Door: Keith
Datum: 23-01-2026 | Cijfer: 9.7 | Gelezen: 1784
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 38 minuten | Lezers Online: 7
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 38 minuten | Lezers Online: 7
Vervolg op: Gonnie - 32: Intro Bij De Weever
Onthullingen
“We hebben tot de middagpauze, dames. Gaan jullie mee?” We liepen de trap op, naar het voormalige kantoor van Teun de Weever. Daar was een zitje van zes stoelen gemaakt. “Goed dames, ga lekker zitten…” Twee van de dames keken nogal schichtig rond, zag ik. “Nee, jullie hoeven niet bang te zijn Teun plotseling achter een kast vandaan komt of zo. Hij mag het bedrijf niet meer in, weet je nog?” Een van de dames… nou ja, meisjes in feite nog, keek me aan. “Twee weken terug heb ik in ditzelfde bureau een enorme scheld- en vloekpartij over me heen gekregen, mevrouw Peters. Vandaar dat ik me hier niet zo op m’n gemak voel.” Ik knikte. “Dan begrijp ik het. Ehhh… We kunnen ook buiten een stukje gaan lopen als jullie dat liever hebben.” Ze knikten alle drie. “Oké, dan doen we dat.”
k meldde de receptioniste dat we tot twaalf uur buiten zouden zijn. “Mariëlle, weet jij een plekje waar het redelijk rustig is? Want hier word je bijna van de sokken gereden door de auto’s…” Ze knikte en sloeg even later een zijweg in. Dat scheelde… Langs een sloot stond een bank. “Mooi, daar gaan we even zitten, dames.” Ik ging tussen hen in zitten. “Ik heb van Mariëlle al een aantal zaken gehoord, meiden. Sorry… mag ik jullie ‘meiden’ noemen?” Eentje giebelde. “Liever dat dan ‘juffrouw’…” We schoten in de lach.
Kort vertelde ik nogmaals wie ik was en waarom ik nu bij de Weever rondliep. En wat de rol van hun voormalige collega Mariëlle was. Het volgende uur rolde ik van de ene verbazing in de andere. Deze meiden stonden écht onder in de pikorde van het bedrijf. Mariëlle was de oudste geweest, de jongste was nét 17, nog geen twee maanden van school.
Ze werden regelmatig uitgescholden, vernederd, moesten dingen doen waar ze niet voor opgeleid of uitgerust waren.
Op zaterdag moesten ze, onbetaald, uren bij het kopieerapparaat staan om nieuwe cursusboeken te maken. In de tonerdampen…
Opdracht van Teun de Weever persoonlijk, kortom: ze werden systematisch uitgebuit.
En inderdaad: twee andere collegaatjes waren plotseling, van de ene op de andere dag verdwenen, nadat ze geprotesteerd hadden tegen het een of ander. Zonder opgaaf van redenen.
Om half twaalf plofte ik bijna van inhouden woede. “En jullie bureauchef, meneer Vaassen? Wat vond die ervan?” “Die was de jongste chef. Kon niet tegen de anderen op en al helemaal niet tegen Teun de Weever. Dus die hield zijn mond. Maar hij was zo ongeveer de enige die soms wél aardig tegen ons was…” Hmmm…
“Oh ja meiden: jullie zijn nog gekleed conform de nieuwste modetrend van Teun de Weever. Die kun je met ingang van morgen overboord gooien, als je wilt. Trek aan wat je lekker vind zitten en waar je je lekker in voelt. Een vrouw die goed gekleed is, straalt meer zelfvertrouwen uit en dat hebben jullie hard nodig.” We lachten samen en ik genoot er van. “Goed... dank voor jullie openheid. We gaan maar eens terug, want jullie hebben ook recht op een ongestoorde middagpauze zonder Gonnie en Mariëlle die aan je kop zitten te zeuren. Let’s go!”
In de ‘kantine’ was het stil. Iedereen bleek er de voorkeur aan te geven z’n broodje op te eten op z’n eigen werkplek of buiten. Logisch, met zo’n ongezellig, kaal hok. Daar maakte ik ook een aantekening over.
Na de pauze liepen we naar meneer Vaassen. “Heeft u tijd voor ons, meneer?” Hij keek op. “Oh ja, jullie wilden mij ondervragen… Wil je dat hier of…” Ik onderbrak hem. “Buiten graag. Het is mooi weer en dan kunt u vrijuit praten.” Hij knikte en liep naar een bureau naast het zijne. “Joziassen, ik ben buiten, praten met die externe dames. Als er wat is: ik heb m’n telefoon bij me.” We hoorden zijn antwoord. “Nou veel sterkte met die twee. Met name die rooie…” De laatste zin was waarschijnlijk niet voor onze oortjes bestemd, maar helaas voor hem: we hoorden het tóch. Mariëlle en ik wisselde een blik. Die gaat hij terugkrijgen! We liepen naar buiten en ging even later op het zelfde bankje zitten als een uur geleden.
“Wat willen jullie van mij weten, dames?”
Ik keek hem recht aan. “Allereerst: Naast mij loopt Mariëlle, maar dat wist je al. Ik heet Gonnie en graag hadden wij dat je ons ook zo aanspreekt. En graag willen wij jou met je voornaam aanspreken. En die is?”
“Wouter”, zei hij.
“Oké Wouter… jij bent, wat ik van Mariëlle hoorde, de enige chef geweest die enigszins sympathiek tegen de dames van de administratie was. Voor de andere medewerkers waren zij oud vuil. Toch heb je meegewerkt aan fraude: zij moesten op de zaterdag onbetaald werken want ‘dat hoorde erbij’. Je hebt je daar niet tegen verzet. Graag wil ik weten waarom.”
Even was het stil, toen zei hij zachtjes: “Hij, Teun de Weever, had mij in zijn macht. Hij wist bepaalde dingen van me, chanteerde me er mee. En hij heeft mij chef van de administratie gemaakt; voor die tijd was ik boekhouder. Zo kon hij zaken makkelijker regelen, zei hij. En als ik dwars zou gaan liggen, zou hij bepaalde zaken openbaar maken.”
Mariëlle keek vragend. “Bepaalde zaken? Iets binnen het bedrijf? Financieel?”
Wouter schudde zijn hoofd, aarzelde en zei toen: “Ach, barst maar… Hij wist dat ik af en toe naar de Wallen in Amsterdam ging. En dat is hier in het dorp natuurlijk…”
Mariëlle keek geschrokken, ik haalde mijn schouders op.
“Ben je getrouwd? Kinderen?” Hoofdschudden.
“Nou, waar hebben we het dan over? Liever naar de Wallen dan dat je een meisje hier in het dorp aanrandt en verkracht. Wat dát gebeurt er als een vent seksueel gefrustreerd raakt, Wouter.”
Mariëlle keek nu écht geschokt en Wouter keek vragend. “Da’s de eerste keer dat ik dit standpunt hoor, Gonnie.”
“Wouter, Ik noem de dingen graag bij de naam. Ik ben geen diplomaat. Zolang jij niemand bedonderd en geen anderen kwaad doet…”
Hij blies langzaam uit. “Dat is de eerste keer dat ik zoiets hoor, Gonnie. Ik dacht altijd dat iedereen me zou veroordelen… Uitkotsen. En daar was ik doodsbang voor.”
“Ja, dat zal wel. En Teuntje de Wever blies dat vuurtje natuurlijk aan hé? Want die kon jou prima gebruiken…”
Hij liet zijn hoofd hangen. “Ja.”
Ik dacht even na en keek toen Wouter aan. “Ik weet nog niet hoe Gerrit de Weever er over denkt, maar… Ik loop te spelen met het plan om alles wat ik hoor te noteren en te melden bij de Arbeidsinspectie. Ja, Gerrit gaat daar last van krijgen, maar Teun wordt dan sowieso opgepakt en krijgt een hele forse straf. Als persoon. Maar: dan moeten er wel mensen bereid zijn om te getuigen. Zou jij dat willen, Wouter?”
Na een kleine aarzeling zei hij ja. En vulde aan: “Er zijn nog meer mensen die hij op de een of andere wijze chanteerde, Gonnie. Bij de meeste afdelingshoofden speelde wel iets. En anderen deden mee omdat het hun een kans leek om hogerop te komen.”
Ik bromde: “Meneer Joziassen zeker?” Wouter knikte. “Dat was zijn grote meeloper. Had ambities om hogerop in de automatisering te komen, dat verkondigde hij regelmatig.”
Ik vond er het mijne van. Hogerop in de automatisering komen via een klein, nogal conservatief softwarebedrijf? Ik dacht aan Frank en Henk. En Gien. Ze zagen hem aankomen…
Eenmaal terug maakten we een lijstje met data en tijden wie we wanneer wilden spreken en werkten we vervolgens de gesprekken van vandaag op mijn laptop uit. “Zal ik die notulen meteen via de mail naar onze gesprekspartners sturen, Gon?” vroeg Mariëlle.
“Nee. We printen het uit in Ede, nemen één kopie op papier mee en die mogen ze lezen. Daarna gaat die kopie weer terug naar Ede. Er blijft geen letter hier, Mar. Ook niet digitaal. En voordat we vertrekken, lopen we nog even langs Gerrit om onze plannen met betrekking tot de Arbeidsinspectie aan hem voor te leggen.”
Dat deden we om vier uur. Hij stond niet te juichen, maar dat was logisch. Je eigen bedrijf moedwillig onder het strenge vergrootglas leggen… “Mag ik even bedenktijd, dames? Dit is me allemaal iets teveel in een te korte tijd.” Ik knikte. “Dat is logisch, Gerrit. We verwachtten ook niet dat je meteen enthousiast op zou springen en zou gaan bellen. Denk er goed over na. Als iemand van het personeel nú de Arbeidsinspectie inlicht ga je zeer zeker voor gaas. Dan kun je zo iemand beter voor zijn en vrijwillig… Enfin, je begrijpt me wel.”
