendinnetjes? Ik kijk wel…” Ik keek hem lang en vernietigend aan. “Je blijft een smerig mannetje, Frank Veenstra. Een beetje gluren als mijn lieve zus en ik met elkaar vrijen? Echt niet. Je zou hevig van de leg raken met het uitzicht op twee van die geile rooie meiden.”

Hij knuffelde mij. “Luister liefje: als jij een nachtje bij Annet wil slapen, mag dat van mij. Dan kruip ik wel in de kelder, al dan niet met Hans.” “We zien het wel, Frank. Wie weet hebben Annet en Hans heel andere plannen. Kom, even die zwemspullen uitspoelen; iets zegt mij dat we die maar mee moeten nemen.” De zwemspullen hingen even later aan de verwarming in de badkamer te drogen. Dat was zo’n ‘wasrek’ waar verwarmingsuizen doorheen liepen; die zouden morgen wel droog zijn. We dronken nog een glas warme melk op de bank en toen sloeg de man met de hamer toe.

“Frank… Ga je mee? Lekker slapen. De ondeugende spelletjes bewaren we wel voor het weekend, oké?” Hij rekte zich uit. “Goed plan. Ik heb het ook wel gehad voor vandaag. Zo’n presentatie voor een board of directors is toch altijd weer spannend.” We sloten af en liepen omlaag. Frank deed de TV in de slaapkamer aan.

“Even in de stemming komen voor het weekend, schat.” Eén voor één gleden foto’s voorbij van de gezinsmiddag hier in Schaarsbergen. En wat ondeugende foto’s van mij en romantische foto’s van Frank en mij samen, aan de rand van het vliegveld. Toen de powerpoint opnieuw begon lagen we al in bed, mijn hoofd op zijn schouder.

“Weet je dat jij een ontzettend mooie dame bent, liefje? Met je mooie rode krullen…”

Hij streelde mijn haren en ik bromde: “Ja, dat weet ik. En daarmee heb ik je veroverd, gekke Frank Veenstra. En je bent er nog ingetrapt ook.”

“Geen spijt van, mooie meid. Nu lekker slapen, of wil je nog wat foto’s van mij zien?”

Ik kroop nog dichter tegen hem aan. “Hoeft niet. Ik voel je, da’s veel lekkerder.”

Na nog een paar lieve knuffels schoof hij iets weg. “Lekker slapen, mooie Rooie…”
Geef dit verhaal een cijfer:  
5   6   7   8   9   10  
Klik hier voor meer...
Durf jij met oma te flirten?