Hij knikte langzaam, zijn gezicht betrok. “Er speelt nog iets anders, Gonnie. Als ik hen inlicht, gaat Teun er mee te maken krijgen. En een vader die zijn zoon voor de leeuwen gooit… Ik heb daar, ondanks alles, héél veel moeite mee.”
Hij zette zijn ellebogen op tafel en steunde zijn hoofd er in.
Mariëlle stond op en ging naast hem staan, een hand op zijn schouder. “Meneer… Dat begrijpen wij helemaal. En dat maakt meteen het verschil duidelijk tussen u als directeur en uw zoon. Overleg met uw vrouw. Ik heb haar slechts één keer gezien, maar zij leek mij iemand die het hart ook op de juiste plek heeft zitten.”
Hij keek op. “Dank je wel, Mariëlle. Nog nooit heeft iemand van het personeel mij op deze manier een hart onder de riem gestoken…” Hij keek ons beiden aan. “Jullie zijn goed bezig, dames. Dank je wel. En Mariëlle: vanavond bel ik mijn vrouw. Beloofd.”
Een kwartier later zaten we in de auto, op weg naar Mariëlle’s thuis. “Ga je nog even mee, Gon?” Ik keek op mijn horloge. “Da’s goed. Het is nog te vroeg om nu al in Schaarsbergen voor de deur te staan jengelen.” “Schaarsbergen?” “Ja, bij Frank. Hij is gisteren in Groningen geweest, vandaag in Bremerhaven. Heeft daar in een B&B geslapen en komt straks weer thuis. En ik wil mijn vent dan wel knuffelen. Héél lang knuffelen. De hele nacht, als het kan.”
Mariëtte trok een gezicht. “Ik wil het niet weten. Ik heb nu al medelijden met Frank. De hele nacht geknuffeld worden door zo’n rode bitch…” Ze giebelde. “Hij zou zomaar homo kunnen worden.”
We reden de oprit van de boerderij op, ik zette de auto uit en keek Mariëlle aan. “Daar mag je het vrijdag even met hem over hebben, dame. Wedden dat hij beleefd maar beslist ‘Nee’ zegt? Dit meisje kent wel wat middeltjes om meneer Veenstra af te laten zien van eventuele plannen om de mannenliefde te gaan praktiseren.”
Ze bleef zitten en keek me aan. “Mannenliefde? Die uitdrukking kende ik nog niet…” “Jij dacht dat homo’s alleen maar voor het lichamelijke aspect gingen, Mar? Dan ga ik je nu uit de droom helpen: homoseksuele mannen kunnen, net als heterostellen, dolverliefd op elkaar zijn, schat. Een homo- of lesbo-relatie is niet ‘vies’. Ja, het is anders. In mijn studiejaar zaten twee homoseksuele jongens. We hebben hen verliefd op elkaar zien worden en om de hete brij zien heen draaien… Ze durfden niet aan elkaar te vertellen dat ze stapelverliefd waren.
Uiteindelijk heeft een studiegenoot ze een duwtje in de goeie richting gegeven. En een paar weken later kwamen ze samen, hand in hand, de collegezaal binnen. Beiden knalrood, maar overduidelijk dolgelukkig. Prachtig om te zien. Net zo goed als het prachtig is om een hetero-stel bij elkaar te zien komen, schat. Homo’s zijn niét, ik herhaal: niét ziek.
Ik weet dat sommige mensen er zo over denken, ik weet dat sommige religieuze kringen men gebedsgenezers laat komen om iemand ‘te genezen’ van homoseksualiteit, maar het ís geen ziekte. Ik heb liever met een stel kerels te maken die van elkaar houden dan met een heterostel wat elkaar ontrouw is. Denk daar maar eens over na. En nu naar binnen, dan kun je even uithijgen tegen je moeder.”
Toen we de autodeuren open deden kwam Libby, de hond, naar buiten rennen en sprong tegen Mariëlle op, hevig kwispelend. “Hoi Libby. Jaja, je bent braaf hoor…” Daarna liep de hond naar mij. Ook kwispelend. Hij snuffelde even, herkende me als ‘goed volk’ en likte mijn hand. Ik ging even op mijn hurken zitten en de kop van de hond was nu vlak voor me. Een grote kop van een best wel imposante hond. Maar de oren stonden overeind, de staart kwispelde en hij gaf me een voorzichtig likje op mijn kin. “Hallo Libby. Goeie waakhond hoor… Blij toe dat je niet mijn hele make-up aflebbert.”
We liepen naar binnen, schoenen uit, sokken aan en de keuken in. Marjan zat de aardappels te schillen.
“Hé meiden…” Ze keek naar Mariëlle. “Hoe was het om in een andere rol bij de Weever binnen te komen, meisje?” Mar gaf haar moeder een zoen. “Héérlijk. Geen steen meer in m’n maag, maar de gedachte: ‘Kom maar op, ik lust jullie rauw.’
“Nounou…” mopperde ik en Marjan lachte. “Heeft ze het al in praktijk gebracht, Gonnie?”
Ik schudde ontkennend. “Nee, nog niet, maar ze heeft wél ene Joziassen nogal op z’n nummer gezet en die was er niet zo blij mee.” Marjan stond op. “Goed zo, dochter. Die kan wel een paar lesjes gebruiken. Willen jullie wat drinken? Koffie of thee?” Ik trok een gezicht. “Ik in ieder geval niet, dank je wel, Marjan. Eén beker koffie in de kantine gedronken vandaag. En toen besloten dat ik morgen m’n eigen koffie wel meeneem. In een thermoskan. Want de automaat bij de Weever… Ik weet niet wat ze daar voor spul in stoppen, maar mijn stiefvader zou na één slok meteen de rest van zijn kopje of beker door de gootsteen spoelen. En Frank trouwens ook wel.”
“Stiefvader?” Marjan keek vragend en ik ging zitten. “Mijn stiefvader Henk. De tweede man van mijn moeder en een schat van een vent. Koffie-fijnproever eerste klas."
We kletsten nog wat over de belevenissen vandaag, maar na een kwartiertje keek ik op mijn horloge. “En nu rij ik richting Schaarsbergen. Eens kijken of mijn liefje ondertussen thuis is, na een inspannende dag in Noord-Duitsland. Marjan, dank voor je luisterend oor en je gastvrijheid. Mariëlle: hoe laat begint men bij De Weever?” “Om half acht dient iedereen op zijn werkplek te zitten, Gon.” “Mooi. Dan stel ik voor dat ik hier om 07:15 voor de deur sta. Ik wil niet de indruk wekken dat wij een beetje lopen freewheelen.”
Ze knikte. “Maar dan rijden we morgen met de Landcruiser, hoor!” “Da’s prima. Kunnen we in de middagpauze even ‘driften’ op het veld achter de Weever, als je dat wilde.” Mariëlle lachte ondeugend. “Nee, daar gaat het mij niet om. Ik wil de Landcruiser op de plaats van Teun zien staan en er een foto van nemen.” Ik wendde me tot Marjan. “Soms is jouw dochter een beetje recalcitrant.” Die knikte. “Ja, soms wel. Maar dat regel ik wel.”
We knipoogden naar elkaar. Hier was Mariëlle in goede handen. Ik bukte me naar de hond en aaide hem. “Libby: goed op die twee hier passen, oké?” Een lik was het antwoord en ik liep richting gang. Sokken uit, schoenen aan… Even daarna reed ik uit Terschuur weg. Op de parkeerplaats van de Mc. Donalds bij de splitsing A1 en A30 belde ik Frank.
En die nam op met: “Ja ja, ik ben al thuis en de piepers worden as we speak geschild.”
Ik giechelde. “Goed bezig! Ik sta nu op de parkeerplaats van de Mac bij Barneveld. Welke saus wil jij op je hamburger?”
Heel even was het stil, toen hoorde ik: “Dame, als jij een hamburger van die keten mijn huis probeert binnen te smokkelen, kun je die buiten op eten! Ik sta hier mijn stinkende best te doen op een biefstukje, verdorie!”
Ik lachte hem uit. “Met een halfuurtje ben ik thuis, schatje.”
“Oké, tot zo dan!” Ik hing op.
Even kijken: hoe nu rijden? Ik moest hoe dan ook om het schietterrein bij de Harskamp en de Hoge Veluwe heen… Oké, dat werd de A1 tot en met de afslag Stroe, daar rechtsaf de N310 volgen langs de Harskamp, langs Otterloo en door naar Schaarsbergen. In feite één lange weg, lekker makkelijk. Even de tijd klokken hoe lang ik er over deed... Ik reed weg. Op de A1 was het redelijk druk, maar op de N310 was het rustig en kon ik lekker 80 rijden.
Tot… iets voor het dorp Harskamp. Braaf afremmen tot 50, Gon. Ik wist dat er in ieder geval 2 flitscamera’s in Harskamp stonden en iets verderop in Otterloo in ieder geval eentje. Geen zin in een boete. Bovendien was de weg in Harskamp nogal druk met fietsers. Na Otterloo kon er weer gas gegeven worden. Even later onderlangs de Hoge Veluwe, dan een paar slingers bij Oud Reemst, die enorme Duitse bunker Diogenes… Hier had ik aan aantal keren gefietst. Zonder dat ik wist wat voor lekkers er zich in Schaarsbergen bevond… En nee, dat was niet het pannenkoekenhuis D’n Strooper! Rotonde driekwart rond en vertragen tot maximaal 20 kilometer per uur…
Voor Frank z’n oprit draaide ik de auto, zodat ik morgenochtend ten minste zonder achteruit rijden meteen weg kon. Weekendtas, tasje… Ik liep achterom en klopte op de tuindeuren. “Joehoe!” Frank was in de keuken bezig en opende de deur. “Hoi schat. Fijn dat je al zo gewend bent dat je ‘achterom’ komt.” Hij knuffelde me. “Wil je nog iets te drinken voor we gaan eten of…?”
Ik schudde mijn hoofd. “Nee hoor. Als jij het eten klaar hebt, vallen we, als het aan mij ligt, meteen aan. Gonnie heeft hard gewerkt en trék.” Hij stak drie vingers op. “Je hebt dus nog even de tijd om je op te tutten, als je wil.” “Niet nodig. Ik gebruik die drie minuten veel liever om de chef af te leiden.”
Ik ging achter hem staan en legde mijn handen op zijn buik en mijn hoofd tegen zijn rug. “Lekker zo…” “Ja, da’s inderdaad best lekker, maar zo meteen moet ik de aardappelen afgieten. Niet gaan piepen als je hete spetters op je handen krijgt, dame!”
“Oh, die berg ik dan wel even op.” Ik gleed met mijn handen in zijn broek. “Hé, ik dacht dat we biefstuk zouden eten! Ik voel alleen maar een worstje…” Frank zuchtte. “Haal die handjes daar eens weg, mevrouw. De chef afleiden kent ook z’n grenzen hoor!”
Ik trok mijn handen terug. “Saaie vent…”
Hij wees naar de gootsteen. “Handjes wassen jij. Vanochtend heb ik me gedoucht, dus jij zat met die lieve vingertjes van jou te wroeten in het zweet van een complete werkdag. Om van andere vloeistoffen maar even niet te spreken.” Ik keek ondeugend. “Oh? Dus je hebt die lingerie van mij grondig gebruikt? Dan ga ik die zo eens inspecteren en kijken of alle vlekken er uit zijn.”
Frank bromde: “Doe dat maar na het eten. Dan kun je het meteen weer aantrekken. Want vanavond vreet ik je op, mooie vrouw.” Ik leunde weer tegen zijn rug aan. “Daar heb ik geen bezwaar tegen, lekkere vent.” “Nou, je handjes wassen en de tafel dekken dan maar. Over twee minuten is het eten klaar.” En inderdaad zaten we even later aan tafel. Frank had inderdaad twee biefstukjes gebakken. Met wat kruiden erdoor… Lekker!
Aardappels, doperwten uit de vriezer en een lekker puddinkje toe. En tijdens het eten vroeg ik naar zijn belevenissen in het hoge noorden.
“Weinig bijzonders, Gon. In Groningen heb ik de nieuwe IT-goeroe in een sneltreinvaart wegwijs gemaakt op ons systeem. Gelukkig had hij voorkennis; hij heeft ergens in Februari de starterscursus gedaan, dus nam ik hem meteen op sleeptouw en hem een voorschot gegeven op de vervolgcursus. Slimme knul, hij had het razendsnel door. Eindelijk weer eens plezier gehad, daar in Groningen. De laatste maanden reed ik er met een gevoel van ‘Wat gaan we nú weer aantreffen?’ heen. Nee, deze jongeman rooit het wel.”
Even dacht hij na. “Mooie woordspeling, al zeg ik het zelf.” Ik keek vragend en hij legde uit: “Aardappels oogst je niet, maar die rooi je. Nou deze jongeman rooit het wel. In een aardappelverwerkingsbedrijf…”
Ik zuchtte. “Sorry, hoor, maar mijn kennis van aardappelen is beperkt tot ‘krieltjes’, ‘vastkokers’, ‘kruimige aardappelen’ of ‘aangebrand’. Het hele proces van zaad tot vrucht is me ontschoten.” “Nou, dan ga ik je dat vanavond leren, schatje. Maar of het over aardappelen gaat… Ik weet het nog niet.”
Hij had weer dat kleine ondeugende trekje om zijn mond. “En hoe was het in Duitsland?” Het trekje werd een brede glimlach. “In de ochtend gewoon: achter het beeldscherm zitten, dingen uitleggen, kijken waar we nog wat kunnen stroomlijnen. Niks bijzonders, daar gaat het gewoon goed.
Om twaalf kwam de manager ‘Arbeitsschutz’ binnen. De Arbocoördinator zeg maar. “Ah, Herr Veenstra! Wollen Sie mit mir ein Spaziergang auf dem Werft machen?” Nou, dat sla je niet af natuurlijk; er liggen daar mooie scheepjes. Grote jachten, maar ook binnenvaartschepen in aanbouw en slepers. Kortom: ik moest m’n veiligheidshelm, veiligheidsschoenen en veiligheidsbril uit de auto pakken en we gingen met z’n tweeën op pad.
Safety is daar overigens wel een serieus dingetje: het eerste wat hij deed was mijn veiligheidshelm pakken en naar de productiedatum kijken.” Ik keek vragend en Frank verklaarde: “Ik heb een simpele ABS veiligheidshelm. Een dure glasfiberhelm is onzin, omdat ik niet zo vaak ‘buiten’ kom. Zo’n ABS-helm heeft een levensduur van 3 jaar na fabricagedatum. Dat garandeert de fabrikant ten minste. Je helm moet dus jonger zijn dan 3 jaar, anders loop je met schijnveiligheid op je kop omdat de weekmaker in het ABS na drie jaar gaat uitharden. En dan wordt de helm bros. Beschermt veel minder. Veel bedrijven ‘vergeten’ dat nog wel eens; op die werf niet.
Nou was mijn helm nét één jaar oud, dus dat zat wel snor. Maar ik verdenk die manager er ook van dat hij eens wilde kijken of 'Herr Veenstra' in de praktijk nét zo veiligheids-minded was als achter zijn toetsenbord.” Ik grinnikte. “Als dat niet zo was, had je van Mike wel op je sodemieter gekregen…”
Hij knikte. “Zeker weten. Twee jaar geleden moesten we allemaal de VCA-cursus doen. Een vrij simpele ‘veiligheidscursus’ die echter verplicht is als je op sommige bouwprojecten of in de Chemie of Petrochemie komt. Dit op aandringen van, inderdaad, Mike. Zelfs Yvon heeft ‘m gedaan. En jij moet er ook aan geloven, dame, net als Mariëlle.”
Ik zuchtte. “Nóg een cursus… Binnenkort zit ik meer op cursusbanken dan dat ik geld oplever.” Frank knikte. “Ja. Maar goed: het VCA-certificaat is tien jaar geldig, dus dan ben je daar in ieder geval weer even van af. Hoe dan ook: ik heb vandaag meer trappen gelopen dan normaal in een maand. Maar goed: het was wél interessant en tussen de bedrijven door heb ik de naam van ons bedrijf redelijk hoog gehouden, denk ik. Omdat ik wel wat van scheepsbouw weet, kon ik ook gerichte vragen stellen. En die werden wel gewaardeerd.
Dusdanig dat mijn naam doorgegeven zou worden aan de Meyerwerft in Papenburg.” En na een korte pauze voor een stukje biefstuk legde hij uit: “Die werf die die enorme cruiseschepen bouwt voor onder andere de ‘Carnival Lines’ en Aida.” Hij grijnsde. “De meeste van die schepen vind ik spuuglelijk; het zijn drijvende flatgebouwen.” Frank pakte zijn telefoon en bladerde even. En liet me een foto zien van een enorm cruiseschip. Een stel ‘zoenlippen’ op de boeg geschilderd en… ik telde even: dertien verdiepingen boven de waterlijn.
“Hoe diep ligt zo’n schip onder de waterlijn, Frank?” Hij haalde zijn schouders op. “Niet zo gek diep, Gon. Maar al het zware spul staat beneden. Machines, brandstoftanks, ballasttanks, voorraad… Hij kán ook niet zoveel diepgang hebben, want de Meyerwerft ligt aan de Ems, die over de grens plotseling Eems gaat heten. Een riviertje wat de Duitsers met een paar sluizen verderop wat meer diepte kunnen geven, zodat die bakbeesten richting zee gesleept kunnen worden. Ik heb vanmiddag er foto’s van gezien: volgens mij wordt de verf van de onderkant van de romp geschraapt als zo’n kolos naar zee gesleept wordt. Dus: veel diepgang hebben ze niet, nee.”
“Hoe blijft zo’n schip dan overeind? Als zo’n ding de wind van opzij krijgt… volgens mij dondert hij om.” “Ballasttanks, mevrouw. En stabilisatievinnen. En goed kijken in welke hut je je passagiers herbergt. Want die Amerikaanse troela van 210 kilo en haar twee even vetgemeste dochters moet je natuurlijk niet op het bovenste dek huisvesten. Als zij dan van bakboord naar stuurboord wandelen zie je zo’n schip meteen slagzij krijgen… Daar kan geen stabilisatiesysteem tegenop.”
Hij grijnsde en ik gaf hem een stomp. “Maak er maar weer een geintje van…”
Hij keek daarna serieus. “Lieve Gonnie: ik zat ook véél liever op die boot van de Hurtigruten in Noorwegen. Dat was ten minste écht een schip. Met mooie lijnen. En niet zo’n varend tierenlantijnencircus. Ik schudde mijn hoofd. “Dat zal best. Zo zie je nog eens wat… Met name water. Niks voor mij. Een vaartochtje van een paar weken: prima. Maar niet op zo’n drijvend circus met een stel zoenlippen op de boeg. Sommige lieden zouden dat meteen aangrijpen om Gonnie Peters een tongzoen te geven, nee dank je wel.”
“Dan heb je nog mazzel, Gon…” Frank keek plagend en ik vragend. “Voor hetzelfde geld schilderen ze het handelsmerk van Mick Jagger op de boeg… Twee lippen met een lel van een tong er tussen. Dan weet je meteen waar je aan toe bent als je aan boord stapt.” Ik gromde. “Smeerlap. Nog niet misschien dat Gonnie Peters zich laat tongzoenen door een bemanningslid van zo’n schuit. Zelfs niet door de kapitein...Maar goed: hoe kwamen we hier op? Oh ja, jouw naam zou doorgegeven worden aan de werf die die lelijke dingen bouwt. Ik ben benieuwd…”
Hij leunde naar me toe. “En als ik nou eens héél erg m’n best doe daar, kan ik wellicht een cruise van twee weken ritselen voor twee personen, schatje…” Ik snauwde: “Niks ervan! Gon Peters laat zich niet opsluiten in zo’n drijvende Carnival-gevangenis. Dan honderd keer liever die postboot in Noorwegen.” Ik keek pesterig.
“Met misschien wel een paar dagen van trekkershut naar trekkershut lopen, schatje. Ik lig dan als een prinsesje in zo’n hut en jij mag buiten ‘aan je trekken’ komen. Wat dacht je daarvan?” Hij zuchtte. “Ze hadden je dat verhaal nooit mogen vertellen, verdorie. Wou je nog pudding of gaan we meteen door naar de koffie?”
“Pudding! En skip de koffie maar, want na één bakje bij De Weever had ik voor vandaag wel weer genoeg. Wát een bocht…” Frank trok een wenkbrauw op. “Toen jij daar je presentatie gaf, was de koffie best wel te drinken, vond ik…” “Nou, dan hebben ze waarschijnlijk de ‘directiekoffie’ geschonken; de koffie in hun kantine was niet te zuipen zo slecht. Als Henk daar een slok van genomen had, was die ruimte te klein geweest voor zijn scheldpartijen… Kom op met je pudding!”
Frank dook in de koelkast en kwam terug met twee soepkommen met caramelpudding. Een spuitbus met slagroom zorgde voor een witte sliert er op en een chocolaatje op de slagroom maakte het feestje compleet. En na de eerste hap zei ik: “Oei… dit mag je me elke dag wel voorzetten, Frank. Van welk merk is deze pudding?”
Hij keek beledigd. “Mérk? Mevrouw, ik heb gedurende een half uur hard staan buffelen om deze pudding te maken. Zélf, in hoogst eigen persoon. Niks geen ‘merk’. Dikke custardvla maken, een bekertje sterke koffie erdoorheen, nog even laten koken, dan in een soepkom gieten en hup, in de koelkast met het spul. En terwijl je die custard maakt, moet je blijven roeren, anders brandt het spul als de wiedeweerga aan. Gelieve mijn harde culinaire arbeid dus op waarde te schatten, dank u wel.”
Ik knikte en tussen twee happen door zei ik: “Héérlijk! Zoals ik al zei: dit mag je me elke dag wel voorzetten.” Hij keek misprijzend. “Dat doe ik maar niet. Er zit een redelijke hoeveelheid suiker in; dat proef je wat minder door de sterke koffie, maar qua calorieën tikt dit aardig aan. Een maand lang dit als toetje en je kunt die dikke Amerikaanse dame op het bovendek van zo’n cruiseschip evenaren, denk ik. Nou ja, in ieder geval één van haar dochters: 153 kilo, schoon aan de haak.”
Ik schoof het dessert van me af. “Ik ben nú al genezen. 153 kilo… Ben jij gek? Weet je wel hoeveel dat kost qua kleding?” Hij grijnsde. “Nee, nog niet, maar ik heb een indicatie. Al die sexy lingerie… In de ‘grote maten’ gaat de prijs daarvan natuurlijk met factor vier omhoog…”
“Rotzak…” Ik haalde het dessert weer naar me toe en nam genietend nog een hap en mompelde: “Eén keer in de maand zou het moeten kunnen…” Hij zei droog: “Ja. En die Hurtigurtenboot ligt wat stabieler op het water, schat. Als we dan een hut in de midscheeps op het onderste huttendek boeken en jij belooft niet te veel heen en weer te wandelen…”
Met een klap zette ik de nu lege soepkom op de tafel. “En nu is het afgelopen, Frank Veenstra! Verdikkeme: afgelopen zondag heb ik ruim 70 kilometer gefietst, donderdag gaan we weer wat jochies het snot voor de ogen zwemmen, wat we vanavond gaan doen kost ook aardig wat energie… Kappen met toespelingen op mijn figuur!” Hij streelde mijn schouders en langzaam wat lager, richting mijn borsten. “Wel een heel lekker figuur, schatje… Zoals ik al zei: ik ga je opvreten vanavond. Maar… Hoe zijn jouw ervaringen, na een dagje bij de Weever te hebben rondgelopen?”
Ik trok een gezicht. “Volgens mij, maar dat heb ik nog niet geverifieerd, is Gerrit nu al drie man kwijt. Die konden het niet verkroppen dat ze door twee dames werden toegesproken. In ieder geval twee programmeurs, van de derde ben ik de functie even kwijt. Mariëlle was er in ieder geval niet rouwig om. En ik vermoed dat meneer Joziassen ook niet zo lang op de loonlijst blijft staan; die gaf nogal tegengas toen ik ‘m vertelde dat wij met iedereen in gesprek wilden gaan.
En ook het hoofd personeelszaken steigerde; die beriep zich op ‘personeelsvertrouwelijke informatie’. Kul natuurlijk; wij willen geen sofinummers of adressen van het personeel. Maar goed: die twee hebben te horen gekregen dat ze met hun bezwaren bij Gerrit terecht konden. En we hebben een goed gesprek gehad met de directe ex-collega’s van Mariëlle. Daar kwam ook nogal wat shit naar boven. Een ander gesprek, met de voormalig chef van Mariëlle, bracht aan het licht dat hij door Teun gechanteerd werd. En Teun had hem op die plek gepromoveerd zodat er wat dingen vergemakkelijkt konden worden of zoiets. Voorheen was hij boekhouder. Kortom: Teun had meneer in z’n broekzak omdat Teuntje wist dat de voormalig chef van Mariëlle af en toe bepaalde dames bezocht om aan zijn gerief te komen.”
Ik grinnikte. “Ik heb ‘m maar niet over mijn verleden ingelicht, maar ‘m wél gevraagd of hij getrouwd was en kinderen had. Dat bleek niet zo te zijn. Dus ‘m toen ook verteld dat prostituees nuttig zijn omdat zij kerels van een stuk frustratie kunnen verlossen. Hij wist niet waar hij kijken moest! Enfin, ik geloof dat ik het geheel een beetje in de juiste proporties heb kunnen plaatsen…” Ik keek Frank aan en snauwde: “Haal die grijns van je gezicht af, Frank Veenstra!”
Hij lachte me nu écht uit en zei: “Jaja… het geheel een beetje in de juiste proporties plaatsen? Ga je dat dadelijk ook bij mij doen? Ben ik heel benieuwd naar, schatje.” Ik mopperde wat en zei toen: “Nou, tot zover De Weever. Ik ben bij Mariëlle thuis geweest; die heeft in ieder geval een veilig nest. Prima stel ouders. Geen ‘zwarte kousen-types’, maar een hartelijk stel mensen. En een herdershond als waakhond: best wel indrukwekkend, maar toen ik hem even aan m’n hand liet ruiken begon hij te kwispelen en liet zich lekker aanhalen. Lang leve de lesjes van Cora. En daarna ben ik hierheen gereden in de hoop dat mijn liefje lief voor me zou zijn. Het diner was goed, de opmerkingen van mijn liefje waren soms wat minder. Dat mag hij vanavond goedmaken en dus zal hij behoorlijk z’n best moeten doen!”
Frank leunde tegen me aan en streelde een been. “En hoe had mevrouw dat voor zich gezien?” Ik kuste hem. “Deze mevrouw wil zich even opfrissen en omkleden. Om daarna liefdevol ontvangen te worden in de slaapkamer alwaar haar minnaar klaar staat om haar vreselijk te verwennen.” Ik tikte op zijn been. “En jij mag een boxer aandien of zo, verder niets. Ik wil je lekkere lijf kunnen voelen.” Hij kuste me. “Ik vreet je op, meisje…” hoorde ik even later in mijn oor en ik huiverde. Snel kwam ik overeind.
“Ik ga even douchen. Daarna mag jij. En als je beneden komt…” Ik pakte mijn weekendtas en liep naar de douche. Even daarna stond ik onder de warme straal. Snel wassen, afdrogen en om het hoekje van de kamerdeur zei ik: “Jij kunt douchen, Frank!” “Oké, dank je wel.” Ik liep naar beneden. Misschien handig om in de gang een stel instappers neer te zetten voor als ik die trap af moest…
Ik pakte mijn kleren: Vanavond zou Frank te maken krijgen met de romantische Gonnie. Een dun, geel lingeriesetje, dat rokje met die pettycoat er onder, een bloesje met transparante mouwen, hoge hakjes, een dunne panty. En ‘lief’ opgemaakt. Tien minuten later keek ik tevreden in de spiegel. Nog een beetje make-up, iets rodere lipstick dan ik normaal gebruikte… Ja! Frank zou me inderdaad ‘opvreten’, volgens mij. Nu maar wachten op mijn lover…
Die tikte een paar minuten later op de deur. “Gon?” “Kom maar, schat. Ik heb zin in je!” Hij kwam de kamer in en zag me. “Wauw… Dit is weer een Gonnie die ik nog niet ken. Wat ben jij mooi…”
Ik draaide een rondje om mijn rokje wat omhoog te laten komen. “Do you like it?” Hij pakte me beet en trok me tegen zich aan. “Jou laat ik niet ontsnappen!”
Ik voelde zijn warme lijf tegen me aan en genoot er van. “En ik jou ook niet, lekkere vent. Vanavond gaan we heerlijk genieten.”
k meldde de receptioniste dat we tot twaalf uur buiten zouden zijn. “Mariëlle, weet jij een plekje waar het redelijk rustig is? Want hier word je bijna van de sokken gereden door de auto’s…” Ze knikte en sloeg even later een zijweg in. Dat scheelde… Langs een sloot stond een bank. “Mooi, daar gaan we even zitten, dames.” Ik ging tussen hen in zitten. “Ik heb van Mariëlle al een aantal zaken gehoord, meiden. Sorry… mag ik jullie ‘meiden’ noemen?” Eentje giebelde. “Liever dat dan ‘juffrouw’…” We schoten in de lach.
Kort vertelde ik nogmaals wie ik was en waarom ik nu bij de Weever rondliep. En wat de rol van hun voormalige collega Mariëlle was. Het volgende uur rolde ik van de ene verbazing in de andere. Deze meiden stonden écht onder in de pikorde van het bedrijf. Mariëlle was de oudste geweest, de jongste was nét 17, nog geen twee maanden van school.
Ze werden regelmatig uitgescholden, vernederd, moesten dingen doen waar ze niet voor opgeleid of uitgerust waren.
Op zaterdag moesten ze, onbetaald, uren bij het kopieerapparaat staan om nieuwe cursusboeken te maken. In de tonerdampen…
Opdracht van Teun de Weever persoonlijk, kortom: ze werden systematisch uitgebuit.
En inderdaad: twee andere collegaatjes waren plotseling, van de ene op de andere dag verdwenen, nadat ze geprotesteerd hadden tegen het een of ander. Zonder opgaaf van redenen.
Om half twaalf plofte ik bijna van inhouden woede. “En jullie bureauchef, meneer Vaassen? Wat vond die ervan?” “Die was de jongste chef. Kon niet tegen de anderen op en al helemaal niet tegen Teun de Weever. Dus die hield zijn mond. Maar hij was zo ongeveer de enige die soms wél aardig tegen ons was…” Hmmm…
“Oh ja meiden: jullie zijn nog gekleed conform de nieuwste modetrend van Teun de Weever. Die kun je met ingang van morgen overboord gooien, als je wilt. Trek aan wat je lekker vind zitten en waar je je lekker in voelt. Een vrouw die goed gekleed is, straalt meer zelfvertrouwen uit en dat hebben jullie hard nodig.” We lachten samen en ik genoot er van. “Goed... dank voor jullie openheid. We gaan maar eens terug, want jullie hebben ook recht op een ongestoorde middagpauze zonder Gonnie en Mariëlle die aan je kop zitten te zeuren. Let’s go!”
In de ‘kantine’ was het stil. Iedereen bleek er de voorkeur aan te geven z’n broodje op te eten op z’n eigen werkplek of buiten. Logisch, met zo’n ongezellig, kaal hok. Daar maakte ik ook een aantekening over.
Na de pauze liepen we naar meneer Vaassen. “Heeft u tijd voor ons, meneer?” Hij keek op. “Oh ja, jullie wilden mij ondervragen… Wil je dat hier of…” Ik onderbrak hem. “Buiten graag. Het is mooi weer en dan kunt u vrijuit praten.” Hij knikte en liep naar een bureau naast het zijne. “Joziassen, ik ben buiten, praten met die externe dames. Als er wat is: ik heb m’n telefoon bij me.” We hoorden zijn antwoord. “Nou veel sterkte met die twee. Met name die rooie…” De laatste zin was waarschijnlijk niet voor onze oortjes bestemd, maar helaas voor hem: we hoorden het tóch. Mariëlle en ik wisselde een blik. Die gaat hij terugkrijgen! We liepen naar buiten en ging even later op het zelfde bankje zitten als een uur geleden.
“Wat willen jullie van mij weten, dames?”
Ik keek hem recht aan. “Allereerst: Naast mij loopt Mariëlle, maar dat wist je al. Ik heet Gonnie en graag hadden wij dat je ons ook zo aanspreekt. En graag willen wij jou met je voornaam aanspreken. En die is?”
“Wouter”, zei hij.
“Oké Wouter… jij bent, wat ik van Mariëlle hoorde, de enige chef geweest die enigszins sympathiek tegen de dames van de administratie was. Voor de andere medewerkers waren zij oud vuil. Toch heb je meegewerkt aan fraude: zij moesten op de zaterdag onbetaald werken want ‘dat hoorde erbij’. Je hebt je daar niet tegen verzet. Graag wil ik weten waarom.”
Even was het stil, toen zei hij zachtjes: “Hij, Teun de Weever, had mij in zijn macht. Hij wist bepaalde dingen van me, chanteerde me er mee. En hij heeft mij chef van de administratie gemaakt; voor die tijd was ik boekhouder. Zo kon hij zaken makkelijker regelen, zei hij. En als ik dwars zou gaan liggen, zou hij bepaalde zaken openbaar maken.”
Mariëlle keek vragend. “Bepaalde zaken? Iets binnen het bedrijf? Financieel?”
Wouter schudde zijn hoofd, aarzelde en zei toen: “Ach, barst maar… Hij wist dat ik af en toe naar de Wallen in Amsterdam ging. En dat is hier in het dorp natuurlijk…”
Mariëlle keek geschrokken, ik haalde mijn schouders op.
“Ben je getrouwd? Kinderen?” Hoofdschudden.
“Nou, waar hebben we het dan over? Liever naar de Wallen dan dat je een meisje hier in het dorp aanrandt en verkracht. Wat dát gebeurt er als een vent seksueel gefrustreerd raakt, Wouter.”
Mariëlle keek nu écht geschokt en Wouter keek vragend. “Da’s de eerste keer dat ik dit standpunt hoor, Gonnie.”
“Wouter, Ik noem de dingen graag bij de naam. Ik ben geen diplomaat. Zolang jij niemand bedonderd en geen anderen kwaad doet…”
Hij blies langzaam uit. “Dat is de eerste keer dat ik zoiets hoor, Gonnie. Ik dacht altijd dat iedereen me zou veroordelen… Uitkotsen. En daar was ik doodsbang voor.”
“Ja, dat zal wel. En Teuntje de Wever blies dat vuurtje natuurlijk aan hé? Want die kon jou prima gebruiken…”
Hij liet zijn hoofd hangen. “Ja.”
Ik dacht even na en keek toen Wouter aan. “Ik weet nog niet hoe Gerrit de Weever er over denkt, maar… Ik loop te spelen met het plan om alles wat ik hoor te noteren en te melden bij de Arbeidsinspectie. Ja, Gerrit gaat daar last van krijgen, maar Teun wordt dan sowieso opgepakt en krijgt een hele forse straf. Als persoon. Maar: dan moeten er wel mensen bereid zijn om te getuigen. Zou jij dat willen, Wouter?”
Na een kleine aarzeling zei hij ja. En vulde aan: “Er zijn nog meer mensen die hij op de een of andere wijze chanteerde, Gonnie. Bij de meeste afdelingshoofden speelde wel iets. En anderen deden mee omdat het hun een kans leek om hogerop te komen.”
Ik bromde: “Meneer Joziassen zeker?” Wouter knikte. “Dat was zijn grote meeloper. Had ambities om hogerop in de automatisering te komen, dat verkondigde hij regelmatig.”
Ik vond er het mijne van. Hogerop in de automatisering komen via een klein, nogal conservatief softwarebedrijf? Ik dacht aan Frank en Henk. En Gien. Ze zagen hem aankomen…
Eenmaal terug maakten we een lijstje met data en tijden wie we wanneer wilden spreken en werkten we vervolgens de gesprekken van vandaag op mijn laptop uit. “Zal ik die notulen meteen via de mail naar onze gesprekspartners sturen, Gon?” vroeg Mariëlle.
“Nee. We printen het uit in Ede, nemen één kopie op papier mee en die mogen ze lezen. Daarna gaat die kopie weer terug naar Ede. Er blijft geen letter hier, Mar. Ook niet digitaal. En voordat we vertrekken, lopen we nog even langs Gerrit om onze plannen met betrekking tot de Arbeidsinspectie aan hem voor te leggen.”
Dat deden we om vier uur. Hij stond niet te juichen, maar dat was logisch. Je eigen bedrijf moedwillig onder het strenge vergrootglas leggen… “Mag ik even bedenktijd, dames? Dit is me allemaal iets teveel in een te korte tijd.” Ik knikte. “Dat is logisch, Gerrit. We verwachtten ook niet dat je meteen enthousiast op zou springen en zou gaan bellen. Denk er goed over na. Als iemand van het personeel nú de Arbeidsinspectie inlicht ga je zeer zeker voor gaas. Dan kun je zo iemand beter voor zijn en vrijwillig… Enfin, je begrijpt me wel.”
Hij knikte langzaam, zijn gezicht betrok. “Er speelt nog iets anders, Gonnie. Als ik hen inlicht, gaat Teun er mee te maken krijgen. En een vader die zijn zoon voor de leeuwen gooit… Ik heb daar, ondanks alles, héél veel moeite mee.”
Hij zette zijn ellebogen op tafel en steunde zijn hoofd er in.
Mariëlle stond op en ging naast hem staan, een hand op zijn schouder. “Meneer… Dat begrijpen wij helemaal. En dat maakt meteen het verschil duidelijk tussen u als directeur en uw zoon. Overleg met uw vrouw. Ik heb haar slechts één keer gezien, maar zij leek mij iemand die het hart ook op de juiste plek heeft zitten.”
Hij keek op. “Dank je wel, Mariëlle. Nog nooit heeft iemand van het personeel mij op deze manier een hart onder de riem gestoken…” Hij keek ons beiden aan. “Jullie zijn goed bezig, dames. Dank je wel. En Mariëlle: vanavond bel ik mijn vrouw. Beloofd.”
Een kwartier later zaten we in de auto, op weg naar Mariëlle’s thuis. “Ga je nog even mee, Gon?” Ik keek op mijn horloge. “Da’s goed. Het is nog te vroeg om nu al in Schaarsbergen voor de deur te staan jengelen.” “Schaarsbergen?” “Ja, bij Frank. Hij is gisteren in Groningen geweest, vandaag in Bremerhaven. Heeft daar in een B&B geslapen en komt straks weer thuis. En ik wil mijn vent dan wel knuffelen. Héél lang knuffelen. De hele nacht, als het kan.”
Mariëtte trok een gezicht. “Ik wil het niet weten. Ik heb nu al medelijden met Frank. De hele nacht geknuffeld worden door zo’n rode bitch…” Ze giebelde. “Hij zou zomaar homo kunnen worden.”
We reden de oprit van de boerderij op, ik zette de auto uit en keek Mariëlle aan. “Daar mag je het vrijdag even met hem over hebben, dame. Wedden dat hij beleefd maar beslist ‘Nee’ zegt? Dit meisje kent wel wat middeltjes om meneer Veenstra af te laten zien van eventuele plannen om de mannenliefde te gaan praktiseren.”
Ze bleef zitten en keek me aan. “Mannenliefde? Die uitdrukking kende ik nog niet…” “Jij dacht dat homo’s alleen maar voor het lichamelijke aspect gingen, Mar? Dan ga ik je nu uit de droom helpen: homoseksuele mannen kunnen, net als heterostellen, dolverliefd op elkaar zijn, schat. Een homo- of lesbo-relatie is niet ‘vies’. Ja, het is anders. In mijn studiejaar zaten twee homoseksuele jongens. We hebben hen verliefd op elkaar zien worden en om de hete brij zien heen draaien… Ze durfden niet aan elkaar te vertellen dat ze stapelverliefd waren.
Uiteindelijk heeft een studiegenoot ze een duwtje in de goeie richting gegeven. En een paar weken later kwamen ze samen, hand in hand, de collegezaal binnen. Beiden knalrood, maar overduidelijk dolgelukkig. Prachtig om te zien. Net zo goed als het prachtig is om een hetero-stel bij elkaar te zien komen, schat. Homo’s zijn niét, ik herhaal: niét ziek.
Ik weet dat sommige mensen er zo over denken, ik weet dat sommige religieuze kringen men gebedsgenezers laat komen om iemand ‘te genezen’ van homoseksualiteit, maar het ís geen ziekte. Ik heb liever met een stel kerels te maken die van elkaar houden dan met een heterostel wat elkaar ontrouw is. Denk daar maar eens over na. En nu naar binnen, dan kun je even uithijgen tegen je moeder.”
Toen we de autodeuren open deden kwam Libby, de hond, naar buiten rennen en sprong tegen Mariëlle op, hevig kwispelend. “Hoi Libby. Jaja, je bent braaf hoor…” Daarna liep de hond naar mij. Ook kwispelend. Hij snuffelde even, herkende me als ‘goed volk’ en likte mijn hand. Ik ging even op mijn hurken zitten en de kop van de hond was nu vlak voor me. Een grote kop van een best wel imposante hond. Maar de oren stonden overeind, de staart kwispelde en hij gaf me een voorzichtig likje op mijn kin. “Hallo Libby. Goeie waakhond hoor… Blij toe dat je niet mijn hele make-up aflebbert.”
We liepen naar binnen, schoenen uit, sokken aan en de keuken in. Marjan zat de aardappels te schillen.
“Hé meiden…” Ze keek naar Mariëlle. “Hoe was het om in een andere rol bij de Weever binnen te komen, meisje?” Mar gaf haar moeder een zoen. “Héérlijk. Geen steen meer in m’n maag, maar de gedachte: ‘Kom maar op, ik lust jullie rauw.’
“Nounou…” mopperde ik en Marjan lachte. “Heeft ze het al in praktijk gebracht, Gonnie?”
Ik schudde ontkennend. “Nee, nog niet, maar ze heeft wél ene Joziassen nogal op z’n nummer gezet en die was er niet zo blij mee.” Marjan stond op. “Goed zo, dochter. Die kan wel een paar lesjes gebruiken. Willen jullie wat drinken? Koffie of thee?” Ik trok een gezicht. “Ik in ieder geval niet, dank je wel, Marjan. Eén beker koffie in de kantine gedronken vandaag. En toen besloten dat ik morgen m’n eigen koffie wel meeneem. In een thermoskan. Want de automaat bij de Weever… Ik weet niet wat ze daar voor spul in stoppen, maar mijn stiefvader zou na één slok meteen de rest van zijn kopje of beker door de gootsteen spoelen. En Frank trouwens ook wel.”
“Stiefvader?” Marjan keek vragend en ik ging zitten. “Mijn stiefvader Henk. De tweede man van mijn moeder en een schat van een vent. Koffie-fijnproever eerste klas."
We kletsten nog wat over de belevenissen vandaag, maar na een kwartiertje keek ik op mijn horloge. “En nu rij ik richting Schaarsbergen. Eens kijken of mijn liefje ondertussen thuis is, na een inspannende dag in Noord-Duitsland. Marjan, dank voor je luisterend oor en je gastvrijheid. Mariëlle: hoe laat begint men bij De Weever?” “Om half acht dient iedereen op zijn werkplek te zitten, Gon.” “Mooi. Dan stel ik voor dat ik hier om 07:15 voor de deur sta. Ik wil niet de indruk wekken dat wij een beetje lopen freewheelen.”
Ze knikte. “Maar dan rijden we morgen met de Landcruiser, hoor!” “Da’s prima. Kunnen we in de middagpauze even ‘driften’ op het veld achter de Weever, als je dat wilde.” Mariëlle lachte ondeugend. “Nee, daar gaat het mij niet om. Ik wil de Landcruiser op de plaats van Teun zien staan en er een foto van nemen.” Ik wendde me tot Marjan. “Soms is jouw dochter een beetje recalcitrant.” Die knikte. “Ja, soms wel. Maar dat regel ik wel.”
We knipoogden naar elkaar. Hier was Mariëlle in goede handen. Ik bukte me naar de hond en aaide hem. “Libby: goed op die twee hier passen, oké?” Een lik was het antwoord en ik liep richting gang. Sokken uit, schoenen aan… Even daarna reed ik uit Terschuur weg. Op de parkeerplaats van de Mc. Donalds bij de splitsing A1 en A30 belde ik Frank.
En die nam op met: “Ja ja, ik ben al thuis en de piepers worden as we speak geschild.”
Ik giechelde. “Goed bezig! Ik sta nu op de parkeerplaats van de Mac bij Barneveld. Welke saus wil jij op je hamburger?”
Heel even was het stil, toen hoorde ik: “Dame, als jij een hamburger van die keten mijn huis probeert binnen te smokkelen, kun je die buiten op eten! Ik sta hier mijn stinkende best te doen op een biefstukje, verdorie!”
Ik lachte hem uit. “Met een halfuurtje ben ik thuis, schatje.”
“Oké, tot zo dan!” Ik hing op.
Even kijken: hoe nu rijden? Ik moest hoe dan ook om het schietterrein bij de Harskamp en de Hoge Veluwe heen… Oké, dat werd de A1 tot en met de afslag Stroe, daar rechtsaf de N310 volgen langs de Harskamp, langs Otterloo en door naar Schaarsbergen. In feite één lange weg, lekker makkelijk. Even de tijd klokken hoe lang ik er over deed... Ik reed weg. Op de A1 was het redelijk druk, maar op de N310 was het rustig en kon ik lekker 80 rijden.
Tot… iets voor het dorp Harskamp. Braaf afremmen tot 50, Gon. Ik wist dat er in ieder geval 2 flitscamera’s in Harskamp stonden en iets verderop in Otterloo in ieder geval eentje. Geen zin in een boete. Bovendien was de weg in Harskamp nogal druk met fietsers. Na Otterloo kon er weer gas gegeven worden. Even later onderlangs de Hoge Veluwe, dan een paar slingers bij Oud Reemst, die enorme Duitse bunker Diogenes… Hier had ik aan aantal keren gefietst. Zonder dat ik wist wat voor lekkers er zich in Schaarsbergen bevond… En nee, dat was niet het pannenkoekenhuis D’n Strooper! Rotonde driekwart rond en vertragen tot maximaal 20 kilometer per uur…
Voor Frank z’n oprit draaide ik de auto, zodat ik morgenochtend ten minste zonder achteruit rijden meteen weg kon. Weekendtas, tasje… Ik liep achterom en klopte op de tuindeuren. “Joehoe!” Frank was in de keuken bezig en opende de deur. “Hoi schat. Fijn dat je al zo gewend bent dat je ‘achterom’ komt.” Hij knuffelde me. “Wil je nog iets te drinken voor we gaan eten of…?”
Ik schudde mijn hoofd. “Nee hoor. Als jij het eten klaar hebt, vallen we, als het aan mij ligt, meteen aan. Gonnie heeft hard gewerkt en trék.” Hij stak drie vingers op. “Je hebt dus nog even de tijd om je op te tutten, als je wil.” “Niet nodig. Ik gebruik die drie minuten veel liever om de chef af te leiden.”
Ik ging achter hem staan en legde mijn handen op zijn buik en mijn hoofd tegen zijn rug. “Lekker zo…” “Ja, da’s inderdaad best lekker, maar zo meteen moet ik de aardappelen afgieten. Niet gaan piepen als je hete spetters op je handen krijgt, dame!”
“Oh, die berg ik dan wel even op.” Ik gleed met mijn handen in zijn broek. “Hé, ik dacht dat we biefstuk zouden eten! Ik voel alleen maar een worstje…” Frank zuchtte. “Haal die handjes daar eens weg, mevrouw. De chef afleiden kent ook z’n grenzen hoor!”
Ik trok mijn handen terug. “Saaie vent…”
Hij wees naar de gootsteen. “Handjes wassen jij. Vanochtend heb ik me gedoucht, dus jij zat met die lieve vingertjes van jou te wroeten in het zweet van een complete werkdag. Om van andere vloeistoffen maar even niet te spreken.” Ik keek ondeugend. “Oh? Dus je hebt die lingerie van mij grondig gebruikt? Dan ga ik die zo eens inspecteren en kijken of alle vlekken er uit zijn.”
Frank bromde: “Doe dat maar na het eten. Dan kun je het meteen weer aantrekken. Want vanavond vreet ik je op, mooie vrouw.” Ik leunde weer tegen zijn rug aan. “Daar heb ik geen bezwaar tegen, lekkere vent.” “Nou, je handjes wassen en de tafel dekken dan maar. Over twee minuten is het eten klaar.” En inderdaad zaten we even later aan tafel. Frank had inderdaad twee biefstukjes gebakken. Met wat kruiden erdoor… Lekker!
Aardappels, doperwten uit de vriezer en een lekker puddinkje toe. En tijdens het eten vroeg ik naar zijn belevenissen in het hoge noorden.
“Weinig bijzonders, Gon. In Groningen heb ik de nieuwe IT-goeroe in een sneltreinvaart wegwijs gemaakt op ons systeem. Gelukkig had hij voorkennis; hij heeft ergens in Februari de starterscursus gedaan, dus nam ik hem meteen op sleeptouw en hem een voorschot gegeven op de vervolgcursus. Slimme knul, hij had het razendsnel door. Eindelijk weer eens plezier gehad, daar in Groningen. De laatste maanden reed ik er met een gevoel van ‘Wat gaan we nú weer aantreffen?’ heen. Nee, deze jongeman rooit het wel.”
Even dacht hij na. “Mooie woordspeling, al zeg ik het zelf.” Ik keek vragend en hij legde uit: “Aardappels oogst je niet, maar die rooi je. Nou deze jongeman rooit het wel. In een aardappelverwerkingsbedrijf…”
Ik zuchtte. “Sorry, hoor, maar mijn kennis van aardappelen is beperkt tot ‘krieltjes’, ‘vastkokers’, ‘kruimige aardappelen’ of ‘aangebrand’. Het hele proces van zaad tot vrucht is me ontschoten.” “Nou, dan ga ik je dat vanavond leren, schatje. Maar of het over aardappelen gaat… Ik weet het nog niet.”
Hij had weer dat kleine ondeugende trekje om zijn mond. “En hoe was het in Duitsland?” Het trekje werd een brede glimlach. “In de ochtend gewoon: achter het beeldscherm zitten, dingen uitleggen, kijken waar we nog wat kunnen stroomlijnen. Niks bijzonders, daar gaat het gewoon goed.
Om twaalf kwam de manager ‘Arbeitsschutz’ binnen. De Arbocoördinator zeg maar. “Ah, Herr Veenstra! Wollen Sie mit mir ein Spaziergang auf dem Werft machen?” Nou, dat sla je niet af natuurlijk; er liggen daar mooie scheepjes. Grote jachten, maar ook binnenvaartschepen in aanbouw en slepers. Kortom: ik moest m’n veiligheidshelm, veiligheidsschoenen en veiligheidsbril uit de auto pakken en we gingen met z’n tweeën op pad.
Safety is daar overigens wel een serieus dingetje: het eerste wat hij deed was mijn veiligheidshelm pakken en naar de productiedatum kijken.” Ik keek vragend en Frank verklaarde: “Ik heb een simpele ABS veiligheidshelm. Een dure glasfiberhelm is onzin, omdat ik niet zo vaak ‘buiten’ kom. Zo’n ABS-helm heeft een levensduur van 3 jaar na fabricagedatum. Dat garandeert de fabrikant ten minste. Je helm moet dus jonger zijn dan 3 jaar, anders loop je met schijnveiligheid op je kop omdat de weekmaker in het ABS na drie jaar gaat uitharden. En dan wordt de helm bros. Beschermt veel minder. Veel bedrijven ‘vergeten’ dat nog wel eens; op die werf niet.
Nou was mijn helm nét één jaar oud, dus dat zat wel snor. Maar ik verdenk die manager er ook van dat hij eens wilde kijken of 'Herr Veenstra' in de praktijk nét zo veiligheids-minded was als achter zijn toetsenbord.” Ik grinnikte. “Als dat niet zo was, had je van Mike wel op je sodemieter gekregen…”
Hij knikte. “Zeker weten. Twee jaar geleden moesten we allemaal de VCA-cursus doen. Een vrij simpele ‘veiligheidscursus’ die echter verplicht is als je op sommige bouwprojecten of in de Chemie of Petrochemie komt. Dit op aandringen van, inderdaad, Mike. Zelfs Yvon heeft ‘m gedaan. En jij moet er ook aan geloven, dame, net als Mariëlle.”
Ik zuchtte. “Nóg een cursus… Binnenkort zit ik meer op cursusbanken dan dat ik geld oplever.” Frank knikte. “Ja. Maar goed: het VCA-certificaat is tien jaar geldig, dus dan ben je daar in ieder geval weer even van af. Hoe dan ook: ik heb vandaag meer trappen gelopen dan normaal in een maand. Maar goed: het was wél interessant en tussen de bedrijven door heb ik de naam van ons bedrijf redelijk hoog gehouden, denk ik. Omdat ik wel wat van scheepsbouw weet, kon ik ook gerichte vragen stellen. En die werden wel gewaardeerd.
Dusdanig dat mijn naam doorgegeven zou worden aan de Meyerwerft in Papenburg.” En na een korte pauze voor een stukje biefstuk legde hij uit: “Die werf die die enorme cruiseschepen bouwt voor onder andere de ‘Carnival Lines’ en Aida.” Hij grijnsde. “De meeste van die schepen vind ik spuuglelijk; het zijn drijvende flatgebouwen.” Frank pakte zijn telefoon en bladerde even. En liet me een foto zien van een enorm cruiseschip. Een stel ‘zoenlippen’ op de boeg geschilderd en… ik telde even: dertien verdiepingen boven de waterlijn.
“Hoe diep ligt zo’n schip onder de waterlijn, Frank?” Hij haalde zijn schouders op. “Niet zo gek diep, Gon. Maar al het zware spul staat beneden. Machines, brandstoftanks, ballasttanks, voorraad… Hij kán ook niet zoveel diepgang hebben, want de Meyerwerft ligt aan de Ems, die over de grens plotseling Eems gaat heten. Een riviertje wat de Duitsers met een paar sluizen verderop wat meer diepte kunnen geven, zodat die bakbeesten richting zee gesleept kunnen worden. Ik heb vanmiddag er foto’s van gezien: volgens mij wordt de verf van de onderkant van de romp geschraapt als zo’n kolos naar zee gesleept wordt. Dus: veel diepgang hebben ze niet, nee.”
“Hoe blijft zo’n schip dan overeind? Als zo’n ding de wind van opzij krijgt… volgens mij dondert hij om.” “Ballasttanks, mevrouw. En stabilisatievinnen. En goed kijken in welke hut je je passagiers herbergt. Want die Amerikaanse troela van 210 kilo en haar twee even vetgemeste dochters moet je natuurlijk niet op het bovenste dek huisvesten. Als zij dan van bakboord naar stuurboord wandelen zie je zo’n schip meteen slagzij krijgen… Daar kan geen stabilisatiesysteem tegenop.”
Hij grijnsde en ik gaf hem een stomp. “Maak er maar weer een geintje van…”
Hij keek daarna serieus. “Lieve Gonnie: ik zat ook véél liever op die boot van de Hurtigruten in Noorwegen. Dat was ten minste écht een schip. Met mooie lijnen. En niet zo’n varend tierenlantijnencircus. Ik schudde mijn hoofd. “Dat zal best. Zo zie je nog eens wat… Met name water. Niks voor mij. Een vaartochtje van een paar weken: prima. Maar niet op zo’n drijvend circus met een stel zoenlippen op de boeg. Sommige lieden zouden dat meteen aangrijpen om Gonnie Peters een tongzoen te geven, nee dank je wel.”
“Dan heb je nog mazzel, Gon…” Frank keek plagend en ik vragend. “Voor hetzelfde geld schilderen ze het handelsmerk van Mick Jagger op de boeg… Twee lippen met een lel van een tong er tussen. Dan weet je meteen waar je aan toe bent als je aan boord stapt.” Ik gromde. “Smeerlap. Nog niet misschien dat Gonnie Peters zich laat tongzoenen door een bemanningslid van zo’n schuit. Zelfs niet door de kapitein...Maar goed: hoe kwamen we hier op? Oh ja, jouw naam zou doorgegeven worden aan de werf die die lelijke dingen bouwt. Ik ben benieuwd…”
Hij leunde naar me toe. “En als ik nou eens héél erg m’n best doe daar, kan ik wellicht een cruise van twee weken ritselen voor twee personen, schatje…” Ik snauwde: “Niks ervan! Gon Peters laat zich niet opsluiten in zo’n drijvende Carnival-gevangenis. Dan honderd keer liever die postboot in Noorwegen.” Ik keek pesterig.
“Met misschien wel een paar dagen van trekkershut naar trekkershut lopen, schatje. Ik lig dan als een prinsesje in zo’n hut en jij mag buiten ‘aan je trekken’ komen. Wat dacht je daarvan?” Hij zuchtte. “Ze hadden je dat verhaal nooit mogen vertellen, verdorie. Wou je nog pudding of gaan we meteen door naar de koffie?”
“Pudding! En skip de koffie maar, want na één bakje bij De Weever had ik voor vandaag wel weer genoeg. Wát een bocht…” Frank trok een wenkbrauw op. “Toen jij daar je presentatie gaf, was de koffie best wel te drinken, vond ik…” “Nou, dan hebben ze waarschijnlijk de ‘directiekoffie’ geschonken; de koffie in hun kantine was niet te zuipen zo slecht. Als Henk daar een slok van genomen had, was die ruimte te klein geweest voor zijn scheldpartijen… Kom op met je pudding!”
Frank dook in de koelkast en kwam terug met twee soepkommen met caramelpudding. Een spuitbus met slagroom zorgde voor een witte sliert er op en een chocolaatje op de slagroom maakte het feestje compleet. En na de eerste hap zei ik: “Oei… dit mag je me elke dag wel voorzetten, Frank. Van welk merk is deze pudding?”
Hij keek beledigd. “Mérk? Mevrouw, ik heb gedurende een half uur hard staan buffelen om deze pudding te maken. Zélf, in hoogst eigen persoon. Niks geen ‘merk’. Dikke custardvla maken, een bekertje sterke koffie erdoorheen, nog even laten koken, dan in een soepkom gieten en hup, in de koelkast met het spul. En terwijl je die custard maakt, moet je blijven roeren, anders brandt het spul als de wiedeweerga aan. Gelieve mijn harde culinaire arbeid dus op waarde te schatten, dank u wel.”
Ik knikte en tussen twee happen door zei ik: “Héérlijk! Zoals ik al zei: dit mag je me elke dag wel voorzetten.” Hij keek misprijzend. “Dat doe ik maar niet. Er zit een redelijke hoeveelheid suiker in; dat proef je wat minder door de sterke koffie, maar qua calorieën tikt dit aardig aan. Een maand lang dit als toetje en je kunt die dikke Amerikaanse dame op het bovendek van zo’n cruiseschip evenaren, denk ik. Nou ja, in ieder geval één van haar dochters: 153 kilo, schoon aan de haak.”
Ik schoof het dessert van me af. “Ik ben nú al genezen. 153 kilo… Ben jij gek? Weet je wel hoeveel dat kost qua kleding?” Hij grijnsde. “Nee, nog niet, maar ik heb een indicatie. Al die sexy lingerie… In de ‘grote maten’ gaat de prijs daarvan natuurlijk met factor vier omhoog…”
“Rotzak…” Ik haalde het dessert weer naar me toe en nam genietend nog een hap en mompelde: “Eén keer in de maand zou het moeten kunnen…” Hij zei droog: “Ja. En die Hurtigurtenboot ligt wat stabieler op het water, schat. Als we dan een hut in de midscheeps op het onderste huttendek boeken en jij belooft niet te veel heen en weer te wandelen…”
Met een klap zette ik de nu lege soepkom op de tafel. “En nu is het afgelopen, Frank Veenstra! Verdikkeme: afgelopen zondag heb ik ruim 70 kilometer gefietst, donderdag gaan we weer wat jochies het snot voor de ogen zwemmen, wat we vanavond gaan doen kost ook aardig wat energie… Kappen met toespelingen op mijn figuur!” Hij streelde mijn schouders en langzaam wat lager, richting mijn borsten. “Wel een heel lekker figuur, schatje… Zoals ik al zei: ik ga je opvreten vanavond. Maar… Hoe zijn jouw ervaringen, na een dagje bij de Weever te hebben rondgelopen?”
Ik trok een gezicht. “Volgens mij, maar dat heb ik nog niet geverifieerd, is Gerrit nu al drie man kwijt. Die konden het niet verkroppen dat ze door twee dames werden toegesproken. In ieder geval twee programmeurs, van de derde ben ik de functie even kwijt. Mariëlle was er in ieder geval niet rouwig om. En ik vermoed dat meneer Joziassen ook niet zo lang op de loonlijst blijft staan; die gaf nogal tegengas toen ik ‘m vertelde dat wij met iedereen in gesprek wilden gaan.
En ook het hoofd personeelszaken steigerde; die beriep zich op ‘personeelsvertrouwelijke informatie’. Kul natuurlijk; wij willen geen sofinummers of adressen van het personeel. Maar goed: die twee hebben te horen gekregen dat ze met hun bezwaren bij Gerrit terecht konden. En we hebben een goed gesprek gehad met de directe ex-collega’s van Mariëlle. Daar kwam ook nogal wat shit naar boven. Een ander gesprek, met de voormalig chef van Mariëlle, bracht aan het licht dat hij door Teun gechanteerd werd. En Teun had hem op die plek gepromoveerd zodat er wat dingen vergemakkelijkt konden worden of zoiets. Voorheen was hij boekhouder. Kortom: Teun had meneer in z’n broekzak omdat Teuntje wist dat de voormalig chef van Mariëlle af en toe bepaalde dames bezocht om aan zijn gerief te komen.”
Ik grinnikte. “Ik heb ‘m maar niet over mijn verleden ingelicht, maar ‘m wél gevraagd of hij getrouwd was en kinderen had. Dat bleek niet zo te zijn. Dus ‘m toen ook verteld dat prostituees nuttig zijn omdat zij kerels van een stuk frustratie kunnen verlossen. Hij wist niet waar hij kijken moest! Enfin, ik geloof dat ik het geheel een beetje in de juiste proporties heb kunnen plaatsen…” Ik keek Frank aan en snauwde: “Haal die grijns van je gezicht af, Frank Veenstra!”
Hij lachte me nu écht uit en zei: “Jaja… het geheel een beetje in de juiste proporties plaatsen? Ga je dat dadelijk ook bij mij doen? Ben ik heel benieuwd naar, schatje.” Ik mopperde wat en zei toen: “Nou, tot zover De Weever. Ik ben bij Mariëlle thuis geweest; die heeft in ieder geval een veilig nest. Prima stel ouders. Geen ‘zwarte kousen-types’, maar een hartelijk stel mensen. En een herdershond als waakhond: best wel indrukwekkend, maar toen ik hem even aan m’n hand liet ruiken begon hij te kwispelen en liet zich lekker aanhalen. Lang leve de lesjes van Cora. En daarna ben ik hierheen gereden in de hoop dat mijn liefje lief voor me zou zijn. Het diner was goed, de opmerkingen van mijn liefje waren soms wat minder. Dat mag hij vanavond goedmaken en dus zal hij behoorlijk z’n best moeten doen!”
Frank leunde tegen me aan en streelde een been. “En hoe had mevrouw dat voor zich gezien?” Ik kuste hem. “Deze mevrouw wil zich even opfrissen en omkleden. Om daarna liefdevol ontvangen te worden in de slaapkamer alwaar haar minnaar klaar staat om haar vreselijk te verwennen.” Ik tikte op zijn been. “En jij mag een boxer aandien of zo, verder niets. Ik wil je lekkere lijf kunnen voelen.” Hij kuste me. “Ik vreet je op, meisje…” hoorde ik even later in mijn oor en ik huiverde. Snel kwam ik overeind.
“Ik ga even douchen. Daarna mag jij. En als je beneden komt…” Ik pakte mijn weekendtas en liep naar de douche. Even daarna stond ik onder de warme straal. Snel wassen, afdrogen en om het hoekje van de kamerdeur zei ik: “Jij kunt douchen, Frank!” “Oké, dank je wel.” Ik liep naar beneden. Misschien handig om in de gang een stel instappers neer te zetten voor als ik die trap af moest…
Ik pakte mijn kleren: Vanavond zou Frank te maken krijgen met de romantische Gonnie. Een dun, geel lingeriesetje, dat rokje met die pettycoat er onder, een bloesje met transparante mouwen, hoge hakjes, een dunne panty. En ‘lief’ opgemaakt. Tien minuten later keek ik tevreden in de spiegel. Nog een beetje make-up, iets rodere lipstick dan ik normaal gebruikte… Ja! Frank zou me inderdaad ‘opvreten’, volgens mij. Nu maar wachten op mijn lover…
Die tikte een paar minuten later op de deur. “Gon?” “Kom maar, schat. Ik heb zin in je!” Hij kwam de kamer in en zag me. “Wauw… Dit is weer een Gonnie die ik nog niet ken. Wat ben jij mooi…”
Ik draaide een rondje om mijn rokje wat omhoog te laten komen. “Do you like it?” Hij pakte me beet en trok me tegen zich aan. “Jou laat ik niet ontsnappen!”
Ik voelde zijn warme lijf tegen me aan en genoot er van. “En ik jou ook niet, lekkere vent. Vanavond gaan we heerlijk genieten.”
Er zijn nog geen trefwoorden voor dit verhaal. Welke trefwoorden passen volgens jou bij dit verhaal?
Geef dit verhaal een cijfer:
5
6
7
8
9
10

Ontdek meer over mij op mijn profiel pagina, bekijk mijn verhalen, laat een berichtje achter of schrijf je in om een mail te ontvangen bij nieuwe verhalen!